Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU5794

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-10-2011
Datum publicatie
25-11-2011
Zaaknummer
196263
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussentijds appel.

Art. 337 lid 2 Rv.

Het enkele feit dat in het tussenvonnis enkele vergaande beslissingen zijn genoemen met betrekking tot de omvang en reikwijdte van de overeenkomst tussen partijen, is onvoldoende om een uitzondering te maken op het wettelijke uitgangspunt. Overige uitzonderlijke omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. Het verzoek tot het toestaan van tussentijds appel zal op grond van het bovenstaande dus worden afgewezen.

Bewijsopdracht aan eiser.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 196263 / HA ZA 10-268

Vonnis van 26 oktober 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROSHIP SERVICES B.V.,

gevestigd te Heerewaarden, gemeente Maasdriel,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.P.J.M. Naus te Nijmegen,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. A.P.E. de Ruiter te Zwolle.

Partijen zullen hierna Euroship Services en [gedaagde in conventie] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 6 april 2011 (hierna te noemen: het tussenvonnis)

- de nadere conclusie van Euroship Services

- de nadere conclusie [gedaagde in conventie].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

2.1. In het tussenvonnis is overwogen dat partijen in de gelegenheid zullen worden gesteld hun respectievelijke standpunten nader uiteen te zetten. De rechtbank heeft de zaak daartoe naar de rol verwezen voor nadere conclusie aan de zijde van Euroship Services. [gedaagde in conventie] heeft hierop bij nadere conclusie gereageerd.

2.2. Euroship Services stelt in haar nadere conclusie dat de door de rechtbank in het tussenvonnis genomen beslissingen met betrekking tot de omvang en reikwijdte van de overeenkomst tussen partijen deels onjuist zijn. Zij verzoekt de rechtbank om op die beslissingen terug te komen, dan wel Euroship Services op de voet van artikel 337 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) toe te staan tegen het tussenvonnis tussentijds appel in te stellen.

2.3. De beslissingen van de rechtbank in het tussenvonnis met betrekking tot de werkzaamheden ingevolge de overeenkomst, het meerwerk en de prijs zijn aan te merken als eindbeslissingen, omdat uit de door de rechtbank gekozen bewoordingen blijkt dat de rechtbank uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist. De leer van de bindende eindbeslissing houdt in dat de rechter in beginsel in dezelfde instantie niet meer kan terugkomen van door hem gegeven eindbeslissingen. De eisen van een goede procesorde brengen echter mee dat de rechter, aan wie is gebleken dat een eerdere door hem gegeven, maar niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, bevoegd is om, nadat partijen de gelegenheid hebben gekregen zich dienaangaande uit te laten, over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing, teneinde te voorkomen dat hij op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen (Hoge Raad 25 april 2008, LJN: BC2800).

2.4. Hierna zal bij de beoordeling van de stellingname door partijen ter zake in de nadere conclusies de volgorde worden aangehouden die ook in het tussenvonnis is gehanteerd.

de werkzaamheden ingevolge de overeenkomst

2.5. In het tussenvonnis heeft de rechtbank met betrekking tot de werkzaamheden ingevolge de overeenkomst in rechtsoverweging 4.7 het volgende overwogen:

Samengevat komt het er volgens de tekst van de overeenkomst op neer dat de Jenal zal worden gebouwd als beschreven in de Specification 1, samen met “any drawings and plans”. In Specification 1 wordt verwezen naar het document “Deliverables” en worden voorts andere stukken en de Jenal website genoemd. Tot die stukken behoren onder 3a-f de “Drawings” van [gedaagde in conventie]. De tekst van de overeenkomst bevat geen enkele aanwijzing dat de “Drawings” van [gedaagde in conventie] niet zouden behoren tot de “Drawings” in artikel 1.1 van de overeenkomst. Het feit dat die “Drawings” van [gedaagde in conventie] in Schedule 1 uitdrukkelijk staan vermeld, maakt dat juist voor de hand ligt dat die “Drawings” wel zijn bedoeld in artikel 1.1. Nu Euroship Services uitsluitend stelt maar niet onderbouwt dat de inhoud van de overeenkomst afwijkt van hetgeen volgt uit de meest voor de hand liggende uitleg ervan, is de rechtbank van oordeel dat – overeenkomstig de Haviltex-formule – de inhoud en omvang van de werkzaamheden waartoe Euroship Services zich bij de overeenkomst heeft verplicht, bestaat uit de letterlijke omschrijving in artikel 1.1 van de overeenkomst en in Schedule 1, dat wil zeggen inclusief de “Drawings” van [gedaagde in conventie].

