Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW4291

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-04-2012
Datum publicatie
27-04-2012
Zaaknummer
05/703269-10/10/1599
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering voorlopige tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling. Artikel 14fa Wetboek van Strafrecht blijft in dit geval buiten toepassing wegens strijd met het legaliteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 1 Sr of artikel 7 EVRM. Officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/155

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Kabinet rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken

BESCHIKKING

VORDERING VOORLOPIGE TENUITVOERLEGGING

Parketnummer:05/703269-10

RC-nummer: 10/1599

De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie van 19 april 2012 strekkende tot het verlenen van een bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging van een door de rechtbank bij vonnis van 21 december 2011 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden tegen de verdachte:

Naam: [veroordeelde]

geboortedatum

en geboorteplaats: [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats],

woonplaats: [woonplaats],

adres: [adres]

thans verblijvende politiebureau te Arnhem

OVERWEGINGEN

De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis van 21 december 2011 onder meer veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden met een proeftijd van twee jaren. Hierbij zijn veroordeelde bijzondere voorwaarden opgelegd. Deze proeftijd is ingegaan op 05 januari 2012 en zal eindigen op 04 januari 2014.

De officier van justitie vordert de voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf omdat hij van mening is dat veroordeelde de bijzondere voorwaarden heeft overtreden. Ter onderbouwing daarvan heeft de officier van justitie een rapport “Advies tenuitvoerlegging” d.d. 18 april 2012 opgesteld door Reclassering Nederland, overgelegd.

De rechter-commissaris heeft op 20 april 2012 veroordeelde, zijn raadsman en de officier van justitie gehoord.

De raadsman heeft onder meer gepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering. De raadsman heeft hierbij opgemerkt dat artikel 14fa Sr het karakter van een straf heeft en dat om die reden artikel 1 Sr van toepassing is.

Onder verwijzing van en overlegging van een aantal uitspraken, in bijzonder de uitspraak van de rechter-commissaris Maastricht van 20 april 2012, heeft de officier van justitie opgemerkt dat er bij het toepassen van artikel 14fa geen verandering wordt aangebracht in het karakter van de aan veroordeelde opgelegde straf.

De rechter-commissaris overweegt verder als volgt.

Met inwerkingtreding per 1 april 2012 geeft artikel 14fa de rechter-commissaris de mogelijkheid om een voorwaardelijke straf voorlopig ten uitvoer te leggen. De rechter-commissaris stelt vast dat op het moment dat hij deze beslissing zou nemen nog niet vaststaat dat de voorwaardelijke veroordeling ten uitvoer wordt gelegd. Dat is immers voorbehouden aan de rechtbank op grond van artikel 14g. De rechter-commissaris is van oordeel dat bij een eventuele voorlopige tenuitvoerlegging het karakter van de opgelegde straf verandert. Immers, de voorwaardelijke veroordeling verwordt, voor de duur van maximaal 30 dagen, van een voorwaardelijke een onvoorwaardelijke straf. De rechter-commissaris merkt hierbij op dat artikel 14g Sr de rechter een aantal alternatieven biedt voor de tenuitvoerlegging en dat artikel 14g niet van overeenkomstige toepassing is verklaard in artikel 14fa. Voorts neemt de rechter-commissaris hierbij in acht de plaats van artikel 14fa in het Wetboek van Strafrecht, te weten Eerste boek, Titel II met als opschrift “Straffen”.

Gelet op het vorenstaande is de rechter-commissaris van oordeel dat veroordeelde bij inwerkingtreding in een andere en in een minder gunstige positie is gekomen.

Alles overwegende oordeelt de rechter-commissaris dat artikel 14fa Sr in dit geval buiten toepassing moet blijven wegens strijd met het legaliteitsbeginsel, zoals onder meer neergelegd in artikel 1 Sr of artikel 7 EVRM.

De rechter-commissaris zal op grond van het vorenstaande de officier van justitie in zijn vordering niet ontvankelijk verklaren

BESLISSING

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk en gelast de onmiddellijke invrijheidstelling van veroordeelde.

Arnhem, vrijdag 20 april 2012

mr. J.B.J. Driessen.

rechter-commissaris