Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU6210

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-11-2011
Datum publicatie
29-11-2011
Zaaknummer
221543
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Erfdienstbaarheid.

In conventie verbod tot blokkeren/belemmeren van uitweg.

In reconventie onder meer verbod tot betreden woning en perceel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 221543 / KG ZA 11-529

Vonnis in kort geding van 17 november 2011

in de zaak van

1. WILHELMUS JOHANNES THEODORUS ARNS,

wonende te Driel, gemeente Overbetuwe,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARNS HOLDING B.V.,

gevestigd te Driel, gemeente Overbetuwe,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARNS BRANDSTOFFEN B.V.,

gevestigd te Driel, gemeente Overbetuwe,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARWO B.V.,

gevestigd te Driel, gemeente Overbetuwe,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

K.A.N. B.V.,

gevestigd te Driel, gemeente Overbetuwe,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. P.H.M. Essink te Nijmegen,

tegen

MARINUS WILHELMUS JOHANNES ARNS,

wonende te Arnhem,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. A.Th.L. van der Meulen te Arnhem.

Eisers in conventie, gedaagden in reconventie zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als Arns senior c.s. dan wel ieder afzonderlijk als Arns senior, eisers sub 2, 3, 4 en 5. Gedaagde in conventie, eiser in reconventie zal Arns junior genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 11

- de mondelinge behandeling

- een brief van mr. Essink van 31 oktober 2011 met als bijlage de producties 12 en 13,

- een brief van mr. Van der Meulen van 2 november 2011 met bijlage,

- de pleitnota van eisers in conventie, gedaagden in reconventie

- de pleitnota van gedaagde in conventie, eiser in reconventie, mede bevattende de eis in reconventie.

1.2. De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 3 november 2011. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.1. Mr. Van der Meulen heeft ter zitting een eis in reconventie ingediend. Ter zitting heeft mr. Essink met een beroep op artikel 7.2 van het procesreglement kort gedingen verzocht om deze eis in reconventie buiten beschouwing te laten. De voorzieningenrechter verwerpt dit beroep en overweegt daartoe als volgt.

1.3.2. Op grond van artikel 7.2 van het procesreglement kort gedingen dient een partij die een eis in reconventie wenst in te stellen, de eis en de gronden daarvan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur vóór de terechtzitting, schriftelijk mee te delen aan de wederpartij, aan eventuele overige partijen en aan de voorzieningenrechter. Ratio daarvan is dat de rechter in een civiele procedure slechts mag beslissen aan de hand van stukken tot kennisneming waarvan en uitlatingen waarover aan partijen voldoende gelegenheid is gegeven. Toelaten van deze eis in reconventie levert echter geen schending van het beginsel van hoor en wederhoor op, nu het in reconventie gevorderde volledig hetzelfde feitencomplex behelst als het in conventie gevorderde. Dit blijkt tevens uit de omstandigheid dat mr. Essink bij het bepleiten van zijn eis reeds heeft geanticipeerd op een mogelijk in te dienen vordering in reconventie.

2. De feiten

2.1. Arns senior en Arns junior zijn vader en zoon.

2.2. Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten, gedateerd 20 november 2003, tot – kort gezegd – verkoop van de woning aan de Baltussenweg 52 te Driel (hierna: de woning) door Arns senior aan Arns junior voor een koopsom van € 260.000,00 kosten koper. In de koopovereenkomst is, voor zover relevant in deze procedure, onder meer het navolgende bepaald:

“ 11. Rechten en lasten

(…)

11. 3 Het verkochte geeft direkt toegang tot de gevestigde bedrijven deze toegang kan niet worden geweigerd.

Het verkochte heeft de energie en data aansluitingen van het onverkochte tot deze openbare voorziening kan toegang voor onderhoud en of reparatie van een der bedrijven kan niet worden geweigerd.

Straatwerk, toegangspoort, alarm, alles in de ruimste zin van het woord wat direkt en indirekt met de bedrijven van doen heeft is voor gezamenlijk gebruik en kan niet eenzijdig zonder toestemming worden aangepast danwel worden veranderd.

Koper en verkoper geven elkander toestemming voor wederzijds onderhoud en recht van overpad e.e.a. zonder enige rechten of plichten.

(…)”

2.3. In de akte van levering van de woning, gedateerd 15 december 2003, is, voor zover relevant in deze procedure, het navolgende bepaald:

“(…)

Artikel 1

Koop, levering, omschrijving van het verkochte

Verkoper en koper hebben een koopovereenkomst (bijlage) gesloten, ter uitvoering waarvan de verkoper bij deze levert aan koper, die bij deze van koper aanvaardt:

het woonhuis met kantoor, berging, tuinhuis, ondergrond, erf en tuin, plaatselijk bekend Baltussenweg 52 te 6665 AC Driel, (…) een en ander zoals bij benadering in streeparcering is aangegeven op de aan deze akte gehechte door partijen voor akkoord getekende tekening;

(…)

Artikel 13

Vestiging erfdienstbaarheden

De verschenen personen verklaarden bij deze te verlenen respectievelijk aan te nemen en door inschrijving van een afschrift van deze akte in de daartoe bestemde openbare registers te Arnhem te vestigen de erfdienstbaarheid van uitweg, over en weer ten behoeve en ten laste van het bij deze verkochte en ten behoeve en ten laste van het resterende aan verkoper in eigendom verblijvende gedeelte van het perceel kadastraal gemeente Heteren sectie O nummer 328, om te komen en te gaan van en naar de openbare weg.

Het gebruik van de weg is toegestaan voor voetgangers, wagens, auto’s, landbouwmachines, graafwerktuigen, motoren, rijwielen en andere vervoermiddelen in de ruimste zin des woords.

(…)

Verlening voorkeursrecht

Tenslotte verleent de koper bij deze aan verkoper of aan een aan verkoper gelieerde rechtspersoon, hetgeen verkoper aanneemt voor zichzelf en voor de aan verkoper gelieerde rechtsperso(o)n(en), het voorkeursrecht tot koop van het verkochte.

Vervolgens verleent de verkoper bij deze aan de koper, hetgeen koper aanneemt, het voorkeursrecht tot koop van het resterende bij verkoper in eigendom verblijvende gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Heteren sectie O nummer 328.

(…)”

2.4. Arns senior gebruikt een ruimte, grenzend aan de woning van Arns junior, als kantoor voor zijn vennootschappen (hierna: het kantoor van Arns senior). Om de ingang van het kantoor van Arns senior te kunnen bereiken, maakt Arns senior sinds de verkoop van de woning in 2003 gebruik van de route die loopt vanaf de openbare weg, via het terrein van eerst Arns senior, daarna Arns junior en vervolgens door de hal en de ruimte die op de als bijlage 12 door Arns senior c.s. ingediende plattegrond van het pand met ‘kantoor’ is aangeduid in de woning van Arns junior (hierna: de route via de aanbouw).

2.5. Om het magazijn en de garage te bereiken maakt Arns senior sinds de verkoop van de woning gebruik van de route die loopt vanaf de openbare weg, via het terrein van Arns senior, naar de ruimte onder de overkapping van Arns junior, welke is gelegen tussen de aanbouw en de garage (hierna: de route via de overkapping).

2.6. Arns junior heeft de woning in 2009 verlaten. Een van de vennootschap van Arns senior heeft nadien de woning ter beschikking gesteld voor bewoning door acht van haar Poolse werknemers.

2.7. Bij vonnis van deze rechtbank van 8 december 2010 (200259 / HA ZA 10-921) is Arns senior veroordeeld tot ontruiming van de woning onder afgifte van de sleutels op uiterlijk 1 maart 2011, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Het gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 21 juni 2011 (200.084.715) het vonnis van de rechtbank van 8 december 2010 bekrachtigd.

2.8. Bij vonnis in kort geding van deze rechtbank van 8 september 2011 (218909 / KG ZA 11-389) heeft Arns junior in conventie, kort gezegd, gevorderd dat Arns senior en zijn vennootschappen en de bewoners van de woning de woning en het buitenterrein van de woning zullen ontruimen en verlaten onder afgifte van de sleutels aan Arns junior. De conventionele vordering is, voor wat betreft de vennootschappen en de bewoners van de woning toegewezen. De vordering is ten aanzien van Arns senior afgewezen, omdat Arns junior gelet op door het gerechtshof op 21 juni 2011 bekrachtigde vonnis van de rechtbank van 8 december 2010, al over een titel tot ontruiming van de woning tegen Arns senior beschikte. De reconventionele vordering van Arns senior tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank van 8 december 2010 totdat de rechtbank vonnis heeft gewezen in de procedure die Arns senior inmiddels is gestart tegen Arns junior en dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, is afgewezen.

3. Het geschil in conventie

3.1. Arns senior c.s. vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Arns junior te verbieden:

1. het bedrijventerrein eigendom van Arns senior en de met hem gelieerde bedrijven te betreden en/of daarop voertuigen te plaatsen,

2. de toevoer van energie naar de kantoren en het bedrijventerrein Baltussenweg 52 te Driel af te sluiten dan wel te verstoren,

3. de uitweg zoals omschreven in de notariële akte van 15 december 2003 te blokkeren en de toegang tot bedrijfsruimten op welke wijze dan ook te belemmeren zodat Arns senior en de met hem gelieerde bedrijven ongestoord van hun rechten te ontlenen aan de erfdienstbaarheid gebruik kunnen maken,

een en ander op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per overtreding en per verbod, met een maximum van € 50.000,00, te verbeuren nadat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met veroordeling van Arns junior in de kosten van dit geding.

3.2. Arns senior c.s. leggen – kort gezegd – aan hun vorderingen ten grondslag dat in de akte van levering een uitweg in de vorm van een erfdienstbaarheid is gevestigd. Daarnaast maakt de koopovereenkomst deel uit van de akte van levering. In de koopovereenkomst is bepaald dat het verkochte direct toegang geeft tot de gevestigde bedrijven en deze toegang kan niet worden geweigerd. De toegang tot de bedrijfsruimten wordt thans door Arns junior gefrustreerd. Daarnaast heeft Arns junior gedreigd met afsluiting van de toevoer van energie naar de kantoren en het bedrijventerrein van Arns senior, tengevolge waarvan schade dreigt te ontstaan voor Arns senior c.s..

3.3. Arns junior voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. Arns junior vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. de erfdienstbaarheid van uitweg op te heffen,

2. Arns senior en de overige eisers te verbieden om de woning en het perceel van Arns junior te betreden en/of daar voertuigen of andere obstakels te plaatsen,

3. Arns senior en de overige eisers te verbieden dat hij/zij de wand tussen de woning van Arns senior en zijn kantoorruimte zal weghalen, dan wel zal beschadigen,

4. Arns senior en de overige eisers te gebieden het door Arns senior verwijderde hekwerk door hem terug te laten plaatsen op de scheiding van de percelen van partijen,

zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere overtreding, te verbeuren nadat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden,

met veroordeling van Arns senior en de overige eisers in de kosten van dit geding.

4.2. Arns junior legt – kort gezegd – aan zijn vorderingen ten grondslag dat de in de leveringsakte opgenomen erfdienstbaarheid een standaard erfdienstbaarheid betreft, teneinde te garanderen dat beide percelen een uitweg hebben naar de openbare weg. Van Arns junior kan niet worden verlangd dat hij heeft te gedogen dat anderen dwars door zijn woning lopen om het bedrijf van Arns senior te bereiken, terwijl er voldoende, voor Arns junior minder bezwarende, alternatieven zijn. Daarnaast pleegt Arns senior eigeninrichting door de zijdeur van de woning open te breken, de toegang tot zijn woning onmogelijk te maken en het hekwerk dat de afscheiding vormde tussen de oprit en de tuin van Arns junior, zonder toestemming te verwijderen en af te voeren.

