Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW5562

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-04-2012
Datum publicatie
11-05-2012
Zaaknummer
227408
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Woongenot.

Partijen twisten over de vraag of het gebruik van (een deel van) het puntje is begrepen in de huurovereenkomst van de ligplaats of dat er met betrekking tot het puntje sprake is van een aparte bruikleenovereenkomst.

In het bestek van dit kort geding kan er niet van worden uitgegaan dat Het Esmeer het gebruik van het puntje rechtsgeldig heeft opgezegd. De vordering van eiseres in conventie met betrekking tot het woongenot wordt toegewezen. Ook de vordering tot activering van de elektronische sleutels wordt toegewezen, zodat eiseres in conventie weer met haar auto bij de woonark kan komen en op het puntje kan parkeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 227408 / KG ZA 12-143

Vonnis in kort geding van 18 april 2012

in de zaak van

[eiseres]

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.L.W. Weerts te ‘s-Hertogenbosch,

tegen

de vereniging

WATERSPORTVERENIGING HET ESMEER,

zetelend te Aalst,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. F.A. van de Kasteele te Dordrecht.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Het Esmeer genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de akte van depot van een door [eiseres] overgelegde CD-ROM

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiseres]

- de pleitnota van Het Esmeer

- de eis in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] is in de periode van 1 november 2002 tot 1 november 2005 als vrijwilligster voor Het Esmeer werkzaam geweest als havenmeester. Deze overeenkomst is in oktober 2004 door Het Esmeer opgezegd. Gedurende de periode dat [eiseres] havenmeester was, heeft zij een woonark laten bouwen en is er een afmeersysteem/aanlegsteiger aangelegd. [eiseres] heeft van Het Esmeer een ligplaats in gebruik ten behoeve van haar woonark.

[eiseres] maakt tevens gebruik van de daar voorhanden zijnde voorzieningen, waaronder aanlegsteiger, loopbrug, parkeerplaats, water- en elektriciteitsvoorzieningen.

2.2. Het Esmeer is een vereniging die zich ten doel stelt de beoefening en de bevordering van de watersport. In dat kader huurt zij van de gemeente Zaltbommel een oppervlakte van circa 16000 m² in het recreatiegebied ‘De Neswaarden’ gelegen te Aalst.

2.3. Tussen Het Esmeer en [eiseres] zijn vanaf 2005 diverse procedures gevoerd over de door Het Esmeer gewenste ontruiming van de ligplaats.

2.4. Op 27 oktober 2005 hebben Het Esmeer en [eiseres] met betrekking tot het stuk gras dat voor de woonark ligt (hierna: het puntje) de volgende afspraken gemaakt, opgenomen in punt 7 van het besprekingsverslag:

“(…)

Uiteindelijk komt men het volgende overeen:

- op het puntje mogen de auto’s van mevrouw [eiseres] en van de heer [betrokkene] geplaatst worden (kortom 2 auto’s)

- ook de motor van de heer [betrokkene] mag er gestald worden.

- een tuinset mag er neer gezet worden.

- Er moet met beleid worden omgegaan met het puntje (bijvoorbeeld geen auto’s parkeren op het natte gras zodat dit kapot gereden wordt),

- Het onderhoud van het puntje is en blijft voor rekening van de vereniging

(…)”

2.5. Bij beschikking van 4 juli 2007 heeft de kantonrechter te Tiel geoordeeld dat met betrekking tot de ligplaats sprake is van een huurovereenkomst inzake woonruimte.

2.6. Per e-mail van 22 juli 2011 heeft het Esmeer [eiseres] verzocht haar eigendommen van het puntje te verwijderen. In deze e-mail is onder meer het volgende opgenomen:

“(…)

Het puntje:

In het verleden is u toegestaan om gebruik te maken van het puntje voor het plaatsen van een tuinset en, als de bodemgesteldheid het toelaat, voor het plaatsen van één of maximaal twee personenauto’s. Tot op heden hebben wij ons steeds aan die afspraak gehouden. In de loop van de tijd zijn er echter steeds meer voorwerpen op het puntje gedeponeerd: auto’s, motoren, een aanhangwagentje, planken, bloempotten, zakken potgrond, een kano op een trailertje, enz. enz. Op enig moment kwamen bij ons beelden naar boven die deden denken aan de vroegere woonwagenkampen. Reeds meerdere malen bent u zowel mondeling als schriftelijk verzocht de troep te verwijderen zodat alleen die zaken waarover afspraken waren gemaakt overbleven. Wij verwijzen hierbij o.a. naar onze brief van 6 december 2008. In een reactie hierop van uw raadsvrouw mevrouw Weerts d.d. 12 februari 2009 geeft zij aan dat het gaat om slechts enkele plankjes en latjes (!) die worden verwerkt zodra de vorst uit de grond is. Hierop is niet of nauwelijks gereageerd. Sterker nog: nadien zijn er steeds meer voorwerpen bij gekomen. Twee weken geleden is u aangezegd dat de maat vol was, en dat u de spullen binnen vijf dagen diende te verwijderen, daar wij het anders zelf zouden doen. Dit is ook gebeurd. Al uw spullen zijn netjes op de loopbrug (die evenals de meerpalen eveneens ons eigendom is) geplaatst zodat u deze naar elders kon verplaatsen. U hebt inmiddels al weer het nodige teruggeplaatst op het puntje. Wij verzoeken u voor de laatste maal om uw spullen binnen een week na heden van het puntje te verwijderen. Voldoet u hier niet aan, dan dwingt u ons tot stringentere maatregelen. (…)”

2.7. Bij brief van 10 oktober 2011 heeft Het Esmeer de bruikleenovereenkomst van het puntje opgezegd.

2.8. Op 16 februari 2012 heeft het Esmeer de vier bij [eiseres] in bezit zijnde elektronische toegangssleutels voor de slagboom geblokkeerd.

2.9. Op zaterdag 10 maart 2012 heeft Het Esmeer, met enkele bestuursleden, de eigendommen van [eiseres] handmatig van het puntje en de loopbrug verwijderd.

3. Het geschil in conventie en in reconventie

3.1. [eiseres] vordert in conventie, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. Het Esmeer, waaronder begrepen de havenmeester en al haar leden, althans Het Esmeer in zo ruim mogelijke zin, te verbieden [eiseres] te storen in haar woongenot, waaronder –niet limitatief- Het Esmeer te verbieden [eiseres] te beperken in het gebruik van haar woning en woonomgeving waaronder het puntje, en Het Esmeer te verbieden het puntje nog te betreden, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Het Esmeer daarmee na twee dagen na betekening van dit vonnis in gebreke blijft;

2. Het Esmeer te gebieden om [eiseres], haar gezin, bezoekers en leveranciers toegang te blijven verlenen tot de haven en de woonark, met de auto, door de elektronische toegangspoort geopend te houden voor [eiseres] en haar gezin mede door de elektronische sleutels met de nummers 1ABWN 100831, 1ABWN 101037, 1ABWN 101011 en 1ABWN 100889 geactiveerd te houden, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per keer en € 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Het Esmeer hiermee in gebreke blijft vanaf de dag na betekening van dit vonnis;

3. Het Esmeer te gebieden de eigendommen van [eiseres] die zij heeft verwijderd/doen verwijderen op zaterdag 10 maart 2012 in dezelfde staat als 10 maart 2012 te retourneren naar de plaats waar deze vandaan zijn gehaald, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of gedeelte van een dag vanaf 2 dagen na betekening van dit vonnis dat Het Esmeer hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft;

4. de veroordeling van Het Esmeer in de buitengerechtelijke incassokosten van € 300,00 te vermeerderen met BTW derhalve € 357,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

5. de veroordeling van Het Esmeer in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dit vonnis.

3.2. [eiseres] heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat de kantonrechter te Tiel heeft geoordeeld dat met betrekking tot de ligplaats, waaronder ook (een deel van) het puntje valt, sprake is van een huurovereenkomst inzake woonruimte. Het Esmeer laat als verhuurder stelselmatig na om [eiseres] rustig woongenot te geven. Deze handelingen worden actief gepleegd door of in aansturing van het bestuur dan wel onder verantwoordelijkheid van het bestuur. Volgens [eiseres] is er sprake van pesterijen. Zo is op 28 december 2011 het gras op het puntje gemaaid en is op 9 en 16 januari 2012 het water van [eiseres] afgesloten. Ook heeft Het Esmeer op 16 februari 2012 de toegangssleutels van [eiseres] geblokkeerd, waardoor zij niet meer met de auto bij haar woonark kan komen. Op zaterdag 10 mei 2012 heeft Het Esmeer, met enkele bestuursleden, de eigendommen van [eiseres] handmatig verwijderd van het puntje en van/bij de loopbrug. Deze spullen zijn zonder toestemming en medeweten van [eiseres] meegenomen en buiten haar bereik gebracht. [eiseres] ondervindt dan ook dagelijks hinder van de praktijken van Het Esmeer. Vandaar dat zij stelt een spoedeisend belang te hebben bij haar vorderingen.

