Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU7435

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-11-2011
Datum publicatie
09-12-2011
Zaaknummer
05/800812-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer heeft een militair vrijgesproken van (poging) toebrenging zwaar lichamelijk letsel door het gooien van een glas. De militair heeft verklaard dat het glas per ongeluk uit zijn hand schoot. Nu er geen getuigen zijn die hebben gezien dat de militair het glas heeft gegooid acht de militaire kamer niet wettig en overtuigend bewezen dat de man het glas opzettelijk heeft gegooid dan wel dat hij de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het glas uit zijn hand zou schieten en hij iemand met het glas zou verwonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire kamer

Promis II

Parketnummer : 05/800812-10

Datum zitting : 14 november 2011

Datum uitspraak : 28 november 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

rang : korporaal 1,

ingedeeld bij : [standplaats]

Raadsman : mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Amersfoort.

Officier van justitie : mr. S.Z. Wiarda.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 mei 2009 te Groningen aan een persoon genaamd H.

[slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (glasverwondingen gelaat,

klachten ogen), heeft toegebracht, door deze opzettelijk (met) een glas (met

kracht) tegen/in het gezicht te slaan en/of te duwen en/of te gooien;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 29 mei 2009 te Groningen,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan H. [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk (met) een

glas (met kracht) in het gezicht van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of geduwd

en/of gegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 29 mei 2009 te Groningen opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten H. [slachtoffer]), (met) een glas in het gezicht heeft geslagen

en/of geduwd en/of gegooid, tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel

(glasverwondingen gelaat, klachten ogen), althans enig lichamelijk letsel,

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is door de militaire politierechter op 4 maart 2011 aangehouden ten einde aangever te laten horen bij de rechter-commissaris en ter verwijzing naar de meervoudige militaire kamer.

De zaak is 14 november 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Amersfoort.

De officier van justitie heeft geƫist dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en voorts ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de inhoud van het bierglas dat hij in zijn handen hield over de vechtende groep heen wilde gooien ten einde hen af te leiden en daardoor zijn twee maten, waaronder [naam], in de gelegenheid te stellen vluchten.

Verdachte verklaart dat tijdens het gooien van het bier het glas per ongeluk uit zijn handen is geschoten en in de groep gevlogen.

Noch aangever [slachtoffer] noch de getuigen [getuige1] en [getuige2] hebben gezien dat verdachte het bierglas heeft gegooid.

Nu uit de verklaring van verdachte niet volgt en er ook overigens geen bewijsmiddelen voorhanden zijn waaruit volgt dat verdachte het glas opzettelijk heeft gegooid, noch dat hij, toen hij bier over de groep wilde gooien, dit op een zodanig wijze deed dat daaruit volgt dat hij de aanmerkelijke kans voor lief heeft genomen dat dit glas uit zijn hand zou schieten en hij iemand met het glas zou verwonden kan de voor (poging) zware mishandeling of mishandeling vereiste opzet niet worden bewezen zodat vrijspraak van het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde dient te volgen.

4. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten.

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen, als voorzitter,

mr. J.M.J.M. Doon, rechter,

kapitein ter zee van administratie mr. F.N.J. Jansen, militair lid,

in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 november 2011.