Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BV7113

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
31-01-2012
Datum publicatie
28-02-2012
Zaaknummer
AWB 10/4524
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artt. 4,1 en 6,3 WIA.

WGA- of IVA-uitkering.

Volledig arbeidsongeschikt. Inkomsten uit niet passende arbeid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 10/4524

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van

inzake

P & O Services Professionals BV, eiseres,

gevestigd te Hedel, vertegenwoordigd door B. van Meegen,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 19 november 2010, uitgereikt door het UWV te Venlo.

2. Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2010 heeft verweerder vastgesteld dat de (ex-)werknemer [naam]] ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) recht heeft op een loongerelateerde uitkering ingevolge de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit heeft verweerder het door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het eerder genoemde besluit gehandhaafd.

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 2 augustus 2011. Eiseres is daar verschenen, bijgestaan door P.M.M. Massuger werkzaam bij Massuger Arbeidsrecht advies. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. van de Berkt, werkzaam bij het UWV te Arnhem.

Gelet op hetgeen ter zitting door partijen naar voren is gebracht heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen nader onderzoek te verrichten en te bezien of het in het bestreden besluit door verweerder ingenomen standpunt nog houdbaar is, dan wel of dit aanpassing behoeft.

Verweerder heeft de rechtbank bij brief van 30 augustus 2011 laten weten zijn standpunt onverkort te handhaven. Eiseres heeft daarop gereageerd. Partijen hebben vervolgens toestemming verleend om zonder nadere zitting uitspraak te doen.

3. Overwegingen

[naam] (hierna: de werknemer) is op 1 januari 2004 bij eiseres in dienst getreden in de functie van projectmedewerker. Op 1 december 2005 is de werknemer wegens psychische klachten uitgevallen voor zijn werkzaamheden.

Verweerder heeft de werknemer bij besluit van 22 november 2007 per 29 november 2007 voor 80-100% arbeidsongeschikt aangemerkt en een WGA-uitkering ingevolge de Wet WIA toegekend. De inkomsten die de werknemer als zelfstandige naast zijn uitkering heeft verworven, zijn door verweerder op de uitkering in mindering gebracht.

Op 15 april 2010 heeft eiseres verweerder verzocht de werknemer op te roepen voor een herbeoordeling van de mate van zijn arbeidsongeschiktheid.

De werknemer is op 12 mei 2010 op het spreekuur gezien door verzekeringsarts [naam 2]. Deze heeft op basis van het spreekuurcontact en dossieronderzoek geconcludeerd dat de beperkingen die bij de medische beoordeling in september 2007 aan de orde waren, nog steeds gelden. Het gaat om beperkingen ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren. Een urenbeperking is ook nog steeds aangewezen. De beperkingen zijn vastgelegd in een functionele mogelijkheden lijst (fml) van 12 mei 2010. Gezien de aard en de duur van de problematiek verwacht de verzekeringsarts niet dat de belastbaarheid van de werknemer in essentie nog zal toenemen.

Arbeidsdeskundige [naam deskundige] heeft in zijn rapport van 9 juni 2010 uiteengezet dat de werknemer onveranderd 100% arbeidsongeschikt is en nog steeds voor een uitkering gerelateerd aan de arbeidsongeschiktheidsklasse 80-100% in aanmerking komt. Van een uitkering op grond van de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA) is volgens de arbeidsdeskundige geen sprake omdat de werknemer al jaren bewijst door de (op zichzelf niet als passend aan te merken) werkzaamheden als zelfstandig koerier inkomen te kunnen verwerven.

Het onderzoek van verweerder heeft geleid tot het besluit van 23 juni 2010 dat verweerder bij het bestreden besluit heeft gehandhaafd. Hieraan heeft verweerder het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige [naam deskundige ] van 16 november 2010 ten grondslag gelegd. Deze heeft zich achter de bevindingen van de arbeidsdeskundige geschaard. Volgens de bezwaararbeidsdeskundige kunnen geen gangbare functies worden geduid vanwege de voor de werknemer geldende beperkingen. De werknemer verdient sinds 2007 als zelfstandig koerier in zijn eigen hulp-en koeriersbedrijf meer dan 20% van het maatmaninkomen. Om die reden is hij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en heeft hij geen recht op een IVA-uitkering, zo stelt verweerder. In de aanvullende reactie van 30 augustus 2011 heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat daarbij niet relevant is of sprake is van passende arbeid.

Eiseres heeft (onder meer) dit standpunt in beroep gemotiveerd bestreden.

De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is het volgende bepaald:

Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap en of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

In artikel 6, derde lid, van de Wet WIA is bepaald:

Onder arbeid als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en 5 wordt verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.

De rechtbank is van oordeel dat uit deze bepalingen volgt dat het bij de beantwoording van de vraag of de werknemer in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen wel degelijk van belang is of de feitelijk verrichte arbeid als passende arbeid kan worden aangemerkt. Nu verweerder in het rapport van de arbeidsdeskundige van 9 juni 2010 al heeft vastgesteld dat de feitelijk verrichte arbeid geen passende arbeid is, terwijl voorts geen functies kunnen worden geduid en de werknemer 80-100% arbeidongeschikt is bevonden, berust het bestreden besluit op een onjuiste en ondeugdelijke grondslag. De rechtbank ziet hierin aanleiding het beroep van eiseres gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen.

De rechtbank ziet thans geen aanknopingspunten meer om de zaak finaal te beslechten. Verweerder is immers naar aanleiding van het verhandelde ter zitting – waar namens verweerder is erkend dat bij de beoordeling relevant is of het gaat om passende arbeid – reeds in de gelegenheid gesteld een nader standpunt in te nemen en het bestreden besluit zonodig te wijzigen, waarna verweerder het bestreden besluit evenwel ongewijzigd heeft gehandhaafd.

Verweerder zal met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar moeten nemen, waarbij – naar het de rechtbank voorkomt - een (bezwaar)verzekeringsarts zal moeten beoordelen of de arbeidsbeperkingen van de werknemer duurzaam zijn.

Eiseres heeft verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten, bestaande uit de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank begroot deze kosten op € 437 (zijnde 1 punt voor het bijwonen van de zitting). Van andere kosten is de rechtbank niet gebleken.

Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank, mede gelet op artikel 8:74 van de Awb, tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

De rechtbank

i. verklaart het beroep gegrond;

ii. vernietigt het bestreden besluit;

iii. veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten van € 437;

iv. bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 298 aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.R.H. Lutjes, rechter, in tegenwoordigheid van J.B.M. Wassink, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op .

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Verzonden op: