Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BV1283

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-01-2012
Datum publicatie
18-01-2012
Zaaknummer
05/901141-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt 28-jarige man uit Malden tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, voor een serie inbraken in woningen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/901141-11

Datum zitting : 4 januari 2012

Datum uitspraak : 18 januari 2012

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

thans gedetineerd in PI Arnhem - De Berg, Arnhem Noord, Wilhelminastraat 16

Arnhem.

Raadsman : mr. R.G.M. Sleutels, advocaat te Nijmegen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 juni 2011 te Malden, gemeente Heumen, met het oogmerk

van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan de [adres]) heeft weggenomen een Omega Speedmaster herenhorloge en/of een digitale

camera, merk Panasonic, en/of een gouden ketting en/of een gouden ring en/of

een flesje Cartier parfum en een flesje Prada eau de toilette en/of een

achttal, althans een aantal winterhandschoenen van het merk Campagnolo (nieuw

in verpakking) en/of een mountainbike en/of een (zwarte) sporttas, merk

Specialized en/of een hoeveelheid zilveren bestek en/of serviesgoed enof een

bronzen beeld van een naakte vrouw en/of een vergulde pillendoos en/of een

vergulde brievenopener met camee en/of een zilveren babyrammelaar en/of

wielerkleding, merk Campagnolo (alles nieuw in verpakking), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan R.H.M. [slachtoffer1], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte (zaak 1);

2.

hij op of omstreeks 19 juli 2011 te Beek, gemeente Ubbergen, met het oogmerk

van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de

[adres]) heeft weggenomen een goudkleurig (M&M) (dames)horloge

en/of een (zilverkleurige) sleutel(bos), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer2] en/of [slachtoffer3], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming (verdachte is via een openstaand dakraam naar binnen

geklommen)(zaak 2);

althans, dat

hij op of omstreeks 19 juli 2011 te Beek, gemeente Ubbergen, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer2] en/of [slachtoffer3], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of daarbij voormeld(e) goed(eren) onder verdachtes bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, (verdachte is via een openstaand dakraam naar binnengeklommen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid (zaak 2);

3.

hij op of omstreeks 15 februari 2011 te Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen een laptop, een microsoft home

2010 disk (met product key) en/of een fotocamera met toebehoren en/of twee

halskettingen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

J.F.H. [slachtoffer4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming (verbreken van de

schuifvergrendeling van het Velux dakvenster van het badkamerraam)(zaak 3);

4.

hij op of omstreeks 19 januari 2011 te Malden, gemeente Heumen, met het oogmerk

van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een Laptop, merk Asus, kleur zwart en/of een gouden

horloge, merk IWC en/of een gouden slavenarmband en/of een Apple I-phone en/of

een TomTom navigatiesysteem en/of twee goudkleurige ringen, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan P.J.W.M. [slachtoffer5] en/of M.H.T. [slachtoffer6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij

verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel

van braak, verbreking en/of inklimming (Via het op een kier (open) staande

slaapkamerraam)(zaak 4);

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 mei 2011

tot en met 14 juni 2011 te Ottersum, gemeente Gennep, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aaan de [adres])

heeft weggenomen een Notebook, merk I-Mac en/of een hoeveelheie zilveren

bestek en/of twee dameshorloges en/of een zilveren broche en/of een dikke

parel/kralenketting en/of een ketting met oud-Hollands zilveren hanger en/of

een zilveren armband en/of een ketting met verschillende bergkristallen

hangertjes en/of een antiek geëmailleerd horloge en/of een zilveren met

jachttafereel bewerkte servetring en/of een hoeveelheid antiek bestek en/of

twee antieke zilveren sigarettenpijpjes met plat zilveren schaaltje en/of een

zilveren siervoorwerp en/of 25 stuks zilveren bestek en/of een zilveren

lepelvaasje en/of een zilveren suikerpotje en/of een zilveren kannetje, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan P.C. [slachtoffer7], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming (openbreken van het dakraam)(zaak 5);

6.

hij op of omstreeks 28 september 2011 te Malden, gemeente Heumen, een of meer

wapens van categorie III, te weten een Gasrevolver en/of een Gaspistool, en/of

munitie van categorie III, te weten 6 CS patronen (kaliber 9 mm) en/of 36

alarm/knalpatronen (kaliber 9 mm) (merk Uma), voorhanden heeft gehad (zaak 10);

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 4 januari 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. R.G.M. Sleutels, advocaat te Nijmegen.

