Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU7463

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
23-11-2011
Datum publicatie
09-12-2011
Zaaknummer
193479
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deskundigenrapport na tussenvonnis.

Gebreken aan woning. Vordering tot betaling wordt ten dele toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 193479 / HA ZA 09-2209

Vonnis van 23 november 2011

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

[eiseres] BAU GMBH & CO KG,

gevestigd te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.J. Leijssen te Enschede,

tegen

[gedaagde],

wonende te Lent,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. S. Hering-de Monchy te Zutphen.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 januari 2011 (hierna: het tussenvonnis),

- het deskundigenrapport van 21 juni 2011,

- de conclusie na deskundigenrapport van [eiseres in conventie],

- de conclusie na deskundigenbericht van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1. Vastgehouden wordt aan hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist.

2.2. In het tussenvonnis zijn de volgende door de deskundige te beantwoorden vragen opgenomen:

1. Zijn naar uw oordeel de in rechtsoverweging 3.5 van het vonnis van 28 juli 2010 genoemde gebreken (voldoende) hersteld?

2. Is er sprake van de in rechtsoverweging 3.6 van dat vonnis genoemde gebreken en zo ja, hoe beoordeelt u die gebreken?

3. Voor zover er sprake is van de in rechtsoverweging 3.5 en 3.6 genoemde gebreken, is herstel van deze gebreken dan mogelijk?

4. a. Zo ja, hoe zouden deze gebreken hersteld kunnen worden?

b. Hoe hoog schat u de daarmee gepaard gaande kosten?

5. Wat zijn de gevolgen van het niet herstellen van de gebreken? Leidt dit tot enige gebruiksbeperking en/of waardevermindering en, zo ja, tot welke?

6. Heeft u overigens opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

2.3. In rechtsoverweging 3.5 van het tussenvonnis van 28 juli 2010 gaat het om de volgende gebreken:

1. het schilderen van de vensterbank van het kelderraam

2. het herstel van het raamkozijn en een vensterbank aan de achterzijde

3. het herstel van het voegwerk in de bad/doucheruimte op de begane grond

4. het schilderen van de zinken waterslagen op het dak

5. het metselwerk en het bijbehorende voegwerk

6. het herstel van de ter plaatse van de vensterbanken aan de achterzijde aangebrachte spachtelpoets

7. het herstel van het probleem met het voetlood ter plaatse van het keldergat.

2.4. In rechtsoverweging 3.6 van het tussenvonnis van 28 juli 2010 gaat het, voor zover van belang, om de volgende gebreken:

8. het vloerverwarmingssysteem op de begane grond functioneert niet goed. De meterkast registreert ook een afname van warm water van de stadsverwarming in gevel de warmteverdeler niet in werking is

9. de fundering van de schuur is niet goed aangelegd

10. het stuc- en spuitwerk aan de buitenzijde van de woning is zeer matig uitgevoerd

11. er zijn vochtproblemen rond de zinken waterslagen aan de voorzijde.

2.5. Ad 1., 2., 3., 6., 7. en 9.

De deskundige merkt op dat het afschot van alle lekdorpels op de begane grond en de verdieping te klein is waardoor daar lang water op blijft staan. Hij begroot herstel van die gebreken, inclusief herstel van de spachtelputz op € 2.684,--, exclusief omzetbelasting. De partijen kunnen zich daarmee verenigen. Dat geldt ook voor de begroting van de deskundige van € 35,--, exclusief omzetbelasting van herstel van het voegwerk in de bad/doucheruimte op de begane grond. De partijen volgen de deskundige ook in de bevinding dat het dakvlak nagenoeg waterpas ligt zodat er altijd water op blijft staan, hetgeen hinderlijk is er daarom een afschotisolatieplaat met harde persing en cacheerlaag dient te worden aangebracht waarna die dient te worden overlaagd met een gemineraliseerde APP dakbaan die is opgezet tegen de muur en afgedekt met de reeds aanwezige klemstrippen. De deskundige begroot de kosten daarvan op € 162,--, exclusief omzetbelasting. De rechtbank volgt de begroting van de deskundige met overneming van de door hem gegeven motivering. Volgens de deskundige is de bovenkant van de fundering van de schuur goed afgestemd op de peilhoogte van het woonhuis. [gedaagde] heeft daar niet op gereageerd, zodat het er voor wordt gehouden dat hij de stelling dat de bovenkant van de fundering te laag is aangelegd heeft laten varen.

2.6. ad 4.

De deskundige concludeert met verwijzing naar de ‘Baubeschreibung’ dat het schilderwerk buiten het bestek is gehouden, alsmede dat het schilderen van zinken waterslagen (muurafdekkingen) ‘technisch gesproken’ ‘onzin’ is. De deskundige heeft begroting van dat schilderwerk achterwege gelaten.

[eiseres in conventie] meent dat het schilderen van de waterslagen haar alleen als meerwerk kan worden opgedragen.

[gedaagde] betwist het standpunt van de deskundige niet maar voert aan dat [eiseres in conventie] het VEH rapport van 9 februari 2009, waarin het niet geschilderd zijn van de waterslagen als een tekortkoming is aangemerkt, voor akkoord heeft ondertekend. Hierbij is echter van belang dat [gedaagde] nadien, op 29 november 2009, een e-mailbericht naar [eiseres in conventie] heeft gestuurd, welk e-mailbericht door [gedaagde] in het geding is gebracht, waarin hij er melding van maakt dat hij met [eiseres in conventie] is overeengekomen dat de winterslagen niet behoeven te worden geschilderd en dat [eiseres in conventie] hem materialen voor de schuur zal leveren.

Dat brengt mee dat [eiseres in conventie] de kosten van het schilderen van de waterslagen niet behoeft te dragen.

2.7. ad 5.

Naar het oordeel van de deskundige is er geen sprake van dat het voegwerk plaatselijk niet diep genoeg is uitgekrabd en is het voegwerk van goede kwaliteit. Het deskundigenrapport biedt ook geen steun voor de stelling van [gedaagde] dat het metselwerk met zoutzuur is schoongemaakt waardoor er vlekken op de metselstenen zijn ontstaan. De deskundige beoordeelt de vlekken als zoutuitbloeiingen uit de door [gedaagde] geleverde stenen.

De rechtbank hecht op dit punt meer waarde aan de goed en uitvoerig onderbouwde bevindingen van de deskundige dan aan het meer oppervlakkige VEH rapport, waarin overigens geen gewag werd gemaakt van vlekken op stenen. De rechtbank volgt de deskundige in zijn oordeel dat op dit punt geen sprake is van een gebrek.

2.8. ad 8.

De deskundige zet uitvoerig uiteen dat nu de verwarming van de woning en de verwarming van het tapwater door stadsverwarming wordt gerealiseerd aan de verwarmingsinstallatie alsnog een binnenthermostaat moet worden toegevoegd om de klep van de stadsverwarming te sluiten indien er geen warmtevraag is. Hij begroot de kosten daarvan op € 625,--, exclusief omzetbelasting. De deskundige wijst er verder op dat in de als productie 5 bij dagvaarding overgelegde bouwbeschrijving van 1 juni 2007 niet van stadsverwarming is uitgegaan maar van een gasgestookte CV combiketel met een heetwaterboiler.

De partijen zijn het eens met de constatering van de deskundige dat bij stadsverwarming een binnenthermostaat is vereist. [gedaagde] meent dat de kosten daarvan voor rekening van [eiseres in conventie] behoren te komen en [eiseres in conventie] dat [gedaagde] die kosten dient te dragen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de kosten van de binnenthermostaat voor rekening van [gedaagde] omdat bij de totstandkoming van de aanneemovereenkomst niet van stadsverwarming is uitgegaan.

2.9. ad 10.

De deskundige is van oordeel dat de uitvoering van het stuc-en spuitwerk aan de buitenzijde van de woning ‘niet tot afkeuring’ behoeft te leiden. Verder merkt de deskundige op dat de afwerking met ‘Spachtelputz’ een hogere graad van afwerking is dan afwerking bestaande uit het aanbrengen van een ‘Anstrich’ waartoe [eiseres in conventie] volgens het bestek gehouden was.

[gedaagde] heeft daarop naar voren gebracht dat er vanaf het verstrekken van de opdracht met [eiseres in conventie] overeenstemming over bestond dat het gebouw van Spachtelputz zou worden voorzien. Hij heeft zich echter niet meer uitgelaten over de bevinding van de deskundige dat de uitvoering aan de daaraan te stellen eisen voldoet, zoals de rechtbank de deskundige begrijpt. Daarom wordt er van uitgegaan dat het stuc- en spuitwerk aan de buitenzijde van de woning niet gebrekkig is.

2.10. ad 11.

De deskundige merkt de tussen de zinken kraal van het muurafdeksysteem en de Spachtelputz aangebrachte compressieband als oorzaak aan van de vochtproblemen rond de zinken waterslagen aan de voorkant van het huis. Om de vochtproblemen weg te nemen adviseert hij de compressieband te verwijderen en de zinken muurafdekking die aan de buitenzijde in klangen is gehaakt aan de binnenzijde over aan te brengen RVS klikveren te klikken. Hij begroot de kosten daarvan op € 884,--, exclusief omzetbelasting.

[eiseres in conventie] sluit zich aan bij de veronderstelling van de deskundige dat [gedaagde] de voegen tussen het zink en muurwerk gesloten wilde hebben en wenste dat het werk zoals het door de deskundige is aangetroffen zou worden uitgevoerd.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat wanneer de huidige uitvoering al door [gedaagde] is voorgesteld, het op de weg van [eiseres in conventie], als de terzake deskundige aannemer, had gelegen hem op de ondeugdelijkheid daarvan te wijzen. Nu gesteld noch gebleken is dat hij dat heeft gedaan dient hij de kosten om de muurafdekking alsnog op de juiste manier te bevestigen te dragen.

2.11. Het voorgaande brengt mee dat geen bewijs meer is vereist van de stellingen die door [eiseres in conventie] ten grondslag zijn gelegd aan haar in rechtsoverweging 4.14 van het tussenvonnis van 28 juli 2010 bedoelde verweren met betrekking tot de gebreken sub. 4., 8. en 9.

2.11. Gelet op het voorgaande en gelet op rechtsoverweging 4.6. van het tussenvonnis van 28 juli 2010 is de vordering van [eiseres in conventie] tot een bedrag van € 2.684,-- + € 35,-- +

€ 162,-- (r.o. 2.5.) + € 884,-- (r.o. 2.10.) + € 196,04 (r.o. 4.6. van het tussenvonnis) =

€ 3.961,04, exclusief omzetbelasting, ofwel € 4.713,64, inclusief 19% omzetbelasting, door verrekening teniet gegaan. De in conventie gevorderde hoofdsom zal daarom tot een bedrag van € 16.646,36 (€ 21.360,-- -/- € 4.713,64) worden toegewezen. De vordering in reconventie zal worden afgewezen.

2.12. Tegen de in conventie gevorderde vertragingsrente van 12% is geen verweer gevoerd zodat die rente voor toewijzing in aanmerking komt.

2.13. De in conventie gevorderde buitengerechtelijke incassokosten komen niet voor toewijzing in aanmerking nu niet is gebleken van voldoende voor vergoeding in aanmerking komende buitengerechtelijke incassoactiviteiten.

2.14. [eiseres in conventie] heeft na daartoe verkregen verlof op 15 juni 2010 ten laste van [gedaagde] onder SNS Bank N.V. te Utrecht beslag gelegd. Aan de formaliteiten van betekening en van overbetekening is voldaan.

2.13. [gedaagde] zal als de in conventie grotendeels en in reconventie geheel in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden verwezen. De proceskosten van [eiseres in conventie], die van het beslag daaronder begrepen, worden bepaald op:

in conventie:

- kosten dagvaarding € 79,25

- vast recht € 500,00 (waarvan € 102,-- in verband met het beslag)

- beslagexploten € 273,78

- salaris advocaat € 1.808,00 (4 punten x tarief II € 452,00)

totaal € 2.661.03

in reconventie:

- salaris advocaat € 226,00 (0,5 punt x tarief II € 452,00).

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres in conventie] van € 16.646,36, te vermeerderen met een rente van 12% over dat bedrag vanaf 21 juli 2009 tot de dag van betaling,

3.2. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiseres in conventie], de kosten van het beslag daaronder begrepen, bepaald op € 2.661,03,

3.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.5. wijst de vordering af,

3.6. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiseres in conventie] bepaald op € 226,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.A. Walda en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2011.