Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW2382

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
13-04-2012
Zaaknummer
214818
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erfdienstbaarheid van weg.

De slotsom is dat gedaagden in conventie niet handelen in strijd met de erfdienstbaarheid en dat het huidige gebruik van het plateau door gedaagden in conventie dus niet door de erfdienstbaarheid wordt beperkt, zodat in zoverre gedaagden in conventie daarvan krachtens hun eigendomsrecht met uitsluiting van eisers in conventie gebruik mogen maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 214818 / HA ZA 11-603

Vonnis van 28 maar[woonplaats]n de zaak van

[eisers]

wonende te [woonplaats]

eisers in conventie

verweerders in reconventie

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem

tegen

[gedaagden]

wonende te [woonplaats]

gedaagden in conventie

eisers in reconventie

advocaat mr. A. Legel te Mariaheide, gemeente Veghel

Partijen zullen hierna [eisers in conventie] c.s. en [gedaagden in conventie] c.s. worden genoemd.

1 De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 6 juli 2011

- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 26 oktober 2011

1.2 Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1 [eisers in conventie] c.s. zijn eigenaars van een perceel met woning gelegen aan de [adres] 3 te [woonplaats], kadastraal bekend gemeente [woonplaats], sectie F nr. 2093 gedeeltelijk. Als onderdeel van het bouwplan [bouwplan] (kavel E64) is het perceel op 24 september 2008 aan hen (als eerste bewoners) geleverd.

2.2 [gedaagden in conventie] c.s. zijn eigenaars van het onmiddellijk aanliggende perceel met woning gelegen aan de [adres] 1 te [woonplaats], eveneens kadastraal bekend gemeente [woonplaats], sectie F nr. 2093 gedeeltelijk. Als onderdeel van hetzelfde bouwplan (kavel E63) is het perceel op 8 april 2008 aan hen (als eerste bewoners) geleverd.

2.3 In de akte van levering van 8 april 2008 is onder meer de volgende erfdienstbaarheid gevestigd:

"ten behoeve van kavel E64 en ten laste van kavel E63;

deel uitmakende van het kadastrale perceel gemeente [woonplaats] sectie F nummer 1760:

zulks om niet, de erfdienstbaarheid van weg, inhoudende de bevoegdheid voor de eigenaar van het heersend erf om over dat gedeelte van het lijdend dat op de situatietekening is weergegeven met arcering (zullende worden gebruikt als weg en talud) te gaan van het heersend erf naar de openbare weg en vice versa, te voet, alsmede rijdend met normale voertuigen zoals fiets, auto, motorfiets, bromfiets, snorfiets, scooter, kinderwagen en dergelijke, op een dusdanige wijze dat geen schade zal ontstaan aan het betreffende lijdende erf.

Kosten voor onderhoud en schoonhouden zijn voor rekening van de eigenaren van de betreffende heersende en lijdende erven tezamen, te weten voor de eigenaren van de kavels E63 en E64 ieder voor een/tweede gedeelte.

De weg en het talud zullen voor de eerste maal worden aangelegd/verhard door het bouwbedrijf."

2.4 Voor zover van belang zijn de percelen van partijen en het tracé van de erfdienstbaarheid op de (in de akte bedoelde) situatietekening (hierna: de tekening) als volgt aangeduid:

Op de - noordgerichte - tekening is aan de rechterzijde het brede perceel van [eisers in conventie] c.s. en daarnaast het smallere perceel van [gedaagden in conventie] c.s. weergegeven. Schuin gearceerd is het tracé van de weg. Ten noorden daarvan is het talud weergegeven. Het perceel van [gedaagden in conventie] c.s. wordt aan de noordzijde en dat van [eisers in conventie] c.s. aan de noord- en oostzijde door water begrensd. De openbare weg ([adres]) verloopt noord-zuid. Ten westen van de openbare weg is sprake van een met de ligging van de percelen van partijen vergelijkbare situatie, waarbij daar meerdere percelen over andere percelen moeten uitwegen om bereikbaar te zijn.

2.5 Het tracé van de weg is door het bouwbedrijf aangelegd zoals op de tekening weergegeven, waarbij de noordelijke begrenzing van de wegverharding doorloopt op het perceel van [eisers in conventie] (zie onder meer productie 9 bij dagvaarding) en de wegverharding daar in zuidelijke richting overloopt in een verharde opstelplaats voor auto's (zie productie 1 bij conclusie van antwoord in conventie enz.). De - even brede - wegverharding ten westen van de openbare weg loopt precies in het verlengde van het weglichaam dat over het perceel van [gedaagden in conventie] is aangelegd (zie de eerste foto van productie 9 bij dagvaarding). Anders dan uit de tekening voortvloeit (en ook anders dan het geval is op de percelen ten westen van de openbare weg, waar de wegverharding onmiddellijk grenst aan het - uiteraard aflopende - talud, zie productie 10 bij dagvaarding) is er op de percelen van partijen sprake van een enkele meters brede vlakke strook grond tussen het weglichaam en het talud, die er ook al was vóór de oplevering van de door partijen gekochte onroerende zaken (zie producties 8, 9 en 12 bij conclusie van antwoord in conventie enz.). [eisers in conventie] c.s. hebben deze ruimte ingericht als tuin en [gedaagden in conventie] c.s. hebben daar sinds juni/juli 2009 een met grind verhard plateau (hierna: het plateau) als parkeerplaats voor hun auto (zie productie 9 bij dagvaarding en onder meer productie 10 bij conclusie van antwoord in conventie enz.). Het plateau wordt smaller in de richting van de openbare weg. Ter hoogte van de toegang tot de openbare weg is het hooguit een halve meter breed.

3 Het geschil

3.1 Op grond van hun recht van erfdienstbaarheid wensen [eisers in conventie] c.s. primair, kort gezegd, de buitengebruikstelling van het plateau als parkeerplaats ten behoeve van [gedaagden in conventie] c.s. en subsidiair het medegebruik van die parkeerplaats. Volgens [eisers in conventie] c.s. is de realisatie van de grondverharding op het plateau en het gebruik daarvan als parkeerplaats in strijd met de erfdienstbaarheid, althans het gebruik daarvan door [gedaagden in conventie] c.s. met uitsluiting van [eisers in conventie] c.s. Daarnaast verlangen zij een schadevergoeding van € 1.000,- wegens het gemiste gebruik van het plateau.

3.2 [eisers in conventie] c.s. vorderen:

primair

- [gedaagden in conventie] c.s. hoofdelijk te veroordelen de grindverharding te verwijderen en verwijderd te houden en de vrijkomende grondstrook in te richten en ingericht te houden als talud, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

subsidiair

- voor recht te verklaren dat [eisers in conventie] c.s. bevoegd zijn tot het medegebruik van de verharding als parkeerplaats en [gedaagden in conventie] c.s. hoofdelijk te veroordelen mee te werken aan het maken van schriftelijk vast te leggen afspraken omtrent dit medegebruik, dit laatste op straffe van verbeurte van een dwangsom,

primair en subsidiair

- voor recht te verklaren "dat de grond, waarop de erfdienstbaarheid betrekking heeft, zich uitstrekt over de gehele breedte van de weg en het talud, derhalve vanaf de zuidzijde van de weg tot aan de waterkant",

- [gedaagden in conventie] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 1.000,- (althans een door de rechtbank te bepalen bedrag).

3.3 In reconventie vorderen [gedaagden in conventie] c.s., voor het geval de vorderingen in conventie worden afgewezen:

primair

voor recht te verklaren dat het recht van erfdienstbaarheid zich uitsluitend uitstrekt tot het gebruik van de feitelijk bestaande verharde uitweg en niet tot het talud althans het plateau,

subsidiair

voor recht te verklaren dat [gedaagden in conventie] c.s. de bevoegdheid toekomt op grond van artikel 5:73 lid 2 BW een ander gedeelte (feitelijk slechts de uitweg zoals primair bedoeld) voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid te mogen aanwijzen.

3.4 Partijen voeren over en weer verweer tegen elkaars vorderingen. Op hun stellingen zal hieronder voor zoveel nodig worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1 Uit de vaststaande feiten vloeit al voort dat de stelling van [eisers in conventie] c.s. dat [gedaagden in conventie] c.s. het talud door ophoging en egalisatie in feite zouden hebben verplaatst en steiler gemaakt, wordt gepasseerd en dat de rechtbank (dus) onder "talud", naar algemeen spraakgebruik, enkel het schuine vlak naast de watergang verstaat. Bij conclusie van antwoord in reconventie (onder 15 en 16) stellen [eisers in conventie] dat uit de door [gedaagden in conventie] c.s. overgelegde foto's van de situatie vóór de oplevering weldegelijk zou blijken dat er ophoging (in dusdanige mate, zo begrijpt de rechtbank, dat dit verplaatsing en steiler worden van het talud ten gevolge heeft gehad) heeft plaatsgevonden maar zonder verdere toelichting - die ontbreekt - kan dat niet uit die foto's (en vergelijking daarvan met de huidige situatie) worden afgeleid. Los daarvan is het naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf ook niet van belang voor het antwoord op de vraag of [gedaagden in conventie] c.s. daarmee in strijd met de erfdienstbaarheid handelen.

4.2 Die erfdienstbaarheid is immers een “erfdienstbaarheid van weg” en gesteld noch gebleken is dat de uitoefening daarvan door de instandhouding van het plateau realiter wordt belemmerd. De akte van vestiging (de akte van levering van 8 april 2008 waarin de erfdienstbaarheid is gevestigd) schrijft geen bepaalde breedte voor en vaststaat dat de erfdienstbaarheid tot dusver alleen over de wegverharding (en dus niet daarbuiten) is uitgeoefend (vgl. art. 5:73 lid 1 BW) en ook kon worden uitgeoefend. Voorts moet worden aangenomen - ook gezien de situatie aan de westelijke zijde van de openbare weg - dat enige vorm van 'vrije berm' voor de uitoefening daarvan niet noodzakelijk is en blijkens de akte ook niet is voorgeschreven. Dat uit de tekening zou voortvloeien dat het recht van weg moet worden uitgeoefend op een strook grond tegen de oever aan is gelet op de van aanvang af van de tekening afwijkende feitelijke situatie (de aanwezigheid van de enkele meters brede vlakke strook grond tussen het weglichaam en het talud) evenmin juist. Dat zou er overigens toe leiden dat de vorm van de weg, juist ook weer anders dan op de tekening, ten gevolge van het taps toelopen van het plateau (zie de laatste volzin van rechtsoverweging 2.5) zich aan de noordzijde ervan versmalt in de richting van de openbare weg of, uitgaande van een overal gelijke breedte en ook hier weer anders dan op de tekening, een bochtig parcours zou krijgen. De woorden uit de akte van vestiging betreffende het gearceerde gedeelte: “zullende worden gebruikt als weg en talud”, leiden gelet op het bovenstaande niet tot een andere inhoud van de erfdienstbaarheid. [eisers in conventie] c.s. benadrukken wel steeds hun stelling dat de erfdienstbaarheid niet alleen rust op de verharde weg maar ook op het talud maar uitgaande van het begrip "talud" zoals dat hierboven is weergegeven kan die stelling echter niet méér inhouden dan dat [gedaagden in conventie] c.s. het talud ten behoeve van de erfdienstbaarheid van weg in stand moeten houden, hetgeen overigens buiten discussie staat.

4.3 Daarmee rest nog de vraag of, zoals [eisers in conventie] c.s. beweren, [gedaagden in conventie] c.s. door het parkeren van hun auto op het plateau de uitoefening van de erfdienstbaarheid in gevaar brengen. [eisers in conventie] c.s. stellen namelijk dat door de aanwezigheid van de verharding van het plateau en het gebruik daarvan als parkeerplaats verzakking kan ontstaan in het talud. Door diverse tuinmannen zou hun zijn meegedeeld dat dit een reëel risico is. Bij conclusie van antwoord in reconventie hebben zij dit aan de hand van een brief van een hoveniersbedrijf, [hoveniersbedrijf], trachten te adstrueren. Daarin wordt gezegd dat op korte termijn uitspoeling of verzakking van het talud op het perceel van [gedaagden in conventie] c.s. is te verwachten, doch dit wordt door het bedrijf primair toegeschreven aan de aard van de beplanting die [gedaagden in conventie] c.s. in het talud hebben aangebracht. Over het plateau staat te lezen:

"Ook het feit dat er geparkeerd word kort langs het talud, waar slechts een opsluiting is met betonbandjes van 5x15x100cm zonder goede fundatie, versneld verzakking. Ook het aanwezige grind is water doorlatend en heeft daardoor ook mede gevolgen."

Naar het oordeel van de rechtbank is hier niet mee gezegd dat het weglichaam, dat op (geruime) afstand van het talud ligt, met verzakking wordt bedreigd en de rechtbank heeft daarvan tijdens de comparitie ook geen enkel teken kunnen waarnemen. Er is daarom onvoldoende aanleiding voor de conclusie dat [gedaagden in conventie] c.s. door de inrichting van het plateau en het parkeren van hun auto daarop de uitoefening van de erfdienstbaarheid in gevaar brengen.

4.4 De slotsom is dat [gedaagden in conventie] c.s. niet handelen in strijd met de erfdienstbaarheid en dat het huidige gebruik van het plateau door [gedaagden in conventie] c.s. dus niet door de erfdienstbaarheid wordt beperkt, zodat in zoverre [gedaagden in conventie] c.s. daarvan krachtens hun eigendomsrecht met uitsluiting van [eisers in conventie] c.s. gebruik mogen maken.

4.5 De vorderingen in conventie zullen daarom worden afgewezen en de primaire vordering in reconventie zal worden toegewezen als hierna weer te geven. Zowel in conventie als in reconventie zullen [eisers in conventie] c.s. in de proceskosten worden veroordeeld.

5 De beslissing

De rechtbank

IN CONVENTIE:

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [eisers in conventie] c.s. (hoofdelijk) in de kosten van de procedure, tot dit vonnis aan de zijde van [gedaagden in conventie] c.s. bepaald op € 258,- voor griffierecht en op € 904,- voor kosten van de advocaat volgens het liquidatietarief,

IN RECONVENTIE:

verklaart voor recht dat het recht van erfdienstbaarheid, zoals gevestigd op 8 april 2008, zich uitsluitend uitstrekt tot het gebruik van de uitweg (het verharde weglichaam) over het perceel van [gedaagden in conventie] c.s. en niet tot het gebruik van het talud (de helling aan de waterkant) althans het plateau tussen het weglichaam en het talud op het perceel van [gedaagden in conventie] c.s.,

veroordeelt [eisers in conventie] c.s. (hoofdelijk) in de kosten van de procedure, tot dit vonnis aan de zijde van [gedaagden in conventie] c.s. bepaald op € 452,- voor kosten van de advocaat volgens het liquidatietarief,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2012.