Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU9047

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22-12-2011
Datum publicatie
22-12-2011
Zaaknummer
10/960045-10
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2013:CA0484, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2016:9802, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft als autocoureur in de VS geprofiteerd van het geld (1,7 miljoen dollar) van zijn vader,

die een criminele organisatie met als (belangrijkste) oogmerk de handel in hennep had.

De stelling dat verdachte niet wist dat het geld afkomstig was van zijn vader is verworpen.

Verdachte was bekend met de reputatie van drugsbaron van zijn vader. Verder hebben verdachte

en zijn vriendin contanten van zijn vader meegenomen naar de VS en was binnen de racewereld

algemeen bekend dat het geld voor de carrière van verdachte afkomstig was van diens vader.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 10/960045-10

Data zittingen : 09 april 2010, 29 april 2010, 19 januari 2011, 28 oktober

2011, 22 november 2011, 24 november 2011, 8 december

2011.

Datum uitspraak : 22 december 2011.

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

officieren van justitie : mr. G.C. Bos en mr. B.M.M. Zonneveld.

raadsman : mr. M.P.K. Ruperti, kantoorhoudende te Amersfoort.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 te Zwartebroek (gemeente Barneveld) en/of te Naarden en/of te Bergen en/of te

Waddinxveen, althans in Nederland en/of te Hong Kong en/of in Luxemburg en/of

in het Verenigd Koningrijk en/of in de Verenigde Staten van Amerika opzettelijk uit de opbrengst van door misdrijf, te weten uit het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en/of vervaardigen van een middel als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of lijst II en/of (gewoonte)witwassen, verkregen geld (te weten een bedrag van in totaal ongeveer 1.657.582,65 en/of de tegenwaarde van (een gedeelte van) dit bedrag in Amerikaanse

dollars), voordeel heeft getrokken, immers heeft hij verdachte met dit geldbedrag deelgenomen aan autoraces voor het bedrijf [bedrijf1] Motorsports en/of het bedrijf [bedrijf2] Racing, terwijl hij wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat het door misdrijf verkregen geld betrof;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 te Lelystad en/of Schiphol, althans in Nederland en/of de Verenigde Staten van Amerika tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) (van) (een) geldbedrag(en), te weten van in totaal (tenminste) 20.500,- euro (te weten de som van 8.000,- euro en/of 12.500,- euro), althans enig(e) geldbedrag(en),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing hebben/heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben hij/zij verdachte en/of zijn/haar medeader(s) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) was/waren van genoemd(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren) en/of genoemd(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren) voorhanden heeft/hebben gehad terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat voornoemd(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit de opbrengst van enig misdrijf;

en/of

heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen en/of overdragen en/of omzetten van bovengenoemd(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren), althans van enig(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren), wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovengenoemd(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit de opbrengst van enig

misdrijf.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 24 november 2011 onderzocht. Daarbij zijn verdachte en zijn raadsman voornoemd verschenen. Op 08 december 2011 is dit onderzoek ter zitting gesloten.

Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd.

De raadsman en verdachte hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Bewijsuitsluiting

De verdediging heeft bepleit dat het verhoor van verdachte in Amerika op 15 februari 2007 niet mag worden gebezigd tot het bewijs nu verdachte tijdens dit verhoor weliswaar op zijn verschoningsrecht ten opzichte van zijn vader is gewezen maar hem niet de cautie is gegeven. De raadsman heeft daarbij verwezen naar het eensluidende standpunt van het Openbaar Ministerie in raadkamer in de zaak van verdachte d.d. 1 april 2010.

Naar het oordeel van de rechtbank gaat de verdediging voorbij aan het feit dat verdachte destijds is gehoord als getuige en niet als verdachte zodat geen sprake kan zijn van bewijsuitsluiting op die grond. Dergelijke strafvorderlijke waarborgen hebben immers uitsluitend te gelden voor verdachten. Het argument dat het proces-verbaal niet is ondertekend door verdachte doet naar het oordeel van de rechtbank evenmin af aan de bewijskracht nu dit stuk op ambtseed is opgemaakt.

Ten aanzien van feit 1 – voordeel trekken uit een misdrijf

Feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte was gedurende de tenlastegelegde periode werkzaam als autocoureur in de Verenigde Staten van Amerika. Hij stond in 2005 onder contract bij het raceteam [bedrijf1] Motorsports met als teambaas [naam teambaas] en in 2006 bij het raceteam ([naam raceteam]) [bedrijf2] Racing (hierna: [bedrijf2] Racing) met als teambazen [teambaas1] en [teambaas2]. In deze periode hebben deze raceteams geld verkregen van derden ten einde verdachte te kunnen laten deelnemen aan de diverse races in 2005 en 2006.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft de stelling betrokken dat het geld ten behoeve van de racecarrière van verdachte, volledig van [vader verdachte]. (hierna: [vader verdachte].) afkomstig was. Volgens het Openbaar Ministerie zijn deze gelden verdiend met criminele activiteiten - met name grootschalige hennephandel - van [vader verdachte]. en had verdachte dit kunnen weten danwel redelijkerwijs moeten vermoeden. Door deze gelden heeft verdachte kunnen racen en aldus geprofiteerd van dit geld.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte ging er vanuit dat de bedragen die hij ontving voor zijn raceactiviteiten hadden te gelden als legale sponsoring, waarbij zijn vader fungeerde als bemiddelaar. Nooit heeft verdachte signalen gehad of maar moeten begrijpen dat het geld dat is ontvangen ten behoeve van zijn raceactiviteiten feitelijk niet afkomstig was van sponsoring maar uit het vermeende criminele vermogen van zijn vader. Hooguit kan worden gesteld dat verdachte naïef is geweest door zich volledig toe te leggen op zijn racecarrière en zich minder te bekommeren om de financiële aspecten daarvan. Derhalve kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen.

Beoordeling van de standpunten

De herkomst van het geld

In het kader van deze strafzaak staat ten eerste de vraag centraal van wie het geld afkomstig was dat de renstallen van verdachte ontvingen ten behoeve van de raceactiviteiten van verdachte. In 2005 en 2006 stond verdachte respectievelijk bij [bedrijf1] Motorsports en [bedrijf2] Racing onder contract als coureur. Met beide renstallen werd de afspraak gemaakt dat de vader van verdachte, [vader verdachte]. (woonachtig te [woonplaats]) een financiële bijdrage zou leveren ten behoeve de carrière van zijn zoon. Gedurende de tenlaste gelegde periode zijn er onder meer diverse bedragen gestort aan de twee voornoemde renstallen vanaf verschillende rekeningen en daarnaast betaald via money-transfers. De tegenrekeningen stonden op naam van [betrokkene1] (Waddinxveen), [betrokkene2] (Luxemburg), [betrokkene3] (Hong Kong). [betrokkene1] heeft voor wat betreft het overmaken en overdragen van geld aan [bedrijf1] Motorsports verklaard dat hij in opdracht van de vader van verdachte, [vader verdachte]. (woonachtig te [woonplaats]) heeft gehandeld. Hij verklaart hierover ten overstaan van de politie dat het zijn taak was om geld te bezorgen aan [bedrijf1] Motorsports ter nakoming van de afspraken met teambaas [teambaas]. Hiertoe werd hem, zo verklaart [betrokkene1], door [vader verdachte]. meerdere malen grote hoeveelheden contant geld overhandigd. Deze bedragen stortte [betrokkene1] vervolgens op zijn eigen bankrekening waarna hij de bedragen overboekte naar [bedrijf1] Motorsports. In andere gevallen bracht [betrokkene1] in persoon contant geld naar [teambaas] of maakte hij gebruik van een money-transfer. In 2006 zou hij op deze manier ook een geldbedrag van USD 29.971 hebben overgemaakt aan [bedrijf2] Racing en een bedrag van EUR 7.000 contant hebben gegeven aan de teambaas [teambaas1]

Tijdens de doorzoeking in de woning van [betrokkene1] is een e-mailbericht van de hand van [betrokkene1] aangetroffen, gericht aan teambaas [teambaas]. De inhoud van het bericht strekt er kortweg toe dat [betrokkene1] zojuist EUR 25.000 contant heeft ontvangen van [vader verdachte]. en dat hij een deel van dit bedrag zo snel mogelijk op zijn eigen rekening zal storten en transfereren.

De teambaas [teambaas] van [bedrijf1] Motorsports heeft verklaard dat het geld weliswaar werd overgedragen door [betrokkene1] maar dat het feitelijk afkomstig was van [vader verdachte]. Verder hebben de teambazen van [bedrijf2] Racing, [teambaas1] en [teambaas2], verklaard dat [vader verdachte]. de rekeningen ten behoeve van zijn zoon zelf betaalde. Zo verklaart [teambaas1] dat de betalingen van [vader verdachte]. eigenlijk altijd te laat kwamen en dat hij [vader verdachte]. maandelijks telefonisch aanmaande om tot betaling over te gaan. Soms belde [vader verdachte]. uit zichzelf dat het geld wat later zou zijn. Getuige [teambaas1] heeft verder verklaard dat vader en zoon geen sponsoren hadden en dat [vader verdachte]. het volledige bedrag van USD 1.650.000 uit zijn eigen vermogen heeft betaald. [teambaas2] verklaart op zijn beurt dat het niet ongebruikelijk is dat vaders twee (2) à drie (3) miljoen dollar per jaar betalen opdat hun zoons mogen racen en dat [vader verdachte]. USD 1,6 miljoen zou betalen opdat zijn zoon zou kunnen racen. Hij heeft verklaard dat hij geen geld ontving van [verdachte]. [vader verdachte]. zou de rekening zelf hebben betaald.

Daarnaast bevindt zich in het dossier nog een tapgesprek waarin medeverdachte [medeverdachte] zich opwindt over de uitgaven van [vader verdachte].. [medeverdachte] zegt tegen - de op dat moment gedetineerde - [vader verdachte].: ‘Heel erg. Maar als je meer naar mij had geluisterd stomkop dan was dit allemaal niet gebeurd man. Je moest maar verder, je moest maar verder. En voor wat [vader verdachte]? Niet voor je pensioen maar voor die verdomde racerij.’ [vader verdachte]. reageert daarop te zeggen dat hij met [betrokkene5] al was gestopt. Daarop reageert [medeverdachte] dat ze niet op [betrokkene5] doelt.

In een later OVC gesprek tussen [vader verdachte]. en [medeverdachte] is wederom de investering van [vader verdachte]. in de racecarrière van zijn zoon onderwerp van gesprek. [medeverdachte] beklaagt zich over het feit dat [vader verdachte]. al zijn geld investeert in de racerij terwijl hij geen financiële reserves zou opbouwen voor haar.

Verder heeft medeverdachte [betrokkene1] verklaard dat verdachte geldbedragen contant van zijn vader heeft ontvangen en heeft meegenomen naar Amerika ter overhandiging aan [teambaas] van [bedrijf1] Motorsports. Diezelfde [betrokkene1] komt ook een aantal keer voor in de tapgesprekken die na de aanhouding van [vader verdachte]. zijn gemaakt. In een gesprek tussen [betrokkene1] en [betrokkene4] wordt eerst gesproken over de arrestatie van [vader verdachte]. en diens vermeende investeringen in de racecarrière van zijn zoon [verdachte]. [betrokkene1] merkt gedurende het gesprek op dat ‘iedereen het in Amerika wist’. Even later zegt hij dat ‘de incrowd ook wel weet dat pa betaalt’. In een later gesprek merkt [betrokkene1] in een telefoongesprek met [sportverslaggever] (sportverslaggever) nog op dat je echt geen ‘rocketscientist‘ hoeft te zijn om te begrijpen dat het geld voor [verdachte] afkomstig was van [vader verdachte]. en dat op die manier zwart geld werd witgewassen.

Voorts heeft de vriendin van verdachte, [vriendin verdachte], éénmaal een enveloppe met geld meegenomen vanuit Nederland naar Amerika. Die enveloppe was afkomstig van [medeverdachte], de partner van [vader verdachte]., en bedoeld voor [bedrijf1] Motorsports. [vriendin verdachte] heeft de enveloppe vervolgens in San Jose aan verdachte gegeven ten behoeve van zijn team. In het dossier bevindt zich dienaangaande een e-mailbericht van [betrokkene1] aan teambaas [teambaas] dat er toe strekt dat [vriendin verdachte] met EUR 8.000 onderweg is vanuit Nederland naar San Jose.

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte in raceseizoen 2005 en 2006 in Amerika onder contract stond bij respectievelijk [bedrijf1] Motorsports en [bedrijf2] Racing. In die periode verbond de vader van verdachte, [vader verdachte]., zich tot het verrichten van aanzienlijke betalingen aan de raceteams. Die betalingen waren naar het oordeel van de rechtbank afkomstig van [vader verdachte]. en niet van (onbekende) sponsoren zoals verdachte heeft betoogd. In die zin volgt de rechtbank de verklaringen van de respectievelijke teambazen, die zeggen dat [vader verdachte]. de persoon was die feitelijk betaalde, hoewel het geld via diverse contactpersonen binnen kwam. Hun verklaringen worden ondersteund door de OVC-gesprekken tussen [vader verdachte]. en diens partner [medeverdachte]. In die gesprekken komt naar voren dat zij zich irriteert aan het feit dat [vader verdachte]. al zijn geld in de racecarrière van verdachte steekt. Verder wordt de verklaring van de teambazen bevestigd door de tapgesprekken waaraan medeverdachte [betrokkene1] deelneemt. Hij spreekt zich diverse malen uit over het feit dat iedereen binnen de racewereld wel weet dat het geld om [verdachte] te laten racen afkomstig is van pa, [vader verdachte]. Ten slotte is er nog de verklaring van [betrokkene1] waarin hij verklaart dat hij zelf geld ontving van [vader verdachte]. en dit geld over droeg aan [bedrijf2] Racing en [bedrijf1] Motorsports.

Verder stelt de rechtbank vast dat verdachte op de hoogte was van het feit dat het geld afkomstig was van zijn vader. De rechtbank wijst op de verklaring van medeverdachte [betrokkene1], die verklaard heeft dat verdachte - tussen de races door naar Nederland kwam en dan - contant geld kreeg van [vader verdachte]. om mee te nemen naar [teambaas] van [bedrijf1] Motorsports. Ook de vriendin van verdachte heeft verklaard dat zij geld meenam vanuit Nederland en dit aan hem overhandigde ten behoeve van zijn teambaas. Verdachte wist dus dat het geld voor zijn raceactiviteiten rechtstreeks van zijn vader kwam.

De vermeende criminele herkomst van het geld van [vader verdachte]

Het heeft als een feit van algemene bekendheid te gelden dat hoofdverdachte [vader verdachte]. al sinds midden jaren ‘90 bekend stond als drugsbaron. Sinds die tijd tot aan zijn overlijden in 2011 zijn er niet alleen krantenartikelen maar ook boeken geschreven over zijn (drugs)handel en wandel. Ter terechtzitting heeft het Openbaar Ministerie één en ander geboekstaafd met een overzicht van de justitiële documentatie van [vader verdachte].. Hij heeft in de periode van 1987 tot 2002 zeventien jaar in detentie doorgebracht voor Opiumwetdelicten. Bij aanvang van de tenlastegelegde periode is [vader verdachte]. slechts enkele maanden uit detentie en heeft hij vanaf 1989 geen legale inkomstenbronnen. Gelet op de omstandigheid dat [vader verdachte]. na zijn detentie niet over legale inkomsten kon beschikken, naar algemeen bekend was een grote ontnemingsvordering moest betalen aan de Staat der Nederlanden en desondanks weer over grote sommen geld kon beschikken stelt de rechtbank vast dat alle gelden afkomstig van [vader verdachte]. gedurende de tenlastegelegde periode afkomstig waren uit criminele drugsgerelateerde activiteiten. Dat de status van hennephandelaar in ieder geval tot oktober 2006 actueel was wordt ondersteund door het feit dat er in oktober 2006 in de woning van [vader verdachte] - naast een grote hoeveelheid geld en drugs - een administratie is aangetroffen die valt te herleiden naar een jarenlange handel in drugs.

Wist verdachte dat het geld van [verdachte] uit misdrijf afkomstig was?

De verdediging heeft uitvoerig bepleit dat [vader verdachte]. – net zoals verdachte – als racefanaat viel te bestempelen en aldus betrokken was bij de racecarrière van zijn zoon. Ze hadden nauwelijks contact, maar het contact dat er was ging voornamelijk over het racen. Over de veroordelingen van [vader verdachte]. werd binnen het gezin [vader verdachte] nauwelijks gesproken. Daarbij ging verdachte uit van de juistheid van de verklaring die zijn vader hem gaf over zijn bron van inkomsten, namelijk de autohandel en het bezit van panden.

De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid was dat [vader verdachte]. een in Nederland bekende drugsbaron was. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verdachte, ten tijde van de tenlastegelegde feiten ruimschoots meerderjarig, die reputatie kende, al was het maar omdat het verdachte niet ontgaan kan zijn dat diens vader een groot gedeelte van zijn jeugd in detentie heeft doorgebracht. Voor zover verdachte heeft verklaard dit niet te weten wordt dit weersproken door een interview dat verdachte in januari 2007 gaf aan [sportblad]. Daarin geeft hij aan dat hij vanaf zijn 12e weet dat zijn vader zich bezig houdt met criminaliteit. De blote stelling van de verdediging dat verdachte in zoverre verkeerd is geciteerd door de journalist wordt verworpen nu de verdediging te dien aanzien geen begin van aannemelijkheid heeft weten te maken. Verder wordt deze stelling weersproken door de verklaring van verdachte die hij ten overstaan van de Nederlandse en Amerikaanse autoriteiten heeft afgelegd door te stellen dat hij misschien wel onbewust heeft geweten dat het om crimineel geld ging.

Op grond van het voorgaande trekt de rechtbank de conclusie dat verdachte, gezien de reputatie van zijn vader, redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld dat door zijn vader in zijn racecarrière werd gestoken afkomstig was uit enig misdrijf, namelijk de hennephandel.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat verdachte (deels) op kosten van het van misdrijf afkomstige geld van zijn vader zijn beroep als autocoureur heeft kunnen beoefenen en dat hij dit op voorhand wist. Aldus heeft hij voordeel getrokken van die criminele gelden en komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit.

Ten aanzien van feit 2

Feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte (wonende te [woonplaats]) heeft in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 twee maal een geldbedrag vanaf luchthaven Schiphol meegenomen naar de Verenigde Staten. Dit betrof respectievelijk de geldbedragen EUR 8.000 en EUR 12.500. Deze geldbedragen zijn overgedragen aan de renstal, waar verdachte werkzaam was als coureur, [bedrijf1] Motorsports.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft – kort gezegd – ten aanzien van dit feit dezelfde verweren gevoerd als ten aanzien van feit 1. Verdachte zou niet hebben geweten dat het geld van enig misdrijf afkomstig was en evenmin kan worden vastgesteld dat het geld van [vader verdachte]. een criminele herkomst had.

Beoordeling van de standpunten

De rechtbank verwijst voor de verwerping van de verweren zoals die eveneens ten aanzien van feit 1 zijn gevoerd naar de overwegingen hierboven. Het geld van [vader verdachte]. was naar het oordeel van de rechtbank afkomstig uit de hennephandel. Verdachte heeft dit geld aangenomen en meegenomen naar Amerika en vervolgens aan zijn raceteam gegeven ter nakoming van de overeengekomen betalingsverplichting voor het seizoen 2005. Door op deze manier te handelen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring.

Conclusie

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 te Zwartebroek (gemeente Barneveld) en en te Waddinxveen en te Hong Kong en in Luxemburg en in de Verenigde Staten van Amerika opzettelijk uit de opbrengst van door misdrijf, te weten uit het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en vervaardigen van een middel als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I verkregen geld , voordeel heeft getrokken, immers heeft hij verdachte met dit geldbedrag deelgenomen aan autoraces voor het bedrijf [bedrijf1] Motorsports en het bedrijf [bedrijf2] Racing, terwijl hij redelijkerwijze moest vermoeden dat het door misdrijf verkregen geld betrof.

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 te Lelystad en Schiphol en de Verenigde Staten van Amerika geldbedragen, te weten van in totaal 20.500,- euro (te weten de som van 8.000,- euro en 12.500,- euro),

heeft voorhanden gehad en overgedragen terwijl hij, ten tijde van het voorhanden krijgen en overdragen van bovengenoemde geldbedragen redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovengenoemde geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit de opbrengst van enig misdrijf.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1

Uit de opbrengst van enig goed voordeel trekken, terwijl hij redelijkerwijs moet vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betreft.

Ten aanzien van feit 2

Medeplegen van schuldwitwassen, meermalen gepleegd.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel of gedeeltelijk uitsluiten.

7. De motivering van de sanctie

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair te vervangen door 120 dagen hechtenis met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft verbleven. Daarnaast dient aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden te worden opgelegd met een proeftijd voor de duur van 2 jaar. Voorts dient aan verdachte een geldboete ten bedrage van EUR 20.000 te worden opgelegd. Bij de strafmaat heeft het Openbaar Ministerie in het bijzonder rekening gehouden met het feit dat dit strafproces verdachte bijzonder zwaar moet vallen mede in verband met het overlijden van zijn vader, de hoofdverdachte in het [naam onderzoek] onderzoek.

Het standpunt verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de blanco justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 17 juni 2011.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende. Verdachte heeft gedurende 2 jaar in de Amerikaans Champcar gereden bij respectievelijk de raceteams [bedrijf1] Motorsports en [bedrijf2] Racing. Om dit te kunnen financieren heeft de vader van verdachte een grote hoeveelheid geld, meer dan USD 1,7 miljoen gefourneerd. Dit geld was afkomstig uit de handel in verdovende middelen. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij ten behoeve van zijn eigen racecarrière heeft geprofiteerd van de handel in hennep en hasj. De ernst van het delict blijkt te meer uit de lange periode en het feit dat het om omvangrijke geldbedragen gaat.

Verder heeft verdachte een geldbedrag - eveneens afkomstig van zijn vader - witgewassen. Witwassen en het profiteren van criminele gelden vormen - direct danwel indirect - een bedreiging van de legale economie omdat het de integriteit van het financiële en economische verkeer aantast.

Bij het bepalen van het soort straf en de hoogte daarvan hanteert de rechtbank als uitgangspunt dat er doorgaans onvoorwaardelijke gevangenisstraffen voor dit soort feiten worden opgelegd. In die zin is de rechtbank dan ook van oordeel dat de eis zoals die door het Openbaar Ministerie is geformuleerd onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten, het geschonden maatschappelijk belang en de strafeisen die ten aanzien van de medeverdachte zijn geformuleerd. De rechtbank zal dan ook een gevangenisstraf aan verdachte opleggen. Bij het bepalen van de hoogte van de straf houdt de rechtbank – net als het Openbaar Ministerie - nadrukkelijk ten voordele van verdachte rekening met het feit dat verdachte zich als het ware in een spagaat bevond. Enerzijds had verdachte het talent om ver te komen in de racewereld. Anderzijds bemoeilijkte zijn achternaam en de reputatie van zijn vader hem om vooruit te komen aangezien sponsoren niet geassocieerd wilden worden met de vader van verdachte. Dat verdachte een toevlucht tot het geld van zijn vader heeft genomen is strafbaar en verwijtbaar maar niet in die zin niet geheel onbegrijpelijk. Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank rekening met de proceshouding van verdachte, verdachte heeft namelijk geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.

De rechtbank zal de gevangenisstraf van verdachte deels voorwaardelijk opleggen nu de persoonlijke omstandigheden dit rechtvaardigen.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57, 417bis en 420quater van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 5 (vijf) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mrs. J.A.P. Bakker (voorzitter), H.P.M. Kester-Bik en A.M. van Gorp, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.F. Hof en R. van Dijk, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 december 2011.