2.6. Euroship Services stelt dat de hiervoor weergegeven redenering van de rechtbank volledig in strijd is met de overeenkomst, de bedoeling van partijen en de wijze waarop zij zich sindsdien jegens elkaar hebben gedragen. Kort gezegd zou deze redenering volgens Euroship Services erop neer komen dat [gedaagde in conventie] een compleet afgebouwd en ingericht schip heeft gekocht in plaats van enkel een technisch vaarbaar casco, zoals partijen volgens Euroship Services altijd voor ogen heeft gestaan.

2.7. Zoals terecht in het tussenvonnis is overwogen, is hier het Haviltexcriterium van toepassing. In aansluiting daarop komt naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige

geval aan een taalkundige uitleg veel betekenis toe, omdat het gaat om een overeenkomst die is gesloten tussen twee gelijkwaardig te achten partijen en die betrekking heeft op een zuiver commerciële transactie. Weliswaar moet ervan worden uitgegaan dat partijen leken zijn op juridisch gebied, die in de fase van contracteren geen van beiden werden bijgestaan, maar aangenomen moet worden dat Euroship Services als computer- en snijbedrijf voor scheeps- en jachtbouw vaker soortgelijke overeenkomsten heeft gesloten (zie bijvoorbeeld de verklaring van de heer Cornelissen, productie 3 bij dagvaarding: “als basis voor het maken van een financiële berekening zijn de reeds gebouwde schepen van Euroship gebruikt”). Dat [gedaagde in conventie] is te beschouwen als een gelijkwaardige partij, die op zijn minst enige kennis van zaken heeft op het gebied van schepen, leidt de rechtbank af uit de van [gedaagde in conventie] afkomstige “Drawings” en “Dimensions Data sheet”, een e-mailbericht van [gedaagde in conventie] van 21 oktober 2004 (productie 15 bij de nadere conclusie van Euroship Services: “My architect and I are working on my 75¹ x 16¹ Dutch barge project (named JENAL) with a view to developing it further, ragarding ease of lifestyle”) en het feit dat [gedaagde in conventie], zoals hijzelf stelt, de bouw van het schip steeds vaker kwam controleren, waarbij hij verschillende malen heeft moeten ingrijpen. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat partijen wisten wat zij tekenden. Bovendien hebben partijen juist beoogd de inhoud en de omvang van de werkzaamheden van Euroship Services in de overeenkomst vast te leggen.

2.8. Zoals in het tussenvonnis terecht is overwogen, bepalen de letterlijke en niet mis te verstane bewoordingen van de overeenkomst onder deze omstandigheden de inhoud en de omvang van de werkzaamheden waartoe Euroship Services zich heeft verplicht. Uit artikel 1.1 van de overeenkomst blijkt onmiskenbaar dat het schip zal worden gebouwd als nader beschreven en gespecificeerd in Schedule 1, samen met “any drawings and plans”. Schedule 1 luidt als volgt:

SCHEDULE 1 – SPECIFICATION

The specification for JENAL (the boat) is as set out in the document “Deliverables” that

has already be forwarded to the Builder.

1. Euroships Component Spread-sheet & AMA Spread-sheet – M/S Excel

2. Dimensions Data sheet – M/S Word

3. [ ] [gedaagde in conventie] Drawings:

a) Illust: Bow-Locker Plan – production

b) Illust: Complete Barge – production

c) Illust: Engine-Room – production

d) Illust: Hallway-Plan – production

e) Illust: Kitchen-Galley – production

f) Illust: Lounge/Kitchen-Plan – production

g) Illust: Master-Bedroom-Plan – production

h) Illust: Study/2nd Bedroom-Plan – production

i) Illust: Wheelhouse – production

4. Jenal Website

To improve weight distribution and reduce ballast, it has been agreed by the Builders & Purchaser to use 20mm base plate where practical, 10mm elsewhere and 10mm chine plate.

Anders dan Euroship Services stelt, valt uit de overeenkomst geenszins af te leiden dat de verplichting van Euroship Services is beperkt tot het afleveren van een vaarbaar casco. De tekst biedt daarvoor geen enkel aanknopingspunt.

2.9. Niettemin bestaat aanleiding om af te wijken van de in redelijkheid niet mis te verstane bewoordingen van de overeenkomst, voor zover Euroship Services gemotiveerd stelt en, zonodig, bewijst dat, gelet op de omstandigheden van het geval, aan die bewoordingen een afwijkende betekenis toekomt. Volgens Euroship Services verwachtte [gedaagde in conventie] geenszins dat de onderdelen die niet genoemd c.q. geprijsd zijn in de spreadsheet van Euroship Services geleverd zouden worden, en mocht hij dat ook niet verwachten.

2.10. De rechtbank is met Euroship Services van oordeel dat het voor partijen redelijkerwijs duidelijk moet zijn geweest dat de opdracht van Euroship Services niet zag op het afleveren van een compleet afgebouwd en ingericht schip, dus inclusief timmerwerk, meubels en interieur. [gedaagde in conventie] heeft niet weersproken de stelling van Euroship Services dat hij de afbouw van het schip door andere partijen zou laten verrichten en dat hij daarvoor ook reeds diverse partijen had benaderd. Deze stelling vindt ook steun in de stukken. De rechtbank verwijst naar productie 12 bij de nadere conclusie van Euroship Services, waarin in een gespreksverslag van een bijeenkomst van 2 maart 2006 onder meer de volgende passage is opgenomen: “Under Floor Heating (UFH) – AA (hiermee wordt bedoeld: [ ] [gedaagde in conventie], de rechtbank) asked if this was required in addition to Webasto A/C system? – KC (hiermee wordt bedoeld: Kees Cornelissen van Euroship Services, de rechtbank) & Dick felt UFH was necessary, costing needed and if ‘UFH’ added to Jenal it would be after the furniture has been fitted & done in the UK.” Bovendien vordert [gedaagde in conventie] in reconventie onder meer opslagkosten voor het meubilair dat hij speciaal voor de Jenal heeft laten maken en dat al vanaf eind 2005 gereed staat om ingebouwd te worden, alsmede voor andere zaken bestemd voor de Jenal, zoals een wasmachine en droger, die vanaf 1 februari 2006 staan opgeslagen. Daarmee is op dit punt sprake van een door [gedaagde in conventie] niet betwiste van de letterlijke tekst van de overeenkomst afwijkende partijbedoeling.

2.11. In dit licht bezien dienen naar het oordeel van de rechtbank de in Schedule 1 van de

overeenkomst genoemde ‘Dimensions Data sheet’ (onder punt 2), de tekeningen van [gedaagde in conventie] (onder punt 3 a tot en met i) en de Jenal website (onder punt 4) meer ter illustratie en ter ondersteuning van de daarin eveneens genoemde spreadsheets (onder punt 1) dan dat zij mede bepalend zijn voor de exacte omvang van de op Euroship Services rustende verplichtingen. De rechtbank merkt in dit verband op dat Euroship Services telkens spreekt van ‘de spreadsheet’. Voor zover zij daarmee slechts het oog heeft op haar eigen spreadsheet (die onderdeel uitmaakt van productie 1 bij de dagvaarding) is dit gelet op de tekst van Schedule 1 onjuist. Het gaat namelijk om twee spreadsheets, te weten de ‘Euroships Component Spread-sheet’ en de ‘AMA Spread-sheet’. Laatstgenoemde spreadsheet is door [gedaagde in conventie] als productie 2 bij de conclusie van antwoord in conventie in het geding gebracht en als zodanig niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de spreadsheets dus leidend en vormen zij tezamen het uitgangspunt van de inhoud en omvang van de werkzaamheden waartoe Euroship Services zich heeft verplicht, met dien verstande dat het bij de AMA Spread-sheet slechts gaat om de werkzaamheden/onderdelen, waarvan in die spreadsheet is aangegeven, onder het kopje ‘installation’, dat zij voor rekening van Euroship Services komen. Daarmee is niet gezegd dat de op dit punt in het tussenvonnis vervatte eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, nu niet eerder het standpunt is ingenomen dat sprake is van een van de tekst afwijkende partijbedoeling.

