Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BV6788

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-11-2011
Datum publicatie
23-02-2012
Zaaknummer
765053
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gebruik op een internetsite zonder voorafgaande toestemming van auteursrechtelijk beschermde foto’s gemaakt door een professionele fotograaf. Discussie gaat over de hoogte van de schadevergoeding. Deze moet worden geschat nu de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. Duur van het gebruik is geen relevant criterium nu plaatsing op een website een veelheid aan (her-)gebruiksmogelijkheden oplevert die niet begrensd is in de tijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 765053 \ CV EXPL 11-7012 \ MB\364\mb

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

[eisende partij], h.o.d.n. [handelsnaam]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

gemachtigde Mr. L. Verkoren

tegen

[gedaagde partij], h.o.d.n. [handelsnaam]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 augustus 2011

- de brief met bijlagen van de zijde van [eisende partij] van 23 september 2011

- de brief met bijlagen van de zijde van [gedaagde partij] van 26 september 2011

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 4 oktober 2011.

2. De feiten

2.1. [eisende partij] is fotograaf van beroep. In zijn overeenkomsten met klanten verklaart hij algemene voorwaarden van toepassing. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:

6) Auteursrecht

a) Het recht om onverschillig welke afmeting of aantal grafische of fotografische reproducties te vervaardigen van foto’s of andere beelddragers waarop [handelsnaam eiser] auteursrecht heeft wordt niet afgestaan behoudens in de hierna onder b en c genoemde gevallen.

b) Indien de opname in opdracht is gemaakt, is in de opnameprijs mede begrepen het niet overdraagbare recht van de opdrachtgever de foto’s met gebruikmaking van cliché’s of andere grafische druktechnieken als illustratie te bezigen in al zijn drukwerk c.q. in alle over zijn bedrijf handelende onder zijn naam verschijnende uitgaven en advertenties, uitgezonderd alle fotografische vermenigvuldigingen & ansichtkaarten, welke uitsluitend in eigenbeheer worden vervaardigd door [handelsnaam eiser].

c) Niet in opdracht vervaardigde door [handelsnaam eiser] geleverde beelddragers mogen alleen dan voor publicatie gebruikt worden indien [handelsnaam eiser] hiervoor schriftelijk toestemming geeft, bijvoorbeeld middels een factuur. Het hiermee verkregen recht is niet overdraagbaar, éénmalig en is niet van toepassing op eventuele herdrukken. Bronvermelding dient plaats te vinden onder- of naast de afgedrukte foto, tenzij uitdrukkelijk schriftelijk anders overeengekomen.

d) behoudens het onder b & c vermelde, blijven de volledige auteursrechten overeenkomstig de auteurswet berusten bij [handelsnaam eiser].

e) In alle gevallen waarin publicatie plaatsvindt, dient zowel in binnen- als buitenland onder de gepubliceerde foto of in een colofon als bron te worden vermeld; [handelsnaam eiser]

2.2. [gedaagde partij] heeft een website ontworpen ([naam website]). Deze website staat bij SIDN geregistreerd op naam van [hanedslsnaam gedaagde], een bedrijf van [gedaagde partij]. Op de website zijn de volgende foto’s te zien, die gemaakt zijn door [eisende partij]:

1. C-1653-7 Luchtfoto “Riverparc bouwrijp maken”

2. C-1653-3 Camping De Rhederlaagse Meren (voorheen Honingraat)

3. C-1652-10 Boekje over het Rhederlaag van Cornielje

4. C2465 Dorp Giesbeek met Hewi terrein.

[gedaagde partij] heeft geen toestemming gevraagd voor het gebruik van deze foto’s en zij heeft evenmin de naam van [eisende partij] als maker van de foto’s op haar website vermeld.

2.3 Nadat zij in kennis was gesteld van de aanspraken van [eisende partij] heeft [gedaagde partij] de foto’s van haar website gehaald.

3. De vordering en het verweer

3.1. [eisende partij] vordert – na vermindering van eis – veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] van:

(1) € 6.020,00 te vermeerderen met 19% btw ten titel van schadevergoeding;

(2) € 2.156,28 ter zake van de werkelijk gemaakte proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv;

(3) de wettelijke rente vanaf 8 juli 2011 tot de dag van volledige betaling;

(4) de gemaakte buitengerechtelijke kosten;

of enig ander bedrag dat de kantonrechter ex aequo et bono bepaalt.

3.2. [eisende partij] had bij inleidende dagvaarding tevens een vordering ex artikel 223 Rv. ingesteld. Deze heeft hij echter bij brief van 2 augustus 2011 ingetrokken.

