Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW4141

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-04-2012
Datum publicatie
27-04-2012
Zaaknummer
05/701531-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank in Arnhem heeft vandaag een 32-jarige man uit Duitsland veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, met aftrek van voorarrest, voor een diefstal met geweld op een videotheek in Velp en een mishandeling.

De man heeft een medewerker van de videotheek meerdere keren in diens gezicht geslagen om geld te krijgen. Ook heeft hij daar een pakje sigaretten gestolen.

Tijdens zijn insluiting op het politiebureau heeft de man vervolgens een arrestantenverzorger mishandeld. De door de benadeelden gevorderde schadevergoeding moet (deels) worden betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/701531-11

Data zittingen : 19 december 2011, 13 februari 2012 en 16 april 2012

Datum uitspraak : 27 april 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de rechtbank in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats],

adres : zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in Vught PPC te Vught, Lunettenlaan 501.

Raadsvrouw : mr. S.R.B. Maigret, advocaat te Arnhem.

Officier van justitie : mr. E. Agelink.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 08 september 2011 te Velp, gemeente Rheden, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedag van (in totaal) 152,98 Euro, in elk geval enig geldbedrag, en/of een of meerdere pakje(s) sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ABORA film ltd., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, voornoemde [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal (met gebalde vuist) tegen diens hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of die [slachtoffer1] daarbij (meermalen) dreigend de woorden "Gib mir das geld", althans woorden gelijke (dreigende) aard en/of strekking heeft toegevoegd;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 08 september 2011 te Velp, gemeente Rheden, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (in totaal) 152,98 Euro, in elk geval enig geldbedrag en/of een of meerdere pakje(s) sigaretten, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ABORA film ltd., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, voornoemde [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal (met gebalde vuist) tegen diens hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of die [slachtoffer1] daarbij (meermalen) dreigend de woorden "Gib mir das geld", althans woorden gelijke dreigende aard en/of strekking heeft toegevoegd

2.

hij op of omstreeks 10 september 2011 te Arnhem, in elk geval in Nederland, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [slachtoffer2] (arrestantenverzorger van de politie Gelderland-Midden), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, met kracht en/of met gebald vuist in het gezicht heeft geslagen, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 16 april 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. S.R.B. Maigret, advocaat te Arnhem.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

• [slachtoffer2]

• [slachtoffer1]

• Abora film ltd

Als benadeelde partijen zijn ter terechtzitting verschenen:

• Gemachtigde mevr. [naam], namens [slachtoffer2]

• [slachtoffer1]

De officier van justitie, mr. E.A. Agelink, is van mening dat feit 1 en 2 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen en heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De officier van justitie heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer2] tot een bedrag van € 350,- wordt toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en hij heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

De officier van justitie heeft verder verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer1] tot een bedrag van € 604,32 wordt toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

De officier van justitie heeft ten slotte verzocht dat de vordering van de benadeelde partij Abora film ltd tot een bedrag van € 696,98 wordt toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1 primair

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer1], p. 12-22;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2012.

Ten aanzien van feit 2

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer2], p. 40-45;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2012.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1. primair

hij op 08 september 2011 te Velp, gemeente Rheden, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedag van in totaal 152,98 Euro, en een pakje sigaretten, toebehorende aan ABORA film ltd., welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen [slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, voornoemde [slachtoffer1] meermalen, met gebalde vuist tegen diens hoofd heeft geslagen en die [slachtoffer1] daarbij meermalen dreigend de woorden "Gib mir das geld", heeft toegevoegd;

2.

hij op 10 september 2011 te Arnhem, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [slachtoffer2] (arrestantenverzorger van de politie Gelderland-Midden), gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, met kracht en met gebalde vuist in het gezicht heeft geslagen, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe¬zen. Verdach¬te moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair

Diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

Ten aanzien van de feit 2:

Mishandeling gepleegd tegen een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

Door de officier van justitie is geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft door gebracht.

De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van de feiten. De overval op de videotheek heeft een grote impact gehad op het slachtoffer. De officier van justitie houdt rekening met het rapportages van de psycholoog, de psychiater en de reclassering welke tot de conclusie komen dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar is. Een behandeling in Nederland is niet geïndiceerd aangezien verdachte de Nederlandse taal niet machtig is en zijn sociale netwerk in Duitsland heeft.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de gevangenisstraf beperkt kan blijven tot de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht gelet op het feit dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Voorts verzoekt de verdediging een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen ter voorkoming van een volgend strafbaar feit.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de om¬stan¬dighe¬den waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 2 maart 2012;

• een voorlichtingsrapportage van Leger des Heils, reclassering, d.d. 13 april 2012, betreffende verdachte en

• een multidisciplinair rapport van drs. J.P.M. van der Leeuw, psycholoog, gedateerd 25 maart 2012 en van dr. E.L.G. Heinsman-Carlier, psychiater, gedateerd 12 april 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldige gemaakt aan een diefstal met geweld op een videotheek. Hij heeft hierbij het slachtoffer meerdere klappen in het gezicht gegeven ten einde te bewerkstelligen dat deze het door hem gevraagde geld sneller zou overhandigen. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van een arrestantenverzorger.

