Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU6200

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
29-11-2011
Zaaknummer
213263
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres vordert tussen partijen voor recht te verklaren dat Achmea aansprakelijk is voor het ontstaan van de aanrijding tussen de bij haar verzekerde auto 2 en het motorrijtuig van eiseres.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 213263 / HA ZA 11-392

Vonnis van 16 november 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. A. Dregmans te Arnhem,

tegen

1. de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. A.J. Schoonen te Apeldoorn,

2. de naamloze vennootschap

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

h.o.d.n. OHRA Schadeverzekeringen,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J. Boer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres], Achmea en Ohra genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 mei 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 17 augustus 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 10 januari 2010 heeft aan het begin van de middag op de autosnelweg A15 een aanrijding plaatsgevonden tussen drie motorrijtuigen, te weten de [auto 1] van [eiseres] (kenteken [ ], kleur zwart), de [auto 2] van de heer [betrokkene 1] (kenteken [ ], kleur groen) en de [auto 3] van de heer [betrokkene 6] ([ ], kleur rood). Het betrof een kop/staartbotsing waarbij [eiseres] met haar [auto 1] tegen de [auto 2] is gereden, die door de heer [betrokkene 1] werd bestuurd, en de [auto 3], die werd bestuurd door de heer [betrokkene 2], vervolgens op de achterzijde van de door [eiseres] bestuurde [auto 1] is gebotst.

2.2. De heren brigadier F.J.M. Kaal en H.C. van Voorthuisen, beiden lid van het team Verkeers Ongevallen Analyse van de politieregio Gelderland-Zuid, zijn ter plaatse gekomen en hebben hun bevindingen neergelegd in een ‘Proces-Verbaal VerkeersOngevalsAnalyse’. Daarin is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

5. Interpretatie en analyse

[…]

5.2 Oorzaak, toedracht en gevolg

De bestuurder van de [auto 2] reed met zijn voertuig op de rijksweg A15 rechts te [woonplaats]. Door noodzaak geboden remde deze bestuurder krachtig, waardoor een aftekening van de blokkerende wielen ontstond op het wegdek. Door deze handeling botste de [auto 2] met de linker achterzijde tegen de middenvangrail en kwam met zijn voertuig diagonaal op rijstrook 1 tot stilstand. Waarschijnlijk reed op dat moment de bestuurster van de [auto 1] achter de [auto 2] op rijstrook 1. Door naar rechts weg te sturen kon zij nog wel de achterzijde van de [auto 2] ontwijken, zij botste echter met de linker voorzijde van haar voertuig tegen de rechtervoorzijde van de [auto 2]. Wij hebben geen remsporen aangetroffen van de [auto 1]. Doordat de [auto 1] voorzien is van ABS zal bij een krachtige remming geen of een moeilijk zichtbare aftekening van de wielen op het wegdek plaatsvinden. De bestuurder van de [auto 3] reed achter de [auto 1], ook op rijstrook 1. Deze kon een aanrijding niet meer voorkomen en botste met de voorzijde tegen de achterzijde van de [auto 1]. Doordat de [auto 3] voorzien is van ABS zal bij een krachtige remming geen of een moeilijk zichtbare aftekening van de wielen op het wegdek plaatsvinden. Tijdens de botsing tussen de [auto 1] en de [auto 3] werd het rechterwiel van de [auto 1] ingeklemd, waardoor een aftekening van dat blokkerend wiel op het wegdek ontstond.

Gezien de plaats van aantreffen van de voertuigen achtten wij het meest waarschijnlijk, dat, nadat de [auto 1] tegen de [auto 2] was gebotst, de [auto 3] tegen de [auto 1] botste. Door ons kon niet exact vastgesteld worden bij welke botsing het letsel van de bestuurster van de [auto 1] is ontstaan. Gezien de schade aan de [auto 2] en de [auto 1] lijkt het of de impact op de bestuurster minder is geweest dan de impact op de bestuurster tijdens de botsing met de [auto 3]. […]

In het proces-verbaal is voorts aangekruist dat de weersgesteldheid ‘droog’ en ‘helder’ was en het wegdek (onder meer) ‘nat’ en ‘vochtig’.

2.3. Agent E. Dobbelsteen en brigadier A. van Brakel van de politieregio Gelderland-Zuid hebben een aantal betrokkenen bij de aanrijding ter plaatse als getuige respectievelijk verdachte gehoord, waarvan proces-verbaal is opgemaakt (proces-verbaalnummer 2010003533).

2.4. Over het verhoor van de heer [betrokkene 1] voornoemd (hierna: [betrokkene 1]) is in het proces-verbaal, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

Mijn vriendin zat naast mij. Ik bestuurde mijn [auto 2]. Ik reed ongeveer 90 kilometer per uur op de rechterrijstrook. Ik reed ongeveer 2 auto’s lengte achter deze vrachtwagen. Ik wilde deze vrachtauto gaan inhalen. Gelijk op dat moment zag ik dat de vrachtauto die voor mij reed wat uitweek en ging remmen. Ik reageerde daarop door mijn auto naar de linkerrijstrook te sturen. Ik zag op dat moment dat er iets van de voorzijde van die vrachtwagen kwam. Ik zag even later dat dit een zwaan was. Ik denk dat de bestuurder van die vrachtwagen ook op de zwaan gereageerd had. Toen ik de zwaan zag heb ik volop geremd. Daardoor trok mijn auto wat scheef en kwam met de linker achterzijkant van mijn auto tegen de vangrail althans dat dacht ik, later bleek dat niet het geval was. Daardoor kwam ik met mijn auto schuin tot stilstand. Gelijk op dat moment botste een bestuurster van zwarte [auto 1] vol tegen de rechter voorzijkant van mijn auto. Ook zag ik dat een bestuurder van een rode auto achterop de zwarte [auto 1] botste. […] Die zwaan heb ik volgens mij wel iets geraakt. Dat weet ik echter niet zeker.

2.5. Voorts is als getuige gehoord mevrouw [ ] [betrokkene 3], die op de bijrijderstoel naast [betrokkene 1] in de [auto 2] zat. Het proces-verbaal vermeldt dienaangaande, voor zover van belang, het volgende:

Wij reden […] op de rechterrijstrook […]. Ik zag dat er een zwaan op de rechterrijstrook van de A 15 liep. De bestuurder van een vrachtauto die voor ons reed, remde daarvoor. Mijn vriend [betrokkene 1], deed dat toen ook. Ik zag dat mijn vriend zijn auto de linkerrijstrook opstuurde om de vrachtwagen en de zwaan te ontwijken. Hij moest ook krachtig remmen. Hierdoor draaide de achterkant van de auto weg en kwam volgens mij tegen de vangrail. Ook hierdoor draaide de auto iets met de motorkap richting rechterrijstrook. Gelijktijdig botste de bestuurster van een zwarte personenauto tegen de rechter voorzijde, zijkant, van de auto van mijn vriend. Ook zag dat er vervolgens een bestuurder van een rode personenauto tegen de achterzijde van die zwarte auto botste. […] Ik weet niet of mijn vriend de zwaan ook nog geraakt heeft. […]

2.6. Het proces-verbaal vermeldt over het – in de Engelse taal gehouden – verhoor van de heer [betrokkene 4], voor zover van belang, het volgende:

Vandaag […] reed ik met mijn voertuig, een vrachtwagen […] op de rechter rijstrook. […] liet ik het gas los en remde licht. Op dat moment zag ik een zwaan het wegdek van de linkerstrook naar de rechterstrook komen en weer terug naar links lopen. Ik maakte daarom ruimte door meer naar rechts te gaan rijden met mijn rechter wielen over de lijn van de vluchtstrook. Ik zag vervolgens in mijn linker buitenspiegel, dat de zwaan weer naar rechts liep. Ik zag vervolgens een groene auto een beweging naar links maken. […] hoorde ik slippende banden over het wegdek. Ik zag dat de auto naar links bewoog en tegen de vangrail aanschoof. Ik zag dat die groene auto de linkerzijde van de zwaan raakte. Ik zag dat deze groene auto vervolgens schuin op de linker rijstrook kwam te staan met de voorkant in de richting van de rechter rijstrook. Ik zag vervolgens dat een zwarte auto rechtsvoor tegen de zijkant van de groene auto reed en dat er een rode auto vervolgens op de achterzijde van de zwarte auto reed.

2.7. Over het verhoor van de heer [betrokkene 2] voornoemd (hierna: [betrokkene 2]) is in het proces-verbaal, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

Ik reed ongeveer 90 kilometer per uur. Volgens mij reed ik op de linkerrijstrook omdat rechts een vrachtauto reed. […] Ik zag voor mij auto’s opeens remmen. […] Ik heb ook geremd en uitgeweken maar ik kon niet voorkomen dat ik op mijn voorligger botste. […]

2.8. Dezelfde dag (10 januari 2010) is in het ziekenhuis als getuige gehoord de heer [betrokkene 5], die op de bijrijderstoel naast [betrokkene 2] in de [auto 3] zat. Het proces-verbaal van het verhoor vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

[…] Voor ons zag ik een zwarte auto en hierachter een Amerikaanse auto rijden. Wij reden op de linker rijstrook. Op gegeven moment zag ik een vogel op de snelweg lopen. Er reed ook een vrachtwagen. Ik zag dat de Amerikaanse auto uitweek naar links en de zwarte auto uitweek naar rechts. Ik zag dat de zwarte auto afremde. Ik hoorde en voelde dat de auto waarin ik zat ook sterk afremde. […] Wij reden tegen de zwarte auto aan.

2.9. Bij de stukken bevindt zich een schademeldingsformulier dat is ingevuld door [betrokkene 1] op 10 januari 2010 met als bijlage een “verslag aanrijding te Tiel behorende bij schadeformulier” dat als volgt luidt:

LS

[…] Mijn snelheid was ongeveer 95 km/h. Voor mij bevond zich een vrachtauto welke begon te remmen waardoor ik naar links uitweek om de vrachtauto te passeren. Nog enigszins rijdend achter de vrachtauto ging deze abrupt ook naar links waarschijnlijk heeft de chauffeur mij in zijn spiegel gezien en is weer abrupt naar rechts gaan sturen dit alles is en fracties van secondes gebeurd. Ik remde uit alle macht en heb hierdoor de vrachtauto niet geraakt […]

2.10. Op 11 januari 2010 is [eiseres] telefonisch gehoord. Volgens het proces-verbaal heeft zij op dat moment het volgende verklaard:

[…] Ik reed achter een groene, Amerikaanse personenauto op de rechter rijstrook. Ik zag dat deze groene auto in ging halen en daarbij de rechter naar de linker rijstrook bewoog. Ik deed hetzelfde en stuurde mijn voertuig ook naar de linker rijstrook. Mijn snelheid was op dat moment 120 km/u. Ik zag dat de rode auto, die achter mij op de rechter rijstrook reed, ook ging inhalen en eveneens verplaatste van de rechter rijstrook naar de linkerrijstrook. Mijn afstand tot de groene auto voor mij was op dat moment circa 3 tot 4 personenautolengtes. Gevoelsmatig reed de groene auto iets harder dan ik deed, omdat de afstand groter was geworden. Ik zag vervolgens een gans midden op de rijbaan. Ik zag de remlichten van de groene auto oplichten en de auto van richting veranderen […]. De groene auto kwam daarbij dwars op de linkerrijstrook te staan. De gans bevond zich nog in het midden van de rijbaan. Ik voelde en hoorde vervolgens een klap en zag dat ik met mijn voertuig de groene auto raakte aan de rechterzijkant, ter hoogte van de voorbumper. Ongeveer 1 a 2 seconden later schat ik, voelde en hoorde ik een harde klap van achteren. […]

2.11. Bij de stukken bevindt zich een schademeldingsformulier dat is ingevuld door de heer [betrokkene 6] en dat is afgestempeld op 19 januari 2010. Daarop heeft hij de vraag wie naar zijn mening aansprakelijk is als volgt beantwoord: “Bestuurder vrachtwagen. Hij is midden op de snelweg vol in de remmen gegaan en op de linkerbaan terecht gekomen. Noodstop voor overstekende zwaan.” Voorts heeft hij daarop aangetekend dat de snelheid van de verzekerde 120 kilometer per uur bedroeg.

