Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW2518

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-04-2012
Datum publicatie
23-04-2012
Zaaknummer
221548
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6239
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Goederentransportverzekeraar.

Interpolis vordert schadevergoeding van vervoerder wegens schade aan vervoerde goederen tijdens transport. Artikel 32 CMR; ingangsdatum verjaringstermijn. Beroep op verjaring slaagt. Verstekvonnis vernietigd; vorderingen verzekeraar alsnog afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2012/139

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 221548 / HA ZA 11-1387

Vonnis in verzet van 4 april 2012

in de zaak van

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERING N.V.,

handelend onder de naam INTERPOLIS,

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. M. Bouman te Eindhoven,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROTRA FORWARDING B.V.,

gevestigd te Doesburg,

gedaagde,

eiseres in het verzet,

advocaat mr. R.W.J.M. te Pas te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Interpolis en Rotra genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 november 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 14 maart 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Interpolis is de goederentransportverzekeraar van Pacton Trailers B.V.

2.2. In maart 2010 verkoopt Pacton vier containerchassis aan T&T Srl, gevestigd in Reggio Emilia, Italië. Rotra komt met Pacton overeen dat zij drie containerchassis over de weg vervoert van Ommen naar T&T Srl. Er wordt een CMR-vrachtbrief opgemaakt.

2.3. Pacton levert als de chauffeur van Rotra op 17 maart 2010 bij haar arriveert, de drie chassis gestapeld en voorzien van spanbanden aan voor het transport. De drie te vervoeren chassis worden aan het voertuig van Rotra gekoppeld in die zin dat de onderste van de drie gestapelde chassis daaraan vastgekoppeld wordt. De chauffeur rijdt met de drie chassis weg, komt later terug om twee vergeten kisten met onderdelen op te halen en vertrekt opnieuw.

2.4. Op 17 maart 2010 gaan bij het oprijden van de Autobahn 31 in Duitsland de bovenste twee chassis schuiven. Zij vallen van het onderste af. Alle chassis en de twee kisten raken hierbij beschadigd.

2.5. Interpolis vergoedt de schade van Pacton. Ten gevolge hiervan wordt zij gesubrogeerd in de rechten van Pacton tegenover Rotra.

2.6. Interpolis richt zich op 4 november 2010 per brief tot de verzekeraar van Rotra met het verzoek haar het aan Pacton uitgekeerde bedrag te vergoeden. Deze verzekeraar antwoordt Interpolis op 13 december 2010 dat zij de aansprakelijkheid niet accepteert.

2.7. Op 25 juli 2011 dagvaardt Interpolis Rotra.

3. Het geschil

3.1. Interpolis heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Rotra zal veroordelen tot betaling van € 24.386,16 in verband met de door Pacton geleden schade, vermeerderd met rente en kosten, waaronder buitengerechtelijke incassokosten. Interpolis stelt dat Rotra de chassis en kisten met gereedschap niet in dezelfde staat als waarin zij ze in ontvangst heeft genomen, heeft kunnen afleveren, zodat zij aansprakelijk is voor de door Interpolis vergoede schade.

3.2. Bij het verstekvonnis zijn de vorderingen van Interpolis integraal toegewezen en is Rotra veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Interpolis tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal € 2.399,31. De rechtbank heeft geen rekening gehouden met een akte eisvermeerdering tevens akte eisvermindering waarin Interpolis tevens vorderde € 3.057,71 voor expertisekosten, maar de bergingskosten niet afzonderlijk in haar vordering begreep.

3.3. Rotra vordert in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van Interpolis alsnog worden afgewezen. Zij stelt voorop dat de vordering van Interpolis is verjaard omdat de rechtsvorderingen waartoe een aan het CMR-Verdrag (het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg) onderworpen vervoer aanleiding geeft, na een jaar verjaren.

3.4. In deze zaak heeft Interpolis opnieuw de onder 3.2 bedoelde akte eisvermeerdering tevens akte eisvermindering genomen.

3.5. Op de stellingen van partijen gaat de rechtbank hierna, voor zover van belang, nader in.

4. De beoordeling

4.1. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat Rotra in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen.

4.2. De rechtbank zal allereerst het verweer van Rotra beoordelen dat inhoudt dat de vordering van Interpolis verjaard is omdat de rechtsvorderingen waartoe een aan het CMR onderworpen vervoer aanleiding geeft, na één jaar verjaren en dit jaar verlopen was toen op 25 juli 2011 de dagvaarding betekend werd.

