Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BV0993

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-12-2011
Datum publicatie
17-01-2012
Zaaknummer
192465
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN:BP0984 en BT2765.

Veroordeling tot schadevergoeding (conventie) en verklaring voor recht dat geen verlof tot sequestratie is gegeven en dat verweerster onrechtmatig handelde door de auto's wel in bewaring te geven, alsmede dat de inbeslagnames van de auto's onrechtmatig waren en verlof daartoe op onjuiste grondslag is gegeven (reconventie).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 192465 / HA ZA 09-2042

Vonnis van 28 december 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALTENA YACHTING B.V.,

gevestigd te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. W.A.J. Hagen te Arnhem,

tegen

1. [ged.1conv./eis.1reconv.],

wonende te [vest.-/woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[ged.2conv./eis.2reconv.].,

gevestigd te [vest.-/woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. A.F.M. van Vlijmen te Arnhem.

Partijen zullen hierna Altena, [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 oktober 2011

- de akte in conventie van Altena

- de antwoordakte in conventie van [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

2.1. De rechtbank heeft in het vonnis van 5 oktober 2011 op enkele punten toelichting gevraagd van Altena. Dit betreft het in beginsel toewijsbare bedrag van een creditering, door Altena gesteld op € 21.373,00, en de achtergrond van de betaling van € 30.500,00 aan [betrokkene1].

2.2. Het bedrag van € 21.373,00 was volgens de laatste akte van Altena het saldo van haar meerwerknota. [betrokkene1] vroeg creditering hiervan en voerde aan dat de meerwerknota € 4.000,00 te hoog was. Altena stelt tot creditering van € 17.373,00 te zijn overgegaan en daarnaast de aanspraak op € 4.000,00 te hebben laten varen. Hiertegen voert [ged.2conv./eis.2reconv.] aan dat het onredelijk is dat Altena vervolgens van haar vordert wat [betrokkene1] toch niet betaald zou hebben. Dit is in zoverre juist dat uit het betoog van Altena volgt dat zij, als zij niet tegemoetgekomen was aan de eisen van [betrokkene1], van hem € 17.373,00 had ontvangen voor het meerwerk. Daarbij is het onzeker hoe het met het restant zou zijn gelopen. Dat [betrokkene1] volgens Altena ongelijk had, is in dit verband niet relevant omdat Altena heeft nagelaten tijdig en voldoende onderbouwd in de onderhavige procedure aan te geven dat er een geschil over de meerwerknota bestond en waarom [betrokkene1] daarbij ongelijk had. De rechtbank acht dus op dit onderdeel € 17.373,00 toewijsbaar.

2.3. Voordat de rechtbank het gevorderde bedrag van € 30.500,00 beoordeelt, overweegt zij het volgende. Dat [betrokkene1], zoals Altena bij herhaling aanvoert, € 50.000,00 als genoegdoening wilde hebben, is op zichzelf irrelevant als Altena en [betrokkene1] niet overeengekomen zijn dat hem dit bedrag als vergoeding toekwam. Het laatste stelt Altena niet. Zij telt slechts bedragen op tot een bedrag van ongeveer – zij werkt kennelijk met afrondingen – € 50.000,00 en stelt door [betrokkene1] min of meer gedwongen te zijn tot deze bedragen aan zijn wensen tegemoet te komen. Dat is onvoldoende als onderbouwing van de stelling die had moeten inhouden dat zij € 50.000,00 als vergoeding overeengekomen was. Indien en voor zover Altena bedoelt te betogen dat een of meer overeenkomsten met [betrokkene1] onder dwang of met misbruik van de omstandigheden zijnerzijds tot stand gekomen is/zijn, dient zij dit betoog voldoende feitelijk te onderbouwen.

2.4. Van het bedrag van € 30.500,00 maakt € 8.000,00 deel uit dat de kosten zou betreffen voor het uiteindelijk niet uitgevoerde transport naar Monaco. Altena stelt eigener beweging en onverplicht het vervoer te hebben aangeboden, dat uiteindelijk door de verandering van het weer niet meer mogelijk was. Het schip is toen door haar, kennelijk als vervanging voor dit vervoer, in de winterstalling geplaatst. [betrokkene1] zou vervolgens hebben gevraagd wat het vervoer naar Monaco gekost zou hebben. Daarmee zou € 8.000,00 gemoeid zijn geweest. Gezien de opstelling van [betrokkene1] en de eisen die hij stelde, had Altena, zo betoogt zij, geen andere keus dan deze € 8.000,00 in het kader van de afkoopsom te noteren bij het aan [betrokkene1] te vergoeden bedrag. Dit is onvoldoende gelet op wat de rechtbank onder 2.3 hierboven heeft overwogen. Er blijkt noch van een overeenkomst, noch van een overeenkomst waaraan een wilsgebrek kleeft. Het bedrag van € 8.000,00 komt dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.

