Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU5994

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
09-11-2011
Datum publicatie
28-11-2011
Zaaknummer
210138
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil met betrekking tot overeenkomst op grond waarvan eiseres in conventie paarden heeft getraind en gestald voor gedaagden in conventie. Laatstgenoemden konden de overeenkomst niet voortijdig opzeggen. Geen sprake van wanprestatie door eiseres in conventie. Verklaring voor recht dat eiseres in conventie recht heeft op 10% van de verkoopwaarde van het paard op de datum dat het paard bij hen is weggehaald. Vordering tot betaling in mindering gebracht. Trainings- en stallingstarief deels toegewezen.

Vordering in reconventie afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 210138 / HA ZA 10-2603

Vonnis van 9 november 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres].,

gevestigd te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

1. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. M.M.L. Blackstone te Deventer.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie] en [gedaagde(n) in conventie] c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 maart 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 22 augustus 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 [eiseres in conventie] is een familiebedrijf dat zich bezighoudt met het stallen, africhten en trainen van paarden en het organiseren van hippische evenementen.

2.2 [gedaagde(n) in conventie] c.s. zijn (mede)eigenaren van onder meer de paarden [paard 1] en [paard 2]. [gedaagde(n) in conventie] c.s. houden zich onder meer bezig met het trainen, stallen en fokken van paarden. Zij verrichten deze activiteiten onder de naam Stal [....].

2.3 De familie [eiseres in conventie] en [gedaagde(n) in conventie] kennen elkaar vanaf het midden van de jaren 80. Sindsdien hebben [gedaagde(n) in conventie] diverse paarden bij [eiseres in conventie] gestald om deze paarden door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] te laten trainen en uitbrengen op dressuurwedstrijden.

2.4 [gedaagde in conventie sub 1] is (tezamen met [betrokkene 3]) eigenaar van het paard [paard 1]. In 2000 hebben [gedaagde in conventie sub 1] en [betrokkene 3] enerzijds en [eiseres in conventie] anderzijds een overeenkomst gesloten. In de van deze overeenkomst opgemaakte akte van 23 januari 2000, waarin [gedaagde in conventie sub 1] en [betrokkene 3] zijn aangeduid als de “eigenaren” en [eiseres in conventie] als “Stal [eiseres in conventie]”, staat voor zover van belang het volgende:

“Deze overeenkomst heeft betrekking op de hengst [paard 1], geboren [geboortedatum] (…) hierna te noemen “de hengst”;

UITGANGSPUNTEN:

De eigenaren willen de hengst laten trainen en uit laten brengen in de dressuursport door [ ] [eiseres in conventie], de eigenaren en de stal streven beiden naar mogelijke successen in de internationale dressuursport;

Omdat de eigenaren bereid zijn om de hengst bij sportief succes voor Stal [eiseres in conventie] te behouden realiseert Stal [eiseres in conventie] de training tegen gereduceerde trainingskosten, en daarnaast zal Stal [eiseres in conventie] tevens zorg dragen voor de sperma win faciliteiten voor het gebruik als dekhengst en zoveel mogelijk rekening houden met de commerciële belangen van de eigenaren inzake de fokkerij;

De afstemming van wedstrijd- en fokkerij-carriere van de hengst zal zoveel mogelijk in overleg en met wederzijdse instemming gebeuren, maar bij problematische situaties inzake fokkerij- versus sportbelangen hebben de eigenaren het laatste woord behalve als Olympische kwalificatie tot de mogelijkheden behoort want dan zal het sportieve belang boven het fokkerij belang gaan, en zal de hengst in de kwalificatieperiode uitsluitend via diepvries sperma beschikbaar kunnen zijn;

IN VERBAND MET DEZE UITGANGSPUNTEN MAKEN DE EIGENAREN EN [eiseres in conventie] DE VOLGENDE AFSPRAKEN:.

1. De hengst komt bij Stal [eiseres in conventie] in training. Voor de training vergoedt de eigenaar de basiskosten ad f 1.500,00 per maand exclusief externe kosten zoals veterinaire kosten, verzekering, hoefsmid en btw. (…)

2. Kosten voor verzekering, registratie KWPN en vereniging van hengstenhouders, zijn voor rekening van de eigenaren. (…)

5. Het gebruik van de naam [paard 1] voor reclame doeleinden (sponsor prefix), sponsor logo op het zadeldekje, deken etcetera, is uitsluitend toegestaan na overleg met de eigenaren.

6. Verkoop van de hengst is niet het uitgangspunt van de eigenaren maar kan alleen gerealiseerd worden bij teleurstellende resultaten (zie punt 7) of extreem hoge aanbiedingen. Hiervoor is in januari 2001 een bedrag ad f 1.750.000,00 genoemd, maar bij verkoop van de hengst wordt altijd overleg gepleegd tussen de eigenaren en Stal [eiseres in conventie]. Bij verkoop ontvangt Stal [eiseres in conventie] 10% van het verkoopbedrag als de klant via Stal [eiseres in conventie] wordt aangebracht. Als de klant via de eigenaren wordt aangebracht krijgt Stal [eiseres in conventie] de volgende provisie:

Op vierjarige leeftijd 4 %

Op vijfjarige leeftijd 6 %

Op zesjarige leeftijd 8 %

Op achtjarige leeftijd 10%

7. Bij tegenvallende sportresultaten welke op redelijke termijn waren te verwachten bestaat de mogelijkheid het kontrakt te ontbinden voor beide partijen. Als Stal [eiseres in conventie] het kontrakt verbreekt vervalt het recht op provisie bij verkoop. Mocht opzegging gebeuren door de eigenaren dan blijft bij verkoop het percentage van het verkoopbedrag voor Stal [eiseres in conventie] gehandhaafd. Uitgangspunt voor de sportresultaten: 8-10 jaar internationaal lichte toer, 10-12 jaar internationaal zware toer. Bij succes blijft de hengst bij Stal [eiseres in conventie]. (…)”

2.5 In juli 2007 hebben [gedaagde in conventie sub 1] en [betrokkene 3] de stalling en training van [paard 1] bij [eiseres in conventie] beëindigd.

2.6 Vanaf april 2006 hebben [gedaagde(n) in conventie] c.s. het (aan hen in eigendom toebehorende) paard [paard 2] voor stalling en training ondergebracht bij [eiseres in conventie]. [gedaagde(n) in conventie] c.s. hebben in de periode april 2006 tot en met juli 2007 hiervoor maandelijks een vergoeding van € 815,00 exclusief b.t.w. aan [eiseres in conventie] betaald.

2.7 Ook nadien is [paard 2] voor stalling en training bij [eiseres in conventie] gebleven. Partijen hebben in juli 2007 daarover nadere afspraken gemaakt. In de daarvan opgemaakte akte van 5 juli 2007, ondertekend door [eiseres in conventie] en Stal [....], vertegenwoordigd door [gedaagde in conventie sub 1], staat voor zover van belang het volgende:

“Deze overeenkomst heeft betrekking op de hengst [sponsor] [paard 2] (…) hierna te noemen ‘de hengst’;

UITGANGSPUNTEN:

De eigenaren willen de hengst laten trainen en uit laten brengen in de dressuursport. De eigenaren en de stal streven beiden naar mogelijke successen in de internationale dressuursport en komen overeen dat de hengst definitief in training blijft bij de Stal indien hierna te omschrijven resultaten behaald worden;

Omdat de eigenaren bereid zijn om de hengst bij sportief succes voor Stal [eiseres in conventie] te behouden realiseert Stal [eiseres in conventie] de training tegen gereduceerde trainingskosten, en daarnaast zal Stal [eiseres in conventie] tevens zorg dragen voor de sperma win faciliteiten voor het gebruik als dekhengst en zoveel mogelijk rekening houden met de commerciële belangen van de eigenaren inzake de fokkerij;

De afstemming van wedstrijd- en fokkerijcarriere van de hengst zal in overleg en met wederzijdse instemming gebeuren, bij aanzienlijke sportieve belangen zoals Olympische Spelen en grote kampioenschappen zal het sportieve belang boven het fokkerijbelang gaan, en zal de hengst uitsluitend via diepvries sperma beschikbaar zijn;

IN VERBAND MET DEZE UITGANGSPUNTEN MAKEN DE EIGENAREN EN [eiseres in conventie] DE VOLGENDE AFSPRAKEN:

1. De hengst komt bij Stal [eiseres in conventie] in training. De kosten bedragen € 407.50 per maand exclusief externe kosten zoals veterinaire kosten, verzekering, hoefsmid en btw, vermeerderd met € 45,00 per gedekte en betaalde binnenlandse merrie. Deze € 407,50 is gebaseerd op de helft van het normale geld. ( € 50,- die normaal wordt berekend als [betrokkene 2] per keer een paard traint is ook hier niet van toepassing) Dit bedrag wordt gehanteerd tot dat de hengst lichte tour loopt. Op dat moment worden er nieuwe afspraken gemaakt. (…)

5. Nu [sponsor], hoofdsponsor van [betrokkene 2] is geworden, krijgt de hengst de naam [sponsor] [paard 2]. Dit wordt in het paspoort veranderd en op wedstrijden wordt gereden met een [sponsor] dekje.

6. Eventuele verkoop van de hengst in overleg, na wederzijdse goedkeuring. In principe in het contract zoals bij [paard 1].

Minimum verkoop bedrag in overleg. Wordt de hengst voor afloop van dit contract verkocht dan wordt het trainingsgeld wat nu in mindering wordt gebracht alsnog in rekening gebracht.

7. Uitgangspunt voor de sportresultaten: 8-10 jaar internationaal lichte toer, 10-12 jaar internationaal zware toer. Bij succes blijft de hengst bij Stal [eiseres in conventie]. Bij tegenvallende sportresultaten welke op redelijke termijn waren te verwachten bestaat de mogelijkheid het contract te ontbinden voor beide partijen. Als Stal [eiseres in conventie] het contract verbreekt vervalt het recht op provisie bij verkoop. Mocht opzegging gebeuren door de eigenaren dan blijft bij verkoop het percentage van het verkoopbedrag voor Stal [eiseres in conventie] gehandhaafd. (…)”

2.8 Op 23 juni 2010 hebben [gedaagde(n) in conventie] c.s. [paard 2] bij [eiseres in conventie] weggehaald.

2.9 Bij brief van 24 juni 2010 heeft [eiseres in conventie] het volgende bericht aan Stal [....]:

“Gisteren werd de dekhengst [paard 2] tegen onze wens door u weg gehaald van onze stal, Academy [eiseres in conventie] BV. Onder verwijzing naar de overeenkomst, de dato 5 juli 2007, tekenen wij bezwaar aan tegen deze gang van zaken en zullen wij ons in rechte laten vertegenwoordigen door DAS rechtsbijstand te Amsterdam.”

2.10 Bij brief van 7 juli 2010 heeft Das Rechtsbijstand namens [eiseres in conventie] het volgende bericht aan Stal [....]:

“(…) Geheel onverwacht en zonder instemming van cliënte heeft u [paard 2] op 22 juni j.l. bij cliënte weggehaald en bij een andere stal geplaatst.

Met dit handelen heeft u contractbreuk gepleegd. U bent toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Daar u definitief gekozen heeft voor niet nakoming van de overeenkomst, bent u hierdoor schadeplichtig jegens cliënte. Cliënte stelt u dan ook aansprakelijk voor alle door haar geleden schade en nog te lijden schade. Cliënte heeft tot het moment van weghalen van [paard 2] een schadepost van € 49.262,50 te vermeerderen met nog te lijden schade. (…)

Cliënte heeft vernomen dat u voornemens bent [paard 2] te gaan verkopen. Conform de overeenkomst heeft cliënte recht op een deel van de opbrengst uit de verkoop, te weten 10% van de verkoopprijs. (…)”

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eiseres in conventie] vordert na wijziging van eis samengevat - veroordeling van [gedaagde(n) in conventie] c.s. tot betaling van primair € 60.228,88, subsidiair € 22.306,55, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en daarnaast zowel primair als subsidiair voor recht te verklaren dat [eiseres in conventie] bij verkoop van het paard [paard 2] door of in opdracht van [gedaagde(n) in conventie] c.s. te allen tijde recht heeft op 10% van het bruto verkoopbedrag, en veroordeling van [gedaagde(n) in conventie] c.s. tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.778,00 en de proceskosten.

3.2. [gedaagde(n) in conventie] c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.3. [gedaagde(n) in conventie] c.s. vorderen samengevat - (i) voor recht te verklaren dat de boetebepalingen in de overeenkomst tussen partijen van juli 2007 zijn vernietigd,

(ii) veroordeling van [eiseres in conventie] tot het afleggen van rekening en verantwoording op de voet van artikel 7:403 BW over de door haar van sponsor [sponsor] ontvangen sponsorgelden ter zake van [paard 2] in de periode juli 2007 tot en met juni 2010,

(iii) [eiseres in conventie] te bevelen tot openlegging van haar boekhouding op de voet van artikel 843a Rv met betrekking tot de door haar van [sponsor] ontvangen sponsorgelden ter zake van [paard 2] in de periode juli 2007 tot en met juni 2010, en

(iv) voorwaardelijk – voor het geval de vordering in conventie wordt toegewezen – [eiseres in conventie] te veroordelen tot afdracht van de door haar van [sponsor] ontvangen sponsorgelden ter zake van [paard 2] over de periode juli 2007 tot en met juni 2010, vermeerderd met rente

en veroordeling van [eiseres in conventie] in de proceskosten.

3.4. [eiseres in conventie] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1 [eiseres in conventie] heeft aan haar vordering in conventie het volgende ten grondslag gelegd. Op grond van de overeenkomst stond het [gedaagde(n) in conventie] c.s. niet vrij om [paard 2] bij [eiseres in conventie] weg te halen en daarmee de overeenkomst te beëindigen. [paard 2] was op dat moment 8 jaar oud en had reeds de internationaal lichte tour bereikt. Ten aanzien van de te behalen sportresultaten was volgens de overeenkomst immers uitgangspunt dat dit niveau na 8-10 jaar zou worden bereikt. Partijen zijn overeengekomen dat [paard 2] bij het tijdig bereiken van de afgesproken sportresultaten definitief voor [eiseres in conventie] behouden zou blijven, zodat [betrokkene 2] daarna over een wedstrijdpaard voor deelname aan internationale wedstrijden zou beschikken. Uitsluitend om die reden heeft [eiseres in conventie] ingestemd met het door [gedaagde(n) in conventie] c.s. te betalen gereduceerd trainings- en stallingstarief voor [paard 2]. Nu de overeenkomst voortijdig is beëindigd en [paard 2] voor [eiseres in conventie] niet meer beschikbaar is voor internationale wedstrijden, kan [eiseres in conventie] de derving van inkomsten in verband met het gereduceerde tarief niet meer compenseren, zoals bij het aangaan van de overeenkomst was voorzien. [eiseres in conventie] vordert primair betaling door [gedaagde(n) in conventie] van het in mindering gebrachte trainings- en stallingstarief (€ 60.228,88).

Subsidiair vordert [eiseres in conventie] doorbetaling door [gedaagde(n) in conventie] c.s. van het gereduceerde tarief tot het moment waarop de overeenkomst voor het eerst rechtsgeldig door [gedaagde(n) in conventie] beëindigd had kunnen worden (€ 22.306,55). [paard 2] had op 8-jarige leeftijd reeds de internationaal lichte tour bereikt, zodat [gedaagde(n) in conventie] c.s. de overeenkomst eerst konden beëindigen indien [paard 2] op 20 april 2014 op 12-jarige leeftijd de internationaal zware tour niet zou hebben bereikt.

Daarnaast vordert [eiseres in conventie] een verklaring voor recht dat [gedaagde(n) in conventie] c.s. in geval van verkoop van [paard 2] nog 10 procent van het bruto verkoopbedrag aan [eiseres in conventie] is verschuldigd. Partijen zijn dit overeengekomen in artikel 6 van de overeenkomst van 5 juli 2007, aldus [eiseres in conventie].

4.2 [gedaagde(n) in conventie] c.s. hebben allereerst als verweer aangevoerd dat zij op grond van artikel 7:408 BW de overeenkomst te allen tijde mochten opzeggen. Volgens [gedaagde(n) in conventie] c.s. zijn zij wegens de opzegging geen enkele schadevergoeding aan [eiseres in conventie] verschuldigd omdat zij als natuurlijk persoon de opdracht hebben verstrekt anders dan in de uitoefening van een bedrijf. [gedaagde(n) in conventie] c.s. stellen dat zij hun paarden privé houden, uit privémiddelen hebben betaald en deze fiscaal in box 3 aangeven voor de inkomstenbelasting. De Wet inkomstenbelasting sluit de fokkerij van paarden uit van de kwalificatie als “agrarische onderneming”. Verder staan zij niet ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van koophandel en beschikken zij niet over een b.t.w.-nummer, aldus [gedaagde(n) in conventie] c.s.

4.3 De rechtbank verwerpt dit verweer. [gedaagde(n) in conventie] c.s. handelen onder de naam Stal [....]. Uit de in het geding gebrachte afdrukken van de website van Stal [....] (www.stalbria.nl) blijkt dat [gedaagde(n) in conventie] zichzelf daarin omschrijven als “bedrijf”. Verder staat vast dat [gedaagde(n) in conventie] c.s. zich onder de naam Stal [....] bezig houden met het stallen, trainen en fokken van paarden. [gedaagde(n) in conventie] c.s. hebben tijdens de comparitie verklaard dat zij momenteel circa 35 paarden op stal hebben. [gedaagde(n) in conventie] c.s. hebben verder gesteld dat zij ten aanzien van [paard 2] de hoge kosten en het daaraan verbonden “risico” hebben gedragen van de inseminatie, de dracht, de geboorte, de opfok van de jonge hengst, de KWPN-hengstenkeuring en het verrichtingsonderzoek. Verder staat in de overeenkomst ter zake van zowel [paard 1] als [paard 2] dat [eiseres in conventie] ”zoveel mogelijk rekening [zal] houden met de commerciële belangen” van de fokkerij van [gedaagde(n) in conventie] c.s. De taalkundige betekenis van “commercieel” is volgens Van Dale onder meer (i) de handel betreffend, (ii) op zakelijke grondslag en (iii) gericht op financieel succes. Door partijen zijn geen concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat partijen met het begrip “commercieel” in de overeenkomsten van een andere dan deze taalkundige betekenis zijn uitgegaan. Uitgangspunt is dan ook dat bij de inzet door [eiseres in conventie] van [paard 1] en [paard 2] voor de paardensport rekening diende te worden gehouden met de zakelijke financiële belangen van het bedrijf van [gedaagde(n) in conventie] c.s. Bovendien hebben [gedaagde(n) in conventie] c.s. gesteld dat [eiseres in conventie] op grond van de overeenkomst was gehouden om deze paarden “in de kijker te rijden” van andere fokkers om de dekaanvragen voor deze paarden te stimuleren waardoor ook een hogere prijs per dekking kon worden gevraagd. De rechtbank verwijst naar de stellingen van [gedaagde(n) in conventie] c.s. in de conclusie van antwoord, onder 26-30. Uit de door [eiseres in conventie] als producties 40 en 41 in het geding gebrachte overzichten van dekaantallen van respectievelijk [paard 1] en [paard 2] in de jaren vanaf 2000 tot en met 2009 blijkt verder dat sprake is van aanzienlijke dekaantallen per jaar.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de aard en omvang van het handelen [gedaagde(n) in conventie] c.s. onder de naam Stal [....] niet slechts – zoals [gedaagde(n) in conventie] c.s. tijdens de comparitie hebben verklaard – een “uit de hand gelopen” hobby is, maar dat zij door middel van deze duurzame en op het maken van winst gerichte activiteiten objectief beschouwd een onderneming uitoefenen. Het ontbreken van een inschrijving in het handelsregister en de wijze waarop [gedaagde(n) in conventie] c.s. van deze activiteiten aangifte doen voor de inkomstenbelasting, acht de rechtbank bij deze beoordeling niet doorslaggevend.

4.4 Vervolgens is de vraag of [gedaagde(n) in conventie] c.s. bevoegd waren de overeenkomst op te zeggen door [paard 2] op 23 juni 2010 bij [eiseres in conventie] weg te halen en of zij in verband met deze opzegging schadeplichtig zijn jegens [eiseres in conventie]. Aangezien beide partijen handelden in de uitoefening van hun bedrijf, geldt dat artikel 7:408 BW van regelend recht is. Aldus is van belang wat partijen eventueel omtrent opzegging van de overeenkomst en/of daaruit voortvloeiende schadeplichtigheid zijn overeengekomen. Hierbij komt het aan op de uitleg van de overeenkomst. De uitleg van een schriftelijk contract dient niet plaats te vinden op grond van alleen maar de taalkundige betekenis van de bewoordingen waarin het is gesteld. In praktisch opzicht is de taalkundige betekenis die deze bewoordingen, gelezen in de context van dat geschrift als geheel, in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben, bij de uitleg van dat geschrift vaak wel van groot belang. Bij de uitleg van een schriftelijk contract zijn telkens van beslissende betekenis alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen (HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493, LJN AO1427).

4.5 Uit de bewoordingen van de overeenkomst van 5 juli 2007 blijkt dat partijen zijn overeengekomen om [paard 2] door [eiseres in conventie] te laten trainen en in de dressuursport te laten uitbrengen en dat [paard 2] definitief bij [eiseres in conventie] in training blijft indien de in de overeenkomst nader omschreven sportresultaten worden behaald. Uitgangspunt voor de sportresultaten is dat [paard 2] bij [eiseres in conventie] in training blijft indien [paard 2] bij een leeftijd van 8 tot 10 jaar (dus uiterlijk 20 april 2012) de internationaal lichte tour heeft bereikt, dan wel bij een leeftijd van 10 tot 12 jaar (uiterlijk 20 april 2014) de internationaal zware tour heeft bereikt. Dit brengt mee dat de overeenkomst van 5 juli 2007 voor bepaalde tijd (in ieder geval tot 20 april 2012) is gesloten. Er zijn geen concrete feiten en omstandigheden gesteld of gebleken waaruit blijkt dat partijen – in afwijking van deze bewoordingen – ten aanzien van de duur van de overeenkomst een andersluidende bedoeling voor ogen stond. In beginsel konden [gedaagde(n) in conventie] c.s. deze overeenkomst voor bepaalde tijd dan ook niet opzeggen per 23 juni 2010.

4.6 [gedaagde(n) in conventie] c.s. stellen dat zij de overeenkomst niettemin mochten opzeggen vanwege een toerekenbare tekortkoming van [eiseres in conventie]. Zij hebben daartoe, kort gezegd, het volgende aangevoerd. [eiseres in conventie] heeft [paard 2] onvoldoende opgeleid in de dressuursport. [paard 2] is door [eiseres in conventie] te weinig uitgebracht op dressuurwedstrijden en hengstenshows, waardoor [paard 2] als dekhengst onvoldoende onder de aandacht is gebracht van fokkers. [eiseres in conventie] zou bovendien onvoldoende hebben meegewerkt aan de verkoop van [paard 2] aan een potentiële koper. De directe aanleiding voor de opzegging in juni 2010 was gelegen in de omstandigheid dat [eiseres in conventie] bij het Nederlands Kampioenschap Dressuur in de Steeg – anders dan gebruikelijk – [paard 2] als dekhengst tussen de andere paarden had gestald, met het risico dat [paard 2] verwondingen zou oplopen, aldus [gedaagde(n) in conventie] c.s.

4.7 Ten aanzien van de gestelde tekortkoming geldt in de eerste plaats dat nakoming van de overeenkomst door [eiseres in conventie] – het stallen, trainen en het uitbrengen in de dressuursport van [paard 2] – hiermee niet blijvend onmogelijk is geworden. Op grond van artikel 6:82 lid 1 BW treedt het verzuim eerst in door middel van een schriftelijke aanmaning waarin [eiseres in conventie] een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft. Vast staat dat een dergelijke ingebrekestelling nimmer door [gedaagde(n) in conventie] c.s. is uitgebracht, zodat [eiseres in conventie] niet in verzuim is geraakt. Voor zover [gedaagde(n) in conventie] c.s. betogen dat zij vanwege de bestaande vriendschapsband met de familie [eiseres in conventie] geen klachtbrief behoefden te verzenden, geldt dat zij onvoldoende concreet hebben gesteld op welk moment en op welke wijze zij mondeling en voor [eiseres in conventie] voldoende duidelijk hun beklag hebben gedaan over de wijze waarop door [eiseres in conventie] uitvoering werd gegeven aan de overeenkomst. In dit kader hebben [gedaagde(n) in conventie] c.s. niet meer gesteld dan dat zij hebben getracht [eiseres in conventie] “op zachtaardige wijze te bewegen” rekening te houden met hun belangen.

4.8 Naast het ontbreken van het vereiste verzuim geldt overigens dat [gedaagde(n) in conventie] c.s. hun stelling dat sprake is van een tekortkoming van [eiseres in conventie] onvoldoende hebben onderbouwd. Uitgangspunt in de overeenkomst voor de met [paard 2] te bereiken sportresultaten was dat [paard 2] bij een leeftijd van 8 tot 10 jaar het niveau van de internationaal lichte tour en bij een leeftijd van 10 tot 12 jaar de internationaal zware tour zou hebben bereikt. [eiseres in conventie] heeft onder verwijzing naar de reglementen van de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie onbetwist gesteld dat een combinatie mag deelnemen aan de wedstrijden van de internationaal lichte tour indien op een categorie 1/subtop wedstrijd twee keer 63 procent is behaald in een Prix Saint Georges en/of Intermediaire I Proef, binnen een periode van negen maanden voorafgaand aan de datum van inschrijving van de wedstrijd. Verder heeft [eiseres in conventie] onder verwijzing naar de (van de website van Stal [....] afkomstige) uitslagenlijst onbetwist gesteld dat de resultaten van [paard 2] in de negen maanden voorafgaand aan 23 juni 2010 zodanig waren dat [paard 2] overeenkomstig deze reglementen startgerechtigd was voor de internationaal lichte tour. Aldus was voldaan aan de eerste doelstelling voor de sportresultaten: [paard 2] had op een leeftijd van ruim 8 jaar het niveau bereikt waarop deelname aan de internationaal lichte tour mogelijk was. De omstandigheid dat op het moment dat [paard 2] op 23 juni 2010 werd weggehaald bij [eiseres in conventie] nog niet daadwerkelijk wedstrijden in deze klasse had gereden, doet aan het voorgaande niet af. Volgens de overeenkomst had [eiseres in conventie] nog totdat [paard 2] de leeftijd van 10 jaar had bereikt (20 april 2012) de tijd om dit niveau met [paard 2] te bereiken. Door het weghalen van [paard 2] op 23 juni 2010 door [gedaagde(n) in conventie] c.s. is [eiseres in conventie] de kans op deelname aan een wedstrijd in de internationaal lichte tour ontnomen, terwijl dit gezien het niveau van [paard 2] op dat moment al wel mogelijk was. Ten aanzien van de opleiding van [paard 2] voor de dressuursport blijkt dan ook niet dat [eiseres in conventie] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.

Verder geldt dat [gedaagde(n) in conventie] c.s. onvoldoende concreet hebben gesteld dat [paard 2] door toedoen van [eiseres in conventie] onvoldoende onder de aandacht van fokkers is gebracht gedurende de uitvoering van de overeenkomst tussen juli 2007 en juni 2010. [eiseres in conventie] heeft als productie 41 een overzicht overgelegd van dekkingsaantallen door [paard 2] in de periode vanaf 2005. De in dit overzicht vermelde aantallen vormen een gemotiveerde betwisting van de stelling dat [eiseres in conventie] het belang van [gedaagde(n) in conventie] c.s. om [paard 2] als dekhengst onder de aandacht van fokkers te brengen, heeft verwaarloosd. Verder hebben [gedaagde(n) in conventie] c.s. ten aanzien van vergelijkbare dekhengsten ([diverse paarden]) slechts gesteld dat hiermee “aanzienlijke dekaantallen” zijn gehaald, zonder concreet aan te geven in hoeverre deze dekaantallen verschillen van de met [paard 2] gerealiseerde aantallen.

Ook hebben [gedaagde(n) in conventie] c.s. hun stelling dat door toedoen van [eiseres in conventie] de verkoop van [paard 2] is gefrustreerd, onvoldoende onderbouwd. Uit de door [gedaagde(n) in conventie] c.s. overgelegde verklaring van [betrokkene 4] blijkt niet meer dan dat bij het bezoek van [betrokkene 5] om [paard 2] te bekijken, [ ] [eiseres in conventie] tevens een ander paard ([paard 3]) onder diens aandacht heeft gebracht. Deze handelwijze is op zichzelf geen tekortkoming van [eiseres in conventie], te meer nu ook uit de overeenkomst blijkt dat het belang van [eiseres in conventie] bij behoud van [paard 2] voor de dressuursport tegengesteld is aan het belang van [gedaagde(n) in conventie] c.s. om een hoge verkoopopbrengst te realiseren. Uit de stellingen van [gedaagde(n) in conventie] c.s. blijkt bovendien niet dat de door hen gewenste verkoop van [paard 2] aan [betrokkene 5] wel zou zijn gerealiseerd indien [eiseres in conventie] bij dit bezoek anders had gehandeld.

Evenmin is gebleken dat [eiseres in conventie] onverantwoordelijk heeft gehandeld ten aanzien van de vereiste zorg voor [paard 2] in juni 2010 in De Steeg, dan wel bij enige andere gelegenheid. Niet gebleken is dat [paard 2] daadwerkelijk enige verwonding heeft opgelopen, dan wel dat daardoor deelname aan wedstrijden geen doorgang kon vinden. [paard 2] heeft in juni 2010 op het Nederlands Kampioenschap dressuuur in De Steeg immers een vijfde plaats behaald.

4.9 Uit het bovenstaande volgt dat geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming van [eiseres in conventie]. Daarentegen zijn [gedaagde(n) in conventie] c.s. als opdrachtgevers toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door [paard 2] op 23 juni 2010 bij [eiseres in conventie] weg te halen. Bij brief van 7 juli 2010 is namens [eiseres in conventie] de verplichting van [gedaagde(n) in conventie] c.s. (om [paard 2] bij [eiseres in conventie] te stallen en te laten trainen) op de voet van artikel 6:87 lid 1 BW omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding.

4.10 [eiseres in conventie] vorderen als schadevergoeding primair het bedrag aan trainings- en stallingsgeld dat zij in mindering hebben gebracht in verband met het vooruitzicht dat [paard 2] bij het behalen van de afgesproken sportresultaten definitief voor [eiseres in conventie] behouden zou blijven. [eiseres in conventie] heeft zich daartoe beroepen op artikel 6 van de overeenkomst: Hierin staat: “Wordt de hengst voor afloop van dit contract verkocht dan wordt het trainingsgeld wat nu in mindering wordt gebracht alsnog in rekening gebracht”.

Weliswaar heeft de tekst van deze bepaling alleen betrekking op het geval van (de hier niet aan de orde zijnde) voortijdige verkoop van [paard 2]. Uit de in de overeenkomst verwoorde uitgangspunten blijkt echter dat [eiseres in conventie] bereid was om [paard 2] te stallen en te trainen tegen een gereduceerd tarief omdat bij sportief succes (namelijk uiterlijk op 10-jarige leeftijd internationaal lichte tour en op 12-jarige leeftijd internationaal zware tour) [paard 2] ook daarna als wedstrijdspaard voor [eiseres in conventie] behouden zou blijven. Aldus bezien is de bereidheid van [eiseres in conventie] om slechts de helft van het normale tarief in rekening te brengen, gebaseerd op de daartegenover staande bereidheid van [gedaagde(n) in conventie] c.s. om [paard 2] in geval van sportief succes blijvend als wedstrijdpaard aan [eiseres in conventie] ter beschikking te stellen. Onder deze omstandigheden dienden [gedaagde(n) in conventie] c.s. dan ook te begrijpen dat de regeling om het in mindering gebrachte trainingsgeld alsnog in rekening te brengen ook van toepassing zou zijn indien [gedaagde(n) in conventie] c.s. voortijdig en zonder grond [paard 2] bij [eiseres in conventie] weg zouden halen en daarmee de overeenkomst voortijdig zouden beëindigen.

4.11 De door [eiseres in conventie] gewijzigde eis met betrekking tot het stallingsgeld in de periode augustus 2007 tot en met juni 2010 is door [gedaagde(n) in conventie] c.s. niet gemotiveerd betwist. De rechtbank zal daarbij uitgaan van het bedrag inclusief b.t.w. nu het toegewezen bedrag betrekking heeft op alsnog in rekening gebracht loon (en niet ziet op schadevergoeding). Aldus is ter zake van het in mindering gebrachte stallingsgeld € 16.972,38 toewijsbaar.

4.12 [eiseres in conventie] vorderen tevens voor elke keer dat [paard 2] door [betrokkene 2] is getraind een bedrag van € 50,00 exclusief b.t.w. [eiseres in conventie] heeft daarbij verwezen naar artikel 1 van de overeenkomst waarin staat dat het gereduceerde tarief is gebaseerd op de helft van het normale tarief, waarbij is aangegeven dat deze € 50,00 per training in verband met de toegepaste korting evenmin in rekening wordt gebracht: “€ 50,- die normaal wordt berekend als [betrokkene 2] per keer een paard traint is ook hier niet van toepassing”. De keerzijde hiervan is dat dit in mindering gebrachte trainingsgeld van € 50,00 per training over de periode juli 2007 tot en met 23 juni 2010 alsnog door [gedaagde(n) in conventie] c.s. voldaan dient te worden. Volgens het als productie 46 overgelegde overzicht – waarvan de inhoud tijdens de comparitie door [gedaagde(n) in conventie] c.s. niet is betwist – heeft [betrokkene 2] [paard 2] van januari 2008 tot en met juni 2010 465 keer getraind. [eiseres in conventie] heeft het aantal trainingen vanaf de aanvang van de overeenkomst (juli 2007) tot en met eind 2007 niet gespecificeerd. De rechtbank ziet geen aanleiding om (op basis van het door [eiseres in conventie] berekende gemiddelde) ook de trainingen vóór aanvang van de overeenkomst in juli 2007 mee te tellen. Voor aanvang van de overeenkomst betaalden [gedaagde(n) in conventie] c.s. aan [eiseres in conventie] immers het normale (niet gereduceerde) tarief voor de training en stalling van [paard 2]. Gesteld noch gebleken is op grond waarvan [gedaagde(n) in conventie] c.s. hebben moeten begrijpen dat zij bij voortijdige beëindiging van de overeenkomst van juli 2007, ook voor de reeds voordien gegeven trainingen nog € 50,00 per training aan [eiseres in conventie] zouden dienen te betalen. Uitgangspunt voor de berekening van dit deel van de vordering is dan ook 465 trainingen à € 50,00 exclusief b.t.w., is € 23.250,00 exclusief b.tw., is € 27.667,50 inclusief b.t.w.

4.13 Dit betekent dat de onder I omschreven primaire vordering tot een bedrag van € 44.639,88 (€ 16.972,38 en € 27.667,50) dient te worden toegewezen.

4.14 Uit de facturen van [eiseres in conventie] blijkt dat partijen een betalingstermijn van veertien dagen zijn overeengekomen. De wettelijke handelsrente over het door [gedaagde(n) in conventie] c.s. verschuldigde loon over voornoemde periode is dan ook toewijsbaar vanaf veertien dagen na 23 juni 2010, dus 7 juli 2010.

4.15 [eiseres in conventie] vorderen tevens een verklaring voor recht dat zij in geval van verkoop van [paard 2] door [gedaagde(n) in conventie] c.s. te allen tijde recht heeft op 10 procent van het bruto verkoopbedrag. [eiseres in conventie] hebben daartoe verwezen naar artikel 6 van de overeenkomst, waarin wordt verwezen naar de regeling in de overeenkomst van [paard 1]. Volgens deze regeling krijgt [eiseres in conventie] bij verkoop van [paard 2] 10 procent van de opbrengst bij een eventuele verkoop van [paard 2]. [eiseres in conventie] heeft onder verwijzing naar een aantal schriftelijke verklaringen betoogd dat een dergelijk beding zeer gebruikelijk is in de hippische branche en ertoe strekt om degene die het paard heeft getraind te belonen voor de meerwaarde die aldus aan het paard is gegeven.

4.16 [gedaagde(n) in conventie] c.s. hebben zich erop beroepen dat toepassing van deze bepaling tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden. [eiseres in conventie] heeft immers niet gehandeld zoals van een zorgvuldig opdrachtnemer verwacht mocht worden. Afgezien daarvan geldt dat bij toepassing van dit beding [eiseres in conventie] een zeer aanzienlijk bedrag zou toekomen zonder dat daar een noemenswaardige prestatie van [eiseres in conventie] tegenover heeft gestaan, terwijl [gedaagde(n) in conventie] c.s. [paard 2] hebben gefokt en alle kosten daarvan hebben gedragen. Verder dient volgens [gedaagde(n) in conventie] c.s. in geval van toepassing van dit beding de waarde die [paard 2] al had bij aanvang van de overeenkomst (2007) en de waardestijging na beëindiging van de overeenkomst (23 juni 2010) buiten beschouwing te worden gelaten. Ook de verdere kosten van de dressuuropleiding van [paard 2] na 23 juni 2010 dienen bij deze berekening buiten beschouwing te blijven, aldus [gedaagde(n) in conventie] c.s. Verder heeft zij betoogd dat deze bepaling een boetebeding is waarvan [eiseres in conventie] in verband met de particuliere hoedanigheid van [gedaagde(n) in conventie] c.s. geen nakoming kan vorderen.

4.17 De vordering van [eiseres in conventie] strekt ertoe voor recht te verklaren dat bij een eventuele verkoop van [paard 2] [gedaagde(n) in conventie] c.s. dit beding alsnog dient na te komen. Zoals hiervoor is overwogen, is geen sprake van een tekortkoming van [eiseres in conventie] en kunnen [gedaagde(n) in conventie] c.s. niet worden aangemerkt als particulieren. Deze omstandigheden staan dan ook niet in de weg aan nakoming van dit beding. In zoverre dient het verweer van [gedaagde(n) in conventie] c.s. dan ook te worden verworpen.

Ten aanzien van de uitleg van dit beding is tussen partijen niet in geschil dat het ook na beëindiging van de overeenkomst zijn werking behoudt. Volgens de bewoordingen van de overeenkomst heeft [eiseres in conventie] bij een eventuele verkoop van [paard 2] recht op 10 procent van de verkoopopbrengst. De rechtbank is met [gedaagde(n) in conventie] c.s. van oordeel dat een eventuele waardestijging van [paard 2] voor zover gerealiseerd na 23 juni 2010 hierbij buiten beschouwing dient te blijven. [eiseres in conventie] betogen immers dat het beding ertoe strekt haar te belonen voor de waarde die zij door middel van de training aan [paard 2] heeft toegevoegd. Voor een eventuele waardestijging na 23 juni 2010 geldt dat [eiseres in conventie] daarin geen aandeel heeft (gehad). Niet gebleken is dat partijen hebben bedoeld om [eiseres in conventie] ook te laten meedelen in een waardestijging die na beëindiging van de overeenkomst door een derde zal worden gerealiseerd. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om ook de waarde die [paard 2] reeds had bij aanvang van de overeenkomst in juli 2007 buiten beschouwing te laten. Weliswaar geldt hiervoor eveneens dat deze waarde niet door de training van [eiseres in conventie] aan [paard 2] is toegevoegd, maar partijen waren bij het aangaan van de overeenkomst in juli 2007 ermee bekend dat [paard 2] op dat moment reeds een aanzienlijke waarde had. Indien partijen bij het aangaan van de overeenkomst bedoeld zouden hebben om deze aanvangswaarde van [paard 2] bij de berekening van de aan [eiseres in conventie] toekomende 10 procent over de verkoopopbrengst buiten beschouwing te laten, dan had het voor de hand gelegen dat dit in de tekst van de bepaling tot uitdrukking was gebracht. Dat is echter niet gebeurd. Ook de kosten van de verdere dressuuropleiding van [paard 2] na 23 juni 2010 dienen bij de berekening van de aan [eiseres in conventie] toekomende 10 procent van de verkoopopbrengst buiten beschouwing te blijven. Ook hier geldt dat deze door [gedaagde(n) in conventie] c.s. voorgestane uitleg van de overeenkomst niet blijkt uit de tekst van de overeenkomst. Voor het overige zijn geen concrete feiten en omstandigheden gesteld of gebleken, waaruit blijkt dat partijen bij het aangaan van de overeenkomst verklaringen hebben afgelegd op grond waarvan zij van een andersluidende bedoeling zijn uitgegaan.

4.18 Dit brengt mee dat voor recht zal worden verklaard dat [eiseres in conventie] bij verkoop van [paard 2] door of in opdracht van [gedaagde(n) in conventie] c.s. recht heeft op 10 procent van de verkoopwaarde van [paard 2] op 23 juni 2010. Kennelijk gaan partijen hierbij ervan uit dat de waarde van [paard 2] na 23 juni 2010 verder zal toenemen. De mogelijkheid bestaat echter ook dat in de toekomst (door welke omstandigheid dan ook) de waarde van [paard 2] zal afnemen. Indien in dat geval [paard 2] op enig moment door [gedaagde(n) in conventie] c.s. zal worden verkocht tegen een prijs die ligt onder de waarde die [paard 2] had op 23 juni 2010, brengt een redelijke uitleg van de overeenkomst mee dat [eiseres in conventie] recht heeft op 10 procent van de waarde van deze lagere verkoopprijs.

4.19 Voor zover [gedaagde(n) in conventie] zich op het standpunt stellen dat voornoemde rechtsgevolgen van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (art. 6:248 lid 2 BW), dan wel nietig zijn wegens strijd met een dwingende wetsbepaling (art. 3:40 lid 2 BW), gaat de rechtbank daaraan voorbij omdat [gedaagde(n) in conventie] c.s. ter onderbouwing van deze stelling onvoldoende hebben gesteld.

4.20 De vordering van [eiseres in conventie] ter zake van de buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. [eiseres in conventie] heeft onvoldoende concreet gesteld dat ter verkrijging van voldoening buiten rechte werkzaamheden zijn verricht die niet tot de instructie van de zaak kunnen worden gerekend. De omstandigheid dat [eiseres in conventie] een enkele sommatiebrief aan [gedaagde(n) in conventie] c.s. heeft geschreven, is daartoe onvoldoende.

4.21 [gedaagde(n) in conventie] c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten en de wettelijke rente.

De proceskosten worden begroot op:

Dagvaarding € 73,89

vast recht € 1.181,00

salaris advocaat € 1.788,00 (2,0 punten x tarief IV € 894,00)

totaal: € 3.042,89.

in reconventie

4.22 [gedaagde(n) in conventie] c.s. vorderen dat [eiseres in conventie] ten aanzien van de door haar van [sponsor] ontvangen sponsorgelden onder meer wordt veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording, de openlegging van haar boekhouding en tot afdracht van deze gelden. Volgens [gedaagde(n) in conventie] c.s. hadden zij vóór het aangaan van de overeenkomst in juli 2007 een eigen sponsor ([sponsor 2]) gevonden die bereid was om de volledige kosten voor de stalling en training van [paard 2] voor haar rekening te nemen. Uitsluitend om deze reden was [eiseres in conventie] bereid om de kosten van training en stalling te halveren omdat haar sponsor [sponsor] vanaf augustus 2007 de kosten droeg.

[eiseres in conventie] heeft deze uitleg van de overeenkomst gemotiveerd betwist.

4.23 [gedaagde(n) in conventie] c.s. hebben tijdens de comparitie verklaard dat zij voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst aan [eiseres in conventie] hebben voorgesteld om [sponsor 2] als sponsor te laten optreden. [sponsor 2] was bereid om het volledige trainings- en stallingsgeld voor [paard 2] te voldoen. Uit hun verklaring blijkt echter tevens dat [eiseres in conventie] hier niet mee akkoord wilde gaan. [eiseres in conventie] had [sponsor] als sponsor gevonden. Vervolgens heeft [eiseres in conventie] aan [gedaagde(n) in conventie] c.s. voorgesteld om het trainings- en stallingsgeld met de helft te reduceren, waarna zij akkoord zijn gegaan met dit voorstel in de overeenkomst van juli 2007, aldus [gedaagde(n) in conventie] c.s. In de overeenkomst onder 5 staat dan ook dat [sponsor] hoofdsponsor van [betrokkene 2] is geworden en dat [paard 2] voortaan tevens de naam van deze sponsor zal dragen.

4.24 Uit deze gang van zaken blijkt dat [gedaagde(n) in conventie] c.s. uiteindelijk hebben ingestemd met een halvering van het trainings- en stallingsgeld voor [paard 2], waarbij [sponsor] als sponsor van [betrokkene 2] voortaan de naamgever is van [paard 2] en [gedaagde(n) in conventie] c.s. uitdrukkelijk hebben afgezien van de sponsoring van [paard 2] door [sponsor 2]. Aldus valt niet in te zien welke rechtsgrond bestaat voor de door [gedaagde(n) in conventie] c.s. gevorderde rekening en verantwoording, openlegging van de boekhouding en afdracht van sponsorgelden met betrekking tot [sponsor]. [gedaagde(n) in conventie] c.s. hebben geen concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat [eiseres in conventie] bij het aangaan van de overeenkomst moest begrijpen dat [gedaagde(n) in conventie] c.s. aanspraak wensten te maken op de sponsorgelden van [sponsor]. Evenmin is gesteld noch gebleken dat [gedaagde(n) in conventie] c.s. partij zijn bij enige overeenkomst met [sponsor], dan wel dat de overeenkomst tussen [eiseres in conventie] en [sponsor] ten gunste van [gedaagde(n) in conventie] c.s. een daartoe strekkend derdenbeding bevat.

4.25 [gedaagde(n) in conventie] c.s. hebben tevens gevorderd voor recht te verklaren dat de boetebepalingen in de overeenkomst zijn vernietigd. [gedaagde(n) in conventie] c.s. hebben dit beroep echter gegrond op de in conventie reeds verworpen stelling dat zij als particuliere opdrachtgever dient te worden aangemerkt, zodat ook dit deel van de vordering niet toewijsbaar is.

4.26 De vorderingen dienen te worden afgewezen. [gedaagde(n) in conventie] c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiseres in conventie] begroot op:

salaris advocaat € 452,00 (0,5 x 2,0 punten x tarief II € 452,00)

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1 veroordeelt [gedaagde(n) in conventie] c.s. tot betaling aan [eiseres in conventie] van € 44.639,88, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 7 juli 2010 tot aan de dag van algehele voldoening,

5.2 verklaart voor recht dat [eiseres in conventie] bij verkoop van [paard 2] door of in opdracht van [gedaagde(n) in conventie] c.s. recht heeft op 10 procent van de verkoopwaarde van [paard 2] op 23 juni 2010, met inachtneming van hetgeen daarover in rechtsoverweging 4.18 van dit vonnis is overwogen,

5.3 veroordeelt [gedaagde(n) in conventie] c.s. in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiseres in conventie] begroot op € 3.042,89, vermeerderd met de nakosten aan de zijde van [eiseres in conventie] bepaald op € 131,-, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met EUR 68,- en de werkelijk gemaakte kosten voor het doen uitbrengen van een exploot van betekening, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na datum van dit vonnis, dan wel datum van betekening van dit vonnis en – voor het geval voldoening van deze genoemde kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over die kosten te rekenen vanaf de bedoelde termijn voor voldoening tot de dag der voldoening,

5.4 verklaart de veroordelingen onder 5.1 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad,

5.5 wijst af het meer of anders gevorderde,

in reconventie

5.6 wijst de vordering af,

5.7 veroordeelt [gedaagde(n) in conventie] c.s. in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiseres in conventie] begroot op € 452,00,

5.8 verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Beens en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2011.