Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BV8422

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
01-12-2011
Datum publicatie
09-03-2012
Zaaknummer
AWB 11/1497
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aanvraag strekkende tot toekenning van subsidie voor de eenmalige ontwikkel-, productie- en implementatiekosten van een nieuw tijdschrift dat eens per kwartaal verschijnt, afgewezen. In bezwaar handhaving van deze afwijzing.

Geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel.

Aanvraag kan niet worden afgewezen op grond van artikel 3.4.4 van de Eerste herziening regels subsidieregeling vitaal Gelderland 2008

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 11/1497

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van

inzake

Dubbeldam, Dijkstra, De Gruyter, Harsema, Van Wezel v.o.f. h.o.d.n. Grafisch Atelier Wageningen (GAW), eiseres,

gevestigd te Wageningen,

tegen

het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 10 maart 2011.

2. Procesverloop

Bij besluit van 11 mei 2010 heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 5 november 2009 strekkende tot toekenning van subsidie voor de eenmalige ontwikkel-, productie- en implementatiekosten van een nieuw tijdschrift getiteld ‘Nieuwe Veluwe’, dat eens per kwartaal verschijnt, afgewezen.

Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit heeft verweerder, na advisering op 29 juli 2010 door de Commissie van Advies voor Bezwaarschriften en Klachten, het bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 11 mei 2010 herroepen en de subsidieaanvraag alsnog afgewezen.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

Het beroep is behandeld ter zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank van 27 september 2011. Eiseres is vertegenwoordigd door [naam 1] en ir. [naam 2]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Meijering en mr. D. van Tilborg, beiden werkzaam als advocaat bij AKD te Breda.

3. Overwegingen

Verweerder is na gegrondverklaring van het bezwaar en herroeping van het besluit in primo overgegaan tot een volledige heroverweging op grond van artikel 7:11 van de Awb en heeft de subsidieaanvraag alsnog afgewezen op andere inhoudelijke gronden.

Anders dan eiseres, is de rechtbank van oordeel dat artikel 7:11 van de Awb verweerder in beginsel deze mogelijkheid laat. Conform vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt de rechtbank dat het karakter van de bezwaarprocedure, welke is bedoeld voor een volledige heroverweging, er niet aan in de weg staat om de afwijzing van een aanvraag te handhaven op een andere grond dan die waarop het in bezwaar bestreden besluit steunt.

Eiseres heeft betoogd dat er tijdens de hoorzitting door een ambtenaar van verweerder een bevoegdelijk gedane bindende toezegging is geuit. De rechtbank volgt eiseres niet in dit standpunt. Het antwoord op de vraag aan de betreffende ambtenaar of er andere bedenkingen bestaan tegen de aanvraag van bezwaarde, luidende dat die er niet zijn, betreft geen concrete ondubbelzinnige toezegging dat de gevraagde subsidie zal worden toegekend. Het namens verweerder gegeven antwoord tijdens de hoorzitting in bezwaar staat derhalve niet in de weg aan de volledige heroverweging die verweerder heeft uitgevoerd.

Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat niet wordt voldaan aan een drietal criteria uit de ‘Eerste herziening regels subsidieregeling vitaal Gelderland 2008’ (hierna: herziene Regels). In de eerste plaats is de subsidie uitsluitend door eiseres aangevraagd. Daarmee is er geen sprake van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3.4.4, derde lid, onder a, van de herziene Regels. Daarnaast wordt volgens verweerder evenmin voldaan aan het bepaalde in artikel 3.4.4, eerste lid, onder c, van de herziene Regels. Uit de aanvraag van eiseres blijkt niet van het bestaan van enige projectpartners, laat staan dat sprake is van een actieve rol en betrokkenheid van enige projectpartners. Ten slotte is verweerder van mening dat de kosten waarvoor de subsidie is aangevraagd onder artikel 3.4.4, tweede lid, onder b, van de herziene Regels niet voor subsidie in aanmerking komen.

