Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BV9198

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
19-03-2012
Datum publicatie
19-03-2012
Zaaknummer
05/701532-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Arnhem heeft vandaag een 31-jarige man uit Zeist veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 540 dagen waarvan 354 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en het volgen van een klinische behandeling voor een afpersing gepleegd op 3 juli 2011 bij een geldautomaat van de Rabobank te Tiel.

Dit is in de lijn van de eis van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Promis II

Parketnummer : 05/701532-11

Datum zittingen : 19 december 2011, 5 maart 2012

Datum uitspraak : 19 maart 2012

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

thans verblijvende in [verblijfplaats] .

Raadsman : mr. M.F.G. Mulders, advocaat te Zaltbommel.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 03 juli 2011 te Tiel, op of aan de openbare weg (de

Stationsstraat), met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld S.C.H. [slachtoffer] heeft

gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 38 EURO, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan S.C.H. [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een mes, althans een

scherp en/of puntig voorwerp aan die [slachtoffer] heeft getoond en (vervolgens)

tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "Geef me geld" en/of "Heb je nog meer, kijk in

je portemonnee" en/of "Ik ben kankergek" en/of "Je gaat niet de politie

bellen", althans woorden van gelijke strekking of aard;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 5 maart 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.F.G. Mulders, advocaat te Zaltbommel.

Tevens is namens Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering ter terechtzitting verschenen mevrouw [naam].

De officier van justitie, mr. K. Hermans, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

S.C.H. [slachtoffer] (verder: [slachtoffer]) heeft op 3 juli 2011 om 23.56 uur bij een pinautomaat op de Stationsstraat te Tiel 30 euro gepind. Toen [slachtoffer] het geld uit de pinautomaat nam, werd hij aangesproken door verdachte. Verdachte liet aan [slachtoffer] een mes zien dat hij ter hoogte van het midden van zijn buik hield. Verdachte heeft vervolgens tegen [slachtoffer] gezegd “Geef me geld.”. Hierop heeft [slachtoffer] de 30 euro aan verdachte gegeven, waarop deze vroeg “heb je nog meer, kijk in je portemonnee”. Hierop heeft [slachtoffer] uit zijn portemonnee nog een biljet van vijf euro, een munt van 2 euro en een munt van 1 euro aan verdachte gegeven.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft aangevoerd dat hij het tenlastegelegde heeft begaan, maar dat hij niet tegen de aangever heeft gezegd “ik ben kankergek” en “niet de politie bellen.”

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en overweegt hieromtrent het navolgende:

Verdachte heeft zich op 9 september 2011 bij het politiebureau in Hilversum gemeld met de mededeling dat hij zichzelf wilde aangeven voor een overval welke hij ongeveer 3 maanden geleden bij een pinautomaat van de Rabobank in Tiel had gepleegd. Verdachte heeft vervolgens bij de politie daarover een gedetailleerde verklaring afgelegd. Omtrent hetgeen hij gezegd heeft tijdens het plegen van het feit heeft hij bij de politie onder andere verklaard gezegd te hebben “Geef me je kankergeld nu” en “niet de politie bellen.” Tijdens de terechtzitting op 19 december 2011 heeft verdachte vervolgens verklaard niet gezegd te hebben “niet de politie bellen” en voorts heeft hij ontkend gezegd te hebben “Ik ben kankergek”, zoals ten laste is gelegd.

Nu verdachte weliswaar bekend heeft gezegd te hebben “geef me je kankergeld nu” maar steeds ontkend heeft gezegd te hebben “ik ben kankergek”, acht de rechtbank het niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de woorden “ik ben kankergek” heeft gebruikt. De rechtbank acht het echter wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte gezegd heeft “niet de politie bellen”, nu dat zowel in overeenstemming is met de verklaring van aangever [slachtoffer] als de door verdachte afgelegde verklaring bij de politie.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een afpersing gepleegd tegen [slachtoffer], met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij omstreeks 03 juli 2011 te Tiel, op of aan de openbare weg de Stationsstraat met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld S.C.H. [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 38 EURO toebehorende aan S.C.H. [slachtoffer], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte een mes aan die [slachtoffer] heeft getoond en vervolgens tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "Geef me geld" en "Heb je nog meer, kijk in je portemonnee" en "Je gaat niet de politie bellen", althans woorden van gelijke strekking of aard;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Afpersing terwijl het feit wordt gepleegd op of aan de openbare weg

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 540 dagen waarvan 348 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod bij het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering voor zolang en zo frequent als het Leger de Heils dat nodig acht en een behandelverplichting in de vorm van een klinische opname in [verblijfplaats] voor de periode van maximaal een jaar.

Het standpunt verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht de eis van de officier van justitie te volgen, maar dan met een iets korter onvoorwaardelijk deel, zodat dit gelijk is aan de door verdachte op 12 maart 2012 ondergane voorlopige hechtenis, op welk moment de klinische behandeling in het kader van een schorsing is aangevangen.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 3 februari 2012; en

• een Pro Justitia rapportage van psychiater N. van de Weg, gedateerd 2 december 2011, betreffende verdachte; en

• een voorlichtingsrapport van Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering , gedateerd 2 maart 2012, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan afpersing. Verdachte heeft ’s nachts bij een pinautomaat [slachtoffer], die kort daarvoor geld had gepind, bedreigd met een mes en gedwongen om zijn geld af te geven. Dit is een laaghartig feit, zeker onder de omstandigheden waaronder het feit is begaan. Verdachte heeft aangegeven tot zijn daad te zijn gekomen om aan geld te komen voor drugs en heeft zich hierbij geen enkele rekenschap gegeven van de belangen van het slachtoffer. Dit soort feiten versterken de gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Voor slachtoffers is een dergelijke afpersing een traumatische ervaring. Dergelijke ervaringen hebben vaak ook daarna nog grote impact op de slachtoffers.

Dit is een ernstig feit waarvoor in beginsel een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is.

In het voordeel van verdachte spreekt echter dat hij zichzelf heeft aangegeven bij de politie. Hij heeft voorts meerdere malen gevraagd structureel geholpen te worden voor zijn problemen aangezien in het verleden kortdurende hulpverleningstrajecten niet het beoogde resultaat voor hem hebben opgeleverd. Verdachte is daardoor in een negatieve spiraal terecht gekomen waardoor het plegen van geweldsdelicten in toekomst tot een risico zal blijven behoren, hoewel de justitiële documentatie betreffende verdachte laat zien dat verdachte sinds 2006 zich, op dit feit na, niet schuldig heeft gemaakt aan geweldsmisdrijven.

Voorts heeft de psychiater in zijn rapport geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van zwakbegaafdheid, afhankelijkheid van alcohol en cocaïne en voorts van een antisociale en een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Het tenlastegelegde feit is onder invloed van de combinatie van de verslavingsproblematiek, zwakbegaafdheid en persoonlijkheidsproblematiek begaan hetgeen, aldus de psychiater, maakt dat het tenlastegelegde hem in verminderde mate is toe te rekenen. De rechtbank is mede gelet op dit rapport van oordeel dat verdachte het tenlastegelegde in verminderde mate kan worden toegerekend.

Aan het rapport van de reclassering ontleend de rechtbank het navolgende:

“Verdachte is een intellectueel beperkte man, die in zijn leven veel mogelijk traumatiserende gebeurtenissen heeft meegemaakt. Naast zijn beperkte cognitieve capaciteiten is er sprake van verslavingsproblematiek en psychiatrische problematiek. Verdachte is snel gespannen, heeft veel angsten en dempt negatieve gevoelens met alcohol dan wel drugs. Ten aanzien van het gebruik van middelen kent hij geen grenzen, hij is niet in staat om maat te houden. Hierdoor vertoont hij risicovol gedrag. Er zijn nauwelijks beschermende factoren. (…) Verdachte zegt begeleiding te willen krijgen voor zijn verslavingsproblematiek. Om deze behandeling te kunnen ondergaan heeft verdachte veel structuur en kaders nodig. Het verleden leert dat een te open setting hem teveel vrijheid geeft.”

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat verdachte en de maatschappij meer gebaat zijn bij een structurele behandeling, naast de langdurige vrijheidsstraf die verdachte al in het kader van het voorarrest heeft ondergaan, dan bij enkel een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank zal aan verdachte daarom een gevangenisstraf voor de duur van 540 dagen opleggen waarvan 354 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden. Verdachte zal in dat kader een klinische behandeling van maximaal een jaar moeten ondergaan bij [verblijfplaats]. Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, te weten - tot aan het moment van schorsing van de voorlopige hechtenis per 12 maart 2012 - 186 dagen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Een gevangenisstraf voor de duur van 540 ( vijfhonderdveertig) dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 354 ( driehonderdvierenvijftig ) dagen niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of indien de veroordeelde voor het einde van de proeftijd de navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

Veroordeelde moet zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe moet de veroordeelde zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode (maar maximaal twee jaar) blijven melden zo lang en frequent als de reclassering dit nodig acht.

Veroordeelde wordt verplicht om zich, voor de duur van maximaal 1 (één) jaar, klinisch te laten behandelen bij [verblijfplaats] of een soortgelijke instelling. De behandeling start direct na de einddatum detentie, te weten 12 maart 2012.

Voorts dient veroordeelde zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de hiermee verband houdende (nadere) aanwijzingen van de reclassering, voor zover en voor zolang dat door de reclassering wenselijk of noodzakelijk wordt geacht.

Verdachte verleent daarbij op verzoek van de reclasseringsmedewerker ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan.

Geeft opdracht aan (de stichting) Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen. Bij het verlenen van hulp en steun bij de naleving van de voorwaarden stelt (de stichting) Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering de identiteit van de veroordeelde vast op de wijze als bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin en tweede lid van het Wetboek van strafvordering.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer¬legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het op 12 maart 2012 geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van veroordeelde voornoemd.

Aldus gewezen door

mr. T.P.E.E. van Groeningen,

mr. J. Barrau,

mr. C.M.E. Lagarde,

in tegenwoordigheid van mr. M.H. van de Pol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 maart 2012.