Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU5782

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-10-2011
Datum publicatie
25-11-2011
Zaaknummer
202498
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Deskundigen benoemd.

Gebleken is dat eiser een toevoeging heeft. Gezien artikel 195 Rv is ten onrechte aan eiser een voorschot opgelegd. De rechtbank zal het dictum van het vonnis van 14 september 2011 daarom corrigeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 202498 / HA ZA 10-1279

Vonnis van 12 oktober 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. E.F. Muller te Deventer,

tegen

de stichting

STICHTING SINT MAARTENSKLINIEK,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. N. van den Burg te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser] en de kliniek genoemd worden.

1. De procedure en de verdere beoordeling

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 14 september 2011 en de rolverwijzing van 3 oktober 2011. Bij dat tussenvonnis zijn twee deskundigen benoemd en is bepaald dat [eiser] binnen twee weken na de datum van het vonnis het voorschot op de kosten van de deskundigen ad in totaal € 5.332,00 ter griffie dient te deponeren. Bij faxbericht van 26 september 2011 heeft mr. Muller aan de griffie bericht dat [eiser] met een toevoeging procedeert en dat het voorschot daarom gezien artikel 195 Rv ten onrechte ten laste van [eiser] is gebracht. Bij faxbericht van 26 september 2011 heeft mr. Van den Burg daarop gereageerd en verzocht bewijs op te vragen dat daadwerkelijk een toevoeging is verleend.

1.2. Hierover wordt als volgt overwogen. Weliswaar blijkt uit de dagvaarding niet dat [eiser] met een toevoeging procedeert, maar in het dossier van de rechtbank bevindt zich een B1 formulier (Aanbrengen nieuwe zaak) van 1 juli 2010, waaruit blijkt dat een toevoeging is verkregen. Kopie van de toevoeging was bijgevoegd en bevindt zich in het dossier van de rechtbank. Conclusie is dus dat, gezien artikel 195 Rv, ten onrechte aan [eiser] een voorschot is opgelegd. De rechtbank zal het dictum van het vonnis van 14 september 2011 daarom corrigeren. De bepaling dat een voorschot aan [eiser] is opgelegd en de bepaling dat de deskundigen eerst kunnen beginnen nadat het voorschot is ontvangen, komen te vervallen. De datum waarop het conceptrapport gereed moet zijn wordt aangepast. Het dictum komt te luiden als hieronder vermeld, waarbij om redenen van duidelijkheid het gehele dictum is opgenomen.

1.3. Verder wordt iedere beslissing aangehouden.

2. De beslissing

De rechtbank

3.1. beveelt een onderzoek door twee deskundigen ter beantwoording van de volgende vragen, waarbij ieder van de deskundigen vanuit het eigen vakgebied de navolgende vragen beantwoordt:

1. Wat is de oorzaak of zijn de mogelijke oorzaken – binnen of buiten de operatie gelegen - binnen uw vakgebied (orthopedische chirurgie / anesthesiologie) van de beschadiging van de nervus saphenus? Met welke mate van zekerheid kunt u daarover uitspraken doen?

2. [eiser] ervaart pijnklachten aan de mediale zijde van de rechterknie. Kunt u aangeven waardoor deze pijnklachten worden veroorzaakt? Wilt u hierbij ingaan op de volgende mogelijke oorzaken van de pijn:

a. een beschadiging van de nervus saphenus;

b. een stenose op niveau L4-L5;

c. pre-existente pijnklachten van [eiser];

Kunt u aangeven in welke mate deze oorzaken aan de pijnklachten bijdragen en kunt u daarbij aangeven met welke mate van zekerheid u daarover uitspraken kunt doen?

3. Heeft de betrokken orthopedisch chirurg Defoort / anesthesioloog Jack bij de behandeling van [eiser] naar uw mening gehandeld conform de ten tijde van de ingreep geldende professionele standaard binnen uw vakgebied (orthopedische chirurgie / anesthesiologie ), in die zin dat bij de behandeling van [eiser] de zorg is betracht die een redelijk bekwaam en redelijk handelend orthopedisch chirurg / anesthesioloog onder dezelfde omstandigheden zou hebben betaamd? Wilt u daarbij (voorzover dit valt binnen uw vakgebied), indien relevant, aandacht besteden aan de vraag of,

a. de bloedleegte band te strak heeft gezeten;

b. de operateur de zenuw heeft doorgenomen;

c. de zenuwbeschadiging het gevolg is van het femorale blok,

en wilt u daarbij steeds aangeven of, zo ja, dat verwijtbaar is en waarom? Wilt u uw antwoord uitvoerig toelichten en daarbij zo mogelijk relevante literatuur vermelden?

4. Heeft u overigens nog opmerkingen die voor de beoordeling van belang kunnen zijn?

3.2. benoemt tot deskundigen om dit onderzoek te verrichten:

1) Prof. dr. J.Th.A. Knape, afdeling Anesthesiologie, verbonden aan:

UMC Utrecht

Postbus 85500

3508 GA Utrecht

Tel: 088-75 596 19

Email: j.t.a.knape@umcutrecht.nl

2) Prof. dr. C.N. van Dijk, afdeling Orthopedie, verbonden aan:

AMC Universiteit van Amsterdam

Postbus 22660

1100 DD Amsterdam

Tel: 020-566 2938

Email: m.lammerts@amc.uva.nl

3.3. bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundigen zal toezenden,

3.4. bepaalt dat [eiser] binnen twee weken na de datum van dit vonnis (kopieën van) de overige processtukken aan de rechtbank, sector civiel, roladministratie, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem zal doen toekomen, voorzover dat niet reeds is gebeurd,

3.5. bepaalt dat de deskundigen binnen twee weken nadat zij een kopie van dit vonnis hebben ontvangen met de partijen een afspraak moeten hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moeten hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundigen niet nodig is,

3.6. bepaalt dat indien een partij of de deskundigen de aldus afgesproken datum voor het onderzoek willen wijzigen, die partij of de deskundigen daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen,

3.7. bepaalt dat de deskundigen zich met vragen over het onderzoek kunnen wenden tot de rechter-commissaris mr. A.E.B. ter Heide,

3.8. bepaalt dat de deskundigen bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in hun schriftelijk bericht moeten doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.9. bepaalt dat de deskundigen elk een schriftelijk en ondertekend conceptrapport zullen inleveren ter griffie van deze rechtbank vóór 