Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW0506

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
07-03-2012
Datum publicatie
02-04-2012
Zaaknummer
215999
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN: BV 1058.

Partijen mochten na tussenvonnis in reconventie stukken in het geding brengen. Tegen eiseres in reconventie (I&O) is akte niet-dienen verleend. Daardoor ontbreekt de nadere onderbouwing van de vordering in reconventie, zodat deze wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 215999 / HA ZA 11-782

Vonnis van 7 maart 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HADEMA LOGISTICS HOLDING B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.C.C. Stoové te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

I & O LOGISTICS B.V.,

gevestigd te Maasdriel, gemeente West Maas en Waal,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. E. Wilke te Schiedam.

Partijen zullen hierna Hadema Holding en I & O worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 4 januari 2012, dat in conventie een eindvonnis inhoudt en in reconventie een tussenvonnis waarbij beide partijen in de gelegenheid zijn gesteld om bij akte de in dat vonnis genoemde nadere stukken in het geding te brengen (hierna: het tussenvonnis)

- de akte overlegging producties van Hadema Holding

- de verlening van akte niet-dienen tegen I & O.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling in reconventie

2.1. Gelet op de beoordeling in het tussenvonnis is het geschil in reconventie inmiddels beperkt tot de vordering van I & O tot vergoeding van door haar geleden schade wegens vervanging van 410 pallets die Hadema Holding volgens I & O onder zich heeft maar weigert te retourneren.

2.2. Omdat I & O zich op het standpunt stelt dat Hadema Logistics deze 410 pallets onder zich had toen zij failleerde en dat de curator haar heeft bericht dat deze pallets met de inventaris van Hadema Logistics aan Hadema Holding zijn overgedragen, heeft de rechtbank I & O bevolen om bij akte de verklaring van de curator alsnog in het geding te brengen (rechtsoverweging 4.20 van het tussenvonnis). Tegelijkertijd heeft de rechtbank Hadema Holding bevolen om de inventarislijst over te leggen die volgens haar destijds is opgesteld en die in het bezit van de curator zou moeten zijn. Volgens Hadema Holding heeft I & O inderdaad recht op een vergoeding in het geval er ook pallets voorkomen op die inventarislijst (eveneens rechtsoverweging 4.20 van het tussenvonnis). Ten slotte is I & O – naar aanleiding van haar stelling dat zij de pallets, die aan haar klanten toebehoorden, aan die klanten heeft moeten vergoeden en dat die klanten haar daarvoor rekeningen hebben gestuurd die zij heeft moeten betalen – bevolen om de facturen van haar klanten en de daarmee corresponderende betalingsbewijzen over te leggen (rechtsoverweging 4.21 van het tussenvonnis).

2.3. Hadema Holding heeft bij akte een “Inventarisatie- en taxatierapport” in het geding gebracht met betrekking tot de roerende zaken van Hadema Logistics ten tijde van het faillissement. In dit rapport staan geen pallets vermeld.

2.4. Tegen I & O is akte niet-dienen verleend. De verklaring van de curator is niet in het geding gebracht, evenmin als de facturen van de klanten van I & O.

2.5. Zonder nadere onderbouwing, die gezien het voorgaande ontbreekt, kan niet in rechte worden vastgesteld dat Hadema Logistics ten tijde van het faillissement 410 pallets van I & O onder zich had, laat staan dat Hadema Holding die heeft overgenomen. Evenmin kan worden aangenomen dat I & O schade heeft geleden doordat zij pallets aan haar klanten heeft moeten vergoeden. Om die reden dient de vordering van I & O te worden afgewezen.

2.6. In het tussenvonnis heeft de rechtbank al overwogen dat de vordering in reconventie ook voor het overige niet toewijsbaar is (rechtsoverwegingen 4.17-4.19 van het tussenvonnis).

2.7. I & O wordt in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. De kosten aan de zijde van Hadema Holding worden begroot op € 768,00 wegens salaris advocaat (2,0 punten × tarief € 384,00).

3. De beslissing

De rechtbank

in reconventie

3.1. wijst de vorderingen af,

3.2. veroordeelt I & O in de proceskosten, aan de zijde van Hadema Holding tot op heden begroot op € 768,00,

3.3. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2012.

Coll.: JC