Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU6615

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
07-11-2011
Datum publicatie
05-12-2011
Zaaknummer
221728
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Straat- en contactverbod opgelegd aan ex-echtgenoot; ex-echtgenote veroordeeld tot afgifte van een aantal inboedelgoederen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 221728 / KG ZA 11-541

Vonnis in kort geding

Uitspraak in conventie: 7 november 2011

Uitspraak in reconventie: 21 november 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.J.T. Leijzer te Elst, gemeente Overbetuwe,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. drs. J.L. Zegelink te Elst, gemeente Overbetuwe.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de man

- de eis in reconventie, tevens akte overlegging producties in conventie.

1.2. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 7 november 2011 mondeling vonnis gewezen in het geschil in conventie. De feiten en motivering waarop de beslissing in het vonnis steunt, worden hieronder vastgelegd.

In het geschil in reconventie is vonnis bepaald op 21 november 2011.

2. De feiten

2.1. De man en de vrouw zijn in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd op 1 september 2003. Uit het huwelijk is geboren de thans nog minderjarige [de kind], geboren op [geboortedatum] te [woonplaats].

2.2. Bij beschikking van deze rechtbank van 17 mei 2011 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. De beschikking is op 4 augustus 2011 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De vrouw heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 17 mei 2011.

2.3. Op 10 juni 2011 is de vrouw in de echtelijke woning ernstig mishandeld door de man. De vrouw heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie.

2.4. Op 10 juli 2011 heeft de burgemeester de man op grond van artikel 2 Wet Tijdelijk Huisverbod een huis- en contactverbod opgelegd tot 20 juli 2011 (20.00 uur). Op 18 juli 2011 is het verbod op grond van artikel 9 Wet Tijdelijk Huisverbod verlengd tot 7 augustus 2011 (20.00 uur).

2.5. Tot op heden verblijft de vrouw met [het kind] in de voormalige echtelijke woning. De tot de huwelijksgoederengemeenschap behorende inboedel bevindt zich in deze woning.

2.6. Bij vonnis in kort geding van deze rechtbank van 5 augustus 2011 is in conventie

– kort gezegd – aan de man het verbod opgelegd om in de periode van 7 augustus 2011 tot en met 7 november 2011 contact op te nemen met de vrouw. Voorts is aan de man het verbod opgelegd om zich te begeven en/of te bevinden in het woonomgeving van de vrouw. De reconventionele vordering van de man om de vrouw te veroordelen mee te werken aan de afgifte van een aantal inboedelgoederen is afgewezen.

2.7. Op 25 september 2011 vindt tussen de man en ene [betrokkene] op Facebook op het zogenaamde prikbord de navolgende wisseling van tekstberichten plaats:

“(…)

[gedaagde in conventie]: “7-11-11”

[betrokkene]: “En dan?”

[gedaagde in conventie]: “Verrassing!!!!!!!!!”

[betrokkene]: “Nah doe niet zo flauw!”

[gedaagde in conventie]: “Dat is een verrassing, er is 1 persoon die deze datum kent, en daar is deze grote verrassing voor, 1 om nooit te vergeten.”

(…)”

3. Het geschil in conventie

3.1. De vrouw vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. de man te verbieden in de periode vanaf 7 november 2011 tot 7 mei 2012 – anders dan via zijn advocaat – persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of door middel van berichtgeving op alle sociale media, contact op te nemen met de vrouw en [het kind];

2. de man te verbieden zich in de periode van 7 november 2011 tot 7 mei 2012 te begeven naar en/of zich te bevinden in het gebied dat wordt begrensd door de [het gebied] te [woonplaats], met dien verstande dat de man zich per auto en zonder te stoppen mag begeven over de ([drie straten binnen het gebied];

3. zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per keer dat de man een verbod onder 1 of 2 overtreedt;

4. de man te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. De vrouw legt het navolgende aan haar vorderingen ten grondslag.

De vrouw ging er na het vonnis in kort geding van 5 augustus 2011 vanuit dat de periode waarin het contact- en wijkverbod is opgelegd voldoende zou zijn om een veilige en rustige situatie te creëren. Door het bericht van de man op Facebook vreest zij voor de ‘verrassing’ die de man in petto heeft. De vrouw ervaart de berichtgeving op Facebook als een bedreiging die aan haar gericht is, nu het contact- en wijkverbod op 7 november 2011 afloopt. De vrouw acht het eveneens noodzakelijk om de man te verbieden contact met [het kind] te hebben, nu contact tussen [het kind] en de man niet zal bijdragen aan het verwerken van de angsten die [het kind] voor de man heeft.

