Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW4876

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-04-2012
Datum publicatie
04-05-2012
Zaaknummer
212727 / 218836
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eigenaar van een auto uit 1972 rijdt die auto tijdens APK-keuring bij de garage zelf van de remmentestbank af en veroorzaakt daardoor letselschade bij de garagehouder en schade aan de auto, de wand van de werkplaats en de daarachtergelegen garage. Dit levert een toerekenbare onrechtmatige daad op, waarvoor de eigenaar van de auto zelf aansprakelijk is.

De verzekeraar van de eigenaar van de beschadigde garage moet de gestelde omvang van de schade aan de gaarage bewijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 11 april 2012

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 212727 / HA ZA 11-324 van

de naamloze vennootschap

N.V. INTERPOLIS SCHADE,

met ingang van 10 februari 2011 geheten Achmea Schadeverzekeringen N.V.,

h.o.d.n. Interpolis

gevestigd te Apeldoorn, tevens kantoorhoudende te Tilburg,

eiseres,

advocaat mr. F.J. David te Eindhoven,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. M.M.P. Gerrits te Wijchen,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 218836 / HA ZA 11-1158 van

[eiser in conventie],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

gedaagde in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. M.M.P. Gerrits te Wijchen,

tegen

1. naamloze vennootschap

N.V. SCHADEVERZEKERING-MAATSCHAPPIJ BOVEMIJ,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

2. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

advocaat mr. H.A.A. van den Broek te Nijmegen.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 31 augustus 2011,

- het proces-verbaal van comparitie van 14 februari 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

Partijen zullen hierna Interpolis, [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring], Bovemij en [gedaagde sub 2 in conventie in de vrijwaring] genoemd worden.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 26 oktober 2011,

- het proces-verbaal van comparitie van 14 februari 2012.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

3.1. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] is eigenaar van een personenauto uit 1972 van het merk [automerk] met het kenteken [kenteken] (hierna: de auto). [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] heeft de auto in augustus 2008 gekocht voor een bedrag van € 7.006,-. De auto is rechtsgestuurd en heeft een automatische transmissie.

3.2. [gedaagde sub 2 in conventie in de vrijwaring] en de broer van [gedaagde sub 2 in conventie in de vrijwaring], de heer [broer en medevennoot] zijn de vennoten van de vennootschap onder firma Garage en taxibedrijf [het garage- en taxibedrijf] (hierna: [garage- en taxibedrijf]).

3.3. Op 12 februari 2009 heeft [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] de auto vanaf zijn woonadres in [woonplaats] naar de werkplaats van [garage- en taxibedrijf] in [woonplaats] gereden, alwaar de auto die dag APK gekeurd zou worden. De auto had op die dag geen geldige APK en was niet verzekerd. Conform de tussen [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] en [garage- en taxibedrijf] gemaakte afspraak heeft [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring], voordat hij die dag vanaf zijn woonadres weg reed, groene handelskentekenplaten van [garage- en taxibedrijf] op de auto bevestigd.

3.4. De APK keuring werd op 12 februari 2009 verricht door [broer en medevennoot]g in de werkplaats. Op enig moment tijdens de uitvoering van de APK keuring vroeg [broer en medevennoot]g aan [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] om de auto van de remmentestbank af te rijden door een stukje naar voren te rijden. [gedaagde sub 2 in conventie in de vrijwaring] was toen niet aanwezig in de werkplaats. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] heeft daarop de auto naar voren gereden waarbij hij [broer en medevennoot]g heeft aangereden. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] is vervolgens met de auto door de achterwand van de werkplaats heengereden en op de wand van de achterliggende garage ingereden. Als gevolg van de aanrijding heeft [broer en medevennoot]g letsel opgelopen en zijn onder meer de auto, de wand van de werkplaats en de daar achterliggende garage beschadigd.

3.5. De als gevolg van het ongeval beschadigde achterliggende garage (hierna: de garage) is eigendom van de heer [betrokkene] (hierna: [betrokkene]). [betrokkene] heeft zich bij Interpolis verzekerd tegen opstal- en inboedelschade.

3.6. In de bijlage van het door [betrokkene] ingevulde schadeformulier van 27 februari 2009 is ondermeer opgenomen:

“(…)

De minikraan heeft bij de sloop van de garage, op maandag 16 februari, het straatwerk beschadigd. Dit moet opnieuw gelegd worden. Dit, het zetten van de schutting, en het eventueel opnieuw bouwen van de vijver willen we zelf doen.

- Vijverkosten: plusminus 200 euro, en plusminus 4 arbeidsuren

- Bestrating: plusminus 8 arbeidsuren

- Schutting zetten: 2 arbeidsuren”

3.7. De aansprakelijkheidsverzekeraar van [garage- en taxibedrijf], Bovemij, heeft daarop een onderzoek naar de toedracht van het ongeval ingesteld en daarbij onder andere van [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] een schriftelijke verklaring afgenomen. In de verklaring van [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] van 13 maart 2009 staat ondermeer:

“(…) Ik stapte in mijn auto en was op aanwijzing van [broer en medevennoot] voornemens de auto rustig vooruit te rijden. Echter, dit ging helemaal mis. Ik was niet gewend aan een automaat omdat het al heel lang geleden is dat ik in een dergelijke auto heb gereden. Bovendien bleek de bediening van het gaspedaal erg gevoelig te zijn en heel snel te reageren.

Om bij [broer en medevennoot] te komen, moest ik eerst over de blokken van de remmentester, bevestigd langs de zijkanten van de smeerput, rijden. Hoewel ik dacht heel voorzichtig gas te geven en net over deze kleine verhoging was gereden, liep de auto naar mijn mening te hard vooruit waarop ik dacht te remmen. In plaats van het rempedaal trapte ik het gaspedaal in. Daardoor schoot de auto vooruit waardoor ik nog harder wilde remmen, maar ik trapte in paniek nog een keer op de gas in plaats van op de rem. (…)”

3.8. Op 14 april 2009 heeft de gemeente Overbetuwe een bouwvergunningsaanvraag voor het herbouwen van de garage van [betrokkene] ontvangen. [betrokkene] heeft in die vergunningsaanvraag een bedrag van € 12.000,- aan bouwkosten opgegeven. Op basis van de opgegeven bouwkosten voor de herbouw van de garage heeft de gemeente Overbetuwe de leges voor de bouwvergunningsaanvraag vastgesteld op € 204,-.

3.9. Interpolis heeft een schade-expert ingeschakeld die de toedracht en omvang van de schade van [betrokkene] heeft vastgesteld en vastgelegd in een rapport. Het rapport van 13 juli 2009 vermeldt onder andere het volgende:

“(…)

Toedracht en oorzaak van de schade

(…)

Verklaring derden

(…) Na het ongeval was er sprake van instortingsgevaar. De aanwezige brandweer en de plaatselijke aannemer hebben de muren gestut om ongelukken te voorkomen. De garage van verzekerde is zodanig beschadigd dat het onmiddellijk gesloopt diende te worden. (…)

Eigen bevindingen

Tijdens mijn bezoek constateerde ik dat het dak en de muren van de garage gestut waren ivm instortgevaar. De politie heeft verzekerde hier opdracht voor gegeven. Gezien het schadebeeld ter plaatse en verklaringen van verzekerde maakt de toedracht zeer aannemelijk. Door deze aanrijding is er geen verband meer in het metselwerk en daardoor is er een gevaarlijke situatie ontstaan. Ondanks de stut was er nog steeds sprake van instort gevaar. (…) Vanwege het instortgevaar heb ik na telefonisch overleg met onze schadebehandelaar en onze verzekerde de garage van onze verzekerde laten slopen. (…)

Schade

Schadeomvang

De garage van verzekerde is totaal beschadigd. Door instortingsgevaar is deze garage gesloopt door aannemer [aannemer]. Ik heb afgesproken dat het slopen van de garage op basis van nacalculatie wordt uitgevoerd. Ook de kosten van het stutten zijn nog niet bekend. Ik heb de schade besproken met verzekerde. Aannemer [aannemer] zal de bouwvergunning regelen en voor het herbouwen van de garage een open gespecificeerde offerte aanleveren.

Door deze aanrijding is er gereedschap, welke in de garage van verzekerde aanwezig waren, onherstelbaar beschadigd. Ik heb deze inboedelschade van verzekerde vastgesteld op € 925,00. Ik heb deze schade deels vastgesteld op dagwaarde en deels vastgesteld op nieuwwaarde. Voor specificatie verwijs ik naar mijn dossier.

Tijdens de werkzaamheden van het slopen van de garage is het straatwerk beschadigd. Deze schade heb ik vastgesteld op basis van eigen herstel. Tegen de zijgevel van de garage had verzekerde een bovengrondse vijver gebouwd. Om de garage te kunnen slopen moest ook deze vijver gesloopt worden en later weer hersteld worden.

Schadevaststelling

Ik heb de schade vastgesteld op € 31.842,45 inclusief BTW. Bouwkundig collega, [bouwkundige] heeft mij geassisteerd bij het vaststellen van de opstalschade en de onderhandelingen met de aannemer. Het schade bedrag is als volgt te verdelen, volgens bijgevoegde specificaties en begroting:

Opstal (garage) € 30.000,000

Inboedel € 925,00

Leges € 204,00

Kosten stutwerk ivm instortgevaar € 303,45

Herstel tuin/vijver obv eigen beheer € 410,00

Toelichting op deze schadebedragen:

Opstal:

(…)

De herbouwkosten van de garage is door mijn collega afgestemd met de aannemer, zie bijgevoegde begrotingen van zowel de aannemer en [bouwkundige].

(…)

Reges

Deze aanrijdingschade kan verhaald worden op de eigenaar van betrokken auto van het merk [automerk], met kenteken: [kenteken]. Deze auto is in eigendom van de heer [ ] [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] (…). De schade is vastgesteld op basis van herbouwwaarde. Na herstel treden er geen verbeteringen op. De dagwaarde is gelijk aan de herstelkosten.

(…)”

3.10. [garage- en taxibedrijf] was ten tijde van het ongeval bij Bovemij middels de ‘Verzekering Cliëntenobjecten Garage- en Motorrijwielbedrijven’ verzekerd. De polisvoorwaarden van deze verzekering vermelden onder andere:

“Artikel 1 Begripsomschrijvingen

1. Verzekerden

(…)

c. de gemachtigde bestuurder.

2. Cliëntobjecten

a. motorrijtuigen (…) die in eigendom toebehoren aan cliënten van de verzekeringnemer, gedurende de tijd dat deze in verband met de verzekerde hoedanigheid aan de verzekeringnemer zijn toevertrouwd;

(…)

Artikel 4 Omschrijving van de dekking

1. Cascodekking

a. Verzekerd is de schade aan cliëntenobjecten met inbegrip van de daaruit voor cliënten voortvloeiende schade veroorzaakt door verlies of beschadiging door enig van buiten komend onheil gedurende de tijd dat de cliëntenobjecten in het kader van de verzekerde hoedanigheid aan de verzekeringnemer zijn toevertrouwd, ook zonder dat de verzekerde aansprakelijk is.

(…)

2. Aansprakelijkheidsdekking

a. Verzekerd is de aansprakelijkheid voor schade aan cliëntenobjecten met inbegrip van de daaruit voor cliënten voortvloeiende schade veroorzaakt door enig handelen of nalaten bij de in het kader van de verzekerde hoedanigheid uitgevoerde werkzaamheden gedurende de tijd dat de cliëntenobjecten aan de verzekeringnemer zijn toevertrouwd.

b. Na de tijd als bedoeld in dit artikel lid 2.a. is verzekerd de aansprakelijkheid voor schade aan, met of door de cliëntenobjecten met inbegrip van de daaruit voor cliënten voortvloeiende schade, mits de schade-oorzaak is gelegen in enig handelen of nalaten bij de in het kader van de verzekerde hoedanigheid uitgevoerde werkzaamheden.

(…)”

4. Het geschil

in de hoofdzaak

4.1. Interpolis vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] tot betaling van € 31.842,45, vermeerderd met rente en kosten.

4.2. Interpolis legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] onrechtmatig jegens [betrokkene] heeft gehandeld door tegen de garage aan te rijden, welke aanrijding hem valt te verwijten en hij is gehouden de schade die [betrokkene] daardoor heeft geleden te vergoeden. Interpolis heeft het schadebedrag van € 31.842,45 aan [betrokkene] uitgekeerd, waardoor zijn vordering bij wijze van subrogatie is overgegaan op Interpolis.

4.3. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] voert verweer.

in de vrijwaringszaak

in conventie

4.4. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] vordert - samengevat - :

- dat primair Bovemij en subsidiair [gedaagde sub 2 in conventie in de vrijwaring] wordt veroordeeld te betalen van al hetgeen waartoe [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, inclusief de kosten van de hoofdzaak,

- veroordeling van primair Bovemij en subsidiair [gedaagde sub 2 in conventie in de vrijwaring] tot betaling van € 7.006,-, de daadwerkelijk gemaakte advocaatkosten, nader op te maken bij staat, vermeerderd met rente en kosten.

4.5. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat [garage- en taxibedrijf] onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de door [betrokkene] en hem geleden schade. Daarnaast was de auto op grond van de cliëntenobjecten verzekering en op grond van andere verzekeringen bij Bovemij WA en casco verzekerd, waardoor Bovemij de schade aan de auto en de door [betrokkene] geleden schade dient te vergoeden. Door de schade aan de auto kan niet meer met de auto gereden worden, waardoor [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] schade heeft geleden ten bedrage van de aanschafprijs van de auto.

4.6. Bovemij en [gedaagde sub 2 in conventie in de vrijwaring] voeren verweer.

in voorwaardelijke reconventie

4.7. Bovemij vordert voorwaardelijk, indien de vorderingen van [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] op Bovemij in conventie worden afgewezen - samengevat - :

- een verklaring voor recht dat [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] aansprakelijk is voor de door hem op 12 februari 2009 te [woonplaats] met zijn [automerk] veroorzaakte schade,

- dat [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] wordt veroordeeld tot vergoeding van de door Bovemij naar aanleiding van de door [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] veroorzaakte schade gedane schade-uitkeringen en de door Bovemij in het kader daarvan gemaakte kosten, nader op te maken bij staat, vermeerderd met kosten.

4.8. Bovemij legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] onrechtmatig heeft gehandeld door schade bij [garage- en taxibedrijf] te veroorzaken. Bovemij heeft als gevolg van de door [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] veroorzaakte schade uitkeringen aan [garage- en taxibedrijf] gedaan, waardoor de vordering van [garage- en taxibedrijf] bij wijze van subrogatie is overgegaan op Bovemij.

4.9. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] voert verweer.

in de hoofd- en vrijwaringszaak

4.10. Op de stellingen van partijen in de hoofd- en vrijwaringszaak in conventie en reconventie wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

in de hoofdzaak

Toerekening

5.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de aanrijding een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 lid 2 BW oplevert. Eerst in geschil is de toerekenbaarheid van die onrechtmatige daad. Interpolis stelt dat de onrechtmatige daad te wijten is aan de schuld van [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring]. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] heeft ten verwere aangevoerd dat hij niet aansprakelijk is voor de schade, dat hij handelde in opdracht van [garage- en taxibedrijf] en dat er aan zijn zijde geen sprake is geweest van opzet of bewuste roekeloosheid, terwijl er wel sprake is van bewuste roekeloosheid en veronachtzaming van de zorgvuldigheidsregels aan de zijde van [garage- en taxibedrijf] Uit hetgeen [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] ten verwere heeft aangevoerd maakt de rechtbank op dat hij zich op het standpunt stelt dat de onrechtmatige daad niet te wijten is aan zijn schuld, zodat het verweer van [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] moet worden beschouwd als een betwisting van de toerekenbaarheid van de onrechtmatige daad aan hem.

5.2. De rechtbank stelt voorop dat een onrechtmatige daad (onder meer) aan de dader kan worden toegerekend als deze te wijten is aan zijn schuld. Voor toerekenbaarheid is derhalve niet vereist dat de dader opzettelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld. Het gaat erom of de dader, rekening houdend met zijn persoonlijke kenmerken zoals zijn kennis, kunde, ervaring en capaciteiten, een verwijt van zijn gedraging kan worden gemaakt. Verwijtbaar is zijn gedraging als de dader anders had kunnen en moeten handelen. Wanneer iemand niet gedwongen wordt te handelen en handelt zonder dat hij de voor die handeling benodigde capaciteiten bezit, valt aan deze persoon een verwijt te maken. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] gedwongen is om de auto te besturen. Aangezien [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] zelf de omstandigheid aanvoert dat hij niet de benodigde capaciteiten had om de auto op een deugdelijke wijze (van de remmentestbank af) te besturen, het in zijn macht lag om al dan niet aan het verzoek van [garage- en taxibedrijf] te voldoen en hij de auto op het moment van het ongeval ook daadwerkelijk op een ondeugdelijke wijze bestuurde (zie r.o. 3.7.), valt de aanrijding en de daardoor ontstane schade [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] zelf te verwijten. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] had het verzoek van [garage- en taxibedrijf] om de auto van de remmentestbank af te rijden, kunnen en moeten weigeren en kan om deze reden niet tegenwerpen dat hij in opdracht van een ander handelde. De onrechtmatige daad kan dan ook aan [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] worden toegerekend.

Aansprakelijkheidstelling

5.3. Ten aanzien van het verweer van [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] dat Interpolis ten onrechte en in strijd met de redelijkheid en billijkheid hem en niet [garage- en taxibedrijf] dan wel Bovemij voor de schade aansprakelijk heeft gesteld, overweegt de rechtbank als volgt. Zoals in r.o. 5.2. is overwogen, is de onrechtmatige daad in ieder geval aan [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] toe te rekenen en kan hij door de benadeelde (in dit geval door Interpolis bij wijze van subrogatie ex artikel 7:962 BW) op grond van artikel 6:162 BW worden aangesproken voor de daardoor ontstane schade. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] stelt dat [garage- en taxibedrijf] dan wel Bovemij op grond van de artikelen 6:162 en/of 6:171 BW dan wel verzekering van die aansprakelijkheid (ook) verplicht zijn tot vergoeding van de schade. Indien dat al zou worden aangenomen, hetgeen nog maar de vraag is, zijn er verschillende personen verplicht tot vergoeding van dezelfde schade. In dat geval geldt namelijk dat [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] en [garage- en taxibedrijf] dan wel Bovemij hoofdelijk aansprakelijk zijn. Uit artikel 6:7 lid 1 BW volgt dan dat zij ieder tot vergoeding van de gehele schade jegens de benadeelde zijn gehouden. Gelet hierop staat het Interpolis dan ook vrij om slechts één van de aansprakelijke partijen voor de gehele schade aan te spreken en [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] kan Interpolis dan ook niet tegenwerpen dat hij een verhaalbare vordering heeft op een medeaansprakelijke of dat de medeaansprakelijke, in tegenstelling tot [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring], verzekerd is. De door [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] aangevoerde omstandigheid dat de fout van [garage- en taxibedrijf] ernstiger is dan zijn fout, is tevens geen grond voor afwijking van de hoofdelijke aansprakelijkheid van ieder voor de gehele schade, maar is (mogelijk) alleen van belang voor de beoordeling van het onderlinge interne regresrecht. Daar [garage- en taxibedrijf] en Bovemij in deze geen partij zijn, is die onderlinge schuldverhouding hier niet aan de orde. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] kan dan ook niet in zijn verweer worden gevolgd.

Schade en causaal verband

5.4. Voorts is in geschil het - voor een geslaagd beroep op artikel 6:162 BW vereiste -causale verband tussen het ongeval en de schade en de omvang van de geleden schade. Interpolis kan [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] alleen aanspreken voor de gestelde schade voor zover er tussen de aanrijding en de geleden schade een causaal verband bestaat. Tussen de onrechtmatige daad en de schade bestaat alleen causaal verband als aannemelijk is dat zonder die onrechtmatige daad de schade niet zou zijn ontstaan en de schade tevens in een zodanig verband met de aanrijding staat dat zij aan de daarvoor aansprakelijke persoon, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als gevolg van deze gebeurtenis kon worden toegerekend. Interpolis kan ook alleen vergoeding van de schade vorderen van de werkelijk door [betrokkene] geleden schade en niet van de door haar aan [betrokkene] uitgekeerde schadevergoeding, voor zover deze de werkelijk geleden schade te boven gaat. Bij vaststelling van de omvang van de schade gaat het erom dat de benadeelde bij vergoeding van de schade zoveel mogelijk in de toestand zou worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd als de schadeveroorzakende gebeurtenis achterwege was gebleven.

Garage

5.5. Interpolis stelt dat de garage als gevolg van de aanrijding zodanig beschadigd was dat deze gesloopt en herbouwd moest worden. Interpolis heeft daartoe aan de hand van het rapport van 13 juli 2009 (zie r.o. 3.9.) aangevoerd dat er door de aanrijding geen verband was in het metselwerk van de garage en dat er instortingsgevaar bestond. Op aangeven van de politie is de garage om deze reden gestut. Na de stut bestond er echter nog steeds instortingsgevaar en was er sprake van een gevaarlijke situatie, waardoor de garage gesloopt moest worden. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] betwist (zonder nadere onderbouwing) dat de garage gesloopt en herbouwd moest worden. De enkele betwisting van [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] is, in het licht van hetgeen Interpolis heeft gesteld, onvoldoende. Daar [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] de stelling van Interpolis onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, komt thans vast te staan dat de garage als gevolg van de aanrijding gesloopt en herbouwd diende te worden.

5.6. Met het oordeel dat vaststaat dat de garage gesloopt en herbouwd moest worden, staat de omvang van de schade aan de garage nog niet vast, aangezien dit voorts tussen partijen in geschil is. Interpolis stelt dat de schade aan de garage € 30.000,- bedraagt. Zij voert hiertoe aan dat deze schade door de schade-expert is vastgesteld op basis van de herbouwwaarde van de garage en dat de dagwaarde gelijk stond aan de herstelkosten (zie r.o. 3.9.). [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] betwist dat de schade aan de garage € 30.000,- bedraagt en voert daartoe eerst aan dat de dagwaarde van de garage - die voor het vaststellen van de omvang van de schade bepalend is - lager is dan de herbouwwaarde, omdat de garage al oud was. Voorts voert [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] aan dat delen van de garage nog herbruikbaar waren en dat [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] zelf bij de vergunningsaanvraag voor de herbouw van de garage slechts een bedrag van € 12.000,- aan herbouwkosten heeft opgegeven (zie r.o. 3.8.). [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] heeft daarmee de stelling van Interpolis gemotiveerd betwist. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv dient Interpolis dan ook te bewijzen dat schade aan de garage € 30.000,- bedraagt.

Leges en kosten stutwerk

5.7. De vordering tot vergoeding van de schade ten bedrage van € 204,- voor een vergunning voor de herbouw van de garage (zie r.o. 3.8.) is, nu vast is komen te staan dat de garage als gevolg van het ongeval herbouwd diende te worden en deze vordering voor het overige niet door [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] is weersproken, voor toewijzing vatbaar. Dat de garage als gevolg van de aanrijding gestut diende te worden en de omvang van de stutkosten is niet door [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] betwist. De vordering tot vergoeding van de schade voor het stutwerk van € 303,45 zal dan ook worden toegewezen.

Vijver en tuinbestrating

5.8. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] betwist dat er causaal verband bestaat tussen de schade aan de bestrating in de tuin en het ongeval. Daartoe heeft hij aangevoerd dat uit de rapportage van de schade-expert blijkt dat de schade veroorzaakt is door degene die de garage gesloopt heeft (zie r.o. 3.9.) en daarmee niet het gevolg is van het ongeval. Interpolis heeft in het licht van deze betwisting onvoldoende onderbouwd gesteld dat er sprake is van (indirect) causaal verband tussen het ongeval en de schade aan de tuinbestrating, aangezien zij niet heeft gesteld dat deze schade het onvermijdelijke gevolg van de aanrijding is. De gevorderde schadevergoeding zal, zover deze ziet op de tuinbestrating, dan ook worden afgewezen.