2.12. Tot slot verdient het in dit verband nog opmerking dat Euroship Services stelt dat de tekeningen die in deze procedure zijn ingebracht, op het moment van ondertekening van de overeenkomst niet in deze vorm beschikbaar waren. Zij zijn nooit tussen partijen besproken voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst, laat staan dat partijen daarmee bedoeld hebben om deze deel te laten uitmaken van de opdracht van Euroship Services. Het gaat niet om technische tekeningen, maar om een schetsmatige weergave van het schip zoals dat [gedaagde in conventie] destijds voor ogen stond, aldus Euroship Services. De rechtbank stelt vast dat Euroship Services voor wat betreft de tekeningen verwijst naar productie 2 bij dagvaarding. Deze productie bevat afbeeldingen/tekeningen met daarboven telkens de hiervoor in Schedule 1 onder a tot en met i genoemde omschrijvingen. [gedaagde in conventie] daarentegen verwijst voor wat betreft de tekeningen naar productie 4 bij de conclusie van antwoord in conventie. Deze productie bevat een groot aantal vrij gedetailleerde schetsen/tekeningen van het schip, zonder enige omschrijving of verwijzing daarbij. Dezelfde tekeningen zijn als bijlage bij het deskundigenrapport gevoegd, waarbij eveneens de hiervoor in Schedule 1 onder a tot en met i genoemde omschrijvingen zijn vermeld. Met betrekking tot de in Schedule 1 genoemde “Drawings” verwijzen partijen dus naar verschillende tekeningen. Gelet op hetgeen in rechtsoverweging 2.11 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat vooralsnog in het midden kan blijven welke van deze tekeningen nu feitelijk met “[ ] [gedaagde in conventie] Drawings” worden bedoeld.

het meerwerk

2.13. In het tussenvonnis heeft de rechtbank met betrekking tot het meerwerk in rechtsoverweging 4.10 onder meer het volgende overwogen:

Dit betekent dus dat voor zover de opdrachten tot meerwerk niet schriftelijk en door beide partijen ondertekend zijn vastgelegd, deze niet als een geldige – conform de overeenkomst gegeven – opdracht tot meerwerk kunnen gelden. Euroship Services heeft niets gesteld dat tot een ander standpunt dwingt. In het bijzonder is niet aangevoerd dat nadere afspraken zijn gemaakt inhoudende dat meerwerk, in afwijking van de overeenkomst, (ook) mondeling overeengekomen kan worden.

2.14. Euroship Services stelt dat dit oordeel van de rechtbank onbegrijpelijk is. Zij heeft immers bij herhaling gesteld dat in geen enkel geval meerwerk is overeengekomen op de wijze als bepaald in artikel 2.1 van de overeenkomst, derhalve ook niet het meerwerk dat [gedaagde in conventie] heeft erkend en betaald. De werkwijze als omschreven in artikel 2.1 van de overeenkomst is volgens Euroship Services vanaf dag één van het project door partijen verlaten en dus met hun beider instemming. Het was voor partijen evident dat er sprake was van meerwerk.