2.12. Op 20 maart 2010 is [eiseres] opnieuw door de politie gehoord, ditmaal in het politiebureau. Volgens het proces-verbaal heeft zij daar het volgende verklaard:

[…] U heeft mijn 1e verklaring voorgelezen en ik wil opmerken dat deze niet geheel juist is. […] Wat er in de 1e verklaring aangepast/aangevuld moet worden is het volgende:

Wij, daarmee bedoel ik de bestuurder van de groene auto en ik reden op de rechterrijstrook. Voor ons reed een truck (vrachtauto) Ik besloot om deze te gaan inhalen. Tussen mij en de truck reden meer auto’s, ik denk twee of drie. Waaronder de groene auto. Dat was een Amerikaans model auto. Terwijl ik aan het inhalen was op de linkerrijstrook zag ik dat de bestuurder van die groene Amerikaanse auto opeens naar links kwam op de linkerrijstrook. Waar ik inmiddels reed. Dit deed hij omdat de bestuurder van de vrachtauto opeens remde. Ik heb de remlichten van de vrachtauto gezien. Doordat de bestuurder van de groene Amerikaanse auto op de linkerrijstrook kwam waar ik reed heb ik krachtig geremd […]. Ik stuurde daarbij iets naar rechts omdat daar nog ruimte was. Links van mij was de vangrail en voor mij de groene auto. Ik zag dat ik recht op het portier van de passagier van die groene auto afreed. Ik zag het gezicht en de ogen van die vrouw die daar zat. Gelijk op dat moment kwam de neus van die lange groene auto weer naar het midden van de weg. Ik botste uiteindelijk tegen de rechter voorzijkant van die groene auto, ter hoogte van het wiel. Ik zag toen ook dat er een zwaan midden op de rijbaan van de snelweg stond […] Gelijk daarop werd ik nogmaals aangereden door een bestuurder van een auto die achterop mijn auto botste. […]

2.13. Op 9 juni 2010 heeft [betrokkene 1] bij e-mail aan zijn assurantietussenpersoon een aanvulling gegeven op zijn verslag van de aanrijding bij zijn schadeformulier, welke aanvulling als volgt luidt:

Ik blijf bij onderstaande verklaring echter heb ik niet gesproken over een gans/zwaan omdat dit niet de reden was waarom ik abrupt moest remmen. Ik moest abrupt remmen voor de vrachtwagen die waarschijnlijk uitweek voor de gans/zwaan richting mijn rijstrook. Op het moment dat ik aan het remmen was had ik de gans/zwaan nog niet gezien. […]

2.14. Op verzoek van het Waarborgfonds Motorverkeer heeft ook de heer R. Karstens re., werkzaam bij Schalke & Partners onderzoeks- en adviesbureau, de toedracht van de aanrijding onderzocht omdat [betrokkene 1] het fonds voor zijn schade had aangesproken. Karstens voornoemd heeft in dat verband met de betrokkenen gesproken en op 23 december 2010 als volgt gerapporteerd:

[…]

Verklaring claimant en diens partner

Op 9 december 2010 is gesproken met dhr. [betrokkene 1] en diens partner, mevr. [betrokkene 3]. […] Men reed over de rechterrijstrook op een afstand van ongeveer 20 meter achter een vrachtauto met een snelheid van circa 95-100 km per uur. Op de linkerrijstrook reed geen verkeer. […] De vrachtauto remde ineens. Dhr. [betrokkene 1] keek naar links, gaf richting aan naar links om de vrachtauto in te halen. Hij reed met dezelfde snelheid op de linkerrijstrook en was bezig de vrachtauto in te halen. En reed met de voorzijde net voorbij de achterzijde van de vrachtauto. Ineens kwam de vrachtauto met een abrupte beweging naar links. […] Om een aanrijding met die vrachtauto te voorkomen remde dhr. [betrokkene 1]. Hij had geen ruimte meer om nog verder naar links uit te wijken vanwege de middengeleider. Tijdens het remmen raakte zijn auto in de slip en de achterkant van zijn auto brak naar links uit. De vrachtauto stuurde ineens weer naar rechts. De linkerachterzijde van de [auto 2] raakte de middengeleider en de auto kwam in een hoek van ongeveer 45 graden op de linkerrijstrook tot stilstand waarbij de linkerachterzijde in de richting van de middengeleider stond. […] Op dat zelfde moment reed ee[auto 1]uto 1] met hoge snelheid met de linkervoorzijde tegen de rechtervoorzijde van mijn auto. […] Pas na het ongeval zag men dat een zwaan van rechts over de rijbanen liep. […] De politie heeft de verkeerde toedracht van het ongeval in hun registratieset vermeld. […]

Verklaring mevr. [eiseres] ([auto 1])

