Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BV0950

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
14-12-2011
Datum publicatie
16-01-2012
Zaaknummer
214510
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Omdat thans vaststaat dat de kredietovereenkomsten zijn vernietigd wegens bedrog door gedaagde in conventie, dient gedaagde in conventie het hem ter beschikking gestelde geld met wettelijke rente terug te betalen als onverschuldigd betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 214510 / HA ZA 11-561

Vonnis van 14 december 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LASER NEDERLAND B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.E.C. Koopman te Apeldoorn,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat (voorheen mr. J.H.J. Joosten en A. Klein, thans) mr. S.J. Schoonhoven te Arnhem.

Partijen zullen hierna LaSer en [gedaagde in conventie] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 11 mei 2011

- de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie

- het proces-verbaal van comparitie van 11 augustus 2011

- de akte van LaSer van 21 september 2011

- de akte-niet-dienen van [gedaagde in conventie] van 19 oktober 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. LaSer is met [gedaagde in conventie] op 14 april 2010 een kredietovereenkomst (hierna de kredietovereenkomst van april) aangegaan waarbij LaSer, als kredietgever, aan [gedaagde in conventie], als kredietnemer, een geldsom ter beschikking heeft gesteld van € 449,- met een maandrente van 1,17 %. Daarnaast is tussen partijen overeengekomen dat [gedaagde in conventie] per maand € 40,33 aan LaSer zou betalen. De kredietovereenkomst vermeldt, voor zover van belang:

“II rekeninghouder

(…)

Naam: De heer [gedaagde in conventie]

(…)

Geboortedatum: [geboortedatum]

(…)

Netto maandinkomen: € 3.000,00

(…)

Beroepsgegevens

Beroep: EIGENAAR

Werkgever: FM-NEDERLAND

(…)

Verklaring Kredietnemer:

(…) Daarnaast verklaart de Kredietnemer de gegevens naar waarheid te hebben ingevuld (…)”

2.2. LaSer is op 1 mei 2010 een kredietovereenkomst (hierna de kredietovereenkomst van mei) aangegaan met [gedaagde in conventie], waarbij LaSer aan [gedaagde in conventie] een geldsom van € 1.300,- ter beschikking heeft gesteld, met een maandrente van 1,17 %. Tussen partijen is overeengekomen dat [gedaagde in conventie] 2% per maand van het uitstaande saldo aan LaSer zou betalen. De kredietovereenkomst vermeldt, voor zover van belang:

“II rekeninghouder

(…)

Naam: hR [gedaagde in conventie]

(…)

Geboortedatum: [geboortedatum]

(…)

Netto inkomen: € 3.000,00

(…)

Kaartkrediet

Voor de Creditcard respectievelijk Partnercard die aan u is/wordt verstrekt en waarmee transacties kunnen worden verricht, is het volgende van toepassing. De bestedingslimiet van de Creditcard is € 1.300,- (…)

(…)

Verklaring Kredietnemer:

(…) Daarnaast verklaart de Kredietnemer de gegevens naar waarheid te hebben ingevuld (…)”

2.3. Bij de Kamer van Koophandel staat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FM Group Nederland B.V. ingeschreven. Dit uitreksel vermeldt dat enig aandeelhouder van de vennootschap FM Group Belgium is en de bestuurder/directeur [betrokkene].

2.4. [gedaagde in conventie] is geboren op [geboortedatum].

2.5. Het uitstaande saldo van de kredietovereenkomst van mei bedroeg per 22 juli 2010 € 5.582,66, terwijl de bestedingslimiet van de creditcard € 1.300,- was. [gedaagde in conventie] heeft zijn bestedingslimiet verhoogd door meermalen de zogenaamde ‘reversal trick’ toe te passen. LaSer heeft, nadat zij de handelingen van [gedaagde in conventie] heeft opgemerkt, de rekening van [gedaagde in conventie] geblokkeerd.

