Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW0683

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-03-2012
Datum publicatie
03-04-2012
Zaaknummer
222259
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident ex artikel 22 jo. 162 en artikel 843 a Rv 9afgifte van stukken). Vordering op geen van de daraan ten grondslag gelegde bepalingen toewijsbaar, omdat zij onvoldoende bepaald is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 222259 / HA ZA 11-1430

Vonnis in incident van 21 maart 2012

in de zaak van

[verweerder in het incident],

kantoorhoudende te Gorinchem,

eiser in conventie in de hoofdzaak,

verweerder in reconventie in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. S. Meeuwsen te Gorinchem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RECO HOLDING B.V.,

gevestigd te Brakel, gemeente Zaltbommel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ELVEBE-B.V.,

gevestigd te Brakel, gemeente Zaltbommel,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. EXPLOITATIEBEDRIJF VENTURE-INTEREST,

gevestigd te Brakel, gemeente Zaltbommel,

[eisers in het incident]

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

V.H.L. BEHEERSMIJ B.V.,

gevestigd te Brakel, gemeente Zaltbommel,

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eisers in reconventie in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. M.F.G. Mulders te Arnhem.

Partijen zullen hierna de curator en Reco Holding B.V. c.s. worden genoemd. Eisers in het incident zullen elk afzonderlijk ook worden aangeduid als Reco Holding, Elvebe, Exploitatiebedrijf, [eiser in het incident sub 4], [eiser in het incident sub 5] en VHL Beheersmij.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de incidentele vordering tot overlegging van stukken ex artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) juncto artikel 162 Rv en artikel 843 (de rechtbank begrijpt: 843a) Rv, tevens conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie

- de conclusie van antwoord in het incident.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten in het incident

2.1. Op 23 september 2008 is Keukenstore Leerdam B.V., handelend onder de naam Nexxt Keukenstudio (hierna: Nexxt Keukenstudio), in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van de curator tot curator.

2.2. Nexxt Holding B.V. (hierna: Nexxt Holding) was bestuurder en aandeelhouder van Nexxt Keukenstudio. Daarnaast was Nexxt Holding bestuurder en enig aandeelhouder van Nexxt Projecten B.V. (hierna: Nexxt Projecten). Zowel Nexxt Holding als Nexxt Projecten is per 1 augustus 2009 ontbonden wegens gebrek aan bekende baten.

2.3. Reco Holding is bestuurder en enig aandeelhouder van Nexxt Holding.

2.4. Elvebe en Exploitatiebedrijf zijn bestuurders van Reco Holding.

[eiser in het incident sub 4] is directeur en enig aandeelhouder van Elvebe en [eiser in het incident sub 5] is directeur en enig aandeelhouder van Exploitatiebedrijf.

2.5. VHL Beheersmij is een zustermaatschappij van Reco Holding.

Elvebe en Exploitatiebedrijf zijn haar bestuurders.

2.6. De curator meent, kort gezegd, dat de boedel diverse vorderingen op de gedaagden heeft wegens, kort gezegd en onder meer, onrechtmatig handelen, het onbetaald laten van facturen en onbehoorlijk bestuur. In de hoofdzaak vordert hij daarvan betaling.

3. Het geschil in het incident

3.1. Reco Holding B.V. c.s. vorderen in het incident dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair: de curator veroordeelt tot overlegging dan wel afgifte van een gewaarmerkte kopie van de administratie inclusief bankafschriften althans alle gegevensdragers waarop de administratie staat, van Nexxt Keukenstudio, op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, voor iedere dag dat de curator dit na het vonnis nalaat;

subsidiair: een gerechtelijk bewaarder benoemt die van alle gegevensdragers, administratie inclusief bankafschriften en documenten van Nexxt Keukenstudio, al dan niet in samenwerking met een onafhankelijke deskundige (digitale) kopieën maakt van voornoemde gegevensdragers, administratie en bescheiden, welke kopieën de bewaarder in gerechtelijke bewaring zal nemen en aan ieder der partijen op eerste verzoek een afschrift zal verstrekken indien dat volgens één der partijen noodzakelijk mocht zijn met het oog op de onderhavige procedure;

meer subsidiair: een zodanige beslissing neemt, die ertoe strekt dat Reco Holding B.V. c.s. in deze procedure kan beschikken over de administratie althans alle gegevensdragers inclusief bankafschriften, administratie en bescheiden van Nexxt Keukenstudio;

primair, subsidiair en meer subsidiair: de curator veroordeelt in de kosten van het incident.

3.2. Ter onderbouwing van hun vordering voeren Reco Holding B.V. c.s. aan dat het hun ontbreekt aan administratieve stukken van Nexxt Keukenstudio ter weerlegging van de stellingen van de curator dan wel ter adstructie van het door de curator gestelde wettelijke vermoeden ex artikel 2:248 Burgerlijk Wetboek waarvan zij zijn gerechtigd tegenbewijs te leveren. Daarnaast stellen Reco Holding B.V. c.s. dat het hun ontbreekt aan administratieve stukken van Nexxt Holding en Nexxt Projecten, waardoor zij ernstige problemen kunnen krijgen “in het kader van de wettelijke bewaarplicht en fiscus”. Reco Holding B.V. c.s. voorzien dat zij zonder de gevraagde stukken hun stellingen niet kunnen bewijzen of nader kunnen onderbouwen, waardoor zij in bewijsnood zouden kunnen komen te verkeren.

