Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW2941

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
13-04-2012
Datum publicatie
17-04-2012
Zaaknummer
773925 BH VERZ 11-11160
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schadevergoeding wegens slecht bewind (art. 1:362 BW). Zonder onderbouwing door

bewindvoerder mag van rechthebbende die ambulante begeleiding geniet, niet worden

verwacht dat deze uit betalingsoverzichten begrijpt dat geen premies meer worden

betaald voor reeds lang bestaande kapitaalverzekeringen. Schadeberekening door

kantonrechter in goede justitie ter vermijding van verdere kosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 773925 \ BH VERZ 11-11160 \ 163 PH

uitspraak van 13 april 2012

beschikking houdende ambtshalve toepassing van artikel 1:362 BW

in de zaak van

[rechthebbende]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

procederend in persoon

en

[bewindvoerder]

gevestigd te [vestigingsplaats]

verwerende partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna [rechthebbende] en [bewindvoerder] genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de tussenbeschikking van 15 december 2011

- de brief van [rechthebbende] gedateerd 6 januari 2012, ontvangen op 9 februari 2012, met producties

- de brief van [bewindvoerder] van 16 maart, ontvangen 22 maart 2012 met producties

De verdere beoordeling

1. In genoemde tussenbeschikking is [rechthebbende] in de gelegenheid gesteld om de door haar geleden schade nader te specificeren en te onderbouwen.

2. [rechthebbende] heeft haar schade in vier posten gespecificeerd.

(a) Zij moet € 1.388,- wegens teveel ontvangen huurtoeslag in 2009 aan de belastingdienst terugbetalen, omdat [bewindvoerder] bij haar aanvraag voor huurtoeslag in september 2009 terugwerkende kracht tot april 2009 heeft gevraagd, terwijl zij kon weten dat de zoon van [rechthebbende] nog tot eind 2009 op haar adres in de GBA ingeschreven zou blijven.

Inmiddels betaalt zij vanaf mei 2011 € 55 per maand terug.

(b) Zij dient € 939 wegens teveel ontvangen huurtoeslag in 2010 aan de belastingdienst terug te betalen, omdat [bewindvoerder] bij haar aanvraag voor huurtoeslag heeft verzuimd de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2009 te vergelijken met de voorlopige aanslag 2010, waardoor zij, [bewindvoerder], niet heeft opgemerkt dat haar inkomen van het UWV niet was meegeteld. Inmiddels betaalt zij € 40 per maand terug.

(c ) [bewindvoerder] heeft na betaling onder haar beheer van twee premietermijnen op 27 mei 2004 voor twee levensverzekeringen, verzuimd verdere premiebetalingen te verrichten. De ene verzekering, die in 1989 was afgesloten, zou na einde van de contractuele looptijd tot 2034 een bedrag van € 6.000 uitkeren, maar is door de verzekeraar afgekocht voor € 423 netto. Bij de andere verzekering is er nog een mogelijkheid tot voortzetting, mits een bedrag aan premie van bijna € 600 ineens wordt gestort.

(d) Zij vraagt terugbetaling van de aan [bewindvoerder] in de periode april 2009 tot en met november 2010 betaalde bewindvoerdervergoeding wegens de door [bewindvoerder] gemaakte fouten. Het gaat om € 1.445.

3. [bewindvoerder] heeft de klachten met argumenten bestreden. Op haar verweer zal hierna worden ingegaan.

4. Terugbetaling van € 1.388,- wegens teveel ontvangen huurtoeslag in 2009.

De kantonrechter overweegt dat in de tussenbeschikking is vastgesteld dat deze klacht gegrond is. In deze eindbeschikking komt de vraag aan de orde of [rechthebbende] daardoor schade heeft geleden.

Het feit dat [rechthebbende] vanaf mei 2011 doende is dit bedrag in termijnen terug te betalen, betekent echter niet dat zij schade lijdt ter grootte van dit bedrag. In een eerdere periode, 2009, heeft zij namelijk meer ontvangen dan waarop zij recht had.

Omdat [rechthebbende] niet vermeldt dat zij dit bedrag op een spaarrekening heeft staan, moet de kantonrechter aannemen dat het teveel ontvangen geld in die periode is gebruikt voor de afbetaling van haar schulden en/of de financiering van haar huishouden. Zij heeft daarvan in die periode het financieel genot gehad. Met andere woorden: als zij toen niet dat bedrag teveel had ontvangen, dan had zij nu een hogere restantschuld gehad of had zij geen spullen kunnen kopen die zij in de tussentijd heeft kunnen gebruiken.

