Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BV1585

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
23-01-2012
Zaaknummer
146175
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zonder commentaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en ondervrijwaring van 21 december 2011

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 146175 / HA ZA 06-1751 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. ROOMBOTERFABRIEK "DE BESTE BOTER",

gevestigd te Son, gemeente Son en Breugel,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.A. Bal te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RATH & DOODEHEEFVER B.V.,

gevestigd te Zutphen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.W. Houtman te Nijmegen,

2. de naamloze vennootschap

RATH & DOODEHEEFVER GROUP N.V.,

gevestigd te Zutphen,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. C.W. Houtman te Nijmegen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RATH & DOODEHEEFVER GROUP NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Zutphen,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. C.W. Houtman te Nijmegen,

4. de stichting

STICHTING RATH & DOODEHEEFVER,

gevestigd te Zutphen,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. C.W. Houtman te Nijmegen,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BARGE TRUST B.V.,

gevestigd te Ellecom,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. B.J.M.P. Cremers te Breda,

6. [X],

wonende te Ellecom, gemeente Rheden,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. P.M. Wilmink te Arnhem,

7. [Y],

wonende te Brummen,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. W.J.G.M. van den Broek te Nijmegen,

en in de ondervrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 161978 / HA ZA 07-1696 van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

1. de naamloze vennootschap

RATH & DOODEHEEFVER GROUP N.V.,

gevestigd te Zutphen,

gedaagde,

advocaat mr. C.W. Houtman te Nijmegen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RATH & DOODEHEEFVER GROUP NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Helmond,

gedaagde,

advocaat mr. C.W. Houtman te Nijmegen,

3. [X],

wonende te Ellecom, gemeente Rheden,

gedaagde,

advocaat mr. B.J.M.P. Cremers te Breda,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. ROOMBOTERFABRIEK "DE BESTE BOTER",

gevestigd te Son, gemeente Son en Breugel,

gedaagde,

niet verschenen,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BARGE TRUST B.V.,

gevestigd te Ellecom, gemeente Rheden,

gedaagde,

advocaat mr. B.J.M.P. Cremers te Breda.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Roomboterfabriek DBB, Rath en Doodeheefver B.V., Rath & Doodeheefver Group N.V., Rath & Doodeheefver Group Nederland B.V., de Stichting, Barge Trust, [X], [Y] en [eiser in de ondervrijwaring].

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 november 2011

- de akte van Roomboterfabriek DBB

- de akte van Rath & Doodeheefver B.V., Rath & Doodeheefver Group N.V., Rath & Doodeheefver Group Nederland B.V., de Stichting en [Y]

- de akte van [X] en Barge Trust.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de ondervrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 november 2011

- de akte van Rath & Doodeheefver Group N.V. en Rath & Doodeheefver Group Nederland B.V.

- de akte van [X] en Barge Trust.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De verdere beoordeling

in de hoofdzaak

3.1. Roomboterfabriek DBB heeft in antwoord op de in het tussenvonnis van 23 november 2011 door de rechtbank gestelde vragen geantwoord dat tussen haar en Rath & Doodeheefver B.V., Rath & Doodeheefver Group N.V., Rath & Doodeheefver Group Nederland B.V., de Stichting en [Y] in de zaak in conventie is overeengekomen dat met gesloten beurzen kan worden overgegaan tot royement. Met Barge Trust en [X] zijn geen afspraken gemaakt. In reconventie is een royement met gesloten beurzen overeengekomen.

3.2. Het standpunt van Rath & Doodeheefver B.V., Rath & Doodeheefver Group N.V., Rath & Doodeheefver Group Nederland B.V., de Stichting en [Y] sluit hierbij aan.

3.3. [X] en Barge Trust vragen de rechtbank vonnis te wijzen met een kostenveroordeling.

3.4. Er is dus nog slechts vonnis te wijzen in conventie, voor zover deze [X] en Barge Trust betreft. De vorderingen tegen hen zullen worden afgewezen (tussenvonnis van 23 november 2011 onder 4.3).

3.5. Roomboterfabriek DBB zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [X] en Barge Trust worden begroot op:

- griffierecht € 4.667,00

- salaris advocaat 16.055,00 (5,0 punten × tarief € 3.211,00)

Totaal € 20.722,00

in de ondervrijwaringszaak

3.6. Rath & Doodeheefver B.V., Rath & Doodeheefver Group N.V., Rath & Doodeheefver Group Nederland B.V., de Stichting en [Y] laten weten dat zij met Roomboterfabriek DBB zijn overeengekomen dat zij aan een definitieve doorhaling in de ondervrijwaringszaak zullen meewerken zonder dat zij aanspraak zullen maken op een kostenveroordeling van [eiser in de ondervrijwaring].

3.7. [X] en Barge Trust vragen de rechtbank vonnis te wijzen met een kostenveroordeling.

3.8. De rechtbank zal de vorderingen tegen [X] en Barge Trust afwijzen (tussenvonnis van 23 november 2011 onder 4.6).

3.9. [eiser in de ondervrijwaring] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [X] en Barge Trust worden begroot op € 14.449,50 voor salaris van de advocaat (4,5 punten × tarief € 3.211,00).

4. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

4.1. wijst de vorderingen jegens [X] en Barge Trust af,

4.2. veroordeelt Roomboterfabriek DBB in de kosten, aan de zijde van [X] en Barge Trust tot op heden begroot op € 20.722,00,

4.3. verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

4.4. gelast voor het overige doorhaling van de zaak voor zover deze nog niet heeft plaatsgevonden,

in de zaak in vrijwaring

4.5. wijst de vorderingen jegens [X] en Barge Trust af,

4.6. veroordeelt [eiser in de ondervrijwaring] in de proceskosten, aan de zijde van [X] en Barge Trust tot op heden begroot op € 14.449,50,

4.7. verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

4.8. gelast voor het overige doorhaling van de zaak voor zover deze nog niet heeft plaatsgevonden.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar, mr. D.T. Boks en mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2011.