Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BV3816

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
01-02-2012
Datum publicatie
14-02-2012
Zaaknummer
218704
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rekeningcourantovereenkomst ingeperkt door de bank, zodat een debetstand per december 2010 niet meer was geoorloofd. die inperking was geoorloofd, zodat sprake is van een ongeoorloofde debetstand die geheel opeisbaar is. Vordering van de bank toegewezen. Wettelijke handelsrente niet toewijsbaar omdat de hoofdsom niet een betaling is die de bank voor haar prestatie ontvangt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 218704 / HA ZA 11-1145

Vonnis van 1 februari 2012

in de zaak van

de rechtspersoonlijkheid bezittende COÖPERATIEVE VERENIGING RABOBANK ALBLASSERWAARD NOORD EN OOST U.A.,

gevestigd te Giessenlanden,

eiseres,

advocaat mr. R.G. Degenaar te Gorinchem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE NATIONALE HULPLIJN B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. P-P.F. Tummers te Nijmegen.

Partijen zullen hierna de bank en NHL genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 12 oktober 2011 en het proces-verbaal van comparitie van 12 januari 2012. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij akte, getekend op 4 en 6 augustus 2008, zijn de partijen een rekening-courantovereenkomst aangegaan met een kredietlimiet van € 50.000,00. Op de rekening-courantovereenkomst zijn van toepassing de algemene voorwaarden voor rekening courant van de Rabobank 2006 (hierna: de algemene voorwaarden rekening courant).

2.2. Artikel 16 van de algemene voorwaarden rekening courant bepaalt:

“Inperking krediet

De bank kan altijd met onmiddellijke ingang een krediet met door haar vast te stellen bedragen inperken, inperkingen wijzigen of overeengekomen inperkingen achterwege laten”.

2.3. Artikel 26 van de algemene voorwaarden rekening courant bepaalt:

“Onmiddellijke opeisbaarheid debetsaldo

(…)

2 De bank is gerechtigd om met schriftelijke mededeling daarvan aan de rekeninghouder het krediet met onmiddellijke ingang op te eisen in de volgende gevallen (…):

(…)

j. wanneer zich enige gebeurtenis, verandering of omstandigheid voordoet of voorzienbaar is, dat zulks zich zal kunnen voordoen, die aanleiding geeft tot gegronde vrees dat de rekeninghouder en/of de zekerheidgever tekort zal gaan schieten in de nakoming van enige verplichting van welke aard dan ook tegenover de bank; (…)”

2.4. Bij email van 8 september 2009 heeft [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]), accountmanager zakelijke relaties bij de bank, aan [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]), bestuurder van NHL, geschreven:

“Op 17 juni heb ik u een mail gestuurd waarin ik aangeef dat de minimale omzet die over de rekening loopt mij zorgen baart. Het beschikbaar gestelde krediet is ten opzichte van deze omzet niet passend. Op 29 juni heeft u mij teruggemaild. In deze mail geeft u onder andere aan dat er stukken, waaronder de door mij opgevraagde debiteuren- en crediteurenlijsten, opgestuurd zullen worden. Ik heb deze nog altijd niet ontvangen.

Per heden vertoont de rekening van Trauma Opvang Nederland [zoals NHL destijds was genaamd, rb] een overstand. In combinatie met de negatieve signalen die ik u in eerder stadium gemeld hebt op basis van openbare bronnen, ben ik genoodzaakt de incasso’s te storneren en zal er een incassoblokkade op de rekening worden gezet. Gezien het feit dat het krediet in vergelijking met de omzet niet passend is, zal er een inperking van het krediet plaatsvinden. Deze bestaat uit een maandelijkse inperking van € 3.000 ingaande per 31/10/09. Het mag duidelijk zijn dat toekomstige overstanden niet worden geaccepteerd.”

2.5. Ingevolge deze inperking heeft de bank de kredietlimiet op de rekening maandelijks verlaagd met € 3.000,00. NHL heeft in de daarop volgende maanden de debetstand afgebouwd.

2.6. Op 13 april 2010 was wederom sprake van een overstand op de rekening. [betrokkene 1] heeft op die datum per email aan [betrokkene 2] bericht een incassoblokkade op de rekening te plaatsen. In de daarop volgende emailcorrespondentie heeft [betrokkene 2] bericht een krediet elders aan te vragen en verzocht enige souplesse te betrachten. [betrokkene 1] heeft daarop op 14 april 2010 aangegeven dat de incassoblokkade zou worden verwijderd als de overstand was ingelost.