Als benadeelde partij hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

• J. [benadeelde partij1],

• A.J.W.M. [benadeelde partij2], en

• J.L.J. [benadeelde partij3].

Ter terechtzitting zijn de benadeelde partijen A.J.W.M. [benadeelde partij2] en J.L.J. [benadeelde partij3] verschenen.

De officier van justitie heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt, voor dit feit, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van R.H.M. [slachtoffer1], met bijlage goederen, p. 215-222; en

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 4 januari 2012.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 23 juni 2011 te Malden, gemeente Heumen, met het oogmerk

van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (aan de [adres]) heeft weggenomen een Omega Speedmaster herenhorloge en een digitale

camera, merk Panasonic, en een gouden ketting en een gouden ring en

een flesje Cartier parfum en een flesje Prada eau de toilette en een aantal winterhandschoenen van het merk Campagnolo (nieuw in verpakking) en een mountainbike en een zwarte sporttas, merk Specialized en een hoeveelheid zilveren bestek en serviesgoed en een

bronzen beeld van een naakte vrouw en een vergulde pillendoos en een

vergulde brievenopener met camee en een zilveren babyrammelaar en

wielerkleding, merk Campagnolo (alles nieuw in verpakking toebehorende aan R.H.M. [slachtoffer1];

Ten aanzien van feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 19 juli 2011 heeft verdachte zich toegang verschaft tot een woning aan de [adres] te Beek, gemeente Ubbergen. Hij is door een openstaand dakraam naar binnen geklommen waarbij hij de vergrendeling van het raam heeft verbroken.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat hetgeen onder 2 primair ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij voert hiertoe het volgende aan. Toen [slachtoffer3] aangifte deed, dacht hij dat er geen zaken verdwenen waren. Er zit wel een goederenlijst van de bewoner, [slachtoffer2], in het dossier, maar deze is niet ondertekend. Daarnaast ontkent verdachte zaken meegenomen te hebben.

Het subsidiair ten laste gelegde kan wel wettig en overtuigend bewezen worden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Verdachte voert hiertoe aan dat hij, nadat hij was binnengekomen door het dakraam, direct naar beneden is gegaan. Toen hij beneden was ging het alarm af en daarom heeft hij meteen weer de woning via het dakraam verlaten, zonder iets mee te nemen uit de woning.

Verdachte heeft hetgeen subsidiair ten laste is gelegd bekend.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe het volgende.

Tijdens het ingestelde sporenonderzoek heeft de technische recherche vastgesteld dat de bovenverdieping van de woning is doorzocht. Verder zijn in verschillende ruimtes op de bovenverdieping bloedsporen aangetroffen. Uit DNA-onderzoek is gebleken dat het DNA uit de aangetroffen bloedsporen overeenkomt met het DNA van verdachte. De verklaring van verdachte dat hij in de woning meteen naar beneden is gelopen en toen het alarm afging weer direct naar buiten is gegaan is gezien het voorgaande niet geloofwaardig.

[slachtoffer2] miste na de inbraak een goudkleurig M&M dameshorloge en een zilverkleurige sleutel, welke toebehoren aan [slachtoffer2]. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij niets heeft meegenomen gezien het voorgaande evenmin geloofwaardig.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 19 juli 2011 te Beek, gemeente Ubbergen, met het oogmerk

van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan de

[adres]) heeft weggenomen een goudkleurig M&M dameshorloge

en een zilverkleurige sleutel toebehorende aan [slachtoffer2] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming (verdachte is via een openstaand dakraam naar binnen

geklommen);

Ten aanzien van feit 3

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 15 februari 2011 heeft verdachte zich toegang verschaft tot een woning aan de [adres] te Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar. Verdachte heeft de vergrendeling van het dakvenster van het badkamerraam verbroken en is door dat raam naar binnen geklommen.

Hij heeft een laptop, merk Asus, weggenomen die toebehoorde aan J.F.H. [slachtoffer4].

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht hetgeen onder 3 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft hetgeen onder 3 ten laste is gelegd erkend, met uitzondering van het wegnemen van de Microsoft home 2010 disk met productkey, fotocamera inclusief toebehoren en de halskettingen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Zij overweegt hiertoe het volgende.

De aangever heeft korte tijd na de inbraak in de aangifte en de goederenlijst opgegeven welke zaken na de inbraak vermist werden. In de aangifte en op de goederenlijst worden ook een Microsoft home 2010 disk met product key, een fotocamera met toebehoren (namelijk o.a. een tas) en twee halskettingen genoemd.

Tussen het moment van de inbraak en de verklaringen van verdachte bij de politie en ter zitting is geruime tijd verstreken. Bovendien heeft verdachte een reeks inbraken gepleegd die veel overeenkomsten met elkaar vertoonden. Verdachte moest tijdens de verhoren telkens geholpen worden om de verschillende inbraken in herinnering te brengen. Om die reden hecht de rechtbank voor de vaststelling van de bij de inbraak ontvreemde goederen meer waarde aan de aangifte en de goederenlijst dan aan de verklaringen van verdachte hieromtrent.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 15 februari 2011 te Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen een laptop, een microsoft home

2010 disk (met product key) en een fotocamera met toebehoren en twee kettingen toebehorende aan J.F.H. [slachtoffer4] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

door middel van verbreking en inklimming (verbreken van de schuifvergrendeling van het Velux dakvenster van het badkamerraam);

Ten aanzien van feit 4

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 19 januari 2011 heeft verdachte zich toegang verschaft tot een woning aan de [adres] te Malden, gemeente Heumen. Verdachte is via een openstaand raam naar binnen geklommen. Hij heeft de volgende zaken weggenomen.

Een gouden horloge, merk IWC, een gouden slavenarmband en een TomTom navigatiesysteem en deze zaken behoren toe aan P.J.W.M. [slachtoffer5].

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht hetgeen onder 4 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft hetgeen onder 4 ten laste is gelegd erkend, met uitzondering van het wegnemen van de laptop, de I-phone en de ringen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het wegnemen van de ringen. Zij overweegt hiertoe het volgende.

De aangever heeft korte tijd na de inbraak in de aangifte en de goederenlijst opgegeven welke zaken na de inbraak vermist werden. In de aangifte en op de goederenlijst worden ook een laptop, merk Asus en een Apple I-phone vermeld. De Apple I-phone is eigendom van M. H.T. [slachtoffer6].

Tussen het moment van de inbraak en de verklaringen van verdachte bij de politie en ter zitting is geruime tijd verstreken. Bovendien heeft verdachte een reeks inbraken gepleegd die veel overeenkomsten met elkaar vertoonden. Verdachte moest tijdens de verhoren telkens geholpen worden om de verschillende inbraken in herinnering te brengen.

Om die reden hecht de rechtbank voor de vaststelling van de bij de inbraak ontvreemde goederen meer waarde aan de aangifte en de goederenlijst dan aan de verklaringen van verdachte hieromtrent. De rechtbank stelt vast dat op de aangifte en de goederenlijst geen ringen voorkomen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 19 januari 2011 te Malden, gemeente Heumen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan de Huikeling 33) heeft weggenomen een Laptop, merk Asus, kleur zwart en/of een gouden horloge, merk IWC en/of een gouden slavenarmband en een Apple I-phone en een TomTom navigatiesysteem toebehorende aan P.J.W.M. [slachtoffer5] of M.H.T. de [slachtoffer6], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming (Via het open staande raam);

Ten aanzien van feit 5

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van 24 mei 2011 tot en met 14 juni heeft verdachte zich toegang verschaft tot een woning aan de [adres] te Ottersum, gemeente Gennep. Verdachte is via het dakraam naar binnengeklommen en hij heeft hiertoe het dakraam opengebroken.