3.3. Het Esmeer voert verweer.

3.4. Het Esmeer vordert in reconventie, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. [eiseres] te veroordelen om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis tot het ontruimen en ontruimd houden van het puntje, althans [eiseres] te veroordelen het puntje slechts te gebruiken ten behoeve van één tuinset, twee auto’s en een motorfiets, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat zij met het voorgaande in gebreke blijft;

II. [eiseres] te veroordelen om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis de camera’s aan haar woonark te verwijderen en verwijderd te houden, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat zij hiermee in gebreke blijft;

III. [eiseres] te veroordelen in de kosten van het geding, waaronder begrepen salaris van de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 dagen na dit vonnis.

3.5. Het Esmeer heeft aangevoerd dat [eiseres], ondanks de afspraken over het gebruik van het puntje, keer op keer allerlei voorwerpen op het puntje heeft geplaatst. Medio 2011 was voor Het Esmeer de maat vol. Nadat [eiseres] niet reageerde op de aanzegging van het Esmeer om de voorwerpen binnen vijf dagen te verwijderen heeft Het Esmeer alle voorwerpen op de loopbrug geplaatst met nogmaals het verzoek om de spullen te verwijderen. [eiseres] heeft de voorwerpen echter weer op het puntje geplaatst. Bij brief van 10 oktober 2011 heeft Het Esmeer de bruikleenovereenkomst met betrekking tot het puntje met onmiddellijke ingang opgezegd en [eiseres] gesommeerd het puntje binnen twee weken te ontruimen. Het Esmeer heeft [eiseres] toegestaan om met haar auto naar de woonark te rijden voor het onmiddellijk laden en lossen, gedurende maximaal 15 minuten. De auto mocht [eiseres] parkeren op een parkeerplaats op de parkeerstrook nabij het havenkwartier. Omdat [eiseres] het puntje niet heeft ontruimd, heeft Het Esmeer in februari 2012 de toegangssleutels van [eiseres] laten blokkeren. Op 10 maart 2012 heeft Het Esmeer de eigendommen van [eiseres] handmatig van het puntje verwijderd. Ter zitting heeft Het Esmeer meegedeeld dat de eigendommen van [eiseres] opgeslagen zijn bij de botenopslag achter een hekwerk. [eiseres] kan deze spullen daar op afspraak ophalen. De heer [betrokkene 2], voorzitter van Het Esmeer heeft toegezegd dat hij [eiseres] zal helpen met het verplaatsen van de eigendommen.

3.6. [eiseres] voert verweer in reconventie.

3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

In conventie

4.1. Het onderhavige geschil tussen partijen is te herleiden tot een eind 2004 tussen partijen ontstaan meningsverschil over het functioneren van [eiseres] als havenmeester en de in het verlengde daarvan gedane opzegging van de vrijwilligersovereenkomst met [eiseres]. Hierna zijn partijen in discussie geraakt over de ligplaats van de woonboot. Over de ontruiming van deze ligplaats zijn voor de kantonrechter te Tiel de afgelopen jaren meerdere procedures gevoerd. Met betrekking tot het gebruik van het puntje zijn tussen partijen afspraken gemaakt die zijn opgenomen in het besprekingsverslag van 27 oktober 2005. Na 2005 heeft Het Esmeer [eiseres] meerdere malen aangesproken op het gebruik van het puntje en haar verzocht om haar spullen op te ruimen.

4.2. Het Esmeer heeft niet betwist dat zij het woongenot van [eiseres] dient te respecteren, zij wijst er echter op dat de situatie op het puntje onhoudbaar was geworden doordat [eiseres] steeds meer voorwerpen op het puntje plaatste. Partijen twisten over de vraag of het gebruik van (een deel van) het puntje is begrepen in de huurovereenkomst van de ligplaats of dat er met betrekking tot het puntje sprake is van een aparte bruikleenovereenkomst. Deze vraag kan, zonder een nader onderzoek, waarvoor dit kort geding zich niet leent, niet worden beantwoord. Dat betekent dat in het bestek van dit kort geding er niet van kan worden uitgegaan dat Het Esmeer het gebruik van het puntje rechtsgeldig heeft opgezegd. Daarom zal worden uitgegaan van de afspraken die partijen in 2005 hebben gemaakt omtrent het gebruik van het puntje.

4.3. De voorzieningenrechter zal de vordering van [eiseres] met betrekking tot het woongenot dan ook toewijzen. Voorts dient Het Esmeer [eiseres] niet te beperken in het gebruik van haar woning en woonomgeving, waaronder het puntje, voor zover [eiseres] het puntje gebruikt overeenkomstig de op 27 oktober 2005 gemaakte afspraken. De vordering van [eiseres] om Het Esmeer te verbieden het puntje te betreden zal worden afgewezen. Het Esmeer heeft onweersproken gesteld dat het puntje een functie voor de vereniging heeft omdat aan de kop van het puntje de passantensteiger ligt. Passanten kunnen alleen via het puntje het haventerrein bereiken en de havenmeester dient via het puntje bij de passanten te kunnen komen.

4.4. Gelet op het bovenstaande zal ook de vordering tot activering van de elektronische sleutels worden toegewezen, zodat [eiseres] weer met haar auto bij de woonark kan komen en op het puntje kan parkeren.

4.5. Ter zitting heeft de heer [betrokkene 2] toegelicht dat de eigendommen van [eiseres] staan opgeslagen bij de botenstalling achter een gesloten hek. De heer [betrokkene 2] heeft toegezegd dat [eiseres] haar eigendommen op afspraak kan komen ophalen en dat hij [eiseres] zal helpen met het verplaatsen van de spullen. De voorzieningenrechter ziet in deze door de heer [betrokkene 2] gedane toezegging aanleiding de vordering tot het retourneren van de eigendommen van [eiseres] af te wijzen.

4.6. De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen omdat ze onvoldoende zijn onderbouwd. De voorzieningenrechter kan er niet van uitgaan dat sprake is van andere kosten dan kosten ter voorbereiding van de procedure. Deze zijn onderdeel van de proceskosten, waarover een aparte beslissing wordt genomen.

4.7. De door [eiseres] gevorderde dwangsommen zullen worden beperkt als volgt. Toegewezen zal worden een bedrag van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat Het Esmeer niet aan de hoofdveroordelingen voldoet, met een maximum van € 50.000,00.

In reconventie

4.8. Het hierboven overwogene houdt tevens in dat de reconventionele vordering tot ontruiming en het ontruimd houden van het puntje zal worden afgewezen en dat de veroordeling van [eiseres] om het puntje slechts te gebruiken voor één tuinset, twee auto’s en een motorfiets zal worden toegewezen.

4.9. [eiseres] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij belang heeft bij de beveiligingscamera’s die op haar eigendommen gericht staan. Daartegenover heeft Het Esmeer haar belang bij het verwijderen van de camera’s niet aannemelijk gemaakt. Gebleken is dat deze camera’s daar al vanaf medio 2011 hangen. Volgens Het Esmeer heeft de heer Van Weelden geklaagd over de camera’s, hetgeen [eiseres] heeft betwist. Van andere klachten van leden van het Esmeer over schending van de privacy door de camera’s van [eiseres] is niets gesteld of gebleken. De vordering tot verwijdering van de camera’s van [eiseres] zal ook worden afgewezen.

4.10. De door Het Esmeer gevorderde dwangsommen zullen worden beperkt als volgt. Toegewezen zal worden een bedrag van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [eiseres] niet aan de hoofdveroordeling voldoet, met een maximum van € 50.000,00.

In conventie en in reconventie

4.11. Aangezien partijen in conventie en in reconventie over en weer op enige punten in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

5.1. verbiedt Het Esmeer, waaronder begrepen de havenmeester en al haar leden, althans Het Esmeer in zo ruim mogelijke zin, [eiseres] in haar woongenot te storen, waaronder - niet limitatief – [eiseres] te beperken in het gebruik van haar woning en woonomgeving waaronder het puntje, met dien verstande dat het puntje door [eiseres] alleen gebruikt mag worden voor één tuinset, twee auto’s en een motorfiets;

5.2. gebiedt Het Esmeer om [eiseres], haar gezin, bezoekers en leveranciers toegang te blijven verlenen tot de haven en de woonark, met de auto, door de elektronische toegangspoort geopend te houden voor [eiseres] en haar gezin mede door de elektronische sleutels met de nummers 1ABWN 100831, 1ABWN 101037, 1ABWN 101011 en 1ABWN 100889 geactiveerd te houden,

5.3. veroordeelt Het Esmeer om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Het Esmeer niet aan de in 5.1 en/of 5.2 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.4. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.7. veroordeelt [eiseres] om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis het puntje slechts te gebruiken ten behoeve van één tuinset, twee auto’s en een motorfiets,

5.8. veroordeelt [eiseres] om aan Het Esmeer een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [eiseres] niet aan de in 5.7 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.9. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.10. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.11. wijst het meer of anders gevorderde af .

Dit vonnis is gewezen door mr D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2012.