2.7. In de eerste helft van mei 2010 was wederom sprake van een overstand. Daarop hebben de partijen wederom per email gecorrespondeerd en heeft [betrokkene 2] wederom om souplesse verzocht en verzocht de kredietlimiet aan te passen. [betrokkene 1] heeft bij email van 18 mei 2010 bericht:

“Er zijn geen redenen om uw situatie aan te passen, dus ik kan niet op uw verzoek ingaan. (…)

Conclusie: het krediet wordt niet verhoogd, het inperkingsschema blijft gehandhaafd en overstanden zullen niet worden toegestaan.”

2.8. Bij brief van 31 mei 2010 heeft [betrokkene 2] aan de bank geschreven:

“(…) Door de heer [betrokkene 1] is toen een afbouw van het krediet opgelegd van 3000 euro per maand. Tot op heden is daar aan voldaan zij het dat dit ten koste ging van liquiditeit. Gebleken is dat de terugbetaling niet met deze frequentie kan geschieden. Immers wij hebben een krediet gehad met een langlopend karakter en moeten dit versneld inlossen. In het kader van de zorgplicht die op een bank rust kan dit mijns inziens ook niet.

De nu ontstane situatie brengt ons in acute problemen. Derhalve moet ik u verzoeken de kredietfaciliteit weer in kracht te herstellen tot een bedrag van € 40.000,- (…) en ons de gelegenheid te stellen dit bedrag met € 2.000,- per kwartaal terug te betalen. (…)

Wij willen graag meewerken aan een oplossing maar de wijze waarop wij voor het blok gezet worden terwijl het krediet “blanco zonder zekerheden” is verstrekt gaat ons opbreken.”

2.9. Bij brief van 3 juni 2010 heeft de bank geweigerd bericht:

“U heeft meerdere malen aangegeven bewijzen te hebben die het tegendeel bewijzen van de negatieve signalen op basis van openbare bronnen. Tot op heden heeft de bank deze nog altijd niet mogen ontvangen. In combinatie met het omzetverloop en de terugkerende overstanden op de rekening en het niet nakomen van afspraken, zien wij geen redenen de kredietfaciliteit weer terug te brengen naar het niveau van € 40.000,-.”

2.10. Ingevolge het inperkingsschema was de kredietlimiet in december 2010 nihil. NHL heeft haar debetsaldo echter niet overeenkomstig het inperkingsschema afgebouwd.

2.11. Op 19 mei 2011 heeft de bank met [betrokkene 2] overleg gevoerd over een volledige afwikkeling van haar vordering, die op dat moment € 31.304,42 bedroeg. De bank heeft de toen gemaakte afspraken verwoord in haar brief van 23 mei 2011 aan [betrokkene 2]. Uit die brief wordt geciteerd:

“Tijdens het gesprek bevestigde u nogmaals dat de activiteiten van Trauma Opvang Nederland B.V. (…) via een activa transactie zijn verkocht. Levering heeft reeds plaatsgevonden en de koopsom

(€ 225.000,--) is omgezet in een schuldbekentenis waarvan Trauma Opvang Beheer B.V. schuldeiser is.

Vanuit deze schuldbekentenis verwacht u voor 1 juli 2011 een betaling te ontvangen van € 50.000,-- welke u gaat aanwenden om de gehele schuld (…) bij onze bank af te lossen. (…)

De bank is bereid om de door u toegezegde algehele schuldafwikkeling af te wachten tot uiterlijk 1 juli 2011 en verbindt daaraan de volgende voorwaarden:

- u zorgt er voor dat de rekening (…) t.n.v. Trauma Opvang Nederland B.V. uiterlijk per 1 juli 2011 wordt gecrediteerd voor een totaalbedrag ad € 32.350,-- (actuele debetstand inclusief te vervallen rente en kosten)

- u levert per omgaande, doch uiterlijk 30 mei 2011, bij de bank een kopie van de akte(n) van schuldbekentenis inzake de verkoop activa van Trauma Opvang Nederland B.V.

- Trauma Opvang Beheer B.V. geeft ten behoeve van Trauma Opvang Nederland B.V. (…) jegens de bank een pandrecht af inzake de rechten en vorderingen voortvloeiende uit de tussen Trauma Opvang Beheer B.V. en derde(n) geslosten overeenkomst(en) van geldlening.

Tevens spraken wij af dat u voor 28 mei 2011 de rekening (…) t.n.v. Trauma Opvang Nederland B.V. voor een substantieel bedrag crediteert.”

2.12. De bank heeft [betrokkene 2] verder in die brief verzocht om deze voor gezien en akkoord te tekenen en terug te sturen. Aan dat verzoek heeft [betrokkene 2] niet voldaan.

2.13. Bij email van 10 juni 2011 heeft [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3]), accountmanager bijzonder beheer kredietrisicomanagement bij de bank, aan [betrokkene 2] geschreven:

“Deze week gaf u aan dat er vanaf de ING gelden zouden worden overgemaakt ter aflossing van de debetstand bij onze bank. Ik vertrouw erop dat u binnen twee werkdagen bewijs levert dat u de afspraken nakomt.”

2.14. Daarop heeft [betrokkene 2] per email van diezelfde dag geantwoord:

“Ik ben er druk mee bezig alleen ben ik volgende week de gehele week in het buitenland en slecht bereikbaar. (…) Ik zal trachten via de mail de instructie door te geven.”

2.15. De bank heeft nog een aantal malen per email aangedrongen op nakoming van de afspraken en aanzuivering van de debetstand. NHL heeft de debetstand niet aangezuiverd.

3. Het geschil

3.1. De bank vordert samengevat – veroordeling, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, van NHL tot betaling van € 30.802,46, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 juli 2011, onder veroordeling van NHL in de proceskosten.

3.2. NHL voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De bank heeft aan haar vordering aanvankelijk, bij dagvaarding, ten grondslag gelegd dat zij de rekeningcourantverhouding met NHL heeft opgezegd en dat zij uit dien hoofde een opeisbare vordering heeft ter hoogte van de debetstand. Ter comparitie is dit standpunt in zoverre genuanceerd dat de bank heeft gesteld dat zij de rekeningcourantovereenkomst op grond van artikel 16 van de algemene voorwaarden rekening courant heeft ingeperkt met een bedrag van € 3.000,00 per maand. Uit hoofde van die inperking is een debetstand per december 2010 niet meer geoorloofd.

4.2. Bij conclusie van antwoord heeft NHL betwist dat de bank de kredietrelatie heeft opgezegd. Dat verweer is niet meer relevant aangezien de grondslag van de vordering, zo is ter comparitie gebleken, luidt dat de kredietfaciliteit is ingeperkt met € 3.000,00 per maand, zodat de kredietlimiet inmiddels nihil is en er dus sprake is van een ongeoorloofde debetstand.

4.3. NHL heeft daartegen bij conclusie van antwoord aangevoerd dat geen sprake is geweest van een inperking. Verder heeft zij aangevoerd dat de zorgplicht van de bank meebrengt dat zij niet de kredietlimiet had mogen inperken. De bank had volgens NHL rekening moeten houden met de schadelijke gevolgen daarvan op de bedrijfsvoering van NHL. Gezien haar zorgplicht had de bank volgens NHL niet tot opzegging of inperking over mogen gaan, gezien ook het feit dat zij het krediet heeft verstrekt zonder nader onderzoek en zonder om zekerheden of inzage in de financiële huishouding van NHL te verzoeken. Bovendien heeft de bank geen duidelijk aflossingsschema aan NHL gegeven. NHL heeft verder aangegeven zich er van bewust te zijn dat zij de debetstand ooit zal moeten inlossen, maar dat zij daar op dit moment niet toe in staat is.

4.4. Hierover wordt het volgende overwogen. Het verweer dat er geen sprake is geweest van een inperking wordt verworpen. Nadat de bank voorafgaand aan de comparitie de correspondentie in het geding had gebracht, waaruit die inperking blijkt, is NHL op deze betwisting niet meer teruggekomen. Die betwisting is dus onvoldoende gemotiveerd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan.

4.5. Dan het verweer dat de bank de kredietlimiet niet had mogen inperken. Op grond van artikel 16 van de algemene voorwaarden rekening-courant heeft de bank in beginsel de bevoegdheid een krediet met door haar vast te stellen bedragen in te perken. Met NHL kan worden aangenomen dat de bank die bevoegdheid overeenkomstig de maatstaven van redelijkheid en billijkheid dient uit te oefenen. De door NHL aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen echter niet de conclusie dat de bank dat niet heeft gedaan. Het feit dat de bank de rekeningcourantverhouding is aangegaan, met een looptijd voor onbepaalde tijd, zonder zekerheden te bedingen, terwijl zij ook geen noemenswaardig onderzoek heeft gedaan naar de financiële omstandigheden van NHL, brengt niet mee dat zij tot in lengte van jaren gehouden zou zijn de kredietfaciliteit in stand te houden. De bank heeft de inperking van het krediet gemotiveerd met de grond dat haar uit openbare bronnen negatieve signalen hadden bereikt. Ondanks toezeggingen zijdens NHL heeft NHL aan de bank geen stukken gestuurd die die negatieve signalen konden ontkrachten. Bovendien heeft de bank aangegeven dat de omzet die over de rekening liep in verhouding tot de kredietfaciliteit te gering was. Zij heeft daaraan een inperking van € 3.000,-- per maand verbonden. Dat betekent dat de kredietfaciliteit van € 50.000,00 in een periode van ruim 16 maanden diende te worden afgebouwd. Daarmee heeft de bank naar het oordeel van de rechtbank de belangen van NHL voldoende in acht genomen. De zorgplicht van de bank jegens NHL bracht onder deze omstandigheden niet mee dat de bank gehouden was een kredietfaciliteit in stand te laten die zij gezien de bedrijfseconomische omstandigheden van NHL niet langer verantwoord vond.

4.6. NHL heeft nog doen aanvoeren dat haar geen duidelijk aflossingsschema is verstrekt. De email van 8 september 2009, inhoudende dat per 31 oktober 2009 een maandelijkse inperking van € 3.000,00 zal ingaan, laat aan duidelijkheid echter niets te wensen over. Uit de (email)correspondentie tussen de partijen blijkt ook niet dat NHL de strekking van dat bericht niet zou hebben begrepen. Dat bericht was haar onwelgevallig, maar niet onduidelijk.

4.7. Nu de bank de kredietlimiet mocht inperken, is dus sprake van een ongeoorloofde debetstand, die geheel opeisbaar is. Het verweer wordt dus verworpen. De vordering zal worden toegewezen.

4.8. Over de rente wordt het volgende overwogen. Gevorderd wordt de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 1 juli 2011. Artikel 6:119a BW bepaalt dat de schade, verschuldigd wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, in het geval van een handelsovereenkomst bestaat in de wettelijke (handels)rente. Het artikel ziet blijkens richtlijn 2000/35/EG, waarop zij is gebaseerd, en blijkens de Memorie van Toelichting op de implementatiewet (Kamerstukken II, 2001-2001, 28 239, nr. 3, p. 9) op de situatie dat de leverancier voor zijn prestatie geen betaling heeft ontvangen. Die situatie doet zich hier echter niet voor. De hoofdsom vloeit voort uit een vordering tot aanzuivering van een ongeoorloofde debetstand. Dat is een vordering tot terugbetaling uit hoofde van geldlening. De hoofdsom is niet een betaling die de bank voor haar prestatie ontvangt. De vergoeding die de bank voor haar prestatie ontvangt, is de rente, en wel de overeengekomen rente. Daaruit volgt dat de wettelijke handelsrente niet toewijsbaar is.

4.9. Ter comparitie heeft de bank gesteld dat zij, voor het geval de handelsrente niet toewijsbaar is, subsidiair aanspraak maakt op het mindere, dat wil zeggen de contractuele rente dan wel de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW. De contractuele rente zal daarom worden toegewezen vanaf 1 juli 2011. NHL heeft de ingangsdatum niet betwist.

4.10. Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.

4.11. NHL zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de bank worden begroot op:

- dagvaarding € 76,31

- griffierecht € 1.744,00

- salaris advocaat € 1.158,00 (2 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 2.978,31

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van EUR 30.802,46 (dertigduizendachthonderdentwee euro en zesenveertig eurocent), vermeerderd met de overeengekomen rente over het toegewezen bedrag vanaf 1 juli 2011 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op EUR 2.978,31,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2012.