Verdachte heeft daarbij een notebook van het merk I-Mac weggenomen, welke toebehoort aan P.G. [slachtoffer7].

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht hetgeen onder 5 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft hetgeen onder 5 ten laste is gelegd erkend voor wat betreft de laptop. Hij heeft bekend een deel van de, door aangever opgegeven, zilver(kleurige) voorwerpen te hebben meegenomen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Zij overweegt hiertoe het volgende.

Aangever P.G. [slachtoffer7] heeft korte tijd na de inbraak in de aangifte en de goederenlijst opgegeven welke zaken hij na de inbraak miste. Dit zijn, behalve voormelde notebook, een hoeveelheid zilveren bestek, twee dameshorloges, een zilveren broche, een dikke

parel/kralenketting, een ketting met oud-Hollands zilveren hanger, een armband, een ketting met verschillende bergkristallen hangertjes, een antiek geëmailleerd horloge, een zilveren met

jachttafereel bewerkte servetring, een hoeveelheid antiek bestek, twee antieke zilveren sigarettenpijpjes met plat zilveren schaaltje, een zilveren siervoorwerp, 25 stuks zilveren bestek, een lepelvaasje, een suikerpotje en een kannetje.

Tussen het moment van de inbraak en de verklaringen van verdachte bij de politie en ter zitting is geruime tijd verstreken. Bovendien heeft verdachte een reeks inbraken gepleegd die veel overeenkomsten met elkaar vertoonden. Verdachte moest tijdens de verhoren telkens geholpen worden om de verschillende inbraken in herinnering te brengen.

Om die reden hecht de rechtbank voor de vaststelling van de bij de inbraak ontvreemde goederen meer waarde aan de aangifte en de goederenlijst dan aan de verklaringen van verdachte hieromtrent.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 5 tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 24 mei 2011 tot en met 14 juni 2011 te Ottersum, gemeente Gennep, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aaan de [adres])

heeft weggenomen een Notebook, merk I-Mac en een hoeveelheid zilveren

bestek en twee dameshorloges en een zilveren broche en een dikke

parel/kralenketting en een ketting met oud-Hollands zilveren hanger en

een armband en een ketting met verschillende bergkristallen hangertjes en een antiek geëmailleerd horloge en een zilveren met jachttafereel bewerkte servetring en een hoeveelheid antiek bestek en twee antieke zilveren sigarettenpijpjes met plat zilveren schaaltje en een

zilveren siervoorwerp en 25 stuks zilveren bestek en een lepelvaasje en een suikerpotje en een kannetje, toebehorende aan P.C. [slachtoffer7], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, en inklimming (openbreken van het dakraam);

Ten aanzien van feit 6

De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt, voor dit feit, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

? het proces-verbaal van bevindingen, p. 501-502; en

? het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, p. 503-509; en

? de verklaringen van verdachte ter terechtzitting d.d. 4 januari 2012.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 6 tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 28 september 2011 te Malden, gemeente Heumen, wapens van categorie III, te weten een Gasrevolver en een Gaspistool, en munitie van categorie III, te weten 6 CS patronen (kaliber 9 mm) en 36 alarm/knalpatronen (kaliber 9 mm) (merk Uma), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

‘Diefstal’

Ten aanzien van feit 2 en 5, telkens:

‘Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming’

Ten aanzien van feit 3:

‘Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking en inklimming’

Ten aanzien van feit 4:

‘Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming’

Ten aanzien van feit 6:

‘Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd’ en

‘Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt ambulante behandeling bij Iriszorg of een soortgelijke instelling en voorts met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft ter zitting een lijst ingediend met haar vordering ten aanzien van de goederen waar nog beslag op ligt.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en op grond daarvan een groot deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. De vriendin van verdachte heeft lichamelijke klachten en moet nu alleen voor de twee kinderen zorgen. Verdachte heeft bovendien schulden. Als hij op korte termijn beschikbaar is, kan hij werken voor een oude werkgever. Zo krijgt hij de kans zijn schulden af te lossen. Voorts verzoekt de raadsman om gedurende een deel van de gevangenisstraf elektronisch toezicht op te leggen als bijzondere voorwaarde.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 28 september 2011; en

• een voorlichtingsrapport van GGZ IrisZorg unit Nijmegen, gedateerd 7 december 2011, betreffende verdachte.

