Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW2006

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-04-2012
Datum publicatie
12-04-2012
Zaaknummer
801920 HA VERZ 12-1053
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werknemer heeft zich negatief en discriminerend uitgelaten over een collega op Facebook. Er is geen sprake van een dringende reden, mede omdat werkgever geen laatste waarschuwing heeft gegeven. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van een wijziging in de omstandigheden ex artikel 7:685 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0337
Prg. 2012/150

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Wageningen

zaakgegevens 801920 \ HA VERZ 12-1053 \ 482

uitspraak van 11 april 2012

beschikking

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JK Vloerverwarming B.V.

gevestigd te Ede

verzoekende partij

gemachtigde mr. H.C.W. Geffroy

tegen

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

gemachtigde mr. D. Brouwer

Partijen worden hierna JK en [werknemer] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties;

- het verweerschrift met producties;

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 20 maart 2012.

2. De feiten

2.1. [werknemer], geboren op [dag en maand] 1991, is per 14 juni 2010 in dienst getreden bij JK in de functie van hulpmonteur op basis van een overeenkomst voor bepaalde tijd tot 13 december 2010 tegen een laatstelijk verdiend loon van € 1.147,31 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag.

2.2. Op 14 december 2010 is de arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar verlengd tot 13 december 2011.

2.3. Op 14 december 2011 is de arbeidsovereenkomst verlengd met een jaar, waardoor de arbeidsovereenkomst zou eindigen op 13 december 2012.

2.4. In een registratie van JK met betrekking tot incidenten is, onder meer, vastgelegd:

‘06/12/2011:

Klacht gehad over [voornaam werknemer]

Heeft lopen mopperen en vloeken bij de klant over Jk en de planning.

[voornaam werknemer] dit kan echt niet.

Als je een probleem hebt met JK of de planning dan hoor ik dat graag en niet VIA DE KLANT!!

Ik heb [voornaam werknemer] hierover aangesproken.

17/01/2012:

Weer een klacht gehad over [voornaam werknemer].

Heeft zonder vragen de snoepkast van de klant leeggehaald.

Ik het [voornaam werknemer] hierover aangesproken maar krijg het idee dat het niet doordingd.’

2.5. [werknemer] heeft op zijn Facebook-pagina verschillende berichten achtergelaten, waaronder:

‘GM!!! Word een zwaar daggie denk vandaag…..Pffff maarja # nog10dagen!!!! # jhk’

‘Ja hoor mag je morgen weer met die zwarte mee jezus zeg gvd moet lekker doorgaan zo dan ben ik er gauw klaar mee # JK’

‘Het is getint en het werkt niet hard?’

‘Pfff is deze werkdag al om? Ik wil verlost worden van deze mongool wat een gek zeg!! # wilgvdweekend’

2.6. Op 25 januari 2012 heeft een MT-overleg plaatsgevonden, waarbij de directeur, de heer [X], van de desbetreffende gebeurtenissen heeft kennisgenomen.

2.7. Bij brief van 26 januari 2012 heeft JK aan [werknemer] bericht:

‘Op 17 januari jongstleden is [de heer A] gebeld door [de heer B] van onze klant [naam klant] [de heer B] is op zijn beurt gebeld door [mevrouw C], bij wie jij en je collega op 16 januari een vloerverwarmingssysteem hebben aangelegd. [mevrouw C] meldde dat jij ongevraagd en zonder haar toestemming snoep uit haar keukenkast hebt weggehaald. [mevrouw C] heeft benadrukt dat het snoep niet op het aanrecht lag en dat het dus door jou uit de keukenkast is gehaald. [de heer A] heeft jou daarop aangesproken. Jij hebt het voorval erkend. [de heer A] heeft jou hiervoor een nadrukkelijke waarschuwing gegeven.

Tijdens het MT-overleg is mij tevens ter ore gekomen dat jij je op Facebook zeer negatief en bovendien discriminerend over je naaste collega [de heer D] uitlaat. (…)

Je laat je niet alleen uiterst negatief en discriminerend uit over je naaste collega, doch dat doe je ook ten aanzien van ons bedrijf. Je geeft aan dat wanneer je nog een keer met de ‘zwarte’ mee moet, je er gauw klaar mee bent. Daarachter schrijf je de letters JK. Ik kan daaruit slechts opmaken dat je hiermee wilt zeggen dat wanneer je nogmaals met je collega een klus moet uitvoeren je met je werkgever klaar bent.

Het behoeft geen enkele toelichting dat wij dit gedrag niet kunnen en ook niet willen tolereren. Wij willen alleen maar gemotiveerde werknemers aan het werk hebben. Je zou je toch moeten realiseren dat het doen van dergelijke uitlatingen op Facebook uiterst beschadigend kan werken voor je naaste collega en hierdoor ook je werkgever in een kwaad daglicht wordt geplaatst.

In verband met deze zeer recente incidenten, elk voor zich en in één of meerdere opzichten in onderlinge samenhang met elkaar, is er sprake van een ernstige vertrouwensbreuk die met zich meebrengt dat van ons in redelijkheid niet kan worden verwacht dat de arbeidsovereenkomst nog langer voortduurt. Het is om die reden dat ik het besluit heb genomen om de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst met

jou te ontbinden, primair op grond van een zogenaamde dringende reden en subsidiair op grond van gewijzigde omstandigheden.

Wij hebben inmiddels onze raadsman de opdracht gegeven om het ontbindingsverzoek bij de kantonrechter in te dienen.

Wij gaan ervan uit en zullen daar ook op toezien dat jij in de tijd dat je nog bij ons werkzaam bent, je werk naar behoren zult uitvoeren. Mocht zich in de tussentijd opnieuw een incident voordoen, dan behouden wij ons alle rechten voor om tussentijds tot ontslag op staande voet over te gaan.’

3. Het verzoek en het verweer

3.1. JK verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op de kortst mogelijke termijn te ontbinden wegens gewichtige redenen.

3.2. JK onderbouwt het verzoek, kort samengevat, als volgt. De gewichtige redenen bestaan, primair, uit een dringende reden en, subsidiair, uit gewijzigde omstandigheden, welke van dien aard zijn dat de arbeidsverhouding zo spoedig mogelijk dient te eindigen.

JK legt een drietal incidenten ten grondslag aan het ontbindingsverzoek, te weten de door [werknemer] geuite teksten op Facebook, waarbij [werknemer] zich negatief heeft uitgelaten over zijn collega; een incident op 6 december 2011, waarbij [werknemer] gemopperd heeft over JK in het bijzijn van een klant en een incident op 16 januari 2012 waarbij [werknemer] snoepjes uit de kast van een klant heeft gepakt.

3.3. [werknemer] voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen zal hierna worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het verzoek houdt geen verband houdt met een opzegverbod als bedoeld in de artikelen 647, 648, 670 en 670a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, noch met enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst.

4.2. De kernvraag in onderhavige zaak is of sprake is van een dringende reden danwel een zodanige wijziging in de omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve

dadelijk danwel op korte termijn dient te eindigen. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.

4.3. [werknemer] erkent dat hij zich op Facebook negatief heeft uitgelaten over zijn collega. [werknemer] erkent voorts dat hij op 6 december 2011 heeft gemopperd over de planning van JK. [werknemer] voert aan dat het niet zijn bedoeling is geweest dat dit zou worden opgevangen door een klant, wat kennelijk wel is gebeurd. Bovendien voert [werknemer] aan dat JK er kennelijk niet zwaar aan heeft getild, nu zij enkele dagen na deze gebeurtenis de arbeidsovereenkomst met een periode van een jaar heeft verlengd. [werknemer] ontkent voorts dat hij snoepjes uit de kast van een klant heeft weggenomen; [werknemer] voert aan dat de snoepjes op het aanrecht lagen en dat tegen hem is gezegd dat hij de snoepjes kon eten. Hij heeft toen samen met andere collega’s enkele snoepjes gesnoept.

4.4. De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat [werknemer] zich op Facebook zeer negatief en discriminerend heeft uitgelaten over zijn collega. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [werknemer] daarmee zeer laakbaar gehandeld.

Het incident met de snoepjes is door JK wel gesteld, maar het is voorts onvoldoende aannemelijk gemaakt. Immers, JK heeft dit incident niet zelf geconstateerd; JK heeft enkel een verklaring overgelegd van een medewerker van JK, die aangeeft dat hij van dit incident heeft vernomen via een opdrachtgever, die het incident op haar beurt van een particulier heeft gehoord waar de vloerverwarming is aangelegd; dit is een verklaring ‘van horen zeggen’, waaraan de kantonrechter geen doorslaggevende betekenis kan toekennen. Bovendien heeft [werknemer] gemotiveerd betwist dat hij de snoepjes uit de kast heeft gepakt. Dit incident speelt daarom geen rol voor de verdere beoordeling van dit geschil.

Het incident op 6 december 2011, namelijk dat [werknemer] op JK heeft gemopperd in bijzijn van een klant, is wel vast komen te staan, maar speelt een minder belangrijke rol, nu kort daarna de arbeidsovereenkomst verlengd is.

4.5. Gelet op het voorgaande is niet aannemelijk geworden dat in het verleden zodanig veel op [werknemer] is aangemerkt dat kan worden aangenomen dat de uitlatingen op Facebook de spreekwoordelijke druppel zijn geweest die de emmer hebben doen overlopen. Op zich zijn de uitlatingen op Facebook onvoldoende om een dringende reden aan te nemen, zonder dat eerst een laatste waarschuwing aan [werknemer] is gegeven. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat geen sprake is van een dringende reden in de zin van artikel 7:678 van het Burgerlijk Wetboek om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.

4.6. De vraag is vervolgens of sprake is van een wijziging in de omstandigheden die moet leiden tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ter zitting heeft de directeur van JK aangegeven dat een ‘zero tolerance’-beleid gevoerd wordt en dat hij op geen enkele wijze dergelijk gedrag in zijn bedrijf tolereert. JK verbindt hieraan de uiterste consequentie en wil [werknemer] niet meer in dienst houden. De kantonrechter acht dit standpunt van JK op zich genomen voorstelbaar, maar ook voorbarig, juist vanwege het ontbreken van die laatste waarschuwing. De kantonrechter constateert, mede gelet op het feit dat JK met zoveel woorden heeft gesteld dat zij echt niet meer met [werknemer] verder wil, dat de vertrouwensrelatie tussen partijen zodanig is geschaad dat de overeenkomst op de kortst mogelijke termijn dient te eindigen.

4.7. Op basis van het voorgaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 mei 2012 moet worden ontbonden wegens

veranderingen in de omstandigheden als bedoeld in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het billijk dat aan [werknemer] een vergoeding van € 1.239,09 wordt toegekend. De vergoeding is vastgesteld op basis van de zogenaamde kantonrechtersformule met correctiefactor C=1. Daarbij is mede rekening gehouden met de door [werknemer] gedane uitingen op Facebook.

4.8. Als JK het verzoek niet intrekt, moeten partijen hun eigen kosten dragen. Als JK het verzoek intrekt, moet zij de proceskosten dragen.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. stelt JK in de gelegenheid het verzoek uiterlijk op 25 april 2012 in te trekken door een schriftelijke mededeling aan de griffier van de rechtbank, sector kanton, locatie Wageningen, postbus 9030, 6800 EM Arnhem;

als JK het verzoek niet intrekt:

5.2. ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 mei 2012 en kent aan [werknemer] ten laste van JK een vergoeding toe van € 1.239,09 bruto;

5.3. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

als JK het verzoek intrekt:

5.4. veroordeelt JK in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [werknemer] begroot op € 500,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. P.J. Wiegman en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2012.