[…] Mevr. [eiseres] reed op ruime afstand achter de [auto 2] op de rechterrijstrook. De [auto 2] reed op vrij korte afstand achter de vrachtauto. […] besloot zij in te halen en wisselde naar de linkerrijstrook. Op dat moment zag zij ruim voor de vrachtauto een zwaan over de weg lopen. […] de vrachtauto remde. De [auto 2] wisselde met een enigszins abrupte en slingerende beweging naar de linkerrijstrook. Op dat moment zag de bestuurder van de [auto 2] waarschijnlijk ook de zwaan en remde en raakte in de slip waarbij de linkerzijde de vangrail raakte en het voertuig schuin over de linkerrijstrook terecht kwam. Mevr. [eiseres] remde en stuurde naar rechts op de [auto 2] nog te kunnen ontwijken doch ze raakte met de linkervoorzijde nog de rechtervoorzijde van de [auto 2]. Direct daarna werd ze van achteren aangereden door de [auto 3]. […]

Verklaring dhr. [betrokkene 2] en dhr. [betrokkene 6] ([auto 3])

[…] Dhr. [betrokkene 6] en dhr. [betrokkene 2] hebben de vrachtwagen een slingerende beweging zien maken maar geen van beiden kan zeggen of de vrachtwagen daarbij op de linkerrijstrook is gekomen. Volgens hen zou het mogelijk kunnen zijn dat de vrachtauto eerst naar rechts, naar de vluchtstrook is gegaan en daarna weer terug naar de rechterrijstrook. Het ging allemaal in een fractie van een seconde. Waarom de [auto 2] in de problemen kwam is hen niet bekend. […]

2.15. [betrokkene 1] heeft ingevolge de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) voor zijn [auto 2] een verzekering gesloten met Achmea. [betrokkene 2] heeft voor zijn [auto 3] een dergelijke verzekeringsovereenkomst gesloten met Ohra.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert – samengevat – om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

1. tussen partijen voor recht te verklaren dat Achmea aansprakelijk is voor het ontstaan van de aanrijding tussen de bij haar verzekerde [auto 2] en het motorrijtuig van [eiseres];

2. primair tussen partijen voor recht te verklaren dat Ohra aansprakelijk is voor het ontstaan van de aanrijding tussen de bij haar verzekerde [auto 3] en het motorrijtuig van [eiseres];

subsidiair, in geval wordt geoordeeld dat Ohra niet aansprakelijk is,

tussen partijen voor recht te verklaren dat Achmea (mede) voor het ontstaan van de aanrijding tussen de [auto 3] en het motorrijtuig van [eiseres] aansprakelijk is,

dan wel, in geval wordt geoordeeld dat Achmea en Ohra ieder voor een deel voor het ontstaan van de aanrijding tussen de [auto 3] en het motorrijtuig van [eiseres] aansprakelijk is, dit tussen de partijen voor recht te verklaren met bepaling van de verhouding waarin deze aansprakelijkheid onder [eiseres] en Ohra dient te worden verdeeld,

3. Achmea en [eiseres] te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. [eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de bestuurders van de [auto 2] en de [auto 3], te weten [betrokkene 1] respectievelijk [betrokkene 2], onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld. Achmea en Ohra zijn als de WAM-verzekeraars van de betreffende motorrijtuigen voor de dientengevolge door [eiseres] geleden schade aansprakelijk.

3.3. Achmea en Ohra voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Aanrijding tussen [eiseres] en [betrokkene 1]

4.1. Zoals ter comparitie nader is toegelicht, verwijt [eiseres] [betrokkene 1] dat hij te weinig afstand heeft gehouden tot de voor hem op de rechter rijbaan rijdende vrachtwagen en dat hij abrupt, hoekig, nonchalant, ineens naar links uitschoot toen de vrachtwagen ging remmen, terwijl [eiseres] op dat moment reeds op de linker rijbaan reed. Volgens [eiseres] kon [betrokkene 1] door deze inhaalmanoeuvre niet goed meer anticiperen op de zwaan die voor de vrachtwagen de weg overstak en is hij daarom hevig gaan remmen waardoor hij de linker vangrail heeft geraakt, is gaan draaien en dwars op de linker rijbaan tot stilstand is gekomen. [eiseres] stelt dat zij hem daardoor niet meer kon ontwijken. Volgens [eiseres] gebeurde alles tegelijk en moest zij meteen volop op de rem toen [betrokkene 1] naar links kwam.

4.2. Achmea heeft de door [eiseres] gestelde toedracht van de aanrijding betwist. Volgens haar reden [betrokkene 1] en [eiseres] beiden achter de vrachtwagen en zijn zij gelijktijdig naar de linker rijstrook gegaan om de vrachtwagen in te halen. Tijdens de inhaalmanoeuvre kwam de vrachtwagen plotseling naar links, reden waarom [betrokkene 1] naar links moest uitwijken en sterk moest remmen. Daardoor heeft [betrokkene 1] de linker vangrail geraakt, is hij gaan draaien en dwars op de linker rijbaan tot stilstand is gekomen, waarna [eiseres] met haar auto tegen zijn auto is gebotst.

4.3. Opgemerkt wordt dat in de onder 2. aangehaalde, onderling afwijkende verklaringen van de betrokkenen bij het ongeval zowel aanknopingspunten te vinden zijn voor de versie van [eiseres] als voor de versie van Achmea.

4.4. De rechtbank stelt voorop dat zij met [eiseres] van oordeel is dat als de door haar gestelde toedracht van de aanrijding in rechte vast komt te staan, daarmee gegeven is dat [betrokkene 1] toerekenbaar onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. In de gestelde toedracht ligt immers besloten dat [betrokkene 1] door het wisselen van de rechter rijbaan naar de linker rijbaan de remweg van de reeds op de linker rijbaan rijdende [eiseres] zodanig heeft ingekort dat zij daardoor niet meer tijdig tot stilstand kon komen toen [betrokkene 1] direct na de wisseling van rijbaan sterk afremde en onverhoeds tot stilstand kwam.

Daarbij verdient het opmerking dat het de combinatie van de gestelde inhaalmanoeuvre en de remmanoeuvre van [betrokkene 1] is die onrechtmatig is jegens [eiseres] en niet de remmanoeuvre op zichzelf, omdat [betrokkene 1] volgens beide versies tot remmen genoodzaakt was.

4.5. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Achmea is het conform de hoofdregel in artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aan [eiseres] om de door haar gestelde toedracht van de aanrijding te bewijzen, met uitzondering van de gestelde reden waarom [betrokkene 1] op de linkerbaan is gaan remmen. Indien zij daarin slaagt, staat daarmee vast dat [betrokkene 1] onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld, dat [betrokkene 1] dit ook kan worden toegerekend en dat [eiseres] dientengevolge schade heeft geleden die zij anders niet zou hebben geleden. Dit brengt mee dat [betrokkene 1] aansprakelijk is voor de aanrijding op de voet van artikel 6:162 BW en dus ook Achmea ingevolge artikel 6 WAM. De gevorderde verklaring voor recht (nummer 1. in 3.1) zal dan worden toegewezen. Nu de omvang van de schadevergoedingsverbintenis geen rol speelt bij de vestiging van de aansprakelijkheid en de gevorderde verklaring voor recht juist daartoe is beperkt, behoeft het door Achmea gevoerde verweer van eigen schuld van [eiseres] geen bespreking. Indien [eiseres] faalt in het bewijs, zal haar vordering worden afgewezen.

Aanrijding tussen [betrokkene 2] en [eiseres]

4.6. [eiseres] verwijt [betrokkene 2] dat hij niet goed heeft opgelet, niet goed heeft geanticipeerd op de situatie voor hem en/of onvoldoende afstand heeft gehouden tot haar auto, als gevolg waarvan hij zijn auto niet tijdig tot stilstand kon brengen en achterop haar auto is gebotst. [betrokkene 2] zou na het ongeval tegen [eiseres] hebben gezegd dat hij haar niet had zien remmen.

4.7. Ohra heeft betwist dat [betrokkene 2] dit na het ongeval tegen [eiseres] heeft gezegd en verwijst daarvoor naar de verklaring die [betrokkene 2] ten overstaan van de politie heeft afgelegd, dat hij heeft gezien dat de auto’s voor hem opeens remden en dat hij vervolgens zelf heeft geremd en is uitgeweken (2.7). Volgens Ohra heeft [betrokkene 2] daarmee adequaat gereageerd op een noodstop waar hij in redelijkheid geen rekening mee hoefde te houden, omdat het een snelweg betrof waar een stopverbod geldt, en waar het verkeer bovendien relatief rustig was ten tijde van het ongeval. Voorts stelt Ohra dat [betrokkene 2] met niet meer dan de toegestane snelheid van 120 kilometer per uur heeft gereden (zoals opgegeven in het schadeformulier van [betrokkene 6], zie 2.11) en mogelijk slechts met een snelheid van 90 kilometer per uur (zoals [betrokkene 2] bij de politie heeft verklaard, zie 2.7).