2.15. De rechtbank overweegt dat ook op dit punt terecht het Haviltexcriterium als uitgangspunt is genomen en dat om eerdergenoemde redenen (zie 2.7) aan een taalkundige uitleg veel betekenis toekomt. Die taalkundige uitleg leidt ertoe, zoals ook in het tussenvonnis is overwogen, dat op grond van de artikelen 2.1 en 3.1 van de overeenkomst opdrachten tot meerwerk slechts als geldige, conform de overeenkomst gegeven, opdrachten tot meerwerk kunnen gelden, indien zij schriftelijk en door beide partijen ondertekend zijn vastgelegd. De tekst van de overeenkomst is ook op dit punt volkomen duidelijk. De eindbeslissing in rechtsoverweging 4.10 van het tussenvonnis berust dan ook niet op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, zodat geen aanleiding bestaat om daarop terug te komen.

2.16. Wederom geldt evenwel dat er aanleiding bestaat om af te wijken van de in

redelijkheid niet mis te verstane bewoordingen van de overeenkomst, voor zover Euroship Services gemotiveerd stelt en, zonodig, bewijst dat, gelet op de omstandigheden van het geval, aan die bewoordingen een afwijkende betekenis toekomt. In dat verband stelt Euroship Services slechts dat de werkwijze als omschreven in artikel 2.1 van de overeenkomst vanaf dag één van het project door partijen is verlaten. Zij voert echter geen concrete feiten en omstandigheden aan die zich hebben voorgedaan ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Reeds daarom kan een van de tekst van de overeenkomst afwijkende partijbedoeling niet worden aangenomen.

2.17. Iets anders is, dat partijen voor wat betreft de wijze van overeenkomen van

meerwerk na het sluiten van de op zichzelf dus duidelijke overeenkomst nadere (mondelinge) afspraken kunnen hebben gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Euroship Services ook in haar nadere conclusie echter niet uitdrukkelijk gesteld dat er nadien nadere (mondelinge) afspraken tot stand zijn gekomen. Dat partijen vanaf dag één van het project de overeengekomen werkwijze hebben verlaten, wat daar ook van zij, betreft immers de uitvoering van afspraken en houdt niet vanzelfsprekend in dat nieuwe afspraken zijn gemaakt. Voor zover Euroship Services heeft bedoeld te stellen dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat dergelijke nadere afspraken zijn gemaakt omdat partijen per e-mail meerwerk zijn overeengekomen en daaraan uitvoering hebben gegeven, zie bijvoorbeeld productie 6 bij de conclusie van antwoord, waarin in een e-mail van 6 september 2006 van Euroship Services aan [gedaagde in conventie] wordt gesproken van een ‘extra item’, gaat ook deze stelling niet op, nu [gedaagde in conventie] e-mailverkeer als “schriftelijk ondertekend” heeft mogen begrijpen, mede gelet op de handgeschreven toelichting als vermeld in rechtsoverweging 4.10 van het tussenvonnis. Van een van de overeenkomst afwijkende nadere afspraak is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake, zodat de mogelijkheid om een beroep te kunnen doen op gerechtvaardigd vertrouwen zich ook niet heeft voorgedaan.

2.18. Ten aanzien van het bedrag van € 47.681,50 (zie rechtsoverweging 4.9 van het tussenvonnis) geldt dat hieraan e-mailverkeer tussen Euroship Services en [gedaagde in conventie] ten grondslag ligt en dat [gedaagde in conventie] dit bedrag als kosten van meerwerk heeft erkend. Euroship Services heeft evenwel niet gesteld dat aan het overige meerwerk eveneens e-mailverkeer tussen haar en [gedaagde in conventie] ten grondslag ligt. Dit betekent dan ook dat vaststaat dat enkel tot een bedrag van € 47.681,50 geldig opdracht is gegeven tot meerwerk en [gedaagde in conventie] dus niet gehouden was meer dan dat bedrag aan meerwerk te betalen.

de prijs

2.19. In het tussenvonnis heeft de rechtbank met betrekking tot de prijs in rechtsoverweging 4.13 en 4.14 het volgende overwogen:

In de overeenkomst is de prijs van € 347.000,- omschreven als “Guide price”. Naar het oordeel van de rechtbank duidt dit op een richtprijs als bedoeld in artikel 7:752 BW en niet op een vaste prijs. Indien een richtprijs is overeengekomen, bepaalt de wet dat de opdrachtgever een redelijke prijs is verschuldigd (lid 1), met dien verstande dat deze met niet meer dan 10% zal mogen worden overschreden, tenzij de aannemer de opdrachtgever zo tijdig mogelijk voor de waarschijnlijkheid van een verdere overschrijding heeft gewaarschuwd om hem de gelegenheid te geven het werk alsnog te beperken of te vereenvoudigen (lid 2).

Een nadere afspraak om af te rekenen op basis van fair costs, vormt een wijziging van de prijs. Op de gronden waarop zulks onder 4.10 reeds is overwogen ten aanzien van meerwerk, kan ook een redelijke wijziging van prijs slechts overeengekomen worden, indien dat schriftelijk en door beide partijen ondertekend geschiedt. Niet is gesteld of gebleken dat dat is gebeurd. Een verwijzing naar de gestelde nadere afspraak in correspondentie die nadien is gevoerd, kan niet als een zodanig worden beschouwd. Dit betekent dus de gestelde nadere afspraak om af te rekenen op basis van fair costs, niet als een geldige – conform de overeenkomst gemaakte – nadere afspraak kan gelden.

2.20. Euroship Services verzoekt de rechtbank ook terug te komen op het oordeel dat de nadere prijsafspraak ‘fair costs’ niet als geldige afspraak kan gelden. Gelet op hetgeen Euroship Services ter comparitie heeft verklaard over de door haar gestelde mondelinge afspraak “dat zou worden afgerekend op basis van fair costs”, namelijk dat dit eigenlijk “geen wijziging in vergelijking met de oorspronkelijke overeenkomst” betrof op basis waarvan “de richtprijs € 347.000,00 was” en “[gedaagde in conventie] meerwerk [diende] te betalen”, kan de gestelde prijsafspraak niet worden aangemerkt als een wijziging van de oorspronkelijke richtprijs, maar betreft het een prijsafspraak voor meerwerk. In zoverre berust het tussenvonnis (rechtsoverweging 4.14) op een onjuiste feitelijke grondslag. Nu reeds is geoordeeld dat er geen sprake is van een partijen bindende opdracht tot meerwerk waarvoor [gedaagde in conventie] nog betaling verschuldigd is, maakt dit de uitkomst evenwel niet anders, namelijk dat in het midden kan blijven of deze mondelinge prijsafspraken zijn gemaakt.

2.21. Resteert de vraag naar de redelijke prijs. Als uitgangspunt geldt - zo volgt ook uit het tussenvonnis - dat de in de overeenkomst genoemde prijs van € 347.000,00 een richtprijs is. [gedaagde in conventie] heeft dit in zijn nadere conclusie ook niet meer betwist. Wanneer in geval van aanneming van werk een richtprijs is overeengekomen, is de opdrachtgever een redelijke prijs verschuldigd, met dien verstande dat deze met niet meer dan 10% zal mogen worden overschreden, tenzij de aannemer de opdrachtgever zo tijdig mogelijk voor de waarschijnlijkheid van een verdere overschrijding heeft gewaarschuwd, om hem de gelegenheid te geven het werk alsnog te beperken of te vereenvoudigen (artikel 7:752 lid 2 BW).

2.22. Euroship Services stelt dat zowel zij als het Belgische Ament Gebroeders BVBA (die in opdracht van Euroship Services vele werkzaamheden ten behoeve van de bouw van de Jenal heeft verricht) [gedaagde in conventie] tijdig en veelvuldig heeft gewaarschuwd voor de waarschijnlijkheid, in feite de zekerheid, van een grotere overschrijding dan 10% conform het bepaalde in artikel 7:752 lid 2 BW. Volgens haar is aan [gedaagde in conventie] alle gelegenheid geboden om het werk te beperken of te vereenvoudigen, maar heeft hij daarvan geen gebruik gemaakt. Integendeel, het project is gaandeweg steeds omvangrijker en complexer geworden, mede door de toenemende eisen van [gedaagde in conventie]. In de nadere conclusie van [gedaagde in conventie] heeft hij deze stellingen van Euroship Services gemotiveerd betwist. Volgens hem heeft Euroship Services dergelijke waarschuwingen in het geheel niet gegeven en zeker niet tijdig en in de voorgeschreven vorm.

2.23. Conform de hoofdregel van artikel 150 Rv rust de bewijslast van de stelling dat [gedaagde in conventie] zo tijdig mogelijk voor de waarschijnlijkheid van een verdere overschrijding dan 10% van de overeengekomen richtprijs is gewaarschuwd op Euroship Services, nu zij zich beroept op het rechtsgevolg dat de richtprijs met meer dan 10% mag worden overschreden. Dit bewijs zal haar worden opgedragen. Het mag duidelijk zijn dat Euroship Services daarbij als uitgangspunt dient te nemen de inhoud en de omvang van de werkzaamheden waartoe zij zich – los van meerwerk – bij aanvang heeft verplicht, zoals beschreven in rechtsoverwegingen 2.8 en 2.11. Euroship Services dient dan ook aan te tonen op welke onderdelen/aspecten van beide spreadsheets eventuele waarschuwingen aan het adres van [gedaagde in conventie] concreet zagen en tot welke prijsverhoging dit op die onderdelen/aspecten heeft geleid.

tussentijds appel?

2.24. Euroship Services heeft verzocht om, wanneer de rechtbank niet terugkomt op de hiervoor besproken beslissingen omtrent de werkzaamheden ingevolge de overeenkomst, het meerwerk en de prijs, op de voet van artikel 337 lid 2 Rv tussentijds appel toe te staan. [gedaagde in conventie] heeft zich tegen toewijzing van dit verzoek verzet. Naar aanleiding hiervan overweegt de rechtbank als volgt.

2.25. Het verzoek strekt ertoe een uitzondering te maken op de in artikel 337 lid 2 Rv neergelegde regel dat hoger beroep van tussenvonnissen slechts is toegestaan tegelijk met dat tegen het eindvonnis. Bij het toestaan van die uitzondering dient de rechter een grote mate van terughoudendheid te betrachten, zo volgt uit de wetsgeschiedenis. Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven een uitzondering op de hoofdregel te maken.

2.26. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. Het enkele feit dat in het tussenvonnis enkele vergaande beslissingen zijn genomen met betrekking tot de omvang en reikwijdte van de overeenkomst tussen partijen, is onvoldoende om een uitzondering te maken op het wettelijke uitgangspunt. Overige uitzonderlijke omstandigheden zijn gesteld noch gebleken.

2.27. Het verzoek tot het toestaan van tussentijds appel zal op grond van het bovenstaande dus worden afgewezen.

slotoverwegingen

2.28. In afwachting van de bewijslevering zal nu iedere verdere beslissing worden aangehouden.

2.29. Indien Euroship Services bewijs wenst te leveren door middel van het horen van getuigen geldt het volgende. Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.

2.30. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank op een zitting bepaald voor

de getuigenverhoren een mondeling tussenvonnis kan wijzen waarbij een verschijning van partijen op diezelfde zitting wordt bevolen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Zij moeten daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen. Een rechtspersoon moet ter zitting vertegenwoordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging.

in reconventie

2.31. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

in conventie en in reconventie

2.32. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie van partijen is gehouden en die het tussenvonnis heeft gewezen, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen in verband met benoeming elders.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. draagt Euroship Services met inachtneming van rechtsoverweging 2.23 op te bewijzen dat [gedaagde in conventie] zo tijdig mogelijk voor de waarschijnlijkheid van een verdere overschrijding dan 10% van de overeengekomen richtprijs is gewaarschuwd,

3.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 9 november 2011 voor uitlating door Euroship Services of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

3.3. bepaalt dat Euroship Services, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

3.4. bepaalt dat Euroship Services, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op maandagen en woensdagen in de maanden december 2011 tot en met februari 2012 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

3.5. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. M.J.P. Heijmans in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

3.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

3.7. houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

3.8. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2011.

Coll.: MvG