Door het plegen van een diefstal met geweld op een videotheek heeft verdachte grote angst en schrik veroorzaakt bij het slachtoffer en bijgedragen aan gevoelens van onveiligheid in het algemeen. Hij heeft dit enkel gedaan om zijn eigen behoeftes te bevredigen zonder zich door de belangen van anderen te laten weerhouden.

Uit de justitiële documentatie is niet gebleken dat verdachte in het verleden eerder voor soortgelijke delicten in Nederland is veroordeeld. Hij komt echter veelvuldig voor in de Portugese en Duitse politiesystemen ter zake van overvallen, huisvredebreuk en wederspannigheid , overigens zonder dat duidelijk is of het tot veroordelingen is gekomen.

Verdachte komt oorspronkelijk uit Portugal maar is in zijn tienerjaren met zijn moeder naar Duitsland verhuisd. Daar heeft verdachte thans zijn sociale leven opgebouwd.

In de rapportage van psycholoog drs. J.P.M. van der Leeuw, d.d. 25 maart 2012, wordt het volgende beschreven: “Betrokkene is lijdende aan ziekelijke stoornissen van zijn geestesvermogens. Er is sprake van schizofrenie, paranoïde type, misbruik van cannabis en misbruik van cocaïne. Differentiaal diagnostisch is een antisociale persoonlijkheidsstoornis te overwegen.” De psycholoog adviseert om betrokkene ten aanzien van het ten laste gelegde sterk verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

In de rapportage van psychiater dr. E.L.G. Heinsman-Carlier, d.d. 12 april 2012, wordt het volgende beschreven: “Onderzochte is lijdende aan een ziekelijke stoornis in de zin van schizofrenie van het paranoïde type en misbruik van verschillende middelen (cannabis, alcohol, cocaïne) (voorlopige diagnose). Daarnaast is onderzochte lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven met antisociale trekken (voorlopige diagnose).”

“De mate waarin onderzochte vanuit de doorwerking van zijn schizofrene stoornis direct voorafgaand aan het ten laste gelegde gepreoccupeerd is geweest met eigen gedachten vanuit zijn psychotische kwetsbaarheid, maken dat geadviseerd kan worden onderzochte aangaande het ten laste gelegde, (…), als sterk verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

“Gezien de ernst van de ten laste gelegde feiten zou in principe bij onderzochte gedacht kunnen worden aan een behandeling als een bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf. Een dergelijk advies is om meerdere redenen (taal, woonplaats, behandeloverwegingen, behandelmotivatie) praktisch niet uitvoerbaar. (…) Geadviseerd wordt om na afloop van zijn straf, onderzochte over te dragen aan de Duitse (forensische) gezondheidszorg.”

De reclassering heeft in een rapportage van 13 april 2012 samenvattend geconcludeerd dat het zeer wenselijk is om de behandeling aan een Duitse forensische instelling over te dragen voor een klinische behandeling waarbij de continuïteit van zorg gewaarborgd blijft. De reclassering adviseert dan ook een onvoorwaardelijke straf op te leggen en hem naar Duitsland terug te laten keren.

De rechtbank is, gelet op het hiervoor overwogene, met de officier van justitie van oordeel dat een gevangenisstraf van negen maanden passend en geboden is.

6a. Voorlopige hechtenis

De rechtbank heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

6b. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 primair bewezen verklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 604,32.

De benadeelde partij Abora film ltd, gemachtigde [naam], heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 primair bewezen verklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 696,98.

De benadeelde partij [slachtoffer2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 2 bewezen verklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 350,-.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer1] volledig wordt toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

De officier van justitie heeft verzocht dat ook de vordering van de benadeelde partij Abora film ltd volledig wordt toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat ook de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer2] volledig wordt toegewezen, met de wettelijke rente en gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vorderingen van de benadeelde partijen af gewezen dienen te worden omdat door de behandeling van deze vorderingen het strafproces onevenredig wordt belast.

Daarnaast is het niet duidelijk waarom [slachtoffer1] ziektevervanging als kostenpost opvoert.

