Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU6229

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
29-07-2011
Datum publicatie
29-11-2011
Zaaknummer
187515
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betalingsregelingen met betrekking tot de steunvorderingen staan de faillietverklaring niet in de weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaaknummer: 187515/ pj

Insolventienummer: 09-418 F

Datum vonnis: 29 juli 2009

Vonnis

op het verzoek van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VISTACODE B.V.,

verzoekster,

advocaat mr. W.D. Huizinga,

tot faillietverklaring van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

SELEQTIVE B.V.,

verweerster,

verschenen in persoon.

De beoordeling

1. De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift strekkende tot faillietverklaring van verweerster. Het verzoek is ter zitting van 28 juli 2009 behandeld. Daarbij zijn namens Vistacode verschenen mr. W.D. Huizinga en de heer [betrokkene 1] en namens Seleqtive B.V. de advocaten mr. A.A. Kraaijeveld en mr. dr. G.C. van Daal en de heer [betrokkene 2].

2. Uit de inhoud van het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is summierlijk gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster. Verzoekster, Vistacode, heeft een bedrag gevorderd van € 96.730,10 voor verleende diensten op grond van een tussen de partijen gesloten opdrachtovereenkomst van 17 januari 2009. Deze vordering wordt door verweerster erkend, zij het dat zij heeft aangevoerd dat er tot op heden nog niet is betaald op de vordering, omdat de vordering van Vistacode nog niet opeisbaar was omdat een nadere mondelinge afspraak tussen de partijen was gemaakt dat het project gezien moest worden als een gezamenlijke investering. Daardoor werd de datum van betaling van de facturen afhankelijk gesteld van het gezamenlijk resultaat van het project waarvoor Vistacode de diensten heeft geleverd.

Vistacode heeft een dergelijke afspraak over uitgestelde betaling in het kader van een gezamenlijk investeringsproject gemotiveerd betwist. Daarbij heeft zij verwezen naar de diverse opgestelde facturen waarop betalingstermijnen zijn gesteld, herinneringen voor die facturen en de aanmaningen door De Raadgevers Bedrijfsjuristen, namens Vistacode, waarop door Seleqtive B.V. niet is gereageerd. Wel zijn er verschillende betalingstoezeggingen gedaan, de meest recente per SMS-bericht op 13 juni jongstleden, waarin [betrokkene 2] aan de bestuurder van Vistacode, de heer [betrokkene 1], heeft toegezegd dat hij per direct een bedrag van € 5.500,- zou overmaken, waarna de week erop de volgende “batch” zou komen. Toen vervolgens wederom geen betaling binnenkwam, noch die € 5.500,- noch een volgende batch, bestond bij Vistacode geen enkel vertrouwen meer dat enige toezegging tot betaling gestand zou worden gedaan, aldus de heer [betrokkene 1].

Desgevraagd heeft de middellijk bestuurder van Seleqtive B.V., de heer [betrokkene 2], ter zitting verklaard dat hij inderdaad de bedoelde betalingstoezegging had gedaan maar dat deze betaling door de bank niet is uitgevoerd omdat de middelen daartoe ontbraken.

Ter zitting heeft [betrokkene 2] verklaard dat de betalingen op de facturen volgens de gestelde mondelinge afspraak eerst na voltooiing van het project zouden plaatsvinden. Het gaat daarbij om het programmeren van programma’s en leveren van software waardoor het internetcasino van de opdrachtgever Floryntia Playgroup N.V. te Curaçao operationeel kan zijn en blijven. Dit project is nog niet afgerond en desgevraagd heeft [betrokkene 2] ook niet kunnen aangeven wanneer dit project wel (ongeveer) zou eindigen, dan wel wanneer de facturen van Vistacode wel zouden (kunnen) worden betaald.

Vooropgesteld wordt dat het bevreemdt dat er wel een schriftelijke overeenkomst van opdracht met tarieven en maximumuren-aantal en dergelijke bestaat, maar dat er geen enkel schriftelijk bewijs is van de “investeringsafspraak” met de uitgestelde betaling aan Vistacode en dat Seleqtive B.V. tot deze zitting kennelijk niet adequaat – namelijk refererend aan de investerings-/betalingsafspraak - schriftelijk heeft gereageerd op facturen en aanmaningen. Het komt de rechtbank daarom voor dat die mondelinge afspraak een gelegenheidsargument betreft voor de onderhavige procedure. Dit kan echter vooralsnog in het midden blijven, nu de middellijk bestuurder ter zitting heeft erkend een betalingstoezegging te hebben gedaan van tenminste € 5.500,- (en een volgende “batch”). Daarmee is in deze procedure in elk geval niet in geschil dat dat deel van de hoofdsom wel terstond opeisbaar is.