4.3. Arns senior voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Het spoedeisende belang vloeit voort uit de aard van de gevraagde voorzieningen en de stellingen van Arns senior daarover. De verschillende vorderingen van Arns senior zullen hierna achtereenvolgens aan de orde komen.

Het verbod tot het betreden van het bedrijventerrein van Arns senior en/of het daarop plaatsen van voertuigen.

5.2. De vraag is aan de orde of er voldoende grond is voor oplegging van het gevorderde verbod. Vast staat dat een verbod om een terrein te betreden een inbreuk vormt op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijk feiten en omstandigheden die een dergelijke inbreuk kunnen rechtvaardigen.

5.3. Door Arns senior is aan deze vordering ten grondslag gelegd dat de bedrading van de motor van de automatische toegangspoort tot het naastgelegen bedrijfsterrein van Arns senior, door Arns junior met een tang door is geknipt, waardoor een ieder vanaf de openbare weg het bedrijfsterrein kan betreden waar kostbare voertuigen, machines en gereedschappen liggen opslagen. Arns senior vreest dat dit weer zal gebeuren. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat Arns senior, mede gelet op de gemotiveerde betwisting hiervan door Arns junior, onvoldoende feiten en/of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan kan worden aangenomen dat Arns junior de bedrading van de motor van de automatische toegangspoort heeft doorgeknipt. Ook de vrees van Arns senior dat dit weer zal gebeuren wordt op geen enkele wijze gestaafd. Van het plaatsen van voertuigen op het terrein van Arns senior door Arns junior is evenmin gebleken. De onderhavige vordering zal dan ook worden afgewezen.

Het verbod tot het afsluiten dan wel verstoren van de toevoer van energie naar de kantoren en het bedrijventerrein Baltussenweg 52 te Driel.

5.4. Arns senior baseert zijn vordering op de stelling dat Arns junior heeft gedreigd om de kantoren van Arns senior van elektriciteit af te sluiten. Arns senior heeft, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door Arns junior, zijn stelling niet, althans onvoldoende aannemelijk gemaakt. Tussen partijen staat vast dat de energieaansluiting op naam van (een bedrijf van) Arns senior staat en dat hij zorg draagt voor betaling van de energierekening. Arns senior heeft het verweer van Arns junior dat, nu Arns senior zorg draagt voor betaling van de energielasten, hij geen belang heeft bij afsluiting van de elektriciteit, niet weersproken. De onderhavige vordering zal dan ook worden afgewezen.

Het verbod tot het blokkeren van de uitweg zoals omschreven in de notariële akte van 15 december 2003 en het belemmeren van de toegang tot bedrijfsruimten.

5.5. In de eerste plaats stelt Arns junior dat Arns senior het punt van de erfdienstbaarheid tardief aan de orde stelt, omdat hij deze kwestie ook al aan de rechtbank en het hof heeft voorgelegd en hierover reeds in kracht van gewijsde is beslist. Dat deze kwestie eerder is voorgelegd blijkt onder meer uit het feit dat in het vonnis in kort geding van 8 september 2011 naar aanleiding van de stelling van Arns senior dat hij, bij toewijzing van de vordering, in een noodtoestand zou komen te verkeren, de voorzieningenrechter heeft overwogen dat Arns senior zijn bedrijf kan herschikken dan wel een doorgang zou kunnen realiseren gelegen achter de woning van Arns junior, aldus Arns junior.

5.6. De voorzieningenrechter is, in tegenstelling tot Arns junior, voorshands van oordeel dat uit de door Arns junior aangehaalde overweging van de voorzieningenrechter, noch uit de overige overgelegde stukken, blijkt dat de kwestie van de erfdienstbaarheid in een eerdere instantie is voorgelegd en afgekaart. Dit verweer van Arns junior zal dan ook worden verworpen. De voorzieningenrechter komt hiermee toe aan een inhoudelijke beoordeling van het gevorderde.

