Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU7469

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-11-2011
Datum publicatie
09-12-2011
Zaaknummer
222059
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2012:BW4592, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Young Career vordert een voorschot van € 5.000,00 op de verbeurde boete en een verbod op het overtreden van het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag dat gedaagde hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft.

Uitleg relatiebeding.

Relatiebeding ten minste eenmaal overtreden. Boete wordt toegewezen. Verbod om relateibeding te overtreden wordt, op straffe van een dwangsom, ook toegewezen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 650
Burgerlijk Wetboek Boek 7 653
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2012/64
AR-Updates.nl 2011-1019
JAR 2012/64

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 222059 / KG ZA 11-558

Vonnis in kort geding van 24 november 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

YOUNG CAREER B.V., H.O.D.N. YOUNG ENGINEERING,

statutair gevestigd te 's-Hertogenbosch, kantoorhoudende te Waardenburg,

eiseres,

advocaat mr. F. van Passel te Eindhoven,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna Young Career en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling, waar namens eiseres zijn verschenen J. Borg en I. Hilgeman, bijgestaan door mr. F. van Passel en gedaagde in persoon is verschenen vergezeld van

mr. J.G.M.L. Onderdonck

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 1 maart 2008 is [gedaagde] in dienst getreden bij Young Career in de functie van adviseur Werving & Selectie. Deze functie heeft zij gedurende 3,5 jaar vervuld. Op 1 juli 2011 heeft [gedaagde] haar dienstverband bij Young Career beëindigd en is zij gaan werken als recruiter bij Alliander.

2.2. Als onderdeel van de arbeidsovereenkomst bij Young Career is in artikel 14 een relatiebeding opgenomen, dat luidt als volgt:

“1. Medewerker zal zich gedurende een jaar na het einde van de onderhavige overeenkomst onthouden van zakelijke contacten, op welke wijze en onder welke benaming dan ook, met relaties van Young Career.

Onder relaties wordt in dit verband verstaan relaties waarmee Young Career op het moment van het einde van het dienstverband zaken deed of in de periode van twee jaar daaraan voorafgaande heeft gedaan.

Onder zakelijke contacten wordt in dit verband verstaan het acquireren in de ruimste zin des woords dan wel betrokken zijn bij dergelijke acquisities met betrekking tot producten en artikelen dan wel diensten die Young Career in haar assortiment heeft en/of had, dan wel het trachten deze te verkopen of daadwerkelijk te verkopen.

Onder Young Career wordt in dit verband mede verstaan de met Young Career geassocieerde en gelieerde vennootschappen.

2. Bij overtreding van het in lid 1 omschreven verbod verbeurt medewerker ten gunste van Young Career, zulks in afwijking van de leden 3 tot en met 5 van artikel 7:650 BW, een direct opeisbare boete van € 5.000, = voor iedere overtreding en van € 500, = voor iedere dag, of gedeelte daarvan, dat deze overtreding voortduurt, zulks onverminderd het recht van Young Career in de plaats daarvan de werkelijke gelden schade op de medewerker te verhalen.”

2.3. In de database van Young Career staan ondermeer sinds 27 oktober 2010 de heer [betrokkene 1] en sinds 6 juni 2011 de heer [betrokkene 2] ingeschreven. [gedaagde] heeft toen zij nog werkzaam was bij Young Career [betrokkene 1] tweemaal bij een werkgever geplaatst.

2.4. Enige dagen voor het einde van het dienstverband heeft [gedaagde] haar zakelijke relaties, waaronder [betrokkene 1] en [betrokkene 2] een e-mailbericht gestuurd, met daarin de mededeling dat zij met ingang van 1 juli 2011 werkzaam zou zijn bij Alliander, tevens kondigt zij in die e-mail aan wie haar nieuwe opvolger is bij Young Career.

2.5. Bij e-mail van 24 juni 2011 antwoordt [betrokkene 1] het volgende:

“Beste [gedaagde],

Heeeeeeeeeeeeeeeel veeeeeeeeeeeeeeeel succes bij je nieuwe baan mocht je iets interessants voor me weten…

Je weet me te vinden! Ik sta altijd open voor nieuwe uitdagingen.

De reden dat ik 2 maal contact heb gezocht met Ye is niet zo zeer door Ye maar eigenlijk meer door jouw enthousiasme, je drive, en je persoonlijkheid.

Je springt hierdoor veel meer uit dan andere recruiters, ik had er toen ik bij GTI weg ging geloof ik wel 6 aan de telefoon gehad, maar alleen bij jouw kreeg ik het gevoel dat je een positieve meerwaarde kon zijn voor het zoeken naar een nieuwe baan voor me. En dit is tot 2x toe ook zo gebleken!

Blijf vooral zo enthousiast! Veel succes je komt er wel.

En natuurlijk bedankt voor datgene wat je voor me kon betekenen!

Groetjes en fijn weekend

[betrokkene 1]”

2.6. [gedaagde] antwoordt daarop het volgende:

“Bedankt [betrokkene 1]! Heel lief!

Heel graag gedaan en we gaan gewoon op dezelfde voet verder!!

Goed weekend gewenst!

Met vriendelijke groeten,

[gedaagde]”

2.7. Op 4 juli 2011 twittert [betrokkene 1] aan [gedaagde]: “Alkmaar….iets te ver weg…”

2.8. Op 6 juli 2011 twittert [gedaagde] aan [betrokkene 1]: “te lichte functie voor jou ;) ik krijg binnenkort een projectvoorbereider, ik zal kijken in welke regio ;)

2.9. Op 8 juli 2011 twittert [betrokkene 1] aan [gedaagde]: “en is het wat??”

2.10. Op 12 juli 2011 twittert [gedaagde] aan [betrokkene 1]: “nou??? Laten we ff bellen binnenkort??” en [betrokkene 1] antwoordt: “bellen mag altijd… Mag ook via mail… Grtz en bedankt…”

2.11. Op 28 juli 2011 twittert [gedaagde] aan [betrokkene 1]: “ik wacht nog ergens op! :)”

2.12. Op 29 juli 2011 twittert [gedaagde] aan [betrokkene 1]: “Top!! Alvast een fijne vakantie!”

[betrokkene 1] antwoordt: “ik zoek hem op, moet hem nog aanvullen… enne sta op het punt om 1 week op vakantie te gaan… Maar ik doe me best”

“voor wanneer wil je de cv hebben? Dank je wel komt goed!! Jij ook bijna vakantie?”

[gedaagde] antwoordt: “liefste voor het weekend ;) kan ik er volgende week mee aan de slag! Ik heb de 15e vakantie!”

2.13. Op 30 juni 2011 stuurt [gedaagde] de volgende e-mail aan [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]):

“Goedemiddag [betrokkene 2],

Dank voor je mail! Ik heb je net nog even gebeld omdat ik natuurlijk heel benieuwd ben waar je gaat beginnen!! Echter kreeg ik je niet te pakken…

Ik ga bij Alliander werken als recruiter Techniek! Dus als je interesse hebt in energietechniek help ik je graag! :)

Veel succes in de toekomst en wellicht tot ziens!”

2.14. [betrokkene 2] antwoordt op 30 juni 2011 het volgende:

“Sorry maar op dat moment was ik aan het tekenen dus kon op dat moment ook niet opnemen.!

Ik heb een contract getekend bij AMCA-GROEP.

Ik ga dan werken bij Cornelissen installatietechniek b.v. in [woonplaats].

Mijn functie wordt een werkvoorbereidende en tekenfunctie voor gebouw gebonden installaties.

Heel veel succes bij Alliander.

Alliander lijkt me alleen niet de richting wat ik zoek.”

3. Het geschil

3.1. Young Career vordert na wijziging van eis samengevat – een voorschot van € 5.000,00 op de verbeurde boete en een verbod op het overtreden van het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat [gedaagde] hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft.

Young Career legt aan haar vorderingen ten grondslag dat haar is gebleken dat [gedaagde] in de periode van 24 juni 2011 tot 29 juli 2011 het relatiebeding, dat is opgenomen in artikel 14 van de arbeidsovereenkomst, heeft overtreden door het contact met [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. In het relatiebeding staat een verbod op het acquireren in de ruimste zin des woords. Hieronder valt volgens Young Career niet enkel het actief acquireren, maar tevens het passief acquireren. In deze situatie is volgens Young Career sprake van passief acquireren.

3.2. [gedaagde] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar – kort gezegd – het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.2. [gedaagde] heeft zich in de eerste plaats op het standpunt gesteld dat de vorderingen in kort geding moeten worden afgewezen omdat er geen sprake is van de vereiste mate van waarschijnlijkheid dat de vorderingen van Young Career in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. Volgens [gedaagde] heeft zij [betrokkene 1] niet benaderd, maar was het steeds [betrokkene 1] die haar benaderde. [betrokkene 1] reageerde op alle functies die [gedaagde] op social media plaatste. Omdat [gedaagde], toen zij nog werkzaam was bij Young Career, [betrokkene 1] tot tweemaal toe heeft geplaatst, zij tot dezelfde vriendenkring behoren, beiden fanatiek dezelfde hobby beoefenen en vorig jaar gelijktijdig hun huis aan het verbouwen waren, zijn zij de afgelopen jaren bevriend geraakt. Daarom en vanwege de professionele invulling die [gedaagde] aan haar werk geeft, vond zij het moeilijk om [betrokkene 1] direct te weigeren. [gedaagde] wilde het cv van [betrokkene 1] dan ook wel voorleggen aan iemand van Alliander, hoewel zij feitelijk wel wist dat [betrokkene 1] niet de juiste achtergrond had voor een functie bij Alliander. Om daadwerkelijk vast te kunnen stellen of het relatiebeding is overtreden zou dan ook getuigenbewijs nodig zijn, aldus [gedaagde]. Daarnaast heeft [gedaagde] zich op het standpunt gesteld dat het contact met [betrokkene 2] heeft plaatsgevonden terwijl zij nog in dienst was bij Young Career. Zij is dan ook van mening dat het contact met [betrokkene 2] geen overtreding van het relatiebeding inhoudt, omdat het relatiebeding pas werking heeft na het einde van het dienstverband.

4.3. [gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat het relatiebeding dusdanig onduidelijk is dat het niet in het voordeel van Young Career mag worden uitgelegd. Zo is het haar volstrekt onduidelijk wat onder ‘zakelijke contacten’ moet worden verstaan. [gedaagde] heeft onder ‘zakelijke contacten’ altijd begrepen de zakelijke opdrachtgevers aan wie een werving en selectiebedrijf iets verkoopt. Dat met ‘zakelijke contacten’ ook de niet-betalende particuliere kandidaat wordt bedoeld, ligt volgens [gedaagde] geheel niet voor de hand.

4.4. Volgens Young Career is het volstrekt helder wat wordt bedoeld met de term ‘zakelijke contacten’ in het relatiebeding. [gedaagde] was er volgens Young Career van op de hoogte wat acquireren inhield, zij heeft dan ook moeten begrijpen dat onder ‘acquireren in de ruimste zin des woords’ ook viel het benaderen van - en het onderhouden van zakelijke contacten met de kandidaten uit het relatiebestand van Young Career. De hele werkwijze bij Young Career bestond namelijk uit het benaderen van kandidaten met als doel de kandidaten vervolgens aan de opdrachtgevers te koppelen. Bovendien had [gedaagde] ook uit de opgemaakte daglijsten, waarin het voorstellen van een kandidaat aan een opdrachtgever werd aangetekend als ‘acquisitie kandidaat’, kunnen afleiden dat ook kandidaten onder het ‘acquireren in de ruimste zin des woords’ vielen, aldus Young Career.

4.5. De voorzieningenrechter overweegt dat de vraag, hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers volgens vaste jurisprudentie aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht (HR 13 maart 1981, LJN: AG4158). Daarbij komt aan de taalkundige betekenis en interpretatie van de bewoordingen van de overeenkomst grote betekenis toe, waarbij beslissend gewicht dient te worden toegekend aan de meest voor de hand liggende betekenis van de omstreden bewoordingen (HR 19 januari 2007, LJN: AZ3178).

4.6. Het relatiebeding verstaat onder zakelijke contacten ‘het acquireren in de ruimste zin des woords dan wel het betrokken zijn bij dergelijke acquisities met betrekking tot producten en artikelen dan wel diensten die Young Career in haar assortiment heeft en/of had, dan wel trachten deze te verkopen of daadwerkelijk te verkopen’. Young Career heeft onbetwist gesteld dat het in de branche van werving en selectie en detachering gebruikelijk is dat kandidaten worden aangezocht die vervolgens aan de opdrachtgevers worden voorgesteld met als doel een kandidaat in een vacature bij een opdrachtgever te plaatsen. Young Career houdt met het oog hierop een kandidatenbestand bij. Bij plaatsing van een kandidaat ontvangt het werving- en selectiebedrijf een vergoeding van de opdrachtgever en op die manier genereert Young Career winst. Het kandidatenbestand is dan ook van wezenlijk belang voor Young Career. Het ligt dan ook voor de hand dat Young Career ook deze kandidaten onder het relatiebeding heeft willen brengen. Bovendien wijst de vermelding ‘acquisitie kandidaat’ op de daglijsten erop dat het binnen de onderneming van Young Career ook gebruikelijk was dat onder acquireren ook de kandidaten werden verstaan. Voorshands oordelend ligt het dan ook meest voor de hand om onder ‘zakelijke contacten’ ook het werven (acquireren) van kandidaten te begrijpen. Van een onduidelijk relatiebeding is dan ook geen sprake. Het verweer van [gedaagde] dat zij nooit een aanvullende uitleg over het relatiebeding heeft gehad en dat de contra-proferentemregel zich hier laat gelden, kan gelet op het bovenstaande dan ook niet slagen.