3.3. [gedaagde partij] voert verweer. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de foto’s die [gedaagde partij] op haar website heeft gebruikt, zoals hiervoor onder 2.2. omschreven, afkomstig zijn van [eisende partij].

Deze foto’s zijn auteursrechtelijk beschermd. Zij dragen een eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijk stempel van de maker. [gedaagde partij] heeft dat ook niet betwist. Het gebruik van de foto’s op de site van [gedaagde partij] zonder toestemming van [eisende partij] is een openbaarmaking die de toestemming van [eisende partij] als de auteursrechthebbende vereist. Die toestemming was er niet, waarmee vast staat dat [gedaagde partij] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eisende partij]. Daaraan doet niet af of [gedaagde partij], zoals zij heeft aangevoerd, niet wist dat de foto’s auteursrechtelijk beschermd waren, dat [eisende partij] de maker was en dat zij zijn toestemming behoefte. Wetenschap van het auteursrecht bij de gebruiker is immers geen vereiste van het kunnen inroepen van dat auteursrecht.

4.2. [gedaagde partij] heeft voorts aangevoerd dat zij de foto’s heeft gebruikt met toestemming van licentiehouders. [eisende partij] heeft betwist dat er licentiehouders zijn die een dergelijke toestemming kunnen geven. [gedaagde partij] heeft ter onderbouwing van haar stelling verklaringen van derden overgelegd die (deels) betrokken zijn geweest als opdrachtgever van [eisende partij] voor de betreffende foto’s. Uit die verklaringen kan echter niet afgeleid worden dat deze derden gerechtigd waren om met [gedaagde partij] afspraken te maken over het gebruik door haar van de foto’s. Nu [gedaagde partij] de door haar gestelde licentie overigens niet heeft onderbouwd, faalt ook dit verweer.

4.3. Voor een van de foto’s (Foto 2 - C-1653-3 Camping De Rhederlaagse Meren voorheen Honingraat) heeft [eisende partij] aangevoerd dat tevens sprake is van verminking omdat [gedaagde partij] van een deel van de foto gebruik heeft gemaakt en niet de gehele foto. [gedaagde partij] heeft aangevoerd dat zij de foto in de gebruikte vorm heeft ontvangen van de camping, de partij die toestemming heeft gekregen voor het gebruik van de foto, en dat zij niet eens wist dat deze deel uitmaakte van een groter geheel. De maker van een werk, heeft het recht zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid. [eisende partij] stelt echter helemaal niet dat daarvan sprake is. Hij voert alleen aan dat slechts een deel van zijn foto is gebruikt. Dat daarmee sprake is van enig nadeel is echter gesteld noch gebleken. Het deel van de schadevordering dat gebaseerd is op verminking zal daarom worden afgewezen.

4.4. [gedaagde partij] heeft zich voor de foto van het Hewi-terrein (Foto 4 - C2465 Dorp Giesbeek met Hewi terrein) verweerd met het argument dat sprake is van een beeldcitaat nu deze - historische - foto van het dorp Giesbeek met daarop de voormalige jachtwerf Hewi een illustratie vormt bij een artikel over de jachtwerf en de omgeving. Deze foto is afkomstig uit het boek waarop foto 3 op de voorpagina stond. [gedaagde partij] heeft dat ook op de site vermeld. Zij heeft echter niet vermeld dat de foto gemaakt is door [eisende partij], hetgeen zoals [eisende partij] onbetwist heeft gesteld wel opgenomen is in het boek en dus voor haar kenbaar was. [eisende partij] heeft zich op het standpunt gesteld dat bij foto’s nimmer sprake kan zijn van een beroep op een citaatrecht.

4.5. Naar het oordeel van de kantonrechter is geen sprake van een citaat zoals bedoeld in artikel 15a Aw. Er is immers geen sprake van een aankondiging, beoordeling polemiek of wetenschappelijke verhandeling. Hier is sprake van een stukje tekst over een jachtwerf geïllustreerd met een foto van [eisende partij] die afkomstig is uit het hiervoor genoemde boek. Voorts staat vast dat niet is voldaan aan de voorwaarden om van een rechtmatig citaat te kunnen spreken, er heeft immers geen naamsvermelding plaatsgevonden, terwijl die in het boek eenvoudig te vinden was.

4.6. Samengevat is sprake van inbreuk op de auteursrechten van [eisende partij] door het gebruik van de foto’s zonder zijn toestemming. [eisende partij] heeft daardoor schade geleden, hetgeen [gedaagde partij] ook niet heeft betwist. De discussie tussen partijen gaat over de hoogte van de schadevergoeding. [eisende partij] heeft zijn aanspraken met betrekking tot Foto 3 (C-1652-10 Boek over het Rhederlaag van Cornielje) bij gelegenheid van de comparitie ingetrokken zodat deze geen bespreking meer behoeft.

