Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW0701

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-03-2012
Datum publicatie
03-04-2012
Zaaknummer
222829
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident ex art. 843a Rv (afgifte stukken).

Vordering afgewezen, omdat niet aannemelijk is geworden dat verweerster de beschikking heeft of nog kan krijgen over de gevraagde bescheiden en zij niet kan worden veroordeeld tot het verstrekken van afscrift van stukken waarover zij niet beschikt of kan beschikken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 222829 / HA ZA 11-1486

Vonnis in incident ex artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)

van 21 maart 2012

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

GRUAS GARRO S.L.,

gevestigd te (20200) Beasain, Spanje,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. M.H.T. Coumans te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in het incident]

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna Gruas Garro en [eiseres in het incident] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de akte overlegging producties, tevens houdende vermeerdering van eis

- de incidentele conclusie ex artikel 843a Rv tevens conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie

- de conclusie van antwoord in incident ex artikel 843a Rv.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten in het incident

2.1. Gruas Garro is een Spaanse onderneming die zich onder meer bezighoudt met transportwerkzaamheden. [eiseres in het incident] is een Nederlandse fabrikant van opleggers en aanhangwagens.

2.2. In 2010 heeft Gruas Garro een trailer gekocht en geleverd gekregen van [eiseres in het incident].

2.3. Bij de aflevering van de trailer in Spanje in april 2010 is geconstateerd dat het zogenaamde easy slide-systeem ten onrechte niet op de trailer was gebouwd. Dat systeem is vervolgens alsnog op de trailer gebouwd bij een dochteronderneming van de Spaanse vertegenwoordiger van [eiseres in het incident]. Daarbij is een montagefout gemaakt.

2.4. Op 21 juni 2011 heeft zich een ongeval voorgedaan toen Gruas Garro de trailer gebruikte voor een transport dat zij uitvoerde in opdracht van Indar Elextric S.A. (hierna: Indar). De trailer is scheefgezakt en de lading, een rotor met een gewicht van ongeveer 70.000 kilo, is eraf gevallen. Daarbij zijn zowel de rotor als de trailer beschadigd geraakt. De schade aan de rotor is vergoed door de transportverzekeraar van Gruas Garro.

2.5. Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft Gruas Garro ten laste van [eiseres in het incident] conservatoire derdenbeslagen doen leggen.

3. Het geschil in de hoofdzaak

3.1. Volgens Gruas Garro is het ongeval het gevolg van een gebrek aan de trailer, namelijk een ondeugdelijk hydraulisch veersysteem. Zij stelt dat [eiseres in het incident] jegens haar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst dan wel onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door een oplegger met dit gebrek aan haar te verkopen. Gruas Garro vordert in conventie, kort gezegd, vergoeding van de schade die zij als gevolg van dit tekortschieten dan wel deze onrechtmatige daad van [eiseres in het incident] stelt te hebben geleden.

3.2. [eiseres in het incident] voert verweer en betwist zowel de door Gruas Garro gestelde toedracht van het ongeval als de aansprakelijkheid en de omvang van de schade. Zij vordert in reconventie, samengevat, opheffing van de door Gruas Garro gelegde beslagen, vergoeding van de schade die zij als gevolg van de beslagen stelt te hebben geleden en vergoeding van de schade die zij stelt te hebben geleden doordat Gruas Garro [eiseres in het incident]s goede naam heeft aangetast.

4. Het geschil in het incident en de beoordeling daarvan

4.1. [eiseres in het incident] vordert in het incident dat de rechtbank Gruas Garro veroordeelt om uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Gruas Garro daarmee in gebreke blijft, aan [eiseres in het incident] afschrift te verstrekken van:

a) de gegevens van de tachograafschijf;

b) het expertiserapport van de (Spaanse) transportverzekeraar van Gruas Garro;

c) de beladingsinstructies aan Gruas Garro door Indar/de eigenaar van de rotor.

4.2. [eiseres in het incident] legt aan haar incidentele vordering ten grondslag dat de gevraagde stukken antwoord kunnen geven op de vragen die partijen in dit geschil verdeeld houden, namelijk de vragen of de montagefout mede oorzaak is van het ongeval, of sprake is van causaal verband en of Gruas Garro eigen schuld kan worden verweten vanwege het onvoldoende vastzetten van de lading. De tachograafschijf is volgens [eiseres in het incident] relevant omdat de snelheid waarmee de trailer reed van belang is voor de toedracht van het ongeval. Ten aanzien van het expertiserapport voert [eiseres in het incident] aan dat de schade aan de rotor is vergoed door de transportverzekeraar van Gruas Garro en dat aan die schadebetaling “hoogstwaarschijnlijk” een expertiserapport ten grondslag ligt.

4.3. Gruas Garro voert verweer in het incident.

4.4. De rechtbank zal hierna, voor zover van belang, nader ingaan op de stellingen van partijen.

5. De beoordeling in het incident

5.1. Artikel 843a Rv heeft betrekking op de situatie dat een schriftelijk bewijsmiddel aan een partij in beginsel bekend is, maar niet in haar bezit. In dat geval bestaat een bijzondere exhibitieplicht. Er is geen sprake van een algemeen inzagerecht. Een partij kan slechts om inzage vragen in bepaalde, met name genoemde stukken. Daarnaast stelt artikel 843a Rv als voorwaarden dat de partij die om inzage vraagt daarbij een rechtmatig belang heeft en dat het gaat om stukken met betrekking tot een rechtsverhouding waarin deze partij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn.

5.2. Ten aanzien van de tachograafgegevens voert Gruas Garro als verweer aan dat overlegging van de tachograaf niet meer mogelijk is, omdat de bewaarperiode van de gegevens is verstreken. Gruas Garro voert aan dat zij dit heeft geverifieerd bij de OPTAC, de leverancier van de tachograaf. Met betrekking tot het expertiserapport van de (Spaanse) transportverzekeraar stelt Gruas Garro dat zij herhaaldelijk contact heeft gezocht met haar transportverzekeraar om overlegging van het rapport te vragen, maar dat zij desondanks geen rapport heeft verkregen. Ten slotte betwist Gruas Garro het bestaan van beladingsinstructies. Zij voert aan dat zij van Indar de opdracht heeft gekregen het transport uit te voeren en dat Indar haar daarbij geen instructies heeft gegeven.

5.3. Dat Gruas Garro de beschikking heeft of nog kan krijgen over de tachograafgegevens, het expertiserapport van haar transportverzekeraar of beladingsinstructies van Indar/de eigenaar van de rotor is daarmee naar het oordeel van de rechtbank gemotiveerd weersproken en niet aannemelijk geworden. De incidentele vordering stuit hierop al af. Gruas Garro kan immers niet worden veroordeeld tot het verstrekken van afschrift van stukken waarover zij niet beschikt of niet kan beschikken. De overige verweren van Gruas Garro kunnen buiten bespreking blijven.

5.4. [eiseres in het incident] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gruas Garro worden begroot op € 452,00 wegens salaris advocaat (1,0 punt, tarief € 452,00).

6. De beoordeling in de hoofdzaak

6.1. De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

6.2. Gruas Garro heeft de gelegenheid de conclusie van antwoord in reconventie ter comparitie te nemen. Gruas Garro moet een schriftelijke conclusie uiterlijk twee weken voor aanvang van de comparitie toezenden. Na de comparitie kan deze conclusie niet meer worden genomen.

6.3. De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die zij geraden zal achten.

6.4. De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechter zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechter zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.

6.5. In beginsel zal ter comparitie niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.

6.6. Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen.

6.7. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen. Ter zitting kan aan de orde komen of een deskundigenonderzoek noodzakelijk is, welke vragen moeten worden beantwoord en wie partijen als deskundige benoemd willen zien.

7. De beslissing

De rechtbank

in het incident

7.1. wijst het gevorderde af,

7.2. veroordeelt [eiseres in het incident] in de kosten van het incident, aan de zijde van Gruas Garro tot op heden begroot op € 452,00,

in de hoofdzaak

7.3. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. J.D.A. den Tonkelaar in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

7.4. bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

7.5. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 april 2012 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de woensdagen in de maanden mei tot en met juli 2012, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

7.6. bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

7.7. bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

7.8. wijst partijen er op, dat voor de zitting twee uur zal worden uitgetrokken.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2012.