2.5. Voorts stelt Altena dat zij [betrokkene1] € 12.000,00 aan advocatenkosten heeft vergoed. Dit weerspreekt [ged.2conv./eis.2reconv.] in haar laatste akte niet meer. Het bedrag komt dus voor vergoeding in aanmerking.

2.6. Voor het overige geeft Altena, mede gelet op wat onder 2.3 is overwogen, geen concrete onderbouwing van het aan [betrokkene1] vergoede bedrag. Zij geeft slechts de berekening weer, niet de grondslagen daarvan. Voor het overige moet op dit onderdeel haar vordering dan ook worden afgewezen. De rechtbank komt nu Altena onvoldoende gesteld heeft, niet toe aan de in het vonnis van 22 december 2010 onder 4.11 bedoelde bewijsopdracht.

2.7. Uit de tussenvonnissen volgt dat de vorderingen tegen [ged.1conv./eis.1reconv.] moeten worden afgewezen. Voor toewijzing ligt dan tegenover [ged.2conv./eis.2reconv.] ingevolge het vonnis van 22 december 2010 gereed de vordering tot vergoeding van de schade bestaande uit winstderving ten gevolge van de gebeurtenissen op de HISWA over september 2009 als op te maken bij staat. In het vonnis van 5 oktober 2011 is voorts beslist dat voor toewijzing in aanmerking komt € 300,00 (2.10), € 2.746,07 (2.15), € 915,84 (2.16), € 681,16 (2.17) en € 4.360,00 (2.22). Het totaal van deze bedragen is € 9.003,07.

2.8. De toelichting die Altena nog diende te verschaffen heeft geleid tot de beslissing dat € 29.373,00 toewijsbaar is. In totaal zal de vordering van Altena op [ged.2conv./eis.2reconv.] dan ook worden toegewezen voor 38.376,07.

2.9. Rente is toewijsbaar vanaf 6 januari 2010, de eerste dag waarop bij akte de vermeerderde vordering min of meer concreet geformuleerd is.

in reconventie

2.10. In het vonnis van 22 december 2010 is, onder 4.35, overwogen dat de vorderingen behoudens de daar bedoelde verklaring voor recht, moeten worden afgewezen.

in conventie en in reconventie

2.11. De vordering tegen [ged.1conv./eis.1reconv.] is afgewezen. Nu deze dezelfde advocaat heeft als [ged.2conv./eis.2reconv.] heeft afsplitsing van de zaak tegen hem bij de beoordeling van de proceskosten, geen zin. Aangezien elk van de overige partijen in beide procedures als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze. De rechtbank is van oordeel dat hetzelfde past voor de beslagkosten.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. veroordeelt [ged.2conv./eis.2reconv.] tot vergoeding van de schade bestaande uit de winstderving over september 2009 en bepaalt dat deze schade zal worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet,

3.2. veroordeelt [ged.2conv./eis.2reconv.] om aan Altena te betalen een bedrag van € 38.376,07 (achtendertig duizenddriehonderdzesenzeventig euro en zeven cent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag van 6 januari 2010 tot de dag van volledige betaling,

3.3. verklaart dit vonnis in conventie voor zover het betreft het onder 3.2 vermelde uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

3.4. verklaart voor recht dat in het rekest van 15 september 2009 geen verlof tot sequestratie is gegeven en dat Altena onrechtmatig handelde door de auto’s wel in bewaring te geven, alsmede dat de inbeslagnames en inbewaringneming van de auto’s die eigendom waren van M. [ged.1conv./eis.1reconv.] OGEM, op 15 september 2009 onrechtmatig en onnodig waren en verlof daartoe op onjuiste grondslag door Altena is verkregen,

in conventie en in reconventie

3.5. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2011.