Eiseres heeft het standpunt van verweerder gemotiveerd bestreden. Op haar stellingen zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

In artikel 1.2, eerste lid, van de Subsidieregeling vitaal Gelderland 2008 (hierna: de Subsidieregeling) is bepaald dat Gedeputeerde Staten bevoegd zijn tot verstrekking van subsidie als bedoeld in de regeling.

In artikel 1.2, tweede lid, van de Subsidieregeling is, voor zover hier van belang, bepaald dat Gedeputeerde Staten voor titel 2.1 regels vaststellen.

In artikel 1.3, eerste lid, van de Subsidieregeling is bepaald dat een subsidie voor dezelfde activiteit slechts eenmaal wordt verstrekt.

In artikel 1.3, tweede lid, aanhef en onder b, van de Subsidieregeling is bepaald dat subsidie uitsluitend wordt verstrekt voor kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de totstandkoming van activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt.

In artikel 1.4, eerste lid, aanhef en onder i, van de Subsidieregeling is bepaald dat geen subsidie wordt verstrekt voor exploitatiekosten die niet verband houden met de aanloopfase van een activiteit.

In artikel 2.1.1 van de Subsidieregeling is bepaald dat subsidie uitsluitend wordt verstrekt ten behoeve van activiteiten ter uitvoering van het meerjarenprogramma en het plattelandsontwikkelingsprogramma voor zover zij betrekking hebben op de volgende thema’s:

a. natuur

b. landbouw

c. recreatie

d. landschap

e. bodem

f. water

g. reconstructie

De regels bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, van de Subsidieregeling hebben Gedeputeerde Staten vastgelegd in de Regels subsidieregeling vitaal Gelderland 2008, per 1 april 2009 vervangen door de herziene Regels.

In artikel 3.4.4, eerste lid, van de herziene Regels is bepaald dat subsidie kan worden verstrekt voor projecten die zich richten op het versterken van de culturele identiteit van de Veluwe als één regio, een positief effect hebben op de leefomgeving en het verbeteren van het economische vestigingsklimaat en voldoen aan de volgende criteria:

a. het project draagt bij aan de versterking van het Veluwegevoel, in de lijn met de notitie Masterplan Imago Veluwe, bij bewoners en bezoekers en stimuleert een gevoel van trots op de Veluwe en in het project wordt gewerkt vanuit een grote betrokkenheid van bewoners of bedrijfsleven van de Veluwe;

b. het betreft een Veluwebrede activiteit, die de kernwaarden van de Veluwe versterkt;

c. bij de uitvoering van het project is sprake van een actieve rol en betrokkenheid van de projectpartners.

In artikel 3.4.4, tweede lid, aanhef en onder b, van de herziene Regels is bepaald dat voor subsidie in aanmerking komen eenmalige ontwikkel-, productie- en implementatiekosten voor de ontwikkeling van nieuwe media.

In artikel 3.4.4, derde lid, onder a, van de herziene Regels is bepaald dat subsidie wordt verstrekt aan samenwerkende verenigingen, stichtingen, bedrijven gemeenten.

In artikel 3.4.4, vijfde lid, van de herziene Regels is bepaald dat de subsidie ten hoogste bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000.

Met betrekking tot de toetsing aan artikel 3.4.4, derde lid, onder a, van de herziene Regels overweegt de rechtbank het volgende.

Eiseres heeft betoogd bekend te zijn met een drietal aanvragen op grond van voornoemd artikel 3.4.4 “Versterking Veluwegevoel”, te weten de aanvragen van Vereniging het Edelhert (Ambassadeur van de natuur), het Veluws Bureau voor Toerisme (Natuuractiviteitenkrant) en Stichting Veluvia (hoe Veluws bent u?), die zijn toegekend zonder dat ten tijde van de aanvragen werd voldaan aan het samenwerkingscriterium als bedoeld in het derde lid onder a. Gelet op de honorering van deze aanvragen is eiseres met een beroep op het gelijkheidsbeginsel van mening dat verweerder gehouden was haar aanvraag te honoreren.

Ter zitting heeft verweerder het standpunt ingenomen dat de aanvraag van Vereniging het Edelhert geen gelijk geval betreft nu deze aanvraag is gebaseerd op artikel 1.2 in samenhang met artikel 4.3 ”Nationale landschappen” van de herziene Regels.

Ten aanzien van de aanvragen van het Veluws Bureau voor Toerisme en Stichting Veluvia heeft verweerder erkend dat geen sprake was van een gezamenlijk ingediende aanvraag door samenwerkende partijen. Volgens verweerder berust de honorering van de aanvragen van het Veluws Bureau voor Toerisme en Stichting Veluvia op fouten. Het gelijkheidsbeginsel strekt naar de mening van verweerder niet zover dat eiseres rechten kan ontlenen aan fouten of vergissingen van verweerder in andere gevallen.

De rechtbank stelt vast dat in totaal slechts drie aanvragen bij verweerder zijn ingediend op grond van voornoemd artikel 3.4.4, inclusief de onderhavige aanvraag. Nu de andere twee aanvragen niet zijn afgewezen op grond van het bepaalde in artikel 3.4.4, derde lid, onder a, van de herziene Regels zijn er onvoldoende objectieve aanknopingspunten om verweerder te volgen in zijn standpunt dat bij die aanvragen fouten of vergissingen zijn gemaakt. Dat betekent dat eiseres zich terecht beroept op het gelijkheidsbeginsel en dat de aanvraag van eiseres niet kan worden afgewezen op grond van het bepaalde in artikel 3.4.4, derde lid, onder a, van de herziene Regels.

Met betrekking tot de toetsing aan artikel 3.4.4, eerste lid, onder c, van de herziene Regels overweegt de rechtbank het volgende.

Volgens verweerder volgt de actieve rol en betrokkenheid van projectpartners bij de wél gehonoreerde aanvragen uit het leveren door partners van een bijdrage in natura of geld, waar dan een tegenprestatie van de aanvrager tegenover staat, dan wel het verzamelen, bundelen en presenteren van activiteiten van de partners.

Met betrekking tot de betrokkenheid van anderen bij het project van eiseres blijkt uit de stukken en het verhandelde ter zitting het volgende.

Bij de aanvraag van eiseres is een begroting gevoegd, waarin een bedrag van € 15.000 als bijdragen van derden is opgevoerd, waarvoor de uitgever overigens garant staat.

In de projectomschrijving van eiseres is aangegeven dat gebruik wordt gemaakt

van een klankbordgroep die fungeert als denktank en input geeft voor artikelen, adviseert over inhoudelijke kwaliteit en suggesties doet. Deze klankbordgroep bestaat uit mensen met deskundigheid over natuur, landschap/landbouw, cultuurhistorie en recreatie. De leden nemen op persoonlijke titel deel aan de klankbordgroep, maar zijn veelal werkzaam bij een organisatie of instelling die een relatie heeft met de Veluwe. Ter zitting is namens eiser benadrukt dat hetgeen de leden van de klankbordgroep aandragen van belang is voor de inhoud van de Nieuwe Veluwe. Tevens is aangegeven dat eiseres via de leden van de klankbordgroep eerder op de hoogte geraakt van bepaalde informatie, die vervolgens kan worden gebruikt voor de Nieuwe Veluwe.

Een gratis kennismakingsnummer is verzonden aan leden van verschillende organisaties, die daartoe hun adressenbestand ter beschikking hebben gesteld.

Eiseres heeft een samenwerking met verschillende instanties/organisaties gericht op het werven van nieuwe leden. Uit de in dit verband door eiseres overgelegde lijst noemt de rechtbank de samenwerking met Stichting Het Depot. Deze stichting heeft - onder meer- aan de eerste honderd vaste bezoekers, een abonnement aangeboden onder verlening van een substantiële korting. De gegeven korting op het abonnement werd door de Stichting voor eigen rekening genomen.

Voorts hebben diverse instanties/organisaties een groot aantal exemplaren van de Nieuwe Veluwe afgenomen, vanwege aandacht in de Nieuwe Veluwe voor een voor hen relevant onderwerp.

Gelet op een en ander, en mede in aanmerking genomen de wijze waarop verweerder de aanvragen van Veluws Bureau Toerisme en Stichting Veluvia op dit aspect heeft beoordeeld, is de rechtbank van oordeel dat de aanvraag van eiseres niet kan worden afgewezen op grond van het bepaalde in artikel 3.4.4, eerste lid, onder c, van de herziene Regels.

Met betrekking tot de toetsing aan artikel 3.4.4, tweede lid, onder b van de herziene Regels overweegt de rechtbank het volgende.

Verweerder is van mening dat de kosten die eiseres met de aangevraagde subsidie heeft willen dekken als exploitatiekosten dienen te worden aangemerkt die geen verband houden met de aanloopfase van het project Nieuwe Veluwe. Bovendien is geen sprake van kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de totstandkoming van voornoemde activiteiten.

De subsidieaanvraag van eiseres ziet op het zogenaamde nulnummer in 2009 en op de jaargangen 2010 en 2011. In de begrotingen die bij de aanvraag zijn gevoegd zijn de kosten, waaronder de loonkosten, gespecificeerd en is inzichtelijk gemaakt welke kosten verband houden met de productie en ontwikkeling van het nieuwe tijdschrift.

Het is de rechtbank op grond van het bestreden besluit niet duidelijk waarom in het onderhavige geval de kosten die worden gemaakt in verband met de productie en ontwikkeling van het tijdschrift niet kunnen worden aangemerkt als kosten die verband houden met de aanloopfase en waarom gelet op de duur van de projectperiode geen sprake is van kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de totstandkoming van de Nieuwe Veluwe.

Om te beginnen merkt de rechtbank op dat uit de aanvraag blijkt dat de projectperiode feitelijk loopt van 1 november 2009 tot 1 januari 2012, en derhalve een periode van 26 maanden bedraagt.

Het nulnummer kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als vooral een promotionele activiteit waarvan de kosten onder de aanloopkosten kunnen worden geschaard. In de fase daarna zal, zo begrijpt de rechtbank, dienen te worden gezocht naar een vaste(re) vorm van het tijdschrift, zullen abonnees moeten worden geworven en dienen adverteerders aan het blad te worden gebonden. De rechtbank komt gelet op hetgeen namens eiseres is aangevoerd, een termijn van twee jaren, derhalve een achttal nummers, als aanloop- en opstartfase niet als onredelijk voor.

Verweerder heeft ter zitting gewezen op de andere verhouding tussen loonkosten en totale kosten bij de Natuuractiviteitenkrant. De rechtbank is echter van oordeel dat deze andere verhouding bij de Natuuractiviteitenkrant niet zonder meer maakt dat de in de onderhavige zaak opgevoerde loonkosten niet acceptabel en daarmee niet subsidiabel kunnen zijn. De Nieuwe Veluwe betreft naar haar aard een ander medium dan de Natuuractiviteitenkrant en die omstandigheid kan een andere verhouding in de kosten rechtvaardigen.

Tegen deze achtergrond valt dan ook niet in te zien waarom de kosten waarvoor eiser subsidie heeft aangevraagd ten bedrage van € 50.000 niet voor subsidie in aanmerking komen.

Het voorgaande betekent dat de aanvraag van eiseres niet kan worden afgewezen op grond van het bepaalde in artikel 3.4.4, tweede lid, onder b, van de herziene Regels.

De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen.

De rechtbank kan niet zelf in de zaak kan voorzien in verband met de aan de subsidieverlening te verbinden voorwaarden. Gelet daarop zal verweerder, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen, een nieuwe beslissing op bezwaar moeten nemen.

Nu niet gebleken is van door eiseres gemaakte proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, acht de rechtbank geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank, mede gelet op artikel 8:74 van de Awb, tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

De rechtbank

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;

bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van € 302 aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W. van Osch - Leysma, voorzitter, en mr. D.J. Post en mr. W.R.H. Lutjes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. de Vries, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op .

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op: