Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BV9872

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-03-2012
Datum publicatie
26-03-2012
Zaaknummer
05/800968-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer spreekt een 22 jarige korporaal vrij van het toestaan van feitelijke aanranding, mishandeling en vrijheidsberoving, welke misdrijven gepleegd zouden zijn door zijn minderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire Kamer

Promis II

Parketnummer : 05/800968-10

Datum zitting : 12 september 2011 en 12 maart 2012

Datum uitspraak : 26 maart 2012

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],

adres : [adres]

plaats : [woonplaats],

rang : Korporaal,

ingedeeld bij : [standplaats]

Raadsman: mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Amersfoort.

Officier van justitie mr. J.C. Stikkelman

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

(de) solda(a)t(en) der eerste klasse L. [medeverdachte1] en/of M. [medeverdachte2] en/of B.F.N.

[medeverdachte3] in of omstreeks de periode van 1 december 2009 tot en met 1 februari

2010 te of nabij Harskamp, gemeente Ede, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk soldaat der eerste klasse A. [slachtoffer], die toen militair was, althans

die bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam was, feitelijk hebben/heeft

bedreigd met geweld en/of feitelijk hebben/heeft aangerand door toen en daar

opzettelijk die [slachtoffer] op de grond liggend tussen zich in hebben geklemd,

althans vast hebben gehouden en/of (vervolgens) met ontbloot onderlichaam op

het gezicht, althans hoofd van die [slachtoffer] zijn/is gaan zitten,

het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven door zijn mindere(n), verdachte als

militair in de rang van korporaal toen en daar opzettelijk heeft toegelaten;

2.

soldaat der eerste klasse L. [medeverdachte1] in of omstreeks de nacht van 26 op 27

augustus 2010 te Schaarsbergen, gemeente Arnhem,

opzettelijk mishandelend een persoon, te weten A. [slachtoffer], heeft geslagen en/of

gestompt en/of (met kracht) (tegen een kast, althans hard voorwerp) heeft

geduwd en/althans ten val heeft gebracht waardoor deze [slachtoffer] letsel heeft

bekomen en/of pijn heeft ondervonden,

het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven door zijn mindere, verdachte als

militair in de rang van korporaal toen en daar opzettelijk heeft toegelaten;

3.

soldaat der eerste klasse L. [medeverdachte1] in of omstreeks de nacht van 26 op 27

augustus 2010, te Schaarsbergen, gemeente Arnhem,

opzettelijk A. [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of

beroofd gehouden, door opzettelijke voornoemde [slachtoffer] (tegen diens wil)

wederrechtelijk gedurende enige tijd in diens, althans een legeringskamer op

te (doen) houden, althans heeft belet of belemmerd die legeringskamer te

verlaten,

het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven door zijn mindere, verdachte als

militair in de rang van korporaal toen en daar opzettelijk heeft toegelaten;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 12 maart 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Amersfoort.

De officier van justitie heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd en hebben eveneens vrijspraak bepleit van de drie tenlastegelegde feiten.

3. De beslissing inzake het bewijs

De militaire kamer overweegt als volgt.

Ter zake van het onder 1 tenlastegelegde

Tijdens de terechtzitting van 12 maart 2012 heeft de verdediging stukken overgelegd, waaruit blijkt dat verdachte in de periode van 29 maart 2010 tot 23 april 2010 heeft deelgenomen aan de opleiding “leiding gevende korporaal”. De militaire kamer acht het aannemelijk dat, zoals door verdachte is betoogd, hij direct voorafgaande aan deze opleiding is bevorderd tot de rang van korporaal. Het tenlastegelegde feit zou enige tijd hiervoor hebben plaatsgevonden, te weten in de periode van 1 december 2009 tot en met 1 februari 2010.

Gelet hierop is de militaire kamer van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte ten tijde van het gewraakte handelen de rang had van korporaal en evenmin dat hij de militaire(n) die bij A. [slachtoffer] de militaire aanranding zouden hebben gepleegd zijn mindere(n) was of waren.

De militaire kamer zal verdachte, overeenkomstig de eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman, vrijspreken van het onder 1 tenlastegelegde.

Ter zake van het onder 2 en 3 tenlastegelegde

De militaire kamer is van oordeel dat op basis van de stukken en hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen niet wettig en overtuigend is komen vast te staan dat verdachte, voordat L. [medeverdachte1] de in de tenlastelegging onder feit 2 en 3 genoemde misdrijven zou hebben gepleegd of ten tijde van het plegen van die misdrijven, daarvan op de hoogte was. Niet is komen vast te staan dat deze misdrijven (mede nog) hebben plaatsgevonden, nadat verdachte de legeringskamer binnen is gegaan, om naar eigen zeggen polshoogte te nemen van de situatie.

Dit brengt met zich dat evenmin wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte deze misdrijven die L. [medeverdachte1] zou hebben begaan opzettelijk heeft toegelaten

Gelet op het vorenstaande zal de militaire kamer verdachte, overeenkomstig de eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman, eveneens vrijspreken van het onder 2 en 3 tenlastegelegde.

4. De beoordeling van de civiele vordering van A. [slachtoffer]

De benadeelde partij A. [slachtoffer] heeft, overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering, opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van de door hem geleden schade. Hij vordert ter zake van geleden immateriële schade een bedrag van

€ 300,-.

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de raadsman stellen zich beiden op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij niet kan worden toegewezen, nu verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

De beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, nu verdachte van het hem tenlastegelegde wordt vrijgesproken.

5. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Spreekt de verdachte vrij van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

Mr. T.P.E.E. van Groeningen, als voorzitter,

mr. E. de Boer, rechter,

kapitein ter zee van administratie mr. F.N.J. Jansen, militair lid,

in tegenwoordigheid van mr. G. Croes, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 maart 2012.