2.6. Bij brief van 18 juni 2010 heeft LaSer de kredietovereenkomsten van [gedaagde in conventie] opgezegd, [gedaagde in conventie] gesommeerd om het toen openstaande saldo te betalen binnen vijf dagen en hem in gebreke gesteld indien hij daaraan niet voldoet.

2.7. [gedaagde in conventie] staat sinds juni 2010 geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem.

2.8. Bij brief van 1 september 2010 heeft de advocaat van LaSer de kredietovereenkomsten opgezegd maar ook buitengerechtelijk vernietigd. De brief vermeldt, voor zover hier van belang:

“Cliënte stelt dat u onjuiste gegevens aan haar hebt verstrekt ten tijde van het aangaan van de kredietovereenkomsten. U heeft onder andere onjuiste gegevens verstrekt met betrekking tot uw werkgever, beroep, dienstverband en netto inkomen. Daarnaast stelt cliënte dat u een zogenaamde ‘reversal trick’ heeft toegepast om zodoende uw bestedingslimiet van uw creditkaart te verhogen.

Gezien het voorgaande stelt cliënte vast dat u onrechtmatig heeft gehandeld. Mede om die reden heeft cliënte de kredietovereenkomsten opgezegd als bedoeld in artikel 11 lid 2 van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Voor zover er geen sprake mocht zijn van een correcte opzegging, dan zeg ik namens cliënte de kredietovereenkomsten nogmaals op met onmiddellijke ingang. De vervroegde opeisbaarheid wordt door cliënte bedongen nu u met het oog op het aangaan van de kredietovereenkomst bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt, die van dien aard zijn dat cliënte de overeenkomst niet met u zou zijn aangegaan indien aan haar de juiste gegevens waren verstrekt.

Daarnaast vernietigt cliënte de kredietovereenkomsten vanwege het feit dat de overeenkomsten door bedrog tot stand zijn gekomen als bedoeld in artikel 3:44 BW. U heeft cliënte bewogen tot het aangaan van de kredietovereenkomsten door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededelingen en/of door verzwijgen van enig feit dat u verplicht was mede te delen.”

3. Het geschil

in conventie

3.1. Bij dagvaarding heeft LaSer veroordeling van [gedaagde in conventie] gevorderd tot betaling van € 449,- en € 5.582,66, vermeerderd met contractuele rente van 1,17% per maand en met de in artikel 10 lid 6 van de algemene voorwaarden bedoelde vertragingsvergoeding.

3.2. LaSer heeft aanvankelijk bij dagvaarding aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde in conventie] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en dat LaSer om die reden de kredietovereenkomsten bij brief van 18 juni 2010 heeft opgezegd. Daarnaast heeft zij de kredietovereenkomsten bij brief van 1 september 2010 nogmaals opgezegd en het openstaande bedrag met rente en kosten opgeëist. Ook heeft zij de kredietovereenkomsten bij brief van 1 september 2010 buitengerechtelijk vernietigd op grond van bedrog, althans dwaling. [gedaagde in conventie] heeft bij de totstandkoming van deze overeenkomsten namelijk opzettelijk onjuiste gegevens ten aanzien van zijn netto-inkomsten, beroep, werkgever en leeftijd aan LaSer opgegeven.

3.3. Bij conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie en tijdens de comparitie van partijen heeft LaSer de grondslagen voor haar vordering gewijzigd. LaSer heeft aan haar vordering uiteindelijk ten grondslag gelegd dat zij de overeenkomsten van geldlening met [gedaagde in conventie] buitenrechtelijk heeft vernietigd, waardoor de door haar verrichte betalingen als onverschuldigd betaald beschouwd moeten worden. Daarnaast heeft LaSer aangevoerd dat zij schade heeft geleden door de onrechtmatige daad die [gedaagde in conventie] jegens haar heeft gepleegd.

3.4. Na de comparitie van partijen is de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van LaSer, waarin LaSer haar vordering diende te begroten op basis van onverschuldigde betaling en haar kosten op basis van een tegenover haar gepleegde onrechtmatige daad. LaSer heeft vervolgens bij akte een overzicht van de kredietrekeningen van [gedaagde in conventie] overgelegd, waaruit blijkt welke bedragen LaSer aan [gedaagde in conventie] aanvankelijk als contractuele rente en kosten in rekening heeft gebracht en welke bedragen aan contractuele rente in mindering moeten worden gebracht bij berekening van het bedrag op basis van onverschuldigde betaling en wettelijke rente. LaSer heeft daarnaast gesteld dat zij als schadevergoeding vergoeding van kosten vordert wegens de door [gedaagde in conventie] tegenover haar gepleegde onrechtmatige daad, begroot op twee punten van het geldende liquidatietarief. LaSer heeft echter haar eis niet gewijzigd en dus haar petitum niet aangepast.

3.5. Op 19 oktober 2011 heeft [gedaagde in conventie] akte-niet-dienen gekregen.

3.6. [gedaagde in conventie] heeft verweer gevoerd. Daarop wordt hierna nader ingegaan.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.7. [gedaagde in conventie] vordert voorwaardelijk, namelijk voor het geval de rechtbank van oordeel is dat de kredietovereenkomsten niet vernietigd zijn, vernietiging van de tussen partijen gesloten kredietovereenkomsten op grond van artikel 3:51 lid 1 BW. Hij legt daaraan ten grondslag dat hij ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten minderjarig en daarom handelingsonbekwaam was, waardoor de overeenkomsten vernietigbaar zijn.

3.8. [gedaagde in conventie] vordert daarnaast, voor het geval de kredietovereenkomsten vernietigd zijn, veroordeling van LaSer tot doorhaling van de registratie van [gedaagde in conventie] in het Centraal Krediet Informatiesysteem (hierna CKI). Hij legt daaraan ten grondslag dat als de kredietovereenkomsten zijn vernietigd, er ook geen sprake kan zijn van een registratie in het CKI.

3.9. LaSer heeft verweer gevoerd. Daarop wordt hierna nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

Vernietiging kredietovereenkomsten

4.1. Door LaSer is gesteld dat zij de kredietovereenkomsten van april en mei bij brief van 1 september 2010 op grond van bedrog, althans dwaling heeft vernietigd. [gedaagde in conventie] heeft niet betwist dat de kredietovereenkomsten zijn vernietigd, maar heeft wel betwist dat de overeenkomsten door bedrog, dan wel dwaling tot stand zijn gekomen.

4.2. Aangezien [gedaagde in conventie] heeft erkend dat de kredietovereenkomsten van april en mei bij brief van 1 september 2010 zijn vernietigd, staat dit vast. De rechtbank is van oordeel dat LaSer terecht heeft aangevoerd dat sprake is geweest van bedrog door [gedaagde in conventie]. [gedaagde in conventie] heeft namelijk niet betwist dat hij bij het sluiten van de kredietovereenkomsten met LaSer opzettelijk onjuiste gegevens ten aanzien van zijn netto-inkomen, beroep en werkgever aan LaSer heeft opgegeven. Daarnaast heeft [gedaagde in conventie], in het licht van hetgeen door LaSer is gesteld, onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij gelogen heeft over zijn leeftijd.

Vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling

4.3. Omdat thans vaststaat dat de kredietovereenkomsten zijn vernietigd wegens bedrog door [gedaagde in conventie], dient [gedaagde in conventie] het hem ter beschikking gestelde geld met wettelijke rente terug te betalen als onverschuldigd betaald.

Hoogte onverschuldigde betaling

4.4. Niet helemaal duidelijk is wat de hoogte is van het onverschuldigd betaalde bedrag. LaSer heeft na wijziging van de grondslagen van haar vordering namelijk nagelaten het gevorderde bedrag te wijzigen. De bij dagvaarding gevorderde bedragen bevatten tevens contractuele rente en kosten en zijn op basis van onverschuldigde betaling niet geheel toewijsbaar. De rechtbank zal daarom aan de hand van de stukken bepalen welk bedrag als onverschuldigd betaald moet worden beschouwd.