4.7. De vragen in welke mate, dit wil zeggen ten aanzien van hoeveel kandidaten en hoe vaak [gedaagde] het relatiebeding daadwerkelijk heeft overtreden en hoe vaak zij de overeengekomen boete heeft verbeurd, zullen moeten worden beantwoord in een bodemprocedure. Hiervoor is nader onderzoek nodig en zullen mogelijk getuigen moeten worden gehoord en hiervoor is in dit kort geding geen plaats. Voorshands oordelend acht de voorzieningenrechter echter, gelet op de overgelegde en onder de feiten geciteerde e-mail en twitter correspondentie, wel voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] het relatiebeding in elk geval eenmaal heeft overtreden. In de e-mail en twitter correspondentie met [betrokkene 1] stelt [gedaagde] [betrokkene 1] immers voor om op dezelfde voet verder te gaan, wordt gesproken over verschillende functies voor [betrokkene 1] en heeft [gedaagde] het cv van [betrokkene 1] opgevraagd om daarmee aan de slag te gaan. Uit de bewoordingen van die e-mail en twitter correspondentie blijkt voorshands niet dat het slechts gaat om een normaal contact tussen vrienden over een nieuwe baan, zoals door [gedaagde] is aangevoerd. Het opvragen van het cv van [betrokkene 1] om daarmee aan de slag te gaan wijst in een andere richting. De omstandigheid dat het getwitter tussen [gedaagde] en [betrokkene 1] in alle openheid plaatsvond en niet heeft geleid tot een plaatsing van [betrokkene 1] doet daar niet aan af.

4.8. Op grond van deze, vooralsnog voldoende aannemelijk geworden, schending van het relatiebeding ten aanzien van de kandidaat [betrokkene 1] heeft, voorshands geoordeeld, [gedaagde] tenminste éénmaal de overeengekomen boete van € 5.000,00 verbeurd. In dit kort geding heeft Young Career haar geldvordering tot dit bedrag beperkt. Het is derhalve niet nodig om nog in te gaan op de vraag of [gedaagde] ook vanwege haar contacten met [betrokkene 2] het relatiebeding heeft geschonden en de boete heeft verbeurd.

4.9. [gedaagde] heeft niet betwist dat Young Career een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen. Ook is niet gesteld of gebleken dat een risico bestaat dat Young Career het gevorderde bedrag onmogelijk zal kunnen terugbetalen ingeval de bodemrechter anders zou oordelen. De enige manier om [gedaagde] in dit kort geding duidelijk te maken dat zij met haar e-mails en twitter berichten het relatieverbod overtreedt, is door toewijzing van het gevorderde voorschot op de verbeurde geldboete. De vordering van Young Career tot voldoening van € 5.000,00 als voorschot op de verbeurde boete zal gelet op het hiervoor overwogene dan ook worden toegewezen.

4.10. Ook het gevorderde verbod het relatiebeding te overtreden op straffe van een dwangsom zal worden toegewezen nu Young Career voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het gevaar bestaat dat [gedaagde] haar overtreding van het relatiebeding wellicht zal voortzetten. De voorzieningenrechter ziet echter wel aanleiding de gevorderde dwangsom te maximeren op een bedrag van € 50.000,00.

4.11. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Young Career worden begroot op:

- dagvaarding € 76,31

- griffierecht 560,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.452,31

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te voldoen € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) wegens een voorschot op de verbeurde boete,

5.2. verbiedt [gedaagde] om het relatiebeding, zoals opgenomen in artikel 14 van de arbeidovereenkomst, te overtreden,

5.3. veroordeelt [gedaagde] om aan Young Career een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.2 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Young Career tot op heden begroot op € 1.452,31,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier M. Brouwer op 24 november 2011.