Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BV0282

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
25-11-2011
Datum publicatie
06-01-2012
Zaaknummer
221661
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek voorlopig deskundigenbericht. Nadat een verzoek deelgeschil is ingediend waarin verzoekster als verweerster is genoemd, heeft verzoekster in deze procedure een verzoek voorlopig deskundigenbericht ingediend. Kern van het geschil in de deelgeschilprocedure betrof de vraag of het op gezamenlijk verzoek van partijen opgestelde rapport van de deskundige bindend is. Dat deelgeschilverzoek is toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek voorlopig deskundigenbericht de beslissing in de deelgeschilprocedure doorkruist. Tegen die achtergrond bestaat tegen het verzoek een zwaarwichtig bezwaar, zodat het dient te worden afgewezen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 202
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2012/44

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 221661 / HA RK 11-316

Beschikking van 25 november 2011

in de zaak van

naamloze vennootschap

N.V. NOORDHOLLANDSCHE VAN 1816 SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ,

gevestigd te Oudkarspel, gemeente Langedijk,

verzoekster,

advocaat mr. J. van Rhijn te Alkmaar,

tegen

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verweerster,

advocaat mr. L.T.G. van Engelen te Wageningen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift

- de mondelinge behandeling van 4 november 2011 waarbij mr. Van Rhijn zijn verzoek heeft toegelicht aan de hand van een pleitnota. Verschenen zijn: mr. Van Rhijn voornoemd, vergezeld van de heer [...] (personenschadebehandelaar bij de Noordhollandsche), mr. Van Engelen voornoemd en mevrouw [verzoekster] voornoemd.

2. Het verzoek

2.1. Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen naar, kort gezegd, de gevolgen van het [verzoekster] op 3 februari 1998 overkomen ongeval, waarbij de IWMD-vraagstelling wordt gehanteerd en tot deskundige wordt benoemd prof. dr. Hovius, dr. Schuurman of dr. Van Nieuwenhoven.

2.2. Een voorlopig deskundigenonderzoek als bedoeld in artikel 202 lid 1 Rv kan ertoe dienen een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen deskun¬digenbericht zekerheid te verkrijgen omtrent de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden en aldus beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is de proce¬dure te beginnen of voort te zetten. Aan de rechter die heeft te oordelen over het verzoek een dergelijk onderzoek te gelasten, komt geen discretionaire bevoegdheid toe. Hij dient het onderzoek in beginsel te bevelen, mits het daartoe strekkende verzoek terzake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Dit is echter anders indien de rechter op grond van in zijn beslissing te vermelden feiten en omstandigheden van oordeel is dat het verzoek in strijd is met een goede proces¬orde, dat van de bevoegdheid toepassing van dit middel te verlangen, misbruik wordt gemaakt - bijvoorbeeld omdat verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot het uitoefenen van die bevoegdheid kan worden toegelaten - of dat het verzoek moet afstuiten op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar. (HR 19 december 2003, NJ 2004, 584.)

2.3. Tussen partijen is niet in geschil dat het verzoek terzake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Ter beoordeling ligt dan ook voor of [verzoekster] tegen het verzoek bezwaren heeft aangevoerd zoals hiervoor bedoeld.

2.4. [verzoekster] heeft tegen het verzoek aangevoerd dat de Noordhollandsche daarmee beoogt het gezamenlijke rapport van dr. Kappel terzijde te schuiven, evenals door partijen gemaakte afspraken over de persoon van de deskundige die het vervolgonderzoek zou moeten uitvoeren. Het verzoek zou daarmee in strijd zijn met de goede procesorde dan wel zou sprake zijn van zwaarwichtige redenen die zich daartegen verzetten.

2.5. De rechtbank oordeelt als volgt. Op gezamenlijk verzoek van partijen heeft dr. Kappel op 25 november 2004 gerapporteerd over het letsel dat, zo stelt [verzoekster], zij als gevolg van het haar op 3 februari 1998 overkomen ongeval aan haar hand heeft opgelopen. In een eerder door [verzoekster] aan de rechtbank voorgelegd deelgeschil heeft zij verzocht dat voor recht wordt verklaard dat het rapport van dr. Kappel voor partijen bindend is en als uitgangspunt moet worden genomen bij de beoordeling door een andere deskundige over het letsel aan de hand in de periode daarna. Daarnaast heeft [verzoekster] in de procedure verzocht te verklaren dat een vervolgonderzoek door dr. De Graaf zal worden verricht. Bij beschikking van 25 november 2011 heeft de rechtbank de verzoeken van [verzoekster] in het deelgeschil integraal toewezen.

2.6. Met het onderhavige verzoek beoogt Noordhollandsche een deskundigenonderzoek te laten verrichten door een andere deskundige dan dr. De Graaf en wel naar de ongevalsgevolgen vanaf de datum van het ongeval, derhalve met terzijde stelling van het rapport van dr. Kappel. Dit verzoek doorkruist hetgeen in de beschikking van 25 november 2011 door de rechtbank in de deelgeschilprocedure is beslist. Tegen die achtergrond bestaat tegen het verzoek van de Noordhollandsche een zwaarwichtig bezwaar, zodat het dient te worden afgewezen.

3. De beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek van de Noordhollandsche af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2011.