4.3. Art. 32 CMR luidt, voor zover hier van belang, als volgt.

1. De rechtsvorderingen, waartoe een aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, verjaren door verloop van een jaar. In geval van opzet of van schuld, welke volgens de wet van het gerecht, waarvoor de vordering aanhangig is, met opzet gelijkgesteld wordt, is de verjaringstermijn drie jaar. De verjaring loopt:

a). in geval van gedeeltelijk verlies, beschadiging of vertraging, vanaf de dag, waarop de goederen zijn afgeleverd;

b). in geval van volledig verlies, vanaf de dertigste dag na afloop van de bedongen termijn of, bij gebreke van zulk een termijn, vanaf de zestigste dag na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder;

c). in alle andere gevallen, na afloop van een termijn van drie maanden na de sluiting der vervoerovereenkomst.

2. Een schriftelijke vordering schorst de verjaring tot aan de dag, waarop de vervoerder de vordering schriftelijk afwijst en de daarbij gevoegde stukken terugzendt

4.4. Partijen zijn het erover eens dat er in dit geval sprake is van een rechtsvordering waartoe een aan het CMR onderworpen vervoer aanleiding heeft gegeven, en dat er geen sprake is van opzet of schuld, zodat de verjaringstermijn van één jaar gehanteerd moet worden. De rechtbank acht dit standpunt juist en sluit zich hierbij aan.

4.5. Interpolis stelt zich op het standpunt dat de verjaringstermijn is gaan lopen op het in art. 32 lid 1 CMR onder c) bedoelde tijdstip, dat volgens haar gesteld kan worden op 18 juni 2010. Gerekend met inbegrip van de schorsing ingevolge art. 32 lid 2 CMR van 4 november 2010 tot 13 december 2010 (zie 2.6 hierboven), is de dagvaarding op tijd uitgebracht. Het onder a) bedoelde tijdstip is niet aan de orde, betoogt zij, omdat er geen aflevering heeft plaatsgevonden en het onder b) bedoelde niet omdat er geen sprake is van volledig verlies. Met dit laatste is Rotra het eens, maar zij stelt zich op het standpunt dat het onder a) bedoelde tijdstip uitgangspunt moet zijn.

4.6. Van volledig verlies in de zin van art. 32 lid 1 onder b) CMR is inderdaad geen sprake. Er is sprake van beschadiging van de chassis.

4.7. De redenering van Interpolis dat louter het uitblijven van aflevering ertoe dwingt de verjaringstermijn in het geval van beschadiging te laten beginnen bij het in art. 32 lid 1 onder c) CMR bedoelde moment volgt de rechtbank niet. Er bestaat eenstemmigheid over dat de woorden “gedeeltelijk verlies” en “beschadiging ” in art. 32 lid 1 onder a) CMR duidelijk zijn. De restcategorie bedoeld onder c) vindt in het algemeen slechts toepassing in uitzonderlijke gevallen als het ontbreken van een betalingsbewijs dat overgelegd moet worden bij levering of het moeten betalen van staangeld wanneer een vracht wordt opgehouden omdat aan formaliteiten niet voldaan is. Er is geen reden de eenvoudig herkenbare situatie van beschadiging hieronder te scharen. Ook leveren de feiten in een geval van een onmiddellijk vast te stellen beschadiging geen reden op om met een bijzondere termijn te werken die afwijkt van de onder a) bedoelde.

4.8. De slotsom is dan ook dat de verjaringstermijn van één jaar is gaan lopen op de voor levering beoogde/geplande datum, die zal hebben gelegen rond 20 maart 2010. De exacte datum is in deze zaak, gelet op het volgende tijdsverloop, niet van belang. Met inachtneming van de schorsing van negenendertig dagen in verband met de onder 2.6 bedoelde briefwisseling tussen de verzekeraars eindigde de verjaringstermijn immers rond 28 april 2011, ruim voor de datum van dagvaarding, 25 juli 2011.

4.9. Dit betekent dat het beroep op verjaring opgaat.

4.10. Het verstekvonnis zal op grond van het vorenstaande worden vernietigd. De vorderingen van Interpolis zullen alsnog worden afgewezen.

4.11. Interpolis zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verstek- en verzetprocedure worden verwezen. De door Interpolis te vergoeden kosten aan de zijde van Rotra worden begroot op:

- explootkosten € 76,31

- griffierecht 1.744,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 2.978,31

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. vernietigt het door deze rechtbank op 7 september 2011 onder zaaknummer/rolnummer 219047 / HA ZA 11-1176 gewezen verstekvonnis,

en, opnieuw beslissend,

5.2. wijst de vorderingen af,

5.3. veroordeelt Interpolis in de kosten van de verstekprocedure, aan de zijde van Rotra tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Rotra tot op heden begroot op € 2.978,31,

5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2012.