4.5. LaSer heeft bij akte transactieoverzichten van de twee kredietovereenkomsten overgelegd. Uit het transactieoverzicht van de kredietovereenkomst van april blijkt dat het door LaSer aan [gedaagde in conventie] onverschuldigd betaalde bedrag van die kredietovereenkomst € 449,- bedraagt. Uit het transactieoverzicht van de kredietovereenkomst van mei blijkt dat het uitstaande saldo daarvan op 22 maart 2011 € 5.614,76 bedroeg. Het uitstaande saldo is het totaal van de door [gedaagde in conventie] opgenomen geldsommen, vermeerderd met de in rekening gebrachte contractuele rente en contractuele kosten en verminderd met de door [gedaagde in conventie] gedane betalingen. De rechtbank heeft op basis van het overzicht kunnen vaststellen dat de tot op dat moment in rekening gebrachte contractuele kosten in totaal € 276,25 waren. De tot op dat moment in rekening gebrachte contractuele rente was in totaal € 562,89. Deze contractuele kosten en rente zijn niet toewijsbaar als onverschuldigd betaalde bedragen en moeten daarom worden afgetrokken van het uitstaande saldo. Dit betekent dat het door LaSer aan [gedaagde in conventie] onverschuldigd betaalde bedrag van de kredietovereenkomst van mei € 4.775,62 bedraagt (uitstaand saldo ad € 5.614,76 minus contractuele rente en kosten ad € 839,14). Totaal is dus onverschuldigd betaald een bedrag van € 449,- + € 4.775,62 = € 5.224,62.

Overige verweren [gedaagde in conventie]

4.6. [gedaagde in conventie] heeft als verweer aangevoerd dat LaSer haar zorgplicht heeft geschonden, omdat zij bij grondiger onderzoek had kunnen weten dat de gegevens die [gedaagde in conventie] aan haar heeft verstrekt niet klopten. LaSer heeft weersproken dat zij haar zorgplicht heeft geschonden, omdat zij een aantal toetsen, waaronder een BKR toets, heeft uitgevoerd en omdat het is toegestaan om bij kredieten tot € 5.000,- een lichtere toets te doen dan bij hogere kredieten. De rechtbank is van oordeel dat dit verweer niet op gaat, aangezien [gedaagde in conventie] zelf onjuiste gegevens aan LaSer heeft opgegeven en hem reeds daarom geen beroep op schending van de zorgplicht toekomt.

4.7. Het verweer van [gedaagde in conventie] dat hij thans geen bedrag aan LaSer verschuldigd is, omdat hij een brief van LaSer heeft ontvangen dat het kredietsaldo van zijn rekening op nul is gesteld, slaagt ook niet. LaSer heeft namelijk aangevoerd dat [gedaagde in conventie] niet één maar drie brieven heeft ontvangen, waarvan in één brief stond dat het saldo op nul was gesteld en in twee andere brieven de saldo’s van de kredietrekeningen genoemd stonden. Dit heeft [gedaagde in conventie] niet weersproken. Al zou het zo zijn dat [gedaagde in conventie] alleen die ene brief had ontvangen, dan nog mocht hij op basis daarvan niet erop vertrouwen dat het kredietsaldo nul was. Gelet op de brieven van 18 juni en 1 september 2010 moest [gedaagde in conventie] namelijk begrijpen dat hij het daarin genoemde kredietsaldo nog moest terugbetalen.

4.8. Omdat de verweren van [gedaagde in conventie] niet slagen, zal hij het onverschuldigd betaalde bedrag, dat hiervoor op € 5.224,62 is vastgesteld, moeten terugbetalen aan LaSer.

