Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW3441

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-04-2012
Datum publicatie
20-04-2012
Zaaknummer
05/700121-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 30-jarige verdachte voor diefstal gevolgd van geweld en zware mishandeling tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk worden opgelegd met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod, deelname aan een gedragsinterventie en een behandelverplichting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/700121-12

Datum zitting : 6 april 2012

Datum uitspraak : 20 april 2012

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats]

thans gedetineerd in PI Rijnmond, HvB Noordsingel R'dam, Noordsingel 115

Rotterdam.

Raadsvrouw : mr. A.T.G. Van Wandelen, advocaat te Utrecht.

Officier van justitie: mr. L.M. Vogel.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 18 januari 2012 te Lienden, gemeente Buren, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel op ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd met geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte,

terwijl die [slachtoffer] een door hem bestuurd motorrijtuig (personen/bedrijfsauto) had vastgegrepen en/of op korte afstand voor en/of naast dat motorrijtuig stond, met dat motorrijtuig achteruit is gaan rijden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen, en/of

(vervolgens), terwijl die [slachtoffer] (op korte afstand) voor dat door hem bestuurde motorrijtuig op grond lag en terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] ook had waargenomen, in voorwaartse richting is weggereden, en/of

(daarbij) over het linker en/of het rechter been van die [slachtoffer] te rijden, althans dat hij nadat hij had gezien dat zij de (portier van de) auto vasthield en op de grond was gevallen, achterwaarts over haar heen is gereden en daarbij opnieuw gas heeft gegeven;

en terwijl die diefstal werd gepleegd op de openbare weg, de Gildeland, en/of

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel (een gebroken enkel en/of een gebroken kuitbeen en/of een gekneusde knie) voor die [slachtoffer] tot gevolg had;

2.

hij op of omstreeks 18 januari 2012 te Lienden, gemeente Buren, in elk geval in Nederland,

aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken enkel en/of een gebroken kuitbeen en/of een gekneusde knie), heeft toegebracht, door,

terwijl die [slachtoffer] een door hem bestuurd motorrijtuig (personen/bedrijfsauto) had vastgegrepen en/of op korte afstand voor en/of naast dat motorrijtuig stond, met dat motorrijtuig achteruit is gaan rijden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen, en/of

(vervolgens), terwijl die [slachtoffer] (op korte afstand) voor dat door hem bestuurde motorrijtuig op grond lag en terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] ook had waargenomen, in voorwaartse richting is weggereden, en/of

(daarbij) over het linker en/of het rechter been van die [slachtoffer] te rijden, althans dat hij nadat hij had gezien dat zij de (portier van de) auto vasthield en op de grond was gevallen, achterwaarts over haar heen is gereden en daarbij opnieuw gas heeft gegeven;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 18 januari 2012 te Lienden, gemeente Buren, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

opzettelijk,terwijl die [slachtoffer] een door hem bestuurd motorrijtuig (personen/bedrijfs-

auto) had vastgegrepen en/of op korte afstand voor en/of naast dat motorrijtuig stond, met dat motorrijtuig achteruit is gaan rijden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen, en/of

(vervolgens), terwijl die [slachtoffer] (op korte afstand) voor dat door hem bestuurde motorrijtuig op grond lag en terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] ook had waargenomen, in voorwaartse richting is weggereden, en/of

(daarbij) over het linker en/of het rechter been van die [slachtoffer] te ijden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 6 april 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. A.T.G. Van Wandelen, advocaat te Utrecht.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk dienen te worden opgelegd, met aftrek van de tijd dat verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden van verplicht reclasseringscontact.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Ten aanzien van feit 1

Zwaar lichamelijk letsel

Ter zake van het onder 1 tenlastegelegde zwaar lichamelijk letsel overweegt de rechtbank als volgt. [slachtoffer] heeft door het handelen van verdachte onder meer een onderbeenbreuk opgelopen, waaraan zij in het ziekenhuis is geopereerd. Door het letsel aan haar onderbeen heeft zij lang niet kunnen werken. Ter zitting heeft de rechtbank geconstateerd dat aangeefster nog met krukken loopt en zij nog niet geheel hersteld is van haar verwondingen. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke verwondingen een langdurige revalidatie behoeven. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat dit letsel, conform het algemene spraakgebruik, dient te worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.

Oogmerk

De verdediging heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de diefstal met geweld, nu verdachte niet het oogmerk heeft gehad om deze diefstal door middel van geweld te plegen met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden, te vergemakkelijken, bij betrapping de vlucht mogelijk te maken, of het bezit van het gestolene te verzekeren. Voorwaardelijk opzet op het toebrengen van letsel is onvoldoende om aanwezigheid van opzet bewezen te achten nu voor bewezenverklaring van het oogmerk een zwaardere opzet vorm is vereist.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit de verklaring van verdachte ter zitting blijkt dat hij, voordat hij de tas van aangeefster had gepakt, van plan was om een tas te stelen. Toen verdachte zag dat aangeefster de tas in haar auto legde, is hij zijn auto uitgestapt, heeft de tas uit de auto van aangeefster gepakt, meegenomen en is weer in zijn bestelbus gaan zitten en heeft zijn deur dichtgedaan.

Aangeefster heeft ter terechtzitting verklaard dat zij de achtervolging inzette. Zij pakte de deurgreep van de deur aan de bestuurderskant van de bestelbus van verdachte vast en wilde de deur opentrekken. Zij stond naast de bestelbus en had de deur vast, toen verdachte gas gaf en achteruit reed. Doordat de neus van de bestelbus uitzwenkte, viel aangeefster, is haar been onder de auto achter het linkervoorwiel gekomen en reed de bestelbus achteruit met genoemd voorwiel over haar been.

Verdachte heeft de lezing van aangeefster ter terechtzitting bevestigd en heeft verklaard dat aangeefster als het ware aan de kant werd geveegd, doordat de neus van de bestelbus uitzwenkte en dat hij aangeefster vervolgens uit het zicht is verloren.

Door op een zodanige wijze met een bestelbus achteruit te rijden, dat daardoor de neus uitzwenkte in de richting van aangeefster, terwijl zij vlak naast de auto stond en de deurgreep vast had, heeft verdachte willens en wetens geweld uitgeoefend op aangeefster met het doel om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken en zich het bezit van het gestolene te verzekeren. Dat verdachte niet het oogmerk had om aangeefster letsel toe te brengen, doet daar niet aan af. Daarom wordt het verweer verworpen en acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 2 primair

De verdediging heeft betoogd dat er geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Daarnaast zou verdachte geen opzet hebben gehad op het toebrengen van lichamelijk letsel. Er is geen sprake van bloot opzet en niet van voorwaardelijk opzet. Verdachte dient voor dit feit te worden vrijgesproken.

Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, verwijst de rechtbank naar de voorgaande overweging onder het kopje “zwaar lichamelijk letsel”.

In het onderhavige geval is de rechtbank van oordeel dat verdachte weliswaar geen boos opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, maar dat verdachte door te handelen, zoals hierboven omschreven, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel op zou lopen. Verdachte reed met de bestelbus achteruit, waarbij de neus van de bestelbus in de richting van aangeefster draaide. Hierdoor “veegde” hij aangeefster volgens eigen zeggen aan de kant en vervolgens verloor hij haar uit het zicht. Nu verdachte heeft verklaard dat hij aangeefster met de neus van zijn bestelbus aan de kant “veegde” en zij vervolgens uit zijn zicht verdween, moet hij zich gerealiseerd hebben dat aangeefster was gevallen. Verdachte vervolgde toch zijn vlucht.

Door onder deze omstandigheden te blijven doorrijden, bestond naar algemene ervaringsregels de aanmerkelijke kans dat verdachte aangeefster met zijn bestelbus zou overrijden en dat zij daarbij zwaar lichamelijk letsel op zou lopen. Daarom wordt het verweer verworpen en acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Gelet op het vorenstaande wordt ten aanzien van verdachte bewezen geacht dat:

1.

hij op 18 januari 2012 te Lienden, gemeente Buren, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas (met inhoud), toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd gevolgd met geweld gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

terwijl die [slachtoffer] een door hem bestuurd motorrijtuig had vastgegrepen en op korte afstand naast dat motorrijtuig stond, met dat motorrijtuig achteruit is gaan rijden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen, en

nadat hij had gezien dat zij de (portier van de) auto vasthield en op de grond was gevallen, achterwaarts over haar heen is gereden

en terwijl die diefstal werd gepleegd op de openbare weg, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel (een gebroken enkel en/of een gebroken kuitbeen en/of een gekneusde knie) voor die

[slachtoffer] tot gevolg had;

2.

hij op of omstreeks 18 januari 2012 te Lienden, gemeente Buren, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken enkel en/of een gebroken kuitbeen en/of een gekneusde knie), heeft toegebracht, door,

terwijl die [slachtoffer] een door hem bestuurd motorrijtuig had vastgegrepen en op korte afstand naast dat motorrijtuig stond, met dat motorrijtuig achteruit is gaan rijden, ten gevolge

waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen, en

hij nadat hij had gezien dat zij de (portier van de) auto vasthield en op de grond was gevallen, achterwaarts over haar heen is gereden

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal gevolgd van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Ten aanzien van feit 2:

Zware mishandeling

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 7 maart 2012;

• een reclasseringsadvies, opgemaakt door S. Bos, gedateerd 27 maart 2012, betreffende verdachte.

Uit het reclasseringsadvies komt naar voren dat verdachte zijn problemen hanteert door te vluchten in middelengebruik en zelfdestructief gedrag. De financiële situatie van verdachte is niet toereikend wanneer hij middelen gebruikt en verdachte pleegt delicten om hier toch in te kunnen voorzien. Het recidiverisico wordt ingeschat als hooggemiddeld. Geadviseerd wordt om verdachte een (gedeeltelijke) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden van meldingsgebod, deelname aan gedragsinterventie en behandelverplichting.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en zware mishandeling. Dergelijke feiten behoren tot de categorie van strafbare feiten die een grove inbreuk maken op de rechtsorde en die gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de directe slachtoffers. Ook heeft het slachtoffer door dit handelen letsel opgelopen. Verdachte mag van geluk spreken dat dit letsel in zekere zin ‘beperkt’ is gebleven en zij naar verwachting volledig zal herstellen. Dergelijke feiten rechtvaardigen een forse gevangenisstraf.

In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank evenwel laten meewegen dat verdachte ter zitting duidelijk zichtbaar aangeslagen was over het leed, dat hij het slachtoffer heeft berokkend en daarvan spijt heeft, terwijl het slachtoffer ter zitting heeft aangegeven dat zij hoopt dat verdachte deze negatieve gebeurtenis aangrijpt om zijn leven een positieve wending te geven. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden waarin verdachte verkeerde en nog verkeert. Deze persoonlijke omstandigheden rechtvaardigen een lagere onvoorwaardelijke straf dan door de officier van justitie is gevorderd.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met bijzondere voorwaarden van na te melden duur passend en geboden is.

Het voorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf, met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact, behandelverplichting en deelname aan een gedragsinterventie, is enerzijds bedoeld de ernst van de feiten te benadrukken en anderzijds om verdachte een verdere impuls te geven zijn leven op orde te krijgen en verdachte ervan te weerhouden dergelijke strafbare feiten in de toekomst te plegen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf van negen (9) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:

- Meldingsgebod

De veroordeelde moet zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering haar geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe moet veroordeelde zich binnen 14 dagen volgend op de datum van het einde van zijn detentie, tijdens kantooruren melden bij de Reclassering Nederland. Hierna moet hij zich gedurende door de Reclassering Nederland te bepalen perioden blijven melden zo frequent als deze reclasseringsinstelling dat gedurende deze periode nodig acht.

- Deelname aan een gedragsinterventie

De veroordeelde wordt verplicht deel te nemen aan de volgende gedraginterventies:

- cognitieve vaardigheden;

- leefstijltraining.

- Behandelverplichting

Gezien de directe samenhang van het middelengebruik en eventuele persoonlijkheidsproblematiek met het criminele gedrag van veroordeelde wordt hij verplicht zijn medewerking te verlenen aan diagnostiek en de (eventueel) eruit voortkomende geïndiceerde ambulante behandeling door Iriszorg.

Dit voor zover en zolang deze instelling dit in overleg met de reclassering noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan de (stichting) Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Aldus gewezen door:

mr. W.L.J.M. Duijst, voorzitter,

mr. C.M.E. Lagarde, rechter,

mr. J.J.H. van Laethem, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. G. Croes, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 april 2012.