4.8. Hierna zal van de drie gedragingen die [eiseres] [betrokkene 2] verwijt, het onvoldoende afstand houden als eerste worden beoordeeld. In dat verband wordt vooropgesteld dat het feit dat er een stopverbod geldt op autosnelwegen zoals neergelegd in artikel 43, tweede lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) niet betekent dat bestuurders van een voertuig geen rekening hoeven te houden met een noodstop door andere bestuurders, integendeel. Artikel 19 RVV, dat eveneens geldt op autosnelwegen, schrijft immers voor dat een bestuurder zodanige afstand houdt tot zijn voorligger dat hij in staat is zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.

4.9. Ohra wijst er terecht op dat het vaste rechtspraak is dat ingeval van een kop-staartbotsing de enkele omstandigheid dat de achterste bestuurder zijn auto niet tijdig tot stilstand heeft weten te brengen en met zijn auto achterop de auto van zijn voorganger botst, onvoldoende grond is voor een rechterlijk vermoeden dat, behoudens tegenbewijs, vast staat dat artikel 19 RVV is geschonden. Nu [betrokkene 2] niet is bevraagd door de politie over de afstand waarop hij zich ten opzichte van [eiseres] bevond op het moment dat hij begon te remmen en ook de andere betrokkenen daarover niet hebben verklaard, zijn er ook geen andere feiten of omstandigheden op basis waarvan voorshands kan worden aangenomen dat [betrokkene 2] artikel 19 RVV heeft geschonden. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv is het dan ook aan [eiseres] om dat te bewijzen.

4.10. Indien [eiseres] daarin slaagt, staat daarmee vast dat [betrokkene 2] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en dat hem dit ook kan worden toegerekend. Alsdan ligt de vraag voor of [eiseres] dientengevolge schade heeft geleden.

4.11. Uit de arresten van de Hoge Raad van 29 november 2002, NJ 2004, 304 en 305, volgt dat indien door een als onrechtmatige daad aan te merken gedraging een risico ter zake van het ontstaan van schade in het leven is geroepen en dit risico zich vervolgens verwezenlijkt, daarmee het causaal verband tussen die gedraging en de aldus ontstane schade in beginsel is gegeven, tenzij degene die op grond van die gedraging wordt aangesproken bij wege van tegenbewijs aannemelijk maakt dat die schade ook zonder die gedraging zou zijn ontstaan. Voor het maken van deze uitzondering is alleen plaats als het gaat om schending van een norm die ertoe strekt een specifiek gevaar ter zake van het ontstaan van schade bij een ander te voorkomen en als dit gevaar door de normschending in het algemeen in aanmerkelijke mate wordt vergroot. In dat geval is het immers, gelet op de bescherming die een dergelijke norm beoogt te bieden, redelijk, behoudens tegenbewijs, ervan uit te gaan dat, als het specifieke gevaar waartegen de norm beoogt te beschermen, zich heeft verwezenlijkt, dit een gevolg moet zijn geweest van deze normschending.

4.12. Ingeval [eiseres] slaagt in het bewijs en daarmee vast is komen te staan dat [betrokkene 2] de norm van artikel 19 RVV heeft geschonden, staat tevens vast dat het risico waar die norm tegen beoogt te beschermen – te weten voorkoming van schade door aanrijdingen van achteren – zich heeft verwezenlijkt, nu niet in geschil is dat [betrokkene 2] van achteren op [eiseres] is ingereden. Omdat Ohra niet heeft gesteld dat de schade van [eiseres] in dat geval ook zonder die normschending zou zijn ontstaan, komt de rechtbank aan tegenbewijs niet toe. Indien [eiseres] derhalve slaagt in het bewijs, staat daarmee vast dat [eiseres] schade heeft geleden tengevolge van de toerekenbare onrechtmatige daad van [betrokkene 2]. Dit brengt mee dat [betrokkene 2] aansprakelijk is voor de aanrijding op de voet van artikel 6:162 BW en dus ook Ohra ingevolge artikel 6 WAM. De primair gevorderde verklaring voor recht (nummer 2. in 3.1) zal dan worden toegewezen.

4.13. Daarnaast wordt [eiseres], gelet op het gemotiveerde verweer van Ohra, bewijs opgedragen van haar stellingen dat [betrokkene 2] niet goed heeft opgelet en/of niet goed heeft geanticipeerd en dat [betrokkene 2] als gevolg daarvan achterop haar auto is gebotst. Van een specifieke normschending als hiervoor bedoeld, is hier immers geen sprake. Indien [eiseres] daarin slaagt, staat vast dat [betrokkene 2] onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld, dat hem dit kan worden toegerekend en dat [eiseres] dientengevolge schade heeft geleden die zij anders niet zou hebben geleden. Dit brengt mee dat [betrokkene 2] aansprakelijk is voor de aanrijding op de voet van artikel 6:162 BW en dus ook Ohra ingevolge artikel 6 WAM. De primair gevorderde verklaring voor recht (nummer 2. in 3.1) zal dan worden toegewezen.

4.14. Indien [eiseres] daarentegen faalt in het haar conform rechtsoverwegingen 4.9 én 4.13 op te dragen bewijs, zal de primair gevorderde verklaring voor recht (nummer 2. in 3.1) worden afgewezen. Alsdan komt de rechtbank toe aan de subsidiair onder nummer 2. in 3.1 gevorderde verklaring voor recht dat Achmea voor het ontstaan van de aanrijding tussen [betrokkene 2] en [eiseres] aansprakelijk is. In het geval dat [eiseres] faalt in het bewijs als bedoeld in rechtsoverweging 4.5, zal deze subsidiaire vordering reeds om die reden moeten worden afgewezen. In dat geval is immers niet vast komen te staan dat [betrokkene 1] een fout heeft gemaakt. In het geval dat [eiseres] daarentegen wel in het bewijs slaagt, ligt de vraag voor of de fout van [betrokkene 1] meebrengt dat Achmea ook aansprakelijk is voor de aanrijding tussen [betrokkene 2] en [eiseres]. De rechtbank beantwoordt deze vraag voorshands bevestigend. Achmea heeft immers niet betwist (de impliciete stelling van [eiseres]) dat zónder de aanrijding tussen [betrokkene 1] en [eiseres] ook de aanrijding tussen [betrokkene 2] en [eiseres] zou zijn uitgebleven. Daarmee is dan voldaan aan het vereiste van causaal verband – in de zin van conditio sine qua non-verband – voor de vestiging van aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:162 BW. Ook hier verdient het opmerking dat de subsidiair gevorderde verklaring voor recht is beperkt tot de vestiging van aansprakelijkheid en dat deze niet tevens de omvang van de daaruit voortvloeiende schadevergoedingsverbintenis betreft.

4.15. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. draagt [eiseres] op te bewijzen de door haar gestelde toedracht van de aanrijding tussen [betrokkene 1] en [eiseres] op 10 januari 2010 zoals is verwoord in rechtsoverweging 4.1, met uitzondering van de gestelde reden waarom [betrokkene 1] op de linker rijbaan is gaan remmen,

5.2. draagt [eiseres] op te bewijzen dat [betrokkene 2] voorafgaande aan de aanrijding tussen [eiseres] en [betrokkene 2] op 10 januari 2010 onvoldoende afstand heeft gehouden tot de auto van [eiseres],

5.3. draagt [eiseres] op te bewijzen dat [betrokkene 2] voorafgaande aan de aanrijding tussen [eiseres] en [betrokkene 2] op 10 januari 2010 niet goed heeft opgelet en/of niet goed heeft geanticipeerd op de aanrijding tussen [betrokkene 1] en [eiseres] alsmede dat [betrokkene 2] als gevolg daarvan achterop de auto van [eiseres] is gebotst,

5.4. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 30 november 2011 voor uitlating door [eiseres] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.5. bepaalt dat [eiseres], indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.6. bepaalt dat [eiseres], indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op maandagen en woensdagen in de maanden december 2011 tot en met februari 2012 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.7. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. M.J.P. Heijmans in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

5.8. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.9. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op

16 november 2011.