5.7. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de inhoud van een erfdienstbaarheid van weg en de wijze van uitoefening worden bepaald door de akte van vestiging. Bij de uitleg van de akte komt het aan op de in de notariële akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling die moet worden afgeleid uit de in de akte gebruikte bewoordingen, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte (HR 13 juni 2003, NJ 2004, 251). De beginselen van redelijkheid en billijkheid zullen bij de uitleg van de wijze waarop de erfdienstbaarheid moet worden uitgeoefend een rol spelen (HR 2 december 2005, NJ 2007, 5).

Voor zover in de akte van vestiging regelen over de inhoud en de wijze van uitoefening van de erfdienstbaarheid ontbreken, worden de inhoud en wijze van uitoefening bepaald door de plaatselijke gewoonte. Is een erfdienstbaarheid te goeder trouw geruime tijd zonder tegenspraak op een bepaalde wijze uitgeoefend, dan is in geval van twijfel deze wijze van uitoefening beslissend (artikel 5:73 lid 1 BW). De uitoefening van de erfdienstbaarheid moet ingevolge artikel 5:74 BW altijd op de voor het dienende erf minst bezwarende wijze geschieden.

Het blokkeren van de uitweg

5.8. In de akte van levering is in artikel 13 ten aanzien van de erfdienstbaarheid van uitweg het navolgende bepaald:

“(…) over en weer ten behoeve en ten laste van het bij deze verkochte en ten behoeve en ten laste van het resterende aan verkoper in eigendom verblijvende gedeelte van het perceel kadastraal gemeente Heteren sectie O nummer 328, om te komen en te gaan van en naar de openbare weg. Het gebruik van de weg is toegestaan voor voetgangers, wagens, auto’s, landbouwmachines, graafwerktuigen, motoren, rijwielen en andere vervoermiddelen in de ruimste zin des woords. (…)”

5.9. Tussen partijen is niet in geschil dat bij de vestiging van deze erfdienstbaarheid het de bedoeling van partijen is geweest om aan Arns senior de mogelijkheid te bieden om vanaf de openbare weg via het perceel van Arns junior de aan Arns senior in eigendom toebehorende garage en magazijn te kunnen bereiken en deze op dezelfde wijze te kunnen verlaten. Voorts staat tussen partijen vast dat Arns senior sinds medio 2003 gebruik maakt van de toegangdeuren tot het magazijn en de garage die zijn gelegen onder de overkapping van Arns junior. Voor zover Arns junior in het kader van de uitleg van de wijze waarop de erfdienstbaarheid moet worden uitgeoefend een beroep heeft willen doen op de redelijkheid en billijkheid met zijn betoog dat Arns senior feitelijk ook een toegang heeft tot de garage buiten de route die loopt via de overkapping van Arns junior en daarmee geen gebruik hoeft te maken van het perceel van Arns junior, wordt dat beroep verworpen. Arns senior heeft onweersproken gesteld dat hij zonder tegenspraak van Arns junior sinds medio 2003 gebruik maakt van de route via de overkapping. Voorts is het voor Arns senior niet mogelijk om het magazijn te bereiken anders dan via de toegangsdeur onder de overkapping. De voorzieningenrechter is op grond van het vorenstaande voorshands van oordeel dat Arns junior het gebruik van de route die loopt via de overkapping door Arns senior heeft te dulden, nu moet worden aangenomen dat daarvoor een erfdienstbaarheid van uitweg is gevestigd. De vordering van Arns senior om Arns junior te verbieden hem de uitweg vanaf de openbare weg tot de garage en het magazijn via het buitenterrein te blokkeren dan wel te belemmeren, wordt dan ook toegewezen. Aan Arns junior zal een dwangsom worden opgelegd voor iedere keer dat hij het verbod overtreedt, zoals hierna zal worden gemeld.

De toegang tot de bedrijfsruimten

5.10. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat partijen allereerst van mening verschillen over de vraag of de koopovereenkomst onderdeel uitmaakt van de akte van levering, waarin de erfdienstbaarheid is gevestigd. Arns senior stelt dat de koopovereenkomst onderdeel uitmaakt van de akte van levering, nu in artikel 1 van deze akte is opgenomen dat de koopovereenkomst een bijlage is bij de akte van levering. Arns junior heeft deze stelling betwist. De koopovereenkomst is niet aan de akte van levering bevestigd. Daarmee is de erfdienstbaarheid opgenomen in de koopovereenkomst niet notarieel gevestigd en geldt enkel de erfdienstbaarheid gevestigd in de akte van levering, aldus Arns junior.

5.11. Voorts twisten partijen over de uitleg van de erfdienstbaarheid. Arns senior stelt dat de erfdienstbaarheid opgenomen in de akte van levering ruimer uitgelegd dient te worden, namelijk op de wijze zoals partijen bij de koopovereenkomst zijn overeengekomen. Hij heeft, gezamenlijk met Arns junior, de koopovereenkomst opgesteld, met daarin vervat de bepaling (artikel 11. 3) dat de woning direct toegang geeft tot de gevestigde bedrijven en deze toegang niet kan worden geweigerd. De reden hiervoor was volgens Arns senior de omstandigheid dat de vrouw van Arns junior destijds psychisch instabiel was. Partijen wilden voorkomen dat er in geval van een echtscheiding tussen Arns junior en zijn vrouw problemen over de toegang van Arns senior tot de woning zouden kunnen ontstaan. Daarnaast was er ten tijde van het vestigen van de erfdienstbaarheid geen sprake van het betreden van de woning, aangezien de aanbouw pas later is gerealiseerd. Arns junior heeft ter zitting betwist dat het de bedoeling is geweest van partijen om een erfdienstbaarheid te vestigen ten behoeve van (een deel van) zijn woning. De erfdienstbaarheid in de koopovereenkomst is komen te vervallen, nu partijen in de later gesloten notariële akte aan de erfdienstbaarheid een beperktere uitleg hebben gegeven. Uit de omstandigheid dat in de akte van levering ten aanzien van de erfdienstbaarheid van uitweg is opgenomen dat de uitweg ook geldt voor landbouwmachines en graafwerktuigen volgt dat het niet de bedoeling van partijen is geweest de uitweg door de aanbouw van de woning te laten lopen, zoals door Arns senior wordt betoogd, aldus Arns junior.

5.12. Arns senior heeft vervolgens gesteld dat hij sinds de verkoop van de woning aan Arns junior medio 2003 van de route via de aanbouw gebruik heeft gemaakt om het kantoor en het magazijn te bereiken en dit jarenlang zonder problemen is verlopen. Gezien deze jarenlange wijze van uitvoering van de route via de aanbouw kan van hem niet gevergd worden dat hij meewerkt aan een verplaatsing van de erfdienstbaarheid op het dienende erf. Voorts heeft Arns junior geen belang bij een verplaatsing van de route, omdat de route niet door zijn woonhuis gaat, maar door de – eerst na de vestiging van de erfdienstbaarheid gerealiseerde – aanbouw, in welke aanbouw een hal en kantoor van Arns junior zijn gevestigd. Bij een verplaatsing van de route via de tuin aan de west kant van de woning zoals door Arns junior is voorgesteld, loopt de route pal langs de keuken, hetgeen als een verzwaring als bedoeld in artikel 5:74 BW moet worden aangemerkt. Arns junior heeft in reactie hierop betoogd dat Arns senior de woning aan Arns junior heeft verkocht op het moment dat er al plannen waren voor de realisatie van een nieuw pand inclusief kantoor voor Arns senior c.s. op zijn bedrijventerrein. Arns junior mocht er derhalve vanuit gaan, hetgeen tussen partijen ook duidelijk was afgesproken, dat Arns senior slechts voor een korte periode gebruik zou maken van de route via de aanbouw. Juist de omstandigheid dat Arns junior Arns senior heeft aangesproken op de toezegging van Arns senior dat het gebruik van de route via de aanbouw tijdelijk zou zijn en hij hem heeft aangemaand tot realisatie van zijn bouwplannen over te gaan, heeft geleid tot de escalatie tussen partijen. Het is nooit de bedoeling geweest van partijen dat, nu Arns senior in gebreke is gebleven om het betreffende pand te realiseren, hij een eeuwig durend recht heeft om door de woning het kantoor te bereiken. Van Arns junior kan niet worden verlangd te gedogen dat anderen dwars door zijn woning lopen om het bedrijf van Arns senior te bereiken, terwijl er voldoende alternatieven zijn, aldus Arns junior.

5.13. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

De bewoordingen in de omschrijving van de erfdienstbaarheid in artikel 13 van de akte van levering wijzen in de richting van een gebruik van de (uit)weg als een verbinding tussen de openbare weg en de garage en het magazijn van Arns senior, nu in dit artikel is verwoord dat het gebruik van de weg is toegestaan voor onder andere (zwaar) gemotoriseerd verkeer. Deze bewoording valt niet te rijmen met een erfdienstbaarheid ten behoeve van de doorgang door de aanbouw, zoals door Arns senior is betoogd. Voorts is voldoende aannemelijk dat partijen bij de vestiging van de erfdienstbaarheid hebben beoogd overeen te komen dat het verkochte (terrein) direct toegang geeft tot de gevestigde bedrijven, zoals een redelijke uitleg van de akte van levering ook meebrengt, nu in artikel 13 van de akte een gebruik van de aanbouw niet wordt genoemd. Zelfs wanneer de koopovereenkomst deel uitmaakt van de akte van levering wordt dat niet anders. Uit artikel 11.3 van de koopovereenkomst volgt namelijk niet evident dat partijen hebben bedoeld een erfdienstbaarheid te vestigen voor toegang tot de kantoren van Arns senior via de aanbouw van Arns junior, zoals door Arns senior is betoogd. Voorts heeft Arns senior, mede gelet op de gemotiveerde betwisting hiervan door Arns junior, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Arns junior geen bezwaren heeft gemaakt tegen het (structurele) gebruik van de route via de aanbouw door Arns senior, zodat als al sprake zou zijn van twijfel, niet kan worden vastgesteld dat deze wijze van uitoefening ingevolge artikel 5:73 lid 1 BW beslissend is.

De voorzieningenrechter is op grond van het vorenstaande voorshands van oordeel dat, in het beperkte kader van dit kort geding, waarin geen plaats is voor getuigenverhoren, Arns senior niet, althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat met artikel 13 van de akte van levering een recht van erfdienstbaarheid is gevestigd door de hal en het kantoor van Arns junior (de route via de aanbouw), zoals door Arns senior is gesteld. De stellingen van Arns senior zijn gemotiveerd weersproken door Arns junior en de gedingstukken bieden geen helderheid bieden in deze kwestie. Dit brengt met zich dat Arns junior niet hoeft te gedogen dat Arns senior gebruik maakt van de route door de aanbouw om zijn kantoor te bereiken. De vordering van Arns senior om Arns junior te verbieden aan hem de toegang tot de bedrijfsruimten op welke wijze dan ook te belemmeren zal dan ook worden afgewezen.

5.14. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Het spoedeisende belang vloeit voort uit de aard van de gevraagde voorzieningen en de stellingen van Arns junior daarover. De verschillende vorderingen van Arns junior zullen hierna achtereenvolgens aan de orde komen.

Het opheffen van de erfdienstbaarheid van uitweg

6.2. Deze vordering zal worden afgewezen, omdat deze het karakter van een verklaring voor recht heeft. Door middel van een verklaring voor recht wordt op bindende wijze tussen partijen vastgesteld wat rechtens is. Het voorlopige karakter dat de voorziening in kort geding per definitief heeft, brengt met zich dat zij een dergelijke bindende kracht niet kan hebben. Het behoort derhalve niet tot de bevoegdheid van de rechter in kort geding een zodanige vordering toe te wijzen.

Het verbod om de woning en het perceel van Arns junior te betreden en/of daar voertuigen of andere obstakels te plaatsen

6.3. Ingevolge artikel 5:22 BW mag Arns junior een ieder verbieden om zich zonder zijn toestemming op zijn perceel te bevinden en/of daar voertuigen of andere obstakels te plaatsen, mits dit op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt. In aanmerking genomen de volkomen verstoorde verhouding tussen partijen is er voldoende grond om Arns senior te verbieden zich op het perceel van Arns junior te bevinden, zij het met uitzondering van het gedeelte waarop de erfdienstbaarheid rust zoals in r.o. 5.9. is overwogen, en dit verbod te versterken met een dwangsom.

Het verbod tot het weghalen dan wel beschadigen van de wand tussen de woning van Arns senior (bedoeld zal zijn de woning van Arns junior, de voorzieningenrechter) en de kantoorruimte van Arns senior

6.4. Arns junior heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat er in deze wand een schuifdeur is geplaatst die toegang geeft tot de kantoorruimte van Arns senior. Deze schuifdeur is door Arns junior geblokkeerd om te voorkomen dat Arns senior de route door de aanbouw gebruikt om naar zijn kantoor te gaan. Arns senior heeft deze blokkade zonder toestemming verwijderd. Arns junior vreest dat bij terugplaatsing van de blokkade van de schuifdeur, Arns senior deze wederom zal verwijderen.

6.5. Arns senior heeft de stelling van Arns junior niet (voldoende) betwist. Er moet dan ook van worden uitgegaan dat Arns senior op deze wijze heeft gehandeld. Geoordeeld wordt dat een dergelijk handelen – mede in het licht bezien van hetgeen onder 5.13. is overwogen – als onrechtmatig moet worden aangemerkt. Om te bevorderen dat Arns senior zich in de toekomst zal onthouden van het weghalen dan wel beschadigen van de wand en de daarin geplaatste schuifdeur, zal de vordering van Arns junior worden toegewezen en zal aan Arns senior een dwangsom worden opgelegd voor iedere keer dat hij het verbod overtreedt, zoals hierna zal worden gemeld.

Het gebod om Arns senior het door hem verwijderde hekwerk te laten terugplaatsen op de scheiding van de percelen van partijen

6.6. Arns senior heeft erkend dat hij het hekwerk van het perceel van Arns junior heeft verwijderd. Hij stelt dat hij hiertoe gerechtigd was, omdat het hekwerk zijn eigendom is. In reactie op de stelling van Arns junior dat hij het hekwerk destijds samen met zijn vrienden heeft geplaatst, heeft Arns senior betoogd dat Arns junior dit hekwerk in opdracht van hem heeft geplaatst, omdat Arns junior ten tijde van het plaatsen van het hekwerk nog in dienstbetrekking van Arns senior was. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat Arns junior, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door Arns senior, voorshands niet, althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Arns senior onrechtmatig heeft gehandeld door het verwijderen van het hekwerk. Het gevorderde zal dan ook worden afgewezen.

6.7. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. verbiedt Arns junior om de uitweg vanaf de openbare weg tot de garage en het magazijn via het buitenterrein te blokkeren dan wel te belemmeren,

7.2. veroordeelt Arns junior om aan Arns senior een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 7.1. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,

7.3. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.4. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

7.6. verbiedt Arns senior om de woning en het perceel van Arns junior te betreden en/of daar voertuigen of andere obstakels te plaatsen, behoudens het gedeelte waarop de erfdienstbaarheid rust,

7.7. verbiedt Arns senior om de wand tussen de woning van Arns junior en de kantoorruimte van Arns senior weg te halen dan wel te beschadigen,

7.8. veroordeelt Arns senior om aan Arns junior een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 7.6. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,

7.9. veroordeelt Arns senior om aan Arns junior een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 7.7. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,

7.10. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.11. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.12. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2011.