Vistacode heeft ter zitting aangevoerd dat er steunvorderingen bestaan, namelijk ruim € 15.000,- aan Gorilla Works BV en ruim € 100.000,- aan Lemonie Services BV. Seleqtive B.V. heeft het bestaan van de vorderingen erkend maar aangevoerd dat deze niet opeisbaar zijn, omdat met beide schuldeisers betalingsregelingen zijn overeengekomen. Daarbij heeft zij aangekondigd dat zij deze na de zitting nog zou toesturen, hetgeen per fax op 28 juli 2009 is gebeurd. Vervolgens is namens Vistacode nog op 29 juli 2009 een fax gestuurd waarin zij nog een steunvordering ad € 6.607,39 aan Akibia heeft genoemd en op de stukken van Seleqtive B.V. is ingegaan. Hiertegen heeft Seleqtive B.V. vervolgens bij fax van 29 juli 2009 bezwaar gemaakt.

De rechtbank zal de op 29 juli 2009 namens Vistacode gestuurde fax uitdrukkelijk niet meenemen in haar beoordeling.

Uit de namens Seleqtive B.V. overgelegde stukken volgt dat de vordering aan Gorilla Works reeds uit handen was gegeven aan de deurwaarder en dat deze oorspronkelijk € 33.011,45 bedroeg en thans nog € 20.226,76. Voor deze vordering loopt kennelijk een betalingsregeling. Voorts is er een vaststellingsovereenkomst overgelegd van 22 februari 2009 tussen Seleqtive B.V. en Lemonie Beleggingen BV, waaruit valt op te maken dat er twee huurovereenkomsten zijn aangegaan door Seleqtive B.V. als huurder en Lemonie als verhuurder. Bovendien blijkt daaruit dat Lemonie in diverse roerende zaken heeft geïnvesteerd voor Seleqtive B.V., maar dat door de beperkte financiële ruimte en de tegenvallende winst- en liquiditeitsbegroting Seleqtive B.V. niet aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. Daarom is in de vaststellingsovereenkomst door Lemonie een betalingsuitstel verleend (waarvoor 6% rente per jaar over de openstaande som wordt berekend) en zijn zekerheidsrechten verschaft ten behoeve van Lemonie.

Uit het bovenstaande in onderlinge samenhang bezien volgt dat Seleqtive B.V. naar het oordeel van de rechtbank verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen. Er staat een zeer aanzienlijk bedrag aan vorderingen open. Daarbij is een toegezegde betaling van een fractie van die openstaande vorderingen wegens gebrek aan middelen niet verricht.

Het feit dat ten aanzien van de eerste genoemde steunvordering een betalingsregeling is getroffen en ten aanzien van de andere vordering de schuldeiser geduld betracht - overigens tegen verschaffen van extra zekerheden - omdat deze nog vertrouwen in de zaak heeft (zoals ter zitting door Seleqtive B.V. nader toegelicht), doet daaraan niet af. Vistacode B.V. wenst en kan dat geduld niet opbrengen en heeft daarvoor ook geen financiële ruimte, zoals zij ter zitting heeft aangevoerd.

Uit het vorenstaande volgt dat verweerster in staat van faillissement zal worden verklaard.

3. Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, Insolventieverordening).

De beslissing

De rechtbank:

verklaart

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Seleqtive B.V., statutair gevestigd te Arnhem, kantoorhoudende te 6827 AB Arnhem, Nieuwe Kade 17, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland onder nummer 30248291,

in staat van faillissement;

benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank

mr. F.M.T. Quaadvliet;

stelt aan tot curator mr. C.A.M. Nijhuis, kantoorhoudende te Arnhem, Velperweg 10,

geeft last aan de curator tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M.I. de Waele en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van W.G.A. Cornelissen als griffier op 29 juli 2009 om 16.00 uur.

de griffier de rechter