Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW2247

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
13-04-2012
Zaaknummer
220134
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident.

EEX-Verordening. Het beroep van eisers in het incident op de bindende kracht van het incidenteel vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, waarin deze zich onbevoegd heeft verklaard, gaat niet op. Ook vallen de vordering uit onrechtmatige daad niet onder het forumkeuzebeding. Incidentele vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 220134 / HA ZA 11-1244

Vonnis in incident van 28 maart 2012

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STRAMIT B.V.,

gevestigd te Someren,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ISOBOUW SYSTEMS B.V.,

gevestigd te Someren,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. drs. T.L. Cieremans te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROFINE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Waardenburg, gemeente Neerijnen,

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt te ‘s-Gravenhage,

2. de rechtspersoon naar Belgisch recht

ARCELORMITTAL BELGIUM N.V.,

rechtsopvolgster van Cockerill Sambre S.A.,

gevestigd te Brussel, België,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

3. de rechtspersoon naar Belgisch recht

ARCELORMITTAL SSC BENELUX N.V.,

rechtsopvolgster van Disteel Cold S.A.,

gevestigd te Geel, België,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

4. de rechtspersoon naar Belgisch recht

ARCELORMITTAL STEEL COAT EUROPE S.A.,

rechtsopvolgster van Steel Coat Service Centres S.A.

gevestigd te Alleur, België,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

5. de rechtspersoon naar Belgisch recht

ARCELORMITTAL PACKAGING BELGIUM N.V.,

rechtsopvolgster van Arcelor Packaging International Liège S.A.,

gevestigd te Saint-Nicolas, België,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat voor de gedaagden sub 2 t/m 5 mr. S.G.A. van der Horst te Tilburg.

Eiseressen zullen hierna Stramit en Isobouw genoemd worden en gedaagde sub 1 Profine. De gedaagden sub 2 t/m 5 zullen gezamenlijk worden aangeduid als Arcelormittal c.s. Afzonderlijk zullen zij achtereenvolgens Cockerill, Disteel Cold, Steel Coat en Arcelormittal Packaging genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- Het vonnis in het incident van 16 november 2011

- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring van Arcelormittal c.s.

- de incidentele conclusie van antwoord van Profine en Isobouw.

Daarna is vonnis bepaald in het incident.

De vaststaande feiten

1.1. Stramit en Isobouw, zustervennootschappen van elkaar, houden zich onder andere bezig met de handel in en de fabricage van bouwmaterialen en aanverwante artikelen (Stramit), alsmede bouw-, isolatie- en verpakkingsmaterialen en aanverwante artikelen (Isobouw).

1.2. In (onder meer) de periode van mei 1999 tot januari 2001 heeft Stramit van Profine - toen nog HT Nederland geheten – (folie)staalplaten gekocht. Profine had het staal voor de vervaardiging van die platen onder andere betrokken van staalfabrikant Cockerill. De staalplaten zijn (volgens Stramit en Isobouw in opdracht van Cockerill door Disteel Cold) voorzien van PVC-folie als waterkerende laag.

1.3. De hiervoor bedoelde staalplaten heeft Stramit verwerkt in dakpanelen. De dakpanelen zijn vervolgens door Isobouw op de markt gebracht.

1.4. In 2007 hebben Stramit en Isobouw Cockerill en Axa (de aansprakelijkheidsverzekeraar van Stramit en Isobouw) gedagvaard voor de rechtbank te ’s-Hertogenbosch. Zij hebben in die procedure onder meer gevorderd Cockerill te veroordelen aan hen te betalen een schadevergoeding, omdat Cockerill ondeugdelijk plaatstaal aan Stramit zou hebben geleverd, waardoor Stramit en Isobouw schade hebben geleden. Voor alle weren heeft Cockerill een bevoegdheidsincident opgeworpen. Bij vonnis in het incident van 10 maart 2010 heeft de rechtbank - na getuigenverhoor - zich onbevoegd verklaard van het geschil kennis te nemen, omdat zij bewezen acht dat tussen Stramit en Cockerill een geldig forumkeuzebeding tot stand is gekomen waarbij de rechter te Luik, België, als exclusief bevoegde rechter is aangewezen.

Stramit en Isobouw hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Deze procedure loopt nog.

Het geschil in de hoofdzaak en in het incident

2. Stramit en Isobouw hebben gevorderd:

a. te verklaren voor recht dat Profine en Arcelormittal c.s. jegens Stramit en Isobouw hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door hen geleden en nog te lijden schade als gevolg van de toerekenbare tekortkomingen van Profine in de nakoming van de door Stramit met Profine gesloten koopovereenkomsten en als gevolg van de onrechtmatige daden die Profine jegens Isobouw, en Arcelormittal c.s. jegens Stramit en Isobouw hebben gepleegd, welke schade bestaat uit de door Stramit en Isobouw ondervonden en te ondervinden nadelige financiële gevolgen van de (toekomstige) delaminatie van dakpanelen,

b. (primair) Profine en Arcelormittal c.s. hoofdelijk te veroordelen aan hen te betalen een schadevergoeding van € 19.043.325,--, vermeerderd met wettelijke rente, dan wel (subsidiair) een schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

c. Profine en Arcelormittal c.s. hoofdelijk te veroordelen aan Stramit en Isobouw te betalen een schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, zulks in verband met 31 projecten en met het vanaf 2001 door Profine en haar rechtsvoorganger, HT Nederland, geleverde foliestaal waar zich tot op heden geen bijzonderheden hebben geopenbaard,

d. Profine en Arcelormittal c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, de kosten van beslaglegging, de kosten van vertaling van de dagvaarding en in de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

3. Stramit en Isobouw hebben aan de vorderingen jegens Profine ten grondslag gelegd dat de door Profine aan Stramit in vorenbedoelde periode geleverde staalplaten niet aan de overeenkomst beantwoorden, omdat zij delamineren. Op 112 projecten waar de staalplaten (als dakplaten) zijn verwerkt is delaminatie al opgetreden, op 31 projecten nog niet, maar niet kan worden uitgesloten dat zich daar op termijn dezelfde problemen zullen voordoen.

Op grond van de concernverhoudingen tussen Stramit en Isobouw is de schade van Isobouw (als gevolg van claims van de kopers van de dakpanelen) te beschouwen als schade van Stramit. Voor zover dat niet zo zou zijn heeft Isobouw haar vordering jegens Profine gegrond op onrechtmatige daad (productaansprakelijkheid). Meer subsidiair hebben Stramit en Isobouw hun vorderingen gebaseerd op een hoofdelijke bijdrageplicht van Profine.

Aan de vorderingen jegens Cockerill en Disteel Cold hebben Stramit en Isobouw ten grondslag gelegd dat Cockerill en/of Disteel Cold als producenten van de staalplaten jegens hen onrechtmatig hebben gehandeld door het in het verkeer brengen van een product (halffabricaat) dat bij normaal gebruik voor het doel waarvoor het bestemd was, schade heeft veroorzaakt. Subsidiair hebben Stramit en Isobouw hun vorderingen gegrond op een hoofdelijke bijdrageplicht van Cockerill en Disteel Cold.

Stramit en Isobouw hebben Steel Coat meegedagvaard, omdat zij als penvoerder voor Disteel Cold is opgetreden en onduidelijk is wat de daaraan ten grondslag liggende rechtsverhouding is en wat indertijd de werkverdeling tussen deze twee vennootschappen was. Arcelormittal Packaging hebben Stramit en Isobouw meegedagvaard om “(formele) redenen” als in de dagvaarding onder 2.11 - 2.13 omschreven.

4. Voor alle weren hebben Arcelormittal c.s. gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren van de onderhavige vorderingen jegens hen kennis te nemen.

Zij hebben daaraan ten grondslag gelegd dat in de hiervoor onder 1.4 bedoelde procedure bij vonnis van 10 maart 2010 is beslist dat tussen Stramit en Cockerill een geldig forumkeuzebeding tot stand is gekomen, waarbij de rechter te Luik, België, als exclusief bevoegde rechter is aangewezen. Weliswaar is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld, maar in de appelprocedure is nog geen arrest gewezen, zodat vooralsnog in rechte als vaststaand moet worden aangenomen dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt en de rechtbank Arnhem zich onbevoegd moet verklaren van het geschil tussen Stramit en Isobouw enerzijds en Cockerill anderzijds kennis te nemen. Omdat Stramit en Isobouw Disteel Cold, Steel Coat en Arcelormittal Packaging alleen hebben meegedagvaard vanwege hun verwantschap met Cockerill, “kleeft” de gemaakte jurisductiekeuze ook aan deze gedaagden. Bovendien liggen aan het geschil met deze gedaagden dezelfde feiten ten grondslag als aan het geschil met Cockerill, zodat ook op grond van artikel 6 lid 1 EEX-Vo de rechter in Luik de bevoegde rechter ten aanzien van het geschil met deze gedaagden is.

5. Stramit en Isobouw hebben de vordering in het incident gemotiveerd weersproken.

De beoordeling in het incident

6. Stramit en Isobouw hebben de rechtsmacht van de Nederlandse rechter gegrond op artikel 6 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna EEX-Vo), waarin is bepaald dat, indien er meer gedaagden zijn, zij kunnen worden gedagvaard voor het gerecht van de woonplaats van een hunner, op voorwaarde dat er tussen de vorderingen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, om te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven.

7. Nu de gedaagden allen in de Europese Unie gevestigd zijn (zie artikel 4 lid 1 EEX-Vo) en sprake is van een burgerlijke zaak in de zin van art. 1 lid 1 EEX-Vo, is de EEX-Vo van toepassing. Omdat Profine in Nederland (binnen het arrondissement Arnhem) is gevestigd en Arcelormittal c.s. de hiervoor bedoelde samenhang niet hebben weersproken, betekent dat dat de Nederlandse rechter in dit geval op grond van artikel 6 lid 1 EEX-Vo in beginsel rechtsmacht heeft en dat de rechtbank Arnhem in beginsel bevoegd is van het gevorderde kennis te nemen. Daarbij wordt opgemerkt dat de omstandigheid dat de vorderingen tegen de onderscheiden gedaagden verschillende grondslagen hebben (contractueel tegenover buiten-contractueel) op zichzelf niet aan toepassing van art. 6 lid 1 EEX-Vo in de weg staat (HvJ 11-10-2007, JBPr 2008, 1).

8. Arcelormittal c.s. hebben evenwel met hun hiervoor weergegeven stellingen de vraag voorgelegd of de beslissing in de onder 1.4. bedoelde procedure ook de rechter in dit geding bindt, zodat op grond daarvan niet de Nederlandse rechter, maar de rechter in Luik bevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen. Ook hebben zij aangevoerd dat de rechtbank Arnhem zich moet onthouden van een beslissing, zo lang tussen partijen de hiervoor bedoelde procedure loopt.

9. Bij de beantwoording van de vraag of de beslissing van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch van 10 maart 2010 ook de rechter in dit geding bindt, moet het uitgangspunt zijn het bepaalde in artikel 236 Rv, dat alleen beslissingen vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis gezag van gewijsde kunnen hebben. Daarvan is hier geen sprake omdat, zo volgt uit hetgeen hiervoor in 1.4 is overwogen, tegen het vonnis van 10 maart 2010 hoger beroep is ingesteld en die procedure nog loopt.

10. Bij het voorgaande komt nog het volgende. De vorderingen van Stramit en Isobouw tegen Cockerill in de procedure bij de rechtbank te ’s-Hertogenbosch zien op schade die Stramit en Isobouw zouden hebben geleden als gevolg van, zo heeft Cockerill ook beaamd, rechtstreeks door Cockerill aan Stramit geleverde staalplaten. In het kader van deze contractuele relatie heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch in haar vonnis van 10 maart 2010 aangenomen dat tussen deze partijen een geldig forumkeuzebeding tot stand is gekomen.

In de onderhavige procedure gaat het evenwel, zo volgt uit het hiervoor onder 2 en 3 weergegeven geschil, niet om een contractuele relatie tussen Stramit en Cockerill, maar om een contractuele relatie tussen Stramit en Profine. Profine heeft immers de litigieuze staalplaten, die zij had geproduceerd met staal van Cockerill, verkocht en geleverd aan Stramit. Stramit en Isobouw hebben Cockerill in deze procedure dan ook niet aansprakelijk gehouden op grond van een toerekenbare tekortkoming in enige overeenkomst, maar op grond van onrechtmatige daad (productaansprakelijkheid). De in het vonnis van 10 maart 2010 vervatte beslissing over de totstandkoming van een geldig forumkeuzebeding betreft dus een andere rechtsbetrekking tussen Stramit en Cockerill dan in deze procedure aan de orde is. Ook om die reden komt aan de beslissing in het vonnis van 10 maart 2010 in deze procedure op grond van het bepaalde in artikel 236 Rv geen bindende kracht toe.

11. Voor zover Arcelormittal c.s. met hun beroep op litispendentie doelen op artikel 27 EEX-Vo, gaat dat niet op, onder meer omdat er geen sprake is van procedures voor gerechten van verschillende lidstaten. Er is, tenslotte, geen regel van nationaal (proces)recht die meebrengt dat de rechtbank de onderhavige zaak aan moet houden totdat het Hof Den Bosch heeft beslist, althans tot een beslissing omtrent de bevoegdheid in de onder 1.4 genoemde procedure onherroepelijk is geworden. De conclusie is dat het beroep van Arcelormittal c.s. op de bindende kracht van het vonnis van 10 maart 2010 faalt.

12. Voor zover Arcelormittal c.s. tevens hebben bedoeld te stellen dat de op onrechtmatige daad gegronde vorderingen van Stramit en Isobouw onder het forumkeuzebeding vallen, wordt het volgende overwogen.

13. Ook als er veronderstellenderwijs van wordt uitgegaan dat tussen Cockerill en Stramit een bestendige handelsrelatie heeft bestaan waarbinnen tussen hen een geldig forumkeuzebeding tot stand is gekomen, kan niet worden aangenomen dat de thans aan de orde zijnde, op onrechtmatige daad (dan wel, subsidiair, de ‘hoofdelijke bijdrageplicht) gegronde vorderingen onder dat beding vallen. De tekst van het beding bevindt zich niet bij de stukken - kennelijk omdat de algemene voorwaarden die destijds golden en waarin het forumkeuzebeding volgens Arcelormittal c.s. is neergelegd, als gevolg van een brand binnen het bedrijf van Cockerill niet meer voorhanden zijn - zodat de reikwijdte van het beding aan de hand daarvan niet kan worden vastgesteld. De rechtbank neemt dan aan dat dat beding onderdeel was van door Cockerill met Stramit en/of Isobouw gesloten (koop)overeenkomsten en dat dat beding in beginsel zag op geschillen voortvloeiend uit die of dergelijke overeenkomsten. De rechtbank wordt in die veronderstelling bevestigd door wat Arcelormittal in de procedure in Den Bosch heeft aangevoerd bij memorie van antwoord onder 55, waar zij verwijst naar de eerste zin van de algemene voorwaarden 2005, die volgens haar nagenoeg gelijk zijn aan de algemene voorwaarden die volgens haar van toepassing zijn. Die eerste zin luidt: “Deze algemene verkoopvoorwaarden (…) gelden voor alle producten, accessoires of diensten (…) die verkocht worden door de verkoper (…) aan de klant (…).” Ook daaruit volgt dat het gaat om algemene voorwaarden van toepassing op (en voor) koopovereenkomsten tussen Cockerill en haar klanten. In de onderhavige zaak gaat het echter niet om een koopovereenkomst tussen Cockerill en Stramit en/of Isobouw. Door Arcelormittal c.s. is niet gesteld dat het forumkeuzebeding zodanig (ruim) is geformuleerd dat de forumkeuze ook ziet op vorderingen uit onrechtmatige daad (dan wel hoofdelijkheid), die samenhangen met leveringen die via een derde partij (Profine) hebben plaatsgevonden, zonder dat wat betreft die leveringen een contractuele relatie bestaat tussen Cockerill en Stramit/Isobouw. Artikel 23 EEX-Vo (en voorheen artikel 17 EEX-Verdrag) biedt de grondslag voor een forumkeuze ten aanzien van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan. Dit vereiste (van een bepaalde rechtsbetrekking) houdt in dat de werking van een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter moet worden beperkt tot geschillen die voortvloeien uit de rechtsbetrekking in verband waarmee de overeenkomst werd gesloten. Hierdoor wordt vermeden, dat een partij wordt verrast door de toekenning van een bepaald gerecht van de bevoegdheid kennis te nemen van alle geschillen die voortvloeien uit haar betrekkingen met haar medecontractant en die hun oorsprong vinden in een andere betrekking dan die welke aanleiding vormde voor de overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter (vergelijk HvJ 10 maart 1992, NJ 1996, 279, rov. 31). Mede gezien die achtergrond is de enkele stelling van Arcelormittal c.s. dat er een forumkeuzebeding tot stand is gekomen die voldoet aan de vereisten van art. 23 lid 1 EEX-Vo onder zowel sub a, sub b als sub c, onvoldoende voor het oordeel dat deze forumkeuze ook ziet op de onderhavige, niet-contractuele, rechtsbetrekking. Arcelormittal c.s. hebben hun voormelde stelling al met al onvoldoende concreet toegelicht, zodat niet kan worden aangenomen dat bedoelde vorderingen onder het forumkeuzebeding vallen.

14. Voor het overige hebben Arcelormittal c.s. geen feiten of omstandigheden aangevoerd die zouden moeten leiden tot onbevoegdheid van deze rechtbank. Hun vordering in het incident moet daarom worden afgewezen. Zoals hiervoor al is overwogen, heeft de Nederlandse rechter op grond van het bepaalde in artikel 6 lid 1 EEX-Vo rechtsmacht en is deze rechtbank bevoegd van de onderhavige vorderingen kennis te nemen.

15. Ten aanzien van het verzoek van Arcelormittal c.s. om tussentijds hoger beroep open te stellen tegen dit vonnis geldt dat Europeesrechtelijke regels het openstellen van tussentijds hoger beroep niet verlangen. Nu de rechtbank rechtsmacht aanneemt, heeft art. 337 lid 2 Rv in dit geding te gelden. De rechtbank ziet in het verzoek tussentijds hoger beroep in te stellen geen aanleiding af te wijken van de hoofdregel van art. 337 lid 2 Rv.

16. Arcelormittal c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst de vordering af,

veroordeelt Arcelormittal c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van Stramit en Isobouw tot op heden begroot op € 3.211,-- voor salaris van de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na heden tot aan de dag der algehele voldoening,

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 9 mei 2012 voor conclusie van antwoord van Profine en Arcelormittal c.s.,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2012.

Coll.: ED