4.7. De schade van [eisende partij] is niet exact vast te stellen en zal dus moeten worden begroot. Daarbij zijn de tarieven die [eisende partij] doorgaans stelt te hanteren gezichtspunten, maar niet leidend. Er zijn immers geen tarieven overeengekomen. [eisende partij] stelt dat hij een tarief hanteert van € 230,00 voor het gebruik van een luchtfoto voor één jaar. [eisende partij] heeft deze tarieven overigens niet overgelegd en [gedaagde partij] heeft deze betwist en heeft zelf gewezen op de tarieven die gehanteerd worden door de Nationale beeldbank, die veel lager liggen.

4.8. Waar sprake is van gebruik van de foto’s op een internetsite is de duur van het gebruik geen goede aanknopingsfactor. Immers een enkele plaatsing leidt tot veelheid aan raadplegingmogelijkheden en zelfs indien de websitemaker de betreffende foto’s verwijdert, blijven er tal van mogelijkheden om de foto’s opnieuw op te vragen. Gesteld noch gebleken is dat de eerste plaatsing op internet afkomstig is van [gedaagde partij] terwijl de foto’s via verschillende ingangen, waarvan gesteld noch gebleken is dat die herleid kunnen worden tot [gedaagde partij], op het internet te vinden zijn. [gedaagde partij] heeft voorts onbetwist gesteld dat zij zodra zij kennis kreeg van de aanspraken van [eisende partij], de door haar geplaatste foto’s van [eisende partij] van haar website heeft afgehaald.

De kantonrechter kent voorts betekenis toe aan het feit dat geen sprake is van recent werk. Van foto 1 (Foto 1 - C-1653-7 Luchtfoto “Riverparc bouwrijp maken”) staat vast dat deze reeds uit 1993 dateert. Foto 4 (C2465 Dorp Giesbeek met Hewi terrein) dateert uit 1977. Daarmee mag aangenomen worden dat deze foto’s inmiddels opbrengst hebben kunnen opleveren en dat de opbrengst van toekomstig gebruik beperkt zal zijn. Om die reden acht de kantonrechter een bedrag van € 100,00 per foto een deugdelijke vergoeding voor het gebruik, waarbij de duur van het gebruik verder buiten beschouwing blijft.

4.9. De kantonrechter is wel gevoelig voor het argument dat het niet aantrekkelijk gemaakt moet worden voor gebruikers van auteursrechtelijk beschermd werk om de inbreuk te herstellen door achteraf alsnog te betalen en dan niet slechter af te zijn dan als zij tevoren toestemming zouden hebben gevraagd. Een dergelijk gebruik van zijn werk levert de auteursrechthebbende immers ook schade op. Dat geldt ook voor het weglaten van de naamsvermelding. Om die reden ziet de kantonrechter aanleiding om de totale schade, inclusief de hiervoor vastgestelde deugdelijke vergoeding voor het gebruik, vast te stellen op € 750,00 voor de drie foto’s. [eisende partij] heeft gevorderd dat bedrag “voor zover van toepassing te vermeerderen met btw”. [gedaagde partij] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt zodat de vordering aldus zal worden toegewezen.

4.10. Tegen de gevorderde rente over de hoofdsom is geen verweer gevoerd zodat deze zal worden toegewezen.

4.11. [eisende partij] maakt voorts aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter wijst deze af. [eisende partij] heeft deze kosten niet gespecificeerd. Weliswaar kan uit de overgelegde stukken afgeleid worden dat sprake is geweest van enige correspondentie maar waar deze in de tijd heeft plaatsgevonden kort voor de aanvang van de procedure, moet aangenomen worden dat deze werkzaamheden strekken ter voorbereiding van deze procedure.

4.12. In de uitkomst van de procedure, waarbij [eisende partij] slechts deels in het gelijk wordt gesteld en waarbij de uitkomst zodanig is dat gelet op de voorstellen die zijn gedaan van de zijde van [gedaagde partij], een regeling in der minne in de rede zou kunnen hebben gelegen in welk geval deze procedure overbodig zou zijn geweest, ziet de kantonrechter aanleiding om de kosten te compenseren, in de zin dat partijen ieder de eigen kosten dragen.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] van een bedrag van € 750,00, voor zover van toepassing te vermeerderen met btw, en te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 8 juli 2011 tot aan de dag van algehele voldoening;

5.2. verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.3. compenseert de kosten in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt.

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.J. Blaisse en in het openbaar uitgesproken op