Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW3666

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-04-2012
Datum publicatie
24-04-2012
Zaaknummer
213825
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over de nakoming van ee nprovisieregeling in een overeenkomst m.b.t. te plaatsen windmolens.

Bewijsopdrachten aan eiser, die zich beroept op toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de (provisieregeling in de) overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 213825 / HA ZA 11-1066

Vonnis van 11 april 2012

in de zaak van

[eiser],

h.o.d.n. MEA- ADVIESBURO MILIEU, ENERGIE EN AFVAL,

wonende te Dronrijp,

eiser,

advocaat mr. E.Tj. Van Dalen te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap

VESTAS BENELUX B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

advocaat mr. A.H. de Haas van Dorsser te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Vestas Benelux genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 oktober 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 9 februari 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] heeft een eenmanszaak die zich richt op advisering op het gebied van onder meer windenergie.

2.2. Op 25 juli 1994 is tussen [eiser] en Nedergie B.V. (hierna: Nedergie), vertegenwoordigd door [betrokkene] (hierna: [betrokkene] sr.) een overeenkomst gesloten. [betrokkene] sr. was enig bestuurder van Nedergie. Nedergie is op 11 januari 2000 ontbonden bij gebrek aan baten. Uit de overeenkomst van 25 juli 1994 volgt dat partijen kort gezegd zijn overeengekomen dat [eiser] voor door hem verrichte voorbereidings- en begeleidingswerkzaamheden voor elke geplaatste windturbine van het merk Micon een provisie zou ontvangen van Nedergie.

2.3. Micon Windkracht B.V. i.o. (hierna: Micon Windkracht) heeft tussen 1 april 1995 en 23 juli 1999 als eenmanszaak ingeschreven gestaan in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. [betrokkene] (hierna: [betrokkene] jr.) was hiervan procuratiehouder met een beperkte volmacht. In het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat vermeld dat de onderneming werd gedreven voor rekening van Micon A/S te Denemarken.

2.4. Bij brief van 14 december 1995 heeft [betrokkene] jr. namens Micon Windkracht aan [eiser] bericht:

Bij deze bevestig ik de als vertrouwelijk te behandelen afspraken tussen Micon Windkracht en MEA-adviesbureau als volgt:

Micon Windkracht zal in principe per nieuwe door MEA-adviesbureau gerealiseerde Micon windturbine een vergoeding van 0,75% van de koopprijs betalen. (...)

Verder zal Micon Windkracht 2% van haar aanneemsom voor de installatiewerkzaamheden aan MEA-adviesbureau vergoeden. (...)

De vergoedingen worden door MEA-adviesbureau na inbedrijfstellen van de windturbine aan ons gefactureerd. (...)

Deze afspraken zullen binnen afzienbare tijd worden vertaald in een volledig contract (...) Wellicht dat je binnenkort ook positief zult reageren op het aangeboden agentschap voor Micon in Friesland zodat we dat meteen in het te maken contract kunnen opnemen. (...)

2.5. Bij brief van 28 mei 1996 heeft [betrokkene] jr. namens Micon Windkracht aan [eiser] bericht voor zover van belang:

(...)

Betreft: Agentschap Micon

(...) In reactie op ons mondeling overleg en uw brief van 7 mei jl. kan ik u het volgende meedelen:

- (...)

- Voor de nog dit jaar te realiseren projecten, zijn wij bereid maximaal volgende commissie (exclusief BTW) te betalen, na realisatie:

(...)

1. 2xM700 Wommels-Finkum f. 8.500,--

2. 7xM700/M750 Skuzum f. 24.500,--

3. 9xM750 Nijkerkerpolder f. 52.500,--

(...)

2.6. Bij brief van 20 september 1996 heeft [betrokkene] jr namens Micon Windkracht aan [eiser] voor zover van belang bericht:

(…) Voor de realisatie van het project Skuzum zijn wij bereid 0,75% van de molenprijs te betalen als commissie. Dit is dus 0,75% van f. 2.840.000,-- zijnde f. 21.300,--.

(…)

Wij zullen vandaag een voorschot van f. 20.000,-- overmaken en de rest van de commissie voor Skuzum overmaken direct nadat wij van u een nieuwe, aangepaste nota hebben ontvangen.

2.7. Vestas Benelux maakt onderdeel uit van Vestas Central Europe A/S te Denemarken en handelt, repareert en onderhoudt windturbines. Vestas Central Europe A/S is op haar beurt een dochtervennootschap van Vestas Windsystems A/S. Vestas Europe A/S heeft in 1995 Vestas Nederland Windtechnologie B.V. opgericht. Dit laatste bedrijf is in 2006 als gevolg van een juridische fusie opgegaan in NEG Micon Holland B.V. (hierna: NEG Micon Holland). NEG Micon Holland heeft op 7 juli 2006 haar statutaire naam gewijzigd in Vestas Benelux.

2.8. Bij brief van 20 februari 2008 heeft [eiser] aan Vestas Benelux als volgt bericht:

Aangezien de plaatsing van de windparkmolens in de Nijkerkerpolder inmiddels is gerealiseerd kom ik terug op de destijds afgesproken provisieregeling met NEG-Micon welke in overleg met Vestas is overgenomen.

Ik refereer daarbij aan het schriftelijke dokument van 28 mei 1996, waarin Micon destijds het vergoedingsbedrag van f. 52.500 (te weten € 23.820) voor de molens in de Nijkerkerpolder is overeengekomen, zijnde een 1% provisieregeling.

Te uwer informatie hebben zowel NEG-Micon (dhr. [betrokkene] en [betrokkene A]) als Vestas (dhr. [betrokkene B]) zich positief uitgesproken voor genoemde provisieregeling en zijn de vergoedingen voor de geplaatste windmolens (ca. 30 stuks) ook steeds betaald.

De realisatie van het projekt Nijkerkerpolder, waar wij ook de adviseur van zijn vanaf 1992, heeft echter zeer lang op zich laten wachten en werd destijds van NEG-Micon overgenomen door Vestas. Uit gesprekken met de heren [ ] [betrokkene A] en [ ] [betrokkene C] en later [ ] [betrokkene D] in bijzijn van [ ] [betrokkene C] werden de op kontraktbasis vastgelegde vergoedingsbedragen door Vestas overgenomen. Zie bijgaande dokumenten d.d. 2004 en 2007.

(...)

Met betrekking tot het gerealiseerde projekt Nijkerkerpolder zou ik u willen verzoeken om het vastgestelde bedrag van € 23.820 aan ons buro over te maken; zie bijgaande faktuur. De faktuur 175A.2007 voor 50% van deze gelden d.d. 15 oktober 2007, welke aan uw bedrijf is toegestuurd, komt daarmee te vervallen.

2.9. De (toenmalige) gemachtigde van [eiser] heeft bij diverse brieven Vestas Benelux in gebreke gesteld tot betaling van € 28.345,80 incl. btw.

2.10. Bij de stukken bevindt zich een brief van [betrokkene] jr. aan [eiser] van 17 september 2010. De brief luidt voor zover van belang als volgt:

Wel wil ik bij deze bevestigen dat er afspraken bestonden tussen MEA Adviesburo en Nedergie en daarna Micon Windkracht over de betaling van een commissie voor het realiseren van windturbines door MEA Adviesburo. De correspondentie met betrekking tot deze afspraken die je met je concept brief meestuurde ((…) de overeenkomst tussen Nedergie en MEA Adviesburo van 25 juli 1994, mijn brief namens Micon Windkracht van 28 mei 1996 (…) ) is authentiek en de daarin vastgelegde afspraken zijn zover ik weet tijdens de periode dat ik werkzaam was voor Nedergie, Micon Windkracht en NEG Micon nagekomen.

Overigens wil ik wel opmerken dat wij indertijd de uiteindelijk aan MEA Adviesburo te betalen commissie voor bepaalde projecten in overleg met jou hebben aangepast omdat Micon Windkracht nog veel energie en geld in de realisatie van deze projecten moest stoppen, waardoor het betalen van een (complete) commissie aan MEA Adviesburo niet realistisch was. Voor Nijkerkerpolder heeft Micon Windkracht indertijd ook kosten gemaakt - en wellicht zijn er na mijn tijd nog meer kosten voor de realisatie gemaakt door NEG Micon en/of Vestas - maar hoe deze zich verhouden tot de oorspronkelijk afgesproken commissie kan ik niet nagaan.

Wat vervolgens een redelijke vergoeding is voor je jarenlange inspanning voor het project Nijkerkerpolder is niet aan mij en daarnaast zonder de onderliggende financiële details en kennis over jouw inspanningen van de afgelopen jaren onmogelijk in te schatten.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat - veroordeling van Vestas Benelux tot betaling van € 29.845,50, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Vestas Benelux toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen uit de overeenkomst van 1996. In deze overeenkomst is een provisieregeling van 1% voor [eiser] opgenomen over de te plaatsen windmolens in de Nijkerkerpolder te Marrum. Vestas Benelux heeft als gevolg van een aantal overnames en fusies de contractuele verplichtingen van Micon Windkracht overgenomen. [eiser] heeft in de daaropvolgende jaren voortdurend contact gehad met vertegenwoordigers van Vestas Benelux en haar rechtsvoorgangers, met name in de personen van de heren Leferink en [betrokkene C]. Beiden waren op de hoogte van de in 1996 gemaakte afspraken. Vestas Benelux heeft zich ook feitelijk met de plaatsing van het windmolenpark Nijkerkerpolder beziggehouden. Ter comparitie heeft [eiser] nog gesteld dat bij de fusie tussen Micon A/S en Nordtank Energie Group A/S alle afspraken door NEG Micon A/S zijn overgenomen en dat NEG Micon Holland de afspraken heeft overgenomen van Micon Windkracht. [eiser] heeft gesteld dat deze afspraken zijn bevestigd in Rhenen.

3.3. Vestas Benelux voert verweer. Zij stelt zich op het standpunt dat zij geen partij is bij de overeenkomst tussen Nedergie en [eiser], noch bij die tussen Micon Windkracht en [eiser]. Vestas Benelux heeft Nedergie niet overgenomen. Micon Windkracht is geen rechtsopvolger van Nedergie. Vestas Benelux betwist dat Micon Windkracht voor rekening van Micon A/S handelde. Voor zover dat wel juist zou zijn dan is Vestas Benelux nog niet gebonden, omdat niet zij maar Vestas Wind Systems A/S de rechtsopvolger is van Micon A/S.

Voor zover Vestas Benelux wel gebonden zou zijn aan de afspraken tussen [eiser] en Micon Windkracht voert Vestas Benelux diverse verweren aan.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Vooropgesteld moet worden dat [eiser] aan zijn vordering niet de overeenkomst uit 1995 met Nedergie ten grondslag legt, maar de overeenkomst van 28 mei 1996 met Micon Windkracht. Vervolgens is de vraag of Vestas Benelux thans heeft te gelden als wederpartij van [eiser] op grond van die overeenkomst uit 1996, hetgeen Vestas Benelux betwist.

4.2. De wederpartij van [eiser] bij de overeenkomst van 28 mei 1996 was Micon Windkracht. Uit het uittreksel uit het handelsregister volgt dat Micon Windkracht een besloten vennootschap in oprichting was die als eenmanszaak van [betrokkene] jr. stond ingeschreven en inmiddels niet meer bestaat (2.3).

4.3. [eiser] stelt dat NEG Micon Holland, waarvan vast staat dat zij een rechtsvoorgangster is van Vestas Benelux, alle afspraken van Micon Windkracht heeft overgenomen als gevolg juridische overnames en fusies. Tegenover de uitdrukkelijke betwisting door Vestas Benelux heeft [eiser] onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat Vestas Benelux rechtsopvolgster is van Micon Windkracht. Voor zover Micon Windkracht voor rekening van Micon A/S handelde, geldt bovendien als onbetwist dat niet Vestas Benelux maar Vestas Wind Systems A/S de rechtsopvolgster is van Micon A/S.

4.4. Voor zover [eiser] stelt dat er sprake is van een contractsoverneming door NEG Micon Holland, heeft [eiser] onvoldoende gesteld. Contractsoverneming (art. 6:159 BW) vereist immers een daartoe opgemaakte akte. Nu [eiser] dit niet heeft gesteld, moet her ervoor worden gehouden dat daarvan geen sprake is.

4.5. Voor zover [eiser] zich beroept op een nieuwe afspraak, waarin is afgesproken dat NEG Micon Holland de afspraken die door [betrokkene] jr. namens Micon Windkracht jegens [eiser] waren aangegaan zou nakomen, geldt het volgende. [eiser] beroept zich daarbij op de brief van [betrokkene] jr. van 17 september 2010 (2.10), waarin staat vermeld dat de afspraken uit onder meer de overeenkomst van 28 mei 1996 gedurende de periode dat [betrokkene] jr. werkzaam was voor Nedergie, Micon Windkracht en NEG Micon Holland zijn nagekomen. Voorts heeft [eiser] ter comparitie verklaard dat hij er gegevens van heeft dat NEG Micon Holland de afspraken heeft overgenomen van Micon Windkracht en dat deze afspraken vervolgens zijn bevestigd in gesprekken in Rhenen. Vestas Benelux betwist dit alles, doch betwist niet betrokken te zijn geweest bij het project Nijkerkerpolder.

4.6. De rechtbank gaat ervan uit dat [eiser] doelt op gesprekken met [ ] [betrokkene A], [ ] [betrokkene C] en [ ] [betrokkene D], zoals beschreven in de brief van 20 februari 2008 (2.7), alsmede op documenten uit 2004 en 2007. Nu hij ter comparitie uitdrukkelijk bewijs op dit punt heeft aangeboden, zal hij tot het bewijs worden toegelaten dat met NEG Micon Holland de afspraak is gemaakt dat zij aan [eiser] commissies zou voldoen conform de voorwaarden als omschreven in de overeenkomst van 1996 tussen Micon Windkracht en [eiser]. Indien [eiser] in het bewijs hiervan slaagt, staat daarmee de contractuele relatie tussen [eiser] en Vestas Benelux vast en is Vestas Benelux in beginsel gehouden om de verplichtingen conform de overeenkomst van 1996 te voldoen.

4.7. [eiser] heeft in dit verband nog gesteld dat hij na de fusie tussen Micon A/S en Nordtank door NEG Micon Holland is betaald voor werkzaamheden uit de overeenkomst van 1996. Nu in het geheel niet gesteld is waar deze betalingen op zien, kan deze stelling niet tot bewijs bijdragen.

4.8. Vooruitlopend op de bewijslevering behandelt de rechtbank alvast de inhoudelijke verweren van Vestas Benelux.

4.9. Voor zover Vestas Benelux gebonden zou zijn aan voorwaarden uit de overeenkomst van 1996 voert zij aan dat [eiser] geen aanspraak kan maken op betaling omdat de aanspraak gold onder de voorwaarde dat het project gereed was in 1996 en het project Nijkerkerpolder pas in 2007 is gerealiseerd.

4.10. [eiser] heeft ter comparitie hierover verklaard dat uit de overeenkomst geen deadline is af te leiden. Voorts heeft hij verklaard:

Dat ligt ook niet voor de hand, omdat het tijdstip van realisatie afhankelijk was van de vergunning. De zinsnede “voor de nog dit jaar te realiseren projecten” sloeg op de goede hoop. De subsidies liepen door en daarmee werden ook de afgesproken commissies voor de andere projecten aangehouden. De projecten Wommels-Finkum en Skuzum zijn in 1997 of 1998 opgeleverd. Daar zijn ook Micon A/S molens geplaatst en de afgesproken commissies gewoon betaald. Ik denk dat ik daar bewijs van heb.

4.11. Vestas Benelux heeft daar tegenover ter comparitie aangevoerd dat haar niet bekend is of de projecten Wommels-Finkum en Skuzum zijn betaald en wanneer die zijn opgeleverd.