Omdat zij niet méér hoeft terug te betalen dan zij teveel heeft ontvangen, lijdt [rechthebbende] geen schade.

5. Hetzelfde geldt voor de gevraagde terugbetaling van € 939.

6. Over de niet betaalde premies voor de levensverzekeringen merkt [bewindvoerder] het volgende op.

Het feit dat iemand onder bewind staat betekent niet dat hij geen enkele verantwoordelijkheid meer heeft met betrekking tot de eigen financiële zaken. [rechthebbende] heeft maandelijks overzichten van de betalingen ontvangen en jaarlijks in januari een compleet overzicht van de bankgegevens van het voorgaande jaar.

Het verbaast haar dat [rechthebbende] pas na 7 jaar hierop terugkomt, terwijl zij al die tijd werd bijgestaan door de hulpverlener, die haar ook bij de mondelinge behandeling heeft bijgestaan. Een bewijs van royement van de verzekeringen is niet overgelegd. [bewindvoerder] heeft nooit – rechtstreeks van de verzekeringsmaatschappij, noch via [rechthebbende] aanmaningen ontvangen. Een royement vindt niet plaats zonder aanmaningen.

De betalingen hebben plaats gevonden in mei 2004, in de opstartfase van het bewind, waarin nog veel zaken onzeker zijn en uitgezocht moeten worden. Het is voor [bewindvoerder] de vraag of aan haar de wetenschap van het bestaan van deze verzekeringen kan worden toegerekend op grond van een enkele afschrijving.

Verder acht zij de opmerking van [rechthebbende] feitelijk onjuist, dat er genoeg geld was om de premie te betalen omdat er geen schulden waren. Zij verwijst naar haar brief aan rechthebbende van 9 februari 2005. Daarin wordt melding gemaakt van schulden bij de gemeente de woningstichting en bij [bewindvoerder] wegens voorgeschoten leefgelden. [bewindvoerder] stelt daarin voor om de gemeente en [bewindvoerder] af te betalen uit een teruggave van Nuon, zodat alleen nog de schuld bij de woningstichting zal overblijven.

Tenslotte beroept [bewindvoerder] zich op verjaring, daar [rechthebbende] al in de loop van 2004, uiterlijk in januari 2005 bij de ontvangst van het jaaroverzicht op de hoogte was van het niet betalen van de premie.

7. De kantonrechter stelt voorop dat een beschermingsbewind wordt ingesteld omdat de rechthebbende niet in staat is – bij vlagen of permanent – zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk te behartigen. De bewindvoerder wordt daarom geacht dit juist wel behoorlijk te doen.

De omstandigheid dat [rechthebbende] al die jaren begeleiding van een instelling van ambulante hulpverlening heeft genoten, is een aanwijzing dat zij gedurende de gehele bewindsperiode niet in staat is geweest om haar belangen in het algemeen zelf behoorlijk te behartigen. Om die reden mag er niet zonder meer van worden uitgegaan dat mevrouw gedurende het bewind in staat is geweest om de toegestuurde overzichten behoorlijk te interpreteren.

Daar komt bij dat het moeilijker is om uit overzichten van betalingen af te leiden dat iets niet is betaald, dan dat opvalt dat bepaalde betalingen wel zijn gedaan.

Nadat de opstartfase van het bewind voorbij was, had [bewindvoerder] de vraag moeten onderzoeken, waarom zij in mei 2004 premies voor twee verzekeringen had betaald, terwijl haar daarvan geen onderliggende stukken bekend waren. Door daarnaar onderzoek te doen, was zij – naar redelijkerwijs moet worden aangenomen – tijdig voor het royement achter het bestaan van de polissen gekomen.

In verband met de hiervoor beschreven situatie van [rechthebbende] mag niet – zonder feitelijke onderbouwing van het bevattingsvermogen van mevrouw, dat [bewindvoerder] niet aannemelijk heeft gemaakt - worden aangenomen dat zij eerder dan kort voor het indienen van haar klacht bekend was, of bekend had kunnen zijn, met de schade die zij dreigde te lijden door het uitblijven van premiebetalingen.

[bewindvoerder] is daarom aansprakelijk voor schade die mevrouw hierdoor heeft geleden.

8. Wat is de schade die [rechthebbende] heeft geleden?

Uit de door haar overgelegde polis blijkt dat de verzekerde som een bedrag van Hfl 6.000 was. Dat is € 2.722,68. De maandelijkse premie bedroeg Hfl 9,86 (= € 4,47); te voldoen elke 15e van de maand tot 15 februari 2034. Door na 27 mei 2004 geen betalingen meer te verrichten heeft [rechthebbende] gedurende de resterende 345 maanden van de looptijd van het contract geen premie meer betaald. Zij heeft daarmee een bedrag van

€ 1.542,15 bespaard.

Daarnaast moet rekening worden gehouden met de door haar ontvangen netto afkoopsom van € 423,-, waardoor haar schade eveneens wordt verminderd.

Tenslotte heeft zij eerder dan contractueel was vastgelegd de beschikking gekregen over de contante waarde, namelijk de afkoopsom van € 423,-. Uit de brief de verzekeraar van 29 juli 2011 (die [rechthebbende] heeft overgelegd) begrijpt de kantonrechter dat de verzekeraar een aanbod tot afkoop heeft gedaan dat geldig was tot 12 augustus 2011. Mevrouw moest aan een aantal formaliteiten voldoen als zij wenste af te kopen. Nu zij daarover niets heeft gesteld, neemt de kantonrechter in redelijkheid aan dat de afkoopsom is uitbetaald de maand na verloop van het aanbod, september 2011. De uitkering van het opgebouwde kapitaal zou volgens de polis bij haar overlijden plaatsvinden. Nu partijen zich hierover niet hebben uitgelaten, zal de kantonrechter gelet op de geringe omvang van de schade enerzijds en de kosten van verder procederen anderzijds (voornamelijk tijdsbelasting bij bewindvoerder en de rechtbank), in redelijkheid de schade berekenen op basis van algemeen bekende gegevens.

Uitgaande van een verwachte levensduur van 81 jaar voor volwassen vrouwen in Nederland (NRCNext april 2012) heeft [rechthebbende] (geboren op [dag en maand] 1957) gedurende, afgerond, 26 jaar vóór de vermoedelijke uitkeringsdatum al de beschikking gehad over het tot dan toe opgebouwde kapitaal. Dat betekent een rentevoordeel over dat bedrag tegen een in redelijkheid – gelet op de huidige rentestanden - op 2,5% per jaar te stellen rekenrente van: 26 x 2,5% x € 423 = € 274,95. De schade bedraagt derhalve € 2.722,68 – (€ 1.542,15 + € 423,- + € 274,95) = € 482,58.

Ter compensatie van de aanmerkelijke kans dat het [rechthebbende] het in haar financiële situatie niet zal lukken om dit bedrag 26 jaar lang apart te zetten, is geen rente over rente gerekend.

Het nalaten van [bewindvoerder] dat heeft geleid tot deze schade is slecht bewind geweest in de zin van artikel 1:362 BW.

9. Het niet betalen van de premies voor de andere kapitaalverzekering heeft niet tot schade bij rechthebbende geleid, nu herstel van de verzekering mogelijk blijkt tegen betaling ineens van de achterstallige premies.

10. De aan [bewindvoerder] in de periode april 2009 tot en met november 2010 betaalde bewindvoerdervergoeding van € 1.445.

De vergoeding van een bewindvoerder is niet een resultaatbeloning, maar een inspanningsbeloning. Voor zijn beloning dient de bewindvoerder bepaalde inspanningen te verrichten, zoals het betalingsverkeer uitvoeren en administreren, aanvragen doen bij instanties, afspraken maken met schuldeisers over een afbetalingsregeling, vragen van rechthebbende beantwoorden, overzichten van de ontvangen en uitgegeven gelden maken en aan het eind van en jaar een rekening en verantwoording maken.

Als een bewindvoerder bij zijn werk fouten maakt, moet de daardoor ontstane schade door hem worden vergoed. Zijn beloning mag hij echter behouden, want hij heeft de uren wel gewerkt en daarvan heeft rechthebbende ook de voordelen van een geordend financieel beheer gehad.

11. Samenvattend moet worden geoordeeld dat [bewindvoerder] aansprakelijk is voor de schade van

€ 482,58 omdat de klacht onder (c ) gegrond is in de mate zoals is overwogen in punt 8. Zij zal tot vergoeding van de schade worden veroordeeld.

De overige klachten leiden niet tot aansprakelijkheid aan de zijde van [bewindvoerder].

De beslissing

De kantonrechter,

stelt de schade die [rechthebbende] heeft geleden door slecht bewind van [bewindvoerder] vast op € 482,58;

veroordeelt [bewindvoerder] tot betaling aan [rechthebbende] tegen behoorlijke kwijting van

€ 482,58;

verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

ziet geen aanleiding tot verdergaande ambtshalve toepassing van artikel 1:362 BW.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. P.A. Huidekoper en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2012.