3.3. De man voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. De man vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- de vrouw te veroordelen tot afgifte van de onder 7 van de eis in reconventie genoemde zaken onder verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of dagdeel na betekening van dit vonnis dat zij weigert het gevorderde volledig af te geven aan de door de man aan te wijzen personen op een door hem bepaalde dag en tijdstip;

- de vrouw te veroordelen in de kosten van het geding in reconventie.

4.2. De man legt aan zijn vorderingen het navolgende ten grondslag.

De man heeft bij reconventionele vordering in het eerder tussen partijen gevoerde kort geding kort gezegd gevorderd om tot verdeling van de inboedelgoederen van partijen over te gaan. Deze vordering is bij vonnis van 5 augustus 2011 afwezen, omdat de man niet over een eigen woning beschikte. De man huurt thans met ingang van 7 september 2011 zelfstandige woonruimte. Hij heeft er (spoedeisend) belang bij om op korte termijn de beschikking te hebben over een deel van de inboedel en een aantal roerende zaken om zijn woning in te richten. De vrouw weigert hier haar medewerking aan te verlenen.

4.3. De vrouw voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Een straat- en contactverbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen, welke inbreuk niet licht toelaatbaar kan worden geacht. Bij de beoordeling van een vordering hiertoe zal dan ook de nodige terughoudendheid moeten worden betracht. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen.

5.2. Op grond van de inhoud van de dagvaarding en de daarbij behorende producties, alsmede het verhandelde ter zitting, is voldoende duidelijk geworden dat de relatie tussen partijen ernstig is verstoord. Vast staat dat de man op 10 juni 2011 de vrouw in de echtelijke woning ernstig heeft mishandeld. Voorts staat vast dat aan de man hiervoor op grond van artikel 2 Wet Tijdelijk Huisverbod gedurende in totaal vier weken een huis- en contactverbod is opgelegd. Voorts is bij vonnis in kort geding van 5 augustus 2011, met instemming van de man, aan hem een straat- en contactverbod opgelegd voor de periode van 7 augustus 2011 tot en met 7 november 2011. Beide partijen verwachten dat de man hiervoor strafrechtelijk zal worden vervolgd. De man is zelf niet ter zitting verschenen. De raadsman van de man heeft verklaard niet bekend te zijn met de reden waarom de man de berichten “7-11-11” en “Dat is een verrassing, er is 1 persoon die deze datum kent, en daar is deze grote verrassing voor, 1 om nooit te vergeten” op het prikbord van Facebook heeft geplaatst. Bepaald niet uit is te sluiten dat hij hiermee de intentie heeft gehad te verwijzen naar de datum waarop het eerder aan hem opgelegde contact- en straatverbod afloopt en de persoon waarop hij doelt in zijn bericht de vrouw betreft. Mede in het licht van de ernstige mishandeling die op 10 juni 2011 heeft plaatsgevonden acht de voorzieningenrechter het voldoende aannemelijk dat de vrouw deze berichtgeving als bedreigend heeft ervaren en de Facebook berichten als een desbetreffende reële dreiging kunnen worden aangemerkt.

Voorshands geoordeeld blijkt uit het voorgaande dat de man onrechtmatig heeft gehandeld jegens de vrouw en dat niet onaannemelijk is dat er een reële dreiging voor toekomstig onrechtmatig handelen van de man jegens de vrouw bestaat. Het is voor de vrouw van belang dat er rust in haar leven komt en dat zij ongestoord kan wonen in haar directe woonomgeving. De vrouw dient dan ook zoveel mogelijk te worden gevrijwaard van de aanwezigheid van de man in haar leven en directe woonomgeving. Niet, althans onvoldoende gesteld of gebleken is dat de man door het op te leggen straatverbod, dat beperkt is tot de directe woonomgeving van de vrouw, dusdanig zal worden belemmerd in zijn normale bewegingsvrijheid dat bovengenoemd belang van de vrouw daarvoor zou moeten wijken, te meer nu hij niet in dat gebied woonachtig is.

5.3. Ten aanzien van het door de vrouw gevorderde om de man te verbieden door middel van berichtgeving op alle sociale media contact op te nemen overweegt de voorzieningenrechter dat voor zover deze berichtgeving op de sociale media door de man aan de vrouw wordt gericht, het gevorderde reeds valt onder de reikwijdte van het aan de man op te leggen verbod tot het schriftelijk opnemen van contact met de vrouw. Voor zover deze berichtgeving op de sociale media door de man niet aan de vrouw wordt gericht, is er geen sprake van het opnemen van contact door de man met de vrouw. Het gevorderde verbod zal, wat de berichtgeving op de sociale media betreft, dan ook worden afgewezen.