3.3. De curator voert verweer in het incident.

3.4. De rechtbank zal hierna, voor zover van belang, nader ingaan op de stellingen van partijen.

4. De beoordeling in het incident

4.1. Reco Holding B.V. c.s. hebben onder meer artikel 22 Rv juncto artikel 162 Rv aan hun incidentele vordering ten grondslag gelegd. Op grond van artikel 162 Rv kan de rechter in de loop van een geding, op verzoek of ambtshalve, aan partijen of aan één van hen de openlegging bevelen van boeken, bescheiden en geschriften, die zij ingevolge de wet moeten houden, maken of bewaren. Deze bepaling betreft een species van de in artikel 22 Rv neergelegde bevoegdheid van de rechter om – indien hij dat nodig acht – aan (één van de) partijen een bevel uit te vaardigen tot het geven van inlichtingen of het overleggen van bepaalde, op de zaak betrekking hebbende bescheiden.

4.2. De in artikel 162 Rv aan de rechter gegeven bevoegdheid vindt haar grens in het geschil, zodat moet worden beoordeeld of de openlegging in verband met hetgeen tussen partijen in geschil is, nodig is. Voorts staat ter beslissing van de rechter, binnen de grenzen van de wet, welke inlichtingen met het oog op een behoorlijke procesvoering aan de wederpartij worden verstrekt. Omdat een oordeel over de relevantie van de inlichtingen voor hetgeen in geschil is veelal pas mogelijk is na kennisneming van de gevraagde inlichtingen, is de rechter alleen dan onbevoegd met toepassing van voornoemd artikel openlegging van boeken te bevelen indien de gevraagde inlichtingen redelijkerwijs niet in verband kunnen staan met hetgeen tussen partijen in geschil is.

4.3. Reco Holding B.V. c.s. vorderen afschrift van (primair) “de administratie inclusief bankafschriften althans alle gegevensdragers waarop de administratie staat, van Nexxt Keukenstudio”, (subsidiair) “alle gegevensdragers, administratie inclusief bankafschriften en documenten van Nexxt Keukenstudio” dan wel (meer subsidiair) “de administratie althans alle gegevensdragers inclusief bankafschriften, administratie en bescheiden van Nexxt Keukenstudio”. Reco Holding B.V. c.s. hebben de gevraagde bescheiden niet nader aangeduid dan hiervoor is geciteerd. Naar het oordeel van de rechtbank hebben Reco Holding B.V. c.s. daarmee onvoldoende concreet aangegeven op welke stukken uit de administratie van Nexxt Keukenstudio zij doelen, noch hebben zij voldoende gemotiveerd welke nader ter zake dienende inlichtingen door openlegging van die stukken kunnen worden verkregen. Voor zover de incidentele vordering is gebaseerd op artikel 22 Rv juncto 162 Rv stuit deze hierop al af.

4.4. Hetzelfde geldt voor zover artikel 843a Rv aan de incidentele vordering ten grondslag is gelegd. Artikel 843a Rv heeft betrekking op de situatie dat een schriftelijk bewijsmiddel aan een partij in beginsel bekend is, maar niet in haar bezit. In dat geval bestaat een bijzondere exhibitieplicht. Er is geen sprake van een algemeen inzagerecht. Een partij kan slechts om inzage vragen in bepaalde, met name genoemde stukken. Daarnaast stelt artikel 843a Rv als voorwaarden dat de partij die om inzage vraagt daarbij een rechtmatig belang heeft en dat het gaat om stukken met betrekking tot een rechtsverhouding waarin deze partij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn.

4.5. De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering van Reco Holding B.V. c.s. dermate ruim is geformuleerd, dat niet kan worden gesproken van een verzoek om inzage in bepaalde, met name genoemde stukken. De rechtbank verwijst daarbij naar hetgeen zij onder 4.3 heeft overwogen. Er is geen sprake van “bepaalde” bescheiden in de zin van artikel 843a Rv. De incidentele vordering is dus ook op grond van artikel 843a Rv niet toewijsbaar.

4.6. De conclusie luidt dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen.

4.7. Reco Holding B.V. c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de curator worden begroot op € 452,00 wegens salaris advocaat (1,0 punt, tarief € 452,00).

5. De beoordeling in de hoofdzaak

5.1. De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

5.2. De curator heeft de gelegenheid de conclusie van antwoord in reconventie ter comparitie te nemen. De curator moet een schriftelijke conclusie uiterlijk twee weken voor aanvang van de comparitie toezenden. Na de comparitie kan deze conclusie niet meer worden genomen.

5.3. De partijen wordt verzocht de stukken waarop zij tijdens de comparitie een beroep willen doen, uiterlijk twee weken tevoren in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toe te zenden.

5.4. De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die zij geraden zal achten.

5.5. De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechter zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechter zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.

5.6. In beginsel zal ter comparitie niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.

5.7. Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen.

5.8. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen. Ter zitting kan aan de orde komen of een deskundigenonderzoek noodzakelijk is, welke vragen moeten worden beantwoord en wie partijen als deskundige benoemd willen zien. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

6. De beslissing

De rechtbank

in het incident

6.1. wijst het gevorderde af,

6.2. veroordeelt Reco Holding B.V. c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van de curator tot op heden begroot op € 452,00,

6.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

6.4. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. N.W. Huijgen in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

6.5. bepaalt dat mr. W.M. van den Pol q.q., H.J.G.N. van der Ven en H.G. van der Ven dan in persoon aanwezig moeten zijn en dat Reco Holding B.V., Elvebe-B.V., B.V. Exploitatiebedrijf Venture-Interest en V.H.L. Beheersmij B.V. dan moeten zijn vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

6.6. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 april 2012 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de dinsdagen in de maanden mei tot en met juli 2012, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

6.7. bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

6.8. bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

6.9. wijst partijen er op, dat voor de zitting tweeënhalf uur zal worden uitgetrokken,

6.10. bepaalt dat de in de overwegingen genoemde stukken uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting aan de rechtbank en aan de wederpartij moeten zijn toegestuurd,

6.11. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2012.