5.9. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] betwist (zonder nadere onderbouwing) verder dat er causaal verband bestaat tussen de aanrijding en de schade aan de vijver. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] betwist echter niet de - aan de hand van het rapport van 13 juli 2009 (zie r.o. 3.9.) onderbouwde - stelling van Interpolis dat het voor de sloop van de garage noodzakelijk was om ook de vijver te slopen. Nu vast staat dat de garage als gevolg van de aanrijding gesloopt moest worden en - bij gebreke aan (nadere) betwisting door [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] - ook vast staat dat daardoor de vijver daarom gesloopt moest worden, staat het causaal verband tussen de aanrijding en de schade aan de vijver vast. Aangezien in het rapport van 13 juli 2009 de omvang van de schade aan de vijver en aan de tuinbestrating niet afzonderlijk van elkaar is begroot (zie r.o. 3.9.) en de vordering ten aanzien van de schade aan de tuinbestrating zal worden afgewezen, zal de rechtbank de schade aan de vijver schatten. Aan de hand van de bijlage van het schadeformulier (zie r.o. 3.6.) schat de rechtbank de schade aan de vijver wegens het slopen en herstellen daarvan op € 250,-. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen.

Gereedschappen

5.10. Interpolis stelt aan de hand van het rapport van 13 juli 2009 dat de in de garage aanwezige gereedschappen door het ongeval onherstelbaar zijn beschadigd (zie r.o. 3.9.). De enkele (niet onderbouwde) betwisting van [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] van de stelling dat er sprake is van causaal verband tussen de aanrijding en de schade aan de gereedschappen is in het licht van hetgeen Interpolis heeft gesteld onvoldoende. [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] heeft tevens de omvang van de gevorderde schadevergoeding aan de gereedschappen - door enkel aan te voeren dat de schade gebaseerd is op de nieuwwaarde van alle gereedschappen en dat schade moet worden vastgesteld op basis van dagwaarde - onvoldoende gemotiveerd betwist. De bij de comparitie van partijen en aan de hand van het rapport van 13 juli 2009 onderbouwde stelling van Interpolis dat de schade-expert de schade van de gereedschappen deels en enkel voor zover de gereedschappen nog nieuw waren op nieuwwaarde heeft vastgesteld, heeft [gedaagde in de hoofdzaak / eiser in de vrijwaring] namelijk verder onweersproken gelaten. De vordering ten aanzien van de vergoeding van de schade aan de gereedschappen ad € 925,- is dan ook voor toewijzing vatbaar.

Bewijslevering

5.11. Gelet op hetgeen is overwogen in r.o. 5.6. zal de rechtbank Interpolis opdragen het bewijs te leveren zoals omschreven is in r.o. 6.1. en zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

5.12. Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.

5.13. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank op een zitting bepaald voor de getuigenverhoren een mondeling tussenvonnis kan wijzen waarbij een verschijning van partijen op diezelfde zitting wordt bevolen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Zij moeten daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen. Een rechtspersoon moet ter zitting vertegenwoordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging.

in de vrijwaringszaak

5.14. De beslissing in de vrijwaringszaak zal worden aangehouden tot in de hoofdzaak is beslist.

6. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

6.1. draagt Interpolis op te bewijzen dat de schade aan de garage van [betrokkene] € 30.000,- bedraagt,

6.2. bepaalt dat, voor zover Interpolis dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. D.T. Boks in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

6.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 april 2012 voor het opgeven door Interpolis van de getuigen en van hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op maandagen, dinsdagen, donderdagen en vrijdagen in de maanden juni 2012 tot en met september 2012, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

6.4. verwijst voor het geval Interpolis op die roldatum heeft medegedeeld geen getuigenbewijs te willen leveren of geen getuigen of verhinderdata heeft opgegeven de zaak naar de achtste rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor vonnis of, maar alleen indien Interpolis daarom op de onder 6.3. bedoelde roldatum heeft verzocht, naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van Interpolis, waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren,

6.5. bepaalt voorts dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn en, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden,

6.6. bepaalt dat de partijen alle schriftelijke (bewijs)stukken die zij nog in het geding willen brengen uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toegezonden moeten hebben,

6.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

in de zaak in vrijwaring

6.8. houdt de beslissing in de vrijwaringzaak in conventie en reconventie aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. boks en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2012.

coll: EM