Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BV2169

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
31-01-2012
Datum publicatie
31-01-2012
Zaaknummer
05/701749-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Arnhem heeft vandaag aan een 36-jarige man die in oktober 2011 een overval heeft gepleegd op een supermarkt in Nijmegen de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar opgelegd . De man had, door met een mes in hun richting te wijzen, twee medewerkers gedwongen de kassa open te maken en hem geld te geven.

Verdachte is onderzocht door een psychiater en psycholoog. Zij concluderen dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was toen hij het feit pleegde. Tevens adviseren zij plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis.

De rechtbank neemt dit advies over. Nu verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is, kan hem geen straf worden opgelegd. De rechtbank van is voorts van oordeel dat verdachte zonder adequate behandeling een gevaar vormt voor de algemene veiligheid van personen en dat de samenleving tegen verdachte moet worden beschermd. De rechtbank zal dan ook de door de deskundigen geadviseerde maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis opleggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/701749-11

Datum zitting : 17 januari 2012

Datum uitspraak : 31 januari 2012

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

thans gedetineerd in Vught PPC, Lunettenlaan 501 te Vught.

Raadsman : mr. G.J Woodrow, advocaat te Tilburg.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 06 oktober 2011 te Nijmegen met het oogmerk om zich en/of

een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld A. [slachtoffer1] en/of N. [slachtoffer2] en/of één of meer andere medewerker(s)

heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (ongeveer 1030 euro),

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt

COOP, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld

en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte gewapend

met een mes (ongeveer 30 centimeter groot), althans een op een mes gelijkend

voorwerp, in de richting van die [slachtoffer2] en/of [slachtoffer1] en/of één of meer

andere medewerker(s) heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar heeft

voorgehouden en/of getoond en/of die [slachtoffer2] en/of [slachtoffer1] en/of één of meer

andere medewerker(s) de woorden heeft toegevoegd: "Quick, quick, give me the

money" en/of "give me the money or i kill you" en/of "open maken" en/of "maak

open", althans woorden van gelijke strekking;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 17 januari 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. G.J Woodrow, advocaat te Tilburg.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

• A. [slachtoffer1];

• N. [slachtoffer2];

• Coop supermarkten BV, voor wie als gemachtigde optreedt: E. [naam].

De officier van justitie heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 6 oktober is verdachte de Coop te Nijmegen binnen gegaan. Daar heeft hij een mes van on-geveer 30 centimeter groot gericht op de caissière N. [slachtoffer2], en daarbij geroepen: ‘open de kassa, I kill you’ of ‘I kill you, open de kassa’ en ‘open maken’ of ‘maak open’ en ‘give me the money or I kill you’ . Op een gegeven moment is A. [slachtoffer1], een andere medewerker van de Coop, N. [slachtoffer2] te hulp geschoten door bij haar te komen staan. Hij zei tegen verdachte dat hij hem geld zou geven en deed de kassa open. Verdachte wees op dat moment met het mes in de richting van deze [slachtoffer1] en zei in het Engels tegen hem dat hij op moest schieten. Hij zei: ‘Quick, quick, give me the money!’

Verdachte opende de kassa, deed een deel van de kassalade in een plastictas en gaf deze aan verdachte mee. Verdachte werd op heterdaad aangehouden en in de tas, die hij bij zich droeg, werd € 1030,44 aangetroffen. De rechtbank merkt op dat optelling van de in dit proces-verbaal genoemde bedragen uitkomt op een totaal van € 1.070,86, zodat er sprake lijkt te zijn van een rekenfout.

De verdachte heeft ter zitting, net als bij de politie, verklaard dat hij zich van het hele voorval niets kan herinneren.

De rechtbank is net als de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat wettig en over-tuigend bewezen kan worden dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 06 oktober 2011 te Nijmegen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoorde-len door bedreiging met geweld A. [slachtoffer1] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoe-veelheid geld (ongeveer 1030 euro), toebehorende aan supermarkt COOP welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte gewapend met een mes (ongeveer 30 centimeter groot), in de richting van die [slachtoffer2] en [slachtoffer1] heeft gericht, en die [slachtoffer2] en Holder-ness de woorden heeft toegevoegd: "Quick, quick, give me the money" en/of "give me the money or I kill you" en/of "open maken" en/of "maak open";

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

‘afpersing’

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Bij de stukken van het dossier bevinden zich twee gedragskundige rapporten, te weten een psychologisch rapport, opgemaakt op 10 januari 2012 door drs. D. Breuker alsmede een rapport van psychiatrisch onderzoek, opgemaakt op 10 januari 2012 door de psychiater drs. J.M. Stoops. De beide gedragsdeskundigen komen op grond van hun onderzoek tot een eensluidende conclusie over de mogelijke (on)toerekeningsvatbaarheid van de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde geachte feit. Deze conclusie luidt, kort samengevat, dat bij verdachte ten tijde van het tenlastegelegde zeer waarschijnlijk sprake was van doodsang-sten bij floride paranoïde wanen in het kader van een psychotische stoornis. Geadviseerd wordt verdachte als ontoerekeningsvatbaar te beschouwen.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat het bewezenverklaarde verdachte wegens een ziekelijke stoornis niet kan worden toegerekend. Verdachte is dus niet strafbaar en dient ter zake daarvan dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

6. De motivering van de maatregel

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op de Coop door met een mes in de richting van twee medewerkers te wijzen, de caissière met de dood te bedreigen en hen zo te dwingen geld uit de kassa aan hem te overhandigen.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een ernstig feit, waarvoor normaal gesproken een gevangenisstraf van lange duur een passende sanctie zou zijn. Het feit kan echter niet aan verdachte worden toegerekend en daarom kan aan hem ook geen straf worden opgelegd.

Verdachte kan zich niets herinneren van het desbetreffende incident en het delict lijkt recht-streeks voort te komen uit een psychotisch toestandsbeeld inherent aan een vermoedelijk paranoïde schizofrenie.

De psycholoog Breuker heeft over verdachte – onder meer - gerapporteerd:

‘Op basis van het onderzoek kan bij betrokkene een ziekelijke stoornis van de geestvermogens worden vastgesteld in de zin van een psychotische stoornis NAO, die vermoedelijk in het kader van een schizofrenie van het paranoïde ty-pe bij betrokkene aanwezig is. Er is sprake van paranoïde wanen betreffende complottheorieën, afluisterpraktijken en samenzweringen tegen betrokkene met een politieke inkleuring.

[…]

Het ontbreekt bij betrokkene aan ziektebesef en –inzicht. Hij stopt met zijn medicatie, en komt zijn behandelafspraken niet na op het moment dat hij minder stress ervaart. Daarnaast gelooft hij niet in de diagnose schizofrenie en denkt hij dat zijn klachten uitsluitend gerelateerd zijn aan stress.

Betrokkene is daarnaast niet in staat structuur aan te brengen in zijn leven. Dit betekent ook dat hij zonder hulp en zonder woning vermoedelijk op straat te-recht gaat komen. Verdere maatschappelijke teloorgang en zelfverwaarlozing is dan zeer groot. Gezien het vorenstaande is betrokkene op dit moment ambulant niet behandelbaar en zal de kans op recidive groot zijn op het moment dat hij weer meer vrijheden krijgt en buiten op straat komt te staan.’

De psychiater Stoops heeft – onder meer – gerapporteerd:

‘Op het moment van onderzoek is duidelijk sprake van een psychotisch toestandsbeeld met evidente preoccupaties, paranoïde wanen, hallucinatoire belevingen en concentratie- en overzichtsproblemen, bij een ontheemde sociaal geisoleerde man. Anamnestisch zijn er aanwijzingen dat een toename van stress en afname van zintuiglijke prikkels (afleiding) leidt tot een verdere toename van gestoord realiteitsbesef, hallucinaties, verlies van controle over zijn gedrag en waarschijnlijk ook dissociatieve momenten. De combinatie van bovenstaan-de symptomen (langer bestaande psychotische verschijnselen, emotionele vlakheid, initiatiefverlies, executieve functiestoornissen, sociale beperkingen) is passend bij de diagnose schizofrenie. Een wisselwerking is denkbaar waarbij de psychotische stoornis en de existentiële problematiek elkaar negatief beïnvloeden c.q. doen verergeren. […]

Aangezien betrokkene in het verleden vaker tot agressief gedrag kwam ten tijde van psychotische ontregeling (vernielingen, dreigen met een mes, zelfdestructief gedrag) wordt bij inadequate (medicamenteuze) behandeling van de psychose het risico op herhaling als hoog ingeschat.’

Beide deskundigen adviseren verdachte de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis ex art. 37 Sr op te leggen.

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat verdachte zonder adequate behandeling een gevaar vormt voor de algemene veiligheid van personen en dat de samenleving tegen verdachte moet worden beschermd. De rechtbank zal dan ook de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis opleggen.

Beslag

Het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mes betreft een voorwerp met behulp waar-van het feit is begaan. Het ongecontroleerde bezit daarvan in handen van verdachte is in strijd met het algemeen belang, zodat het mes zal worden onttrokken aan het verkeer.

6a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51g van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoe-ding van geleden schade.

De benadeelde partij N. [slachtoffer2] vordert een bedrag van € 300,- vermeerderd met de wettelijke rente.

De benadeelde partij A. [slachtoffer1] vordert een bedrag van € 300,-.

De benadeelde partij Coop Supermarkten BV, waarvan E. [naam] als gemachigde optreedt, vordert € 1939,39 vermeerderd met de wettelijke rente.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen N. [slachtoffer2] en A. [slachtoffer1] en heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de vordering van de benadeelde partij Coop Supermarkten BV, nu die vordering volgens hem onvoldoende is onderbouwd en niet eenvoudig is.

Ten aanzien van de toegewezen gedeeltes van de vorderingen benadeelde partij heeft de officier van justitie voorts oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vorderingen van N. [slachtoffer2] en A. [slachtoffer1] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij Coop Supermarkten BV heeft de verdediging primair aangevoerd dat er onvoldoende causaal verband tussen het tenlastegelegde feit en de geleden schade is en subsidiair heeft zij aangevoerd dat de schade onvol-doende is onderbouwd.

Ten aanzien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel heeft de verdediging aan-gevoerd dat deze dient te worden gematigd, nu verdachte ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van het tenlastegelegde feit en onvoldoende draagkracht heeft om de schade te betalen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht voldoende onderbouwd dat N. [slachtoffer2] en A. [slachtoffer1] door hetgeen hen is aangedaan immateriële schade hebben geleden en dat zij uit dien hoofde terecht aanspraak maken op vergoeding van die schade. De rechtbank zal die vorderingen dan ook geheel toewijzen.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij Coop Supermarkten BV is de recht-bank van oordeel dat deze voor wat betreft de omzetschade onvoldoende is onderbouwd. De toelichting omvat op dit onderdeel niet meer dan de opmerking "gemiste omzet € 4.000,- x 20%" , maar op geen enkele manier is onderbouwd hoe het bedrag van € 4.000,- is tot stand gekomen. De rechtbank zal de vordering voor dit gedeelte dan ook niet-ontvankelijk verkla-ren.

De schadeposten ‘inzetten extra uren (overwerk)’ en ‘traumateam’ acht de rechtbank wel voldoende onderbouwd en ook toewijsbaar, met dien verstande dat onder de schadepost ‘traumateam’ volgens de bijlage moet worden verstaan: het uitbetalen van het salaris van personeel gedurende de traumasessies.

De rechtbank is voorts van oordeel dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen-verklaarde feit en verwerpt daarmee het verweer van de raadsman dat sprake is van onvoldoende causaal verband tussen de geleden schade en het tenlastegelegde feit.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank is van oordeel dat, nu verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging, geen schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd.

De wettelijke voorwaarde voor de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel is dat de ver-dachte wegens een strafbaar feit "wordt veroordeeld". De bewoordingen van artikel 36f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht laten dus niet toe dat een schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd in het geval dat de verdachte, zoals hier, van alle rechtsvervolging is ontslagen. De wetsgeschiedenis dwingt ook niet tot de conclusie dat de term "veroordeeld" - in strijd met de gangbare terminologie - in art. 36f, eerste lid, Sr een andere inhoud heeft dan elders in de wet. De rechtbank kan dan ook geen toepassing geven aan de schadevergoedingsmaatregel, hoezeer die maatregel ook strekt ten voordele van de slachtoffers, doordat hen de incassoproblematiek uit handen zou worden genomen door oplegging van de maatregel.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36, 36b, 37 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor niet strafbaar.

Ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.

Gelast dat verdachte zal worden geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van 1 (één) jaar.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mes.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij N. [slachtoffer2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan N. [slachtoffer2], te betalen € 300,- (zegge driehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2011.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuit-voerlegging van deze uitspraak nog te maken.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij A. [slachtoffer1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan A. [slachtoffer1], te betalen € 300,- (zegge driehonderd euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuit-voerlegging van deze uitspraak nog te maken.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij Coop Supermarkten BV (gemachtigde: E. [naam]).

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan Coop Supermarkten BV (gemachtigde: E. [naam]), te betalen € 1.139,29 (zegge elfhonderd negenendertig euro en negenentwintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2011.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuit-voerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door mrs. C. van Linschoten, als voorzitter, F.J.H. Hovens en J. Barrau, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y. Rikken, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 januari 2012.