4.12. Partijen verschillen aldus van mening over de uitleg van zinsnede uit de overeenkomst van 1996. De rechtbank stelt voorop dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.13. Aan de taalkundige uitleg van de bepaling komt in het onderhavige geval in beginsel veel betekenis toe, omdat [eiser] zelf deze overeenkomst centraal stelt. De tekst van de zinsnede op zich is duidelijk en koppelt de verschuldigdheid van de commissie aan de voorwaarde dat de projecten nog dat zelfde jaar gerealiseerd worden. Niettemin bestaat aanleiding om af te wijken van de in redelijkheid niet mis te verstane bewoordingen van de overeenkomst, voor zover [eiser] gemotiveerd stelt en, zonodig, bewijst dat, gelet op de omstandigheden van het geval, aan die bewoordingen een afwijkende betekenis toekomt. [eiser] stelt dat de projecten Wommels-Finkum en/of Skuzum na 1996 zijn opgeleverd en dat [eiser] daarvoor uit hoofde van de overeenkomst van 28 mei 1996 commissie heeft ontvangen. Als dat vast komt te staan, alsmede dat NEG Micon Holland daarvan op de hoogte was, althans redelijkerwijs had moeten zijn, dan heeft te gelden dat de partijen geen harde deadline hebben afgesproken en mocht [eiser] redelijkerwijs verwachten dat hij ook voor het realiseren van het project Nijkerkerpolder na 1996 commissie zou ontvangen. De rechtbank merkt op dat uit de brief van [betrokkene] jr. van 20 september 1996 (2.6) lijkt te volgen dat het project Skuzum al in 1996 gerealiseerd was. [eiser] zal gelet op zijn aanbod ook alvast tot bewijs op dit punt worden toegelaten. Indien [eiser] niet in dit bewijs slaagt, betekent dit dat, nu niet in geschil is dat het project Nijkerkerpolder eerst in 2008 is gerealiseerd, geen aanspraak meer op vergoeding van de commissie kan worden gemaakt. Indien hij wel slaagt in zijn bewijs, komt [eiser] in beginsel commissie toe voor het realiseren van het project Nijkerkerpolder.

4.14. Vestas Benelux voert voorts aan dat het maximumbedrag aan commissie voor het project Nijkerkerpolder is gebaseerd op negen windturbines terwijl er maar zeven zijn geplaatst. Ter comparitie heeft zij aangegeven dat er negen windturbines van 400 kWh waren gepland en dat er uiteindelijk zeven geplaatst zijn van 750 kWh per stuk. Daarnaast is de aanspraak volgens Vestas Benelux afhankelijk van de uitvoering door [eiser] van bepaalde werkzaamheden, die met name bestaan uit het begeleiden en faciliteren van de windturbine-eigenaren bij het aanvragen en verkrijgen van de benodigde vergunningen en subsidies. Gelet op de enorme vertraging die het project had opgelopen, heeft Vestas Benelux dit uiteindelijk zelf gedaan. Ten slotte dienen op een eventuele commissie in mindering te worden gebracht de kosten van het grondonderzoek door Fugro Ingenieursbureau B.V. ad € 7.735,00 en andere kosten tot een totaal van € 15.160,00.

4.15. [eiser] heeft niet betwist dat er minder windturbines zijn geplaatst. Volgens hem zou er afgerekend worden op basis van het aantal kWh. Dit was uiteindelijk hoger. Ter comparitie heeft [eiser] voorts verklaard:

de commissie is gebaseerd op de aankoopprijs van de molens en de fundering. Dit was 5,2 miljoen gulden. De commissie van 1%, neerkomend op f. 52.500,00, is gebaseerd op 0,75% van de molenprijs en 2% van de aanneemsom van de fundering. Dat blijkt uit productie 5 bij dagvaarding. De uiteindelijke aanschafprijs is 6,8 miljoen gulden geweest. Er was in de overeenkomst een ondergrens van 0,75% afgesproken. Omdat [betrokkene] jr. en [betrokkene E] ook nog werkzaamheden hebben verricht en er ook vogelonderzoek is verricht was er reden tot verlaging van de commissie naar 0,75%. Dat zou dan wel over de verhoogde aankoopprijs van 6,8 miljoen gulden gaan. Uiteindelijk is in 2001 met hen afgesproken dat dit neer zou komen op de oorspronkelijke prijs van f. 52.500,00. Tot en met de eerste fase had ik recht op de volledige vergoeding, in de tweede fase zijn door Micon Windkracht, NEG Micon Holland en Vestas werkzaamheden verricht. Al deze kosten, zoals genoemd in productie 9 bij antwoord zijn verdisconteerd in de afspraak van 2001. Alleen de kosten van Fugro telden niet mee.

4.16. Volgens [eiser] zijn al de kosten die Vestas Benelux in mindering wenst te brengen op de commissie verdisconteerd in de nadere afspraak van 2001 die hij met [betrokkene E] heeft gemaakt, toen werkzaam voor NEG Micon Holland, met uitzondering van de kosten van Fugro. Deze telden niet mee. Vestas Benelux betwist het bestaan van die afspraak uitdrukkelijk. De kosten die Vestas Benelux in mindering wenst te brengen zijn de kosten van DHV ad € 5.050,00, de kosten van Fugro ad € 7.735,00, de kosten van Geo Consult ad € 875,00 en de kosten van “Hoogte locatie inmeten” ad € 1.500,00. [eiser] zal tot het bewijs van de nadere afspraak uit 2001 worden toegelaten, waarbij is afgesproken dat hij een bedrag van f. 52.500,00 aan commissie zou ontvangen. Indien [eiser] in het bewijs hiervan slaagt, betekent dit dat de commissie ad f. 52.500,00 (€ 23.820,00) in beginsel toewijsbaar is. Indien hij hier niet in slaagt, dienen de door Vestas Benelux gestelde kosten (want op zichzelf niet betwist) behoudens die van Fugro in mindering te worden gebracht. Vooralsnog gaat de rechtbank ervan uit dat de kosten van Fugro hier niet in mindering op strekken omdat dit tegenover de betwisting door [eiser] door Vestas Benelux niet nader is onderbouwd.

4.17. Uit het voorgaande volgt dat aan [eiser] op drie punten bewijs zal worden opgedragen, zoals genoemd onder 4.6, 4.13 en 4.16. De zaak zal naar de rol worden verwezen om [eiser] in de gelegenheid te stellen aan te geven of en zo ja op welke wijze hij bewijs op deze punten wenst te leveren.

4.18. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. draagt [eiser] op te bewijzen dat met NEG Micon Holland de afspraak is gemaakt dat zij aan [eiser] commissies zou voldoen conform de voorwaarden als omschreven in de overeenkomst van 1996 tussen Micon Windkracht en [eiser].

5.2. draagt [eiser] op te bewijzen dat de projecten Wommels-Finkum en/of Skuzum na 1996 zijn opgeleverd en dat [eiser] daarvoor uit hoofde van de overeenkomst van 28 mei 1996 commissie heeft ontvangen,

5.3. draagt [eiser] op te bewijzen dat in 2001 met [betrokkene E] namens NEG Micon Holland is afgesproken dat [eiser] een bedrag van f. 52.500,00 (€ 23.820,00) aan commissie zou ontvangen en dat de kosten van DHV ad € 5.050,00, de kosten van Geo Consult ad € 875,00 en de kosten van “Hoogte locatie inmeten” ad € 1.500,00 in dat bedrag zijn verdisconteerd,

5.4. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 april 2012 voor uitlating door [eiser] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.5. bepaalt dat [eiser], indien hij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.6. bepaalt dat [eiser], indien hij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden mei tot en met juli 2012 direct moet opgeven, waarna dag en uur van de getuigenverhoren zullen worden bepaald,

5.7. bepaalt dat de getuigenverhoren zullen plaatsvinden op de terechtzitting van mr. A.M.P.T. Blokhuis in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

5.8. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.9. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.P.T. Blokhuis en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2012.