Voorts is de vordering van (naam), namens Abora film ltd ten aanzien van “inzet van extra uren” niet gespecificeerd.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer1]

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij voldoende heeft onderbouwd dat hij als gevolg van het bewezen verklaarde feit immateriële en materiële schade heeft geleden.

De immateriële schade ten bedrage van € 300,- is niet inhoudelijk betwist en zal worden toegewezen. Het standpunt van de verdediging dat de vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert deelt de rechtbank niet.

De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade bedraagt totaal € 304,32. De rechtbank acht deze schade in zijn geheel toewijsbaar. De benadeelde heeft door de impact van het feit niet kunnen werken en er ligt hiervan een onderbouwing van de directeur van de videotheek.

De rechtbank acht de vordering derhalve toewijsbaar tot een bedrag van € 604,32, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 september 2011.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de in het dictum te noemen wijze.

Abora film ltd

De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade bedraagt in totaal

€ 696,98.

Post 1. Diefstal geld

De rechtbank acht de schade die ziet op vergoeding van het gestolen geldbedrag a € 152,98 niet volledig toewijsbaar en zij zal een deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Uit de processen-verbaal van inbeslagname en afstandsverklaring blijkt dat een geldbedrag van € 115,-, dat onder verdachte in beslag is genomen, aan de rechthebbende retour is gegaan (p. 9 stamproces-verbaal). Daarnaast is een geldbedrag van € 30,- (het wisselgeld dat de verbalisanten van de getuige [getuige] hebben aangenomen ter inbeslagneming) in beslag genomen en retour recht¬hebbende gegaan (p. 9 stamproces-verbaal). De rechtbank zal daarom een geldbedrag van € 152,98 - (115+30= 145) = € 7,98 toewijzen en de post voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.

Post 2. Diefstal tabak

De rechtbank acht de schade die ziet op de vergoeding van de gestolen tabakswaar (3 pakjes sigaretten) toewijzen tot een bedrag van € 5,50,-- nu de bewezenverklaring slechts ziet op één pakje. Voor het meerdere is dit deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Post 3. Inzet uren.

Ten aanzien van het de post “inzet uren” is de rechtbank van oordeel dat dit onderdeel niet voldoende onderbouwd is, nu niet zonder meer duidelijk is waarop alle volgens benadeelde extra betaalde uren op zien en in hoeverre het doen van aangifte en afhandeling en de vervanging van [slachtoffer1], die minder werkte maar daarvoor ook minder loon ontving, voor Abora extra kosten met zich bracht. Door de benadeelde partij alsnog in de gelegenheid te stellen met een nader onderbouwing te komen wordt het strafproces onevenredig belast.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat voldoende onderbouwd is dat Abora film ltd kosten heeft moeten maken voor extra inzet van personeel na aanleiding van de gepleegde overval op de videotheek. De rechtbank zal het bedrag naar redelijkheid en billijkheid schatten op ten minste € 150,-. De vordering zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank acht de vordering toewijsbaar tot een bedrag van € 163,48, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 september 2011.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de in het dictum te noemen wijze.

[slachtoffer2]

De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade bedraagt totaal

€ 350,-.

De rechtbank acht voldoende bewezen dat de benadeelde partij door hetgeen hem is aangedaan immateriële schade heeft geleden en is van oordeel dat hij uit dien hoofde terecht aanspraak maken op vergoeding van die schade.

Gelet op hetgeen bewezen is verklaard, op de in het schadeformulier opgenomen onderbouwing en mede gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegewezen, is de rechtbank van oordeel dat het door de benadeelde partij gevorderde bedrag aan schadevergoeding op zijn plaats is, zodat zij dit bedrag zal toewijzen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de in het dictum te noemen wijze.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57, 304 en 312 van het Wetboek van Straf¬recht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezen verklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer1], te betalen € 604,32 (zegge zeshonderdenvier euro en tweeëndertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 604,32, subsidiair 12 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer1], te betalen € 604,32, (zegge zeshonderdenvier euro en tweeëndertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij Abora film ltd.

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan Abora film ltd, gemachtigde [naam], te betalen € € 163,48, zegge honderddrieënzestig euro en achtenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 163,48 subsidiair 3 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Abora film ltd, gemachtigde [naam], te betalen € 163,48 (zegge honderddrieënzestig euro en achtenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer2], te betalen € 350,- (zegge driehonderdenvijftig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 350,-, subsidiair 7 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer2], te betalen € 350,-, (zegge driehonderdenvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 7 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. E. de Boer (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. C. van Linschoten, rechters,

in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 april 2012.