5.4. De vrouw heeft voorts gevorderd te bepalen dat het gevorderde contactverbod zich eveneens uitstrekt tot [het kind], nu [het kind] getuige is geweest van de mishandeling van de vrouw door de man en een contact tussen [het kind] en de man is niet zal bijdragen tot het verwerken van de angsten die [het kind] heeft. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de belangen van [het kind] voldoende worden gewaarborgd met het contact- en straatverbod dat aan de man is opgelegd voor de vrouw, nu [het kind] daardoor wordt beschermd binnen zijn leefomgeving en op de momenten dat hij zich, buiten zijn leefomgeving, in het gezelschap van de vrouw bevindt.

5.5. In verband met de eisen van proportionaliteit zullen de verboden voor de hierna te noemen duur worden opgelegd.

5.6. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

5.7. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beoordeling in reconventie

6.1. De vrouw heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking echtscheiding van 17 mei 2011. Zij grieft onder andere tegen de beslissing van de rechtbank dat haar verzoek met betrekking tot het voortgezet gebruik van de woning, daarbij begrepen het gebruik van de inboedel, is afgewezen.

6.2. Vast staat dat partijen thans nog gezamenlijk eigenaar zijn van de inboedel. De verdeling van de (waarde van de) tot de inboedel behorende goederen dient nog plaats te vinden. De man heeft onder punt 7 van zijn eis in conventie een aantal inboedelgoederen en enige overige zaken opgesomd die de man wenst te ontvangen.

6.3. Ter zitting heeft de vrouw aangegeven geen bezwaar te hebben tegen toedeling aan de man van een aantal door hem opgesomde goederen. De man stelt dat hij, gelet op de weigerachtige houding van de vrouw in het verleden, er geen vertrouwen in heeft dat de vrouw de goederen daadwerkelijk aan hem zal afgeven. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht de vrouw te bevelen tot afgifte van die goederen, versterkt door een dwangsom.

6.4. Ter zitting heeft de vrouw aangegeven geen bezwaar te hebben tegen toedeling aan de man van de volgende goederen:

• dressoir

• salontafel

• t.v.-tafel

• vriezer

• ½ pannenset (3 kookpannen, 2 koekenpannen en 1 wok)

• Ajax schilderijen

• schilderij boven bank

• tweepersoonsbed met nachtkastjes en tafel

• mountainbike

• alle gereedschap met toebehoren o.a. bruine gereedschapskast met inhoud, werkbank (workmate)

• lamp naast t.v. (klein)

• spots en rail aan keukenplafond

• eigen bestek man

• helft servies

• strijkbout / strijkplank

• oude computer

Nu de vrouw geen bezwaar heeft gemaakt tegen de afgifte van deze goederen aan de door de man aan te wijzen personen op een door hem bepaalde dag en tijdstip, zal zulks worden toegewezen. De vrouw dient ervoor zorg te dragen dat alle hiervoor genoemde goederen op het afgesproken tijdstip klaar staan voor vervoer. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en het totaal daarvan gemaximeerd als hierna te melden.

6.5. Wat betreft de overige goederen is de verdeling nog tussen partijen in geschil. Vastgesteld moet worden dat beide partijen aanspraak maken op dezelfde goederen en beide stellen die nodig te hebben. Dat aan de man die goederen, vooruitlopend op de definitieve verdeling, met uitsluiting van de vrouw toe zouden moeten komen is vooralsnog niet, althans onvoldoende aannemelijk geworden. De vordering van de man voor zover die daartoe strekt, zal hierna worden afgewezen.

6.6. Omdat partijen gehuwd zijn geweest en dit geschil voortvloeit uit de vermogensrechtelijke afwikkeling tussen hen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. verbiedt de man om in de periode van 7 november 2011 tot en met 7 februari 2012 anders dan via zijn advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met de vrouw,

7.2. verbiedt de man in de periode van 7 november 2011 tot en met 7 februari 2012 zich te begeven naar en/of zich te bevinden in het gebied dat wordt begrensd door de [het gebied] te [woonplaats], met dien verstande dat de man zich per auto en zonder te stoppen mag begeven over de ([drie straten binnen het gebied],

7.3. veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 7.1. en 7.2. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 2.500,00 is bereikt,

7.4. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.5. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.6. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

7.7. gebiedt de vrouw om aan de door de man aan te wijzen personen op een door hem bepaalde dag en tijdstip, de in rechtsoverweging 6.4. genoemde goederen aan de man af te geven,

7.8. veroordeelt de vrouw om aan de man een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 7.7. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,

7.9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.10. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.11. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht in tegenwoordigheid van de griffier I.W.H.M. Verheijen. Het vonnis in conventie is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2011. De feiten en de motivering zijn afzonderlijk vastgelegd op 21 november 2011. Het vonnis in reconventie is in het openbaar uitgesproken op 21 november 2011.