Vordering betaling wettelijke rente

4.9. LaSer heeft van [gedaagde in conventie] ook betaling van wettelijke rente over het onverschuldigd betaalde bedrag gevorderd. [gedaagde in conventie] heeft deze vordering niet weersproken. Uit de twee door LaSer overgelegde transactieoverzichten en uit de akte blijkt echter niet welk bedrag aan wettelijke rente wordt gevorderd en per wanneer, zodat de rechtbank zelf een ingangsdatum voor de rente moet vaststellen. De vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling ontstaat op het moment waarop de onverschuldigde betaling is verricht, zodat vanaf dat moment de rente ook verschuldigd is. Verzuim is daarvoor immers niet nodig. Ten aanzien van de kredietovereenkomst van april geldt dat de betaling van het bedrag van € 449,- op 26 april 2010 is verricht en per die datum de wettelijke rente dus toewijsbaar is. Op basis van het transactieoverzicht van de kredietovereenkomst van mei is niet vast te stellen per welke data welke bedragen aan [gedaagde in conventie] betaald zijn. De vordering tot betaling van de wettelijke rente over het onverschuldigd betaalde bedrag ad € 4.775,62 zal daarom worden toegewezen met ingang van 24 juni 2010. Toen was [gedaagde in conventie] immers in elk geval in verzuim als gevolg van de ingebrekestelling van 18 juni 2010.

Vergoeding gemaakte kosten

4.10. De stelling van LaSer dat haar schade op grond van onrechtmatige daad neerkomt op 2 punten van het liquidatietarief kan niet leiden tot toewijzing van een bedrag, omdat LaSer haar vordering niet heeft aangepast en dus geen bedrag terzake van schadevergoeding heeft gevorderd.

4.11. [gedaagde in conventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van LaSer worden begroot op:

- dagvaarding € 76,31

- griffierecht 314,00

- salaris advocaat 960,00 (2,5 punten × tarief € 384,00)

Totaal € 1.350,31

in reconventie

4.12. De voorwaarde van het eerste deel van de eis in reconventie doet zich niet voor, omdat de overeenkomsten al vernietigd zijn door LaSer.

Doorhaling CKI registratie

4.13. Ten aanzien van de vordering van [gedaagde in conventie] tot doorhaling van de CKI registratie oordeelt de rechtbank dat [gedaagde in conventie], gelet op het door LaSer gevoerde verweer onvoldoende heeft gesteld dat LaSer degene was die ervoor heeft gezorgd dat [gedaagde in conventie] in het CKI staat geregistreerd. LaSer heeft immers onbetwist gesteld dat [gedaagde in conventie] in dezelfde periode bij drie andere financiële instellingen krediet heeft aangevraagd. Maar zelfs als vast zou komen te staan dat LaSer verantwoordelijk is geweest voor de registratie, is de vordering niet toewijsbaar. LaSer heeft namelijk niet onrechtmatig gehandeld door [gedaagde in conventie] in het CKI te laten registreren, aangezien [gedaagde in conventie] bedrog jegens haar heeft gepleegd en het bedrog juist de reden voor registratie was. De registratie hoeft ook niet ongedaan gemaakt te worden, aangezien de vernietiging van de overeenkomsten niet weg neemt dat [gedaagde in conventie] bedrog heeft gepleegd.

4.14. [gedaagde in conventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van LaSer worden begroot op:

- salaris advocaat 452,00 (1 punt × tarief € 452,00)

Totaal € 452,00

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt [gedaagde in conventie] om aan LaSer te betalen een bedrag van € 449,00 (vierhonderd negenenveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW daarover met ingang van 26 april 2010 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt [gedaagde in conventie] om aan LaSer te betalen een bedrag van € 4.775,62 (vierduizend zevenhonderd vijfenzeventig euro en tweeënzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW daarover met ingang van 24 juni 2010 tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt [gedaagde in conventie] in de proceskosten, aan de zijde van LaSer tot op heden begroot op € 1.350,31,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.5. wijst het gevorderde af,

5.6. veroordeelt [gedaagde in conventie] in de proceskosten, aan de zijde van LaSer tot op heden begroot op € 452,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Smit en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2011.

CC EM