• Een voorlichtingsadvies zonder diagnose-intrument van GGZ IrisZorg unit Nijmegen, gedateerd 11 november 2011, betreffende verdachte.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting mede gelet op de navolgende door de officier van justitie - onder toezeg¬ging van afzonderlijke strafver¬volging terzake te zullen afzien - ad informandum gevoegde zaken welke door verdach¬te zijn erkend, voorzien van het parketnummer 901141-11, te weten:

• 28 augustus 2011 t/m 29 augustus 2011, Malden, gemeente Heumen,

Diefstal in/uit door middel van braak,

Verbreking, inklimming (zaak 6)

• 3 juli 2011 t/m 4 juli 2011, Malden, Gemeente Heumen,

Diefstal in/uit door middel van braak,

Verbreking, inklimming (zaak 7)

• 10 augustus 2011, Malden, Gemeente Heumen,

Diefstal in/uit door middel van braak,

Verbreking, inklimming (zaak 8)

• 7 augustus t/m 21 augustus 2011, Malden, Gemeente Heumen,

Diefstal in/uit door middel van braak,

Verbreking, inklimming (zaak 9)

• 3 mei 2011, Malden, Gemeente Heumen,

Diefstal in/uit door middel van braak,

Verbreking, inklimming (zaak 11)

• 30 maart 2011, Molenhoek, Gemeente Mook en Middelaar,

Diefstal in/uit door middel van braak,

Verbreking, inklimming (zaak 12)

• 15 augustus 2011, Molenhoek, Gemeente Mook en Middelaar,

Diefstal in/uit door middel van braak,

Verbreking, inklimming (zaak 19)

• 22 juli 2011, Molenhoek, Gemeente Mook en Middelaar,

Diefstal in/uit door middel van braak,

Verbreking, inklimming (zaak 20)

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich in de periode januari 2011 tot en met augustus 2011 schuldig gemaakt aan 13 diefstallen uit woningen, waarbij verdachte via dakramen de woningen binnenging al dan niet na de dakramen eerst geforceerd te hebben. Bij deze inbraken heeft verdachte een grote hoeveelheid goederen weggenomen.

Met zijn handelen heeft verdachte niet alleen een groot gevoel van onveiligheid veroorzaakt bij de slachtoffers, maar ook bij de omwonenden, aangezien de getroffen woningen zich allemaal binnen een kleine straal bevinden. De gestolen goederen waren voor de eigenaren vaak niet alleen van financiële maar ook van grote emotionele waarde.

Daarnaast was verdachte in het bezit van verboden vuurwapens en munitie. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie levert grote risico’s voor de maatschappelijke veiligheid op, zoals veelvuldig blijkt en moet daarom met kracht worden bestreden.

In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte al eerder voor een groot aantal vergelijkbare feiten is veroordeeld.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee, dat verdachte zijn medewerking heeft verleend aan het onderzoek en de ten laste gelegde feiten, alsmede de ad informandum gevoegde feiten, voor een groot deel bekend heeft. Daarmee lijkt verdachte aan te geven dat hij daadwerkelijk schoon schip wil maken.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een lange (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf. In de omstandigheid dat verdachte er van blijk heeft gegeven schoon schip te willen maken ziet de rechtbank aanleiding een groter deel van de gevangenisstraf dan door de officier van justitie geëist voorwaardelijk op te leggen. Het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf wordt enerzijds opgelegd om de ernst van de feiten aan te geven en anderzijds om verdachte ervan te weerhouden zich wederom aan strafbare feiten schuldig te maken.

De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding om aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, alsmede de ambulante behandeling te bevelen bij Iriszorg of bij een andere, door de reclassering aan te wijzen, soortgelijke instelling in verband met de drugsproblematiek van verdachte.

Beslag

De nummers van de in beslag genomen artikelen verwijzen naar de nummers in de beslaglijst die als bijlage aan dit vonnis gehecht is.

De rechtbank is van oordeel dat de volgende inbeslaggenomen goederen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, nu het ongecontroleerde bezit van deze goederen in strijd is met de wet of het algemeen belang.

1, 2, 3, 4, 114, 157.

Ten aanzien van de volgende inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwer¬pen overweegt de rechtbank dat zij niet in staat is een persoon als rechthebbende van die goederen aan te merken en daarom zal zij de bewaring van die voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende (niet zijnde verdachte) bevelen.

5, 6, 7, 8, 10, 11, 28, 31, 40, 41, 43, 46 (niet zijnde de ring van de vriendin van verdachte), 47, 49, 51, 54, 58, 60, 61, 62, 77, 79, 118, 129, 131, 132, 133, 134, 136, 140 t/m 144, 149 t/m 153.

De rechtbank is van oordeel dat de volgende inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven goederen toebehoren aan de verdachte en aan de verdachte zullen moeten worden teruggegeven.

13, 14, 15, 16, 17, 18, 20, 23, 24, 25, 26, 27, 29, 32, 33, 34, t/m 39, 42, 44, 46 (zijnde de ring van de vriendin van de verdachte), 48, 50, 52, 53, 56, 57, 63 t/m 76, 80 t/m 110, 112, 113, 115-117, 130, 135, 137 t/m 139, 145 t/m 148, 154, 155, 156.

De rechtbank is van oordeel dat de volgende inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven goederen die onder verdachte in beslag zijn genomen, aan de rechthebbenden (zijnde de aangevers) moeten worden teruggegeven.

12, 19, 21, 22, 30, 45, 55, 59, 78, 111, 119, 120, 121 t/m 128.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De benadeelde partij [benadeelde partij1] vordert een bedrag van €1179,60, te vermeerderen met wettelijke rente. De benadeelde partij [benadeelde partij2] vordert een bedrag van €275, te vermeerderen met wettelijke rente. De benadeelde partij [benadeelde partij3] vordert een bedrag van €4853,50, te vermeerderen met wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1] niet ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat deze vordering geen schade betreft die is ontstaan uit één van de tenlastegelegde of ad informandum gevoegde feiten.

De officier van justitie heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2] tot een bedrag van €275,- wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3] tot een bedrag van €4853,50 wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 58 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij [benadeelde partij1] in diens vordering niet ontvankelijk verklaard dient te worden, aangezien de gevorderde schadevergoeding niet veroorzaakt is voor een tenlastegelegd of ad informandum gevoegd feit.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2] refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot de schadevergoedingsmaatregel stelt de raadsman zich op het standpunt dat deze niet opgelegd kan worden, aangezien het een ad informandum gevoegd feit betreft. Hij voert hiertoe aan dat het in casu geen feit betreft dat ten laste is gelegd en bewezen is verklaard.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3] refereert de raadsman zich voor wat betreft de immateriële schade ter hoogte van €265,- aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman stelt zich op het standpunt dat de materiële schade niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en dat de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij voert hiertoe aan dat verdachte afstand heeft gedaan van een aantal goederen waarvoor schadevergoeding wordt gevraagd en dat het niet duidelijk is of deze goederen inmiddels terug zijn bij de rechthebbende. Bovendien is het materiële deel van de vordering niet volledig met facturen onderbouwd.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde partij1] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering omdat de door haar geleden schade niet rechtstreeks is toegebracht door een jegens verdachte bewezenverklaard of ad informandum gevoegd feit.

De vordering van benadeelde partij [benadeelde partij2] is niet betwist door verdachte en komt de rechtbank gegrond voor. De rechtbank zal de vordering dan ook in haar geheel toewijzen.

De verdachte heeft de vordering van de benadeelde [benadeelde partij3] gedeeltelijk weersproken. Met betrekking tot de goederen die de benadeelde partij herkend heeft en waar verdachte afstand van heeft gedaan, gaat de rechtbank er van uit dat de benadeelde deze goederen terug heeft ontvangen of terug zal ontvangen. De rechtbank schat de waarde van deze goederen op een bedrag van € 500,- en is van oordeel dat dit bedrag dient te worden afgetrokken van het totaalbedrag van de opgegeven materiële schade. Voor het overige acht de rechtbank de vordering toewijsbaar, nu deze voldoende met stukken is onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat het niet noodzakelijk is dat het volledige materiële schadebedrag wordt onderbouwd door middel van facturen. Het expertiserapport is naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk.

De vordering zal dan ook worden toegewezen voor een bedrag van € 4353,50. De vordering wordt voor het overige afgewezen.

Anders dan de raadsman heeft betoogd kan op basis van het nieuwe artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht bij toewijzing van een schadevergoedingsvordering door een benadeelde partij ten aanzien van een ad informandum gevoegd feit de schadevergoedingsmaatregel wel worden opgelegd.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36b, 36c, 36d, 24c, 36f, 57, 91, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2, 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

- dat veroordeelde, zich uiterlijk binnen 5 (vijf) werkdagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij de balie van GGZ IrisZorg, unit Nijmegen, Tarweweg 20 te Nijmegen (telefoonnummer 024-8902000), en zich na de eerste afspraak blijft melden op de afgesproken tijdstippen en locaties zo frequent als en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

- dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen voor zijn drugsproblematiek door IrisZorg of een soortgelijke instelling, ter beoordeling van de reclassering, indien en voor zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht. De veroordeelde zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van IrisZorg zullen worden gegeven;

- en voorts dat verdachte/veroordeelde zich gedurende de proeftijd dient te gedragen naar de hiermee verband houdende (nadere) aanwijzingen van de reclassering, voor zover en voor zolang dat door de reclassering noodzakelijk wordt geacht.

Geeft opdracht aan de reclassering om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer¬legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de volgende inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwer¬pen:

1, 2, 3, 4, 114, 157.

Gelast de bewaring van de volgende inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwer¬pen ten behoeve van de rechthebbenden:

5, 6, 7, 8, 10, 11, 28, 31, 40, 41, 43, 46 links, 47, 49, 51, 54, 58, 60, 61, 62, 77, 79, 118, 129, 131, 132, 133, 134, 136, 140 t/m 144, 149 t/m 153.

Beveelt de teruggave van de volgende inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan de veroordeelde:

13, 14, 15, 16, 17, 18, 20, 23, 24, 25, 26, 27, 29, 32, 33, 34, t/m 39, 42, 44, 46 (rechts), 48, 50, 52, 53, 56, 57, 63 t/m 76, 80 t/m 110, 112, 113, 115-117, 130, 135, 137 t/m 139, 145 t/m 148, 154, 155, 156.

Beveelt de teruggave van de volgende inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, aan de rechthebbenden:

12, 19, 21, 22, 30, 45, 55, 59, 78, 111, 119, 120, 121 t/m 128.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1].

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan A.J.W.M. [benadeelde partij2], wonende te Mook, te betalen € 275,- (zegge tweehonderdvijfenzeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2011.

Maatregel van schadevergoeding ad € 275,-, subsidiair 5 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer A.J.W.M. [benadeelde partij2], wonende te Mook, te betalen € 275 (zegge tweehonderdvijfenzeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2011, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan J.L.V. [benadeelde partij3], wonende te Malden, te betalen € 4353,50 (zegge vierduizenddriehonderddrieënvijftig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2011.

- Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Maatregel van schadevergoeding ad € 4353,50 subsidiair 53 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer J.L.V. [benadeelde partij3], wonende te Malden, te betalen € 4353,50, (zegge vierduizenddriehonderddrieënvijftig euro en vijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2011, bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 53 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door mr. H.G. Eskes, als voorzitter, mr. H.P.M. Kester-Bik, mr. M. van der Linde, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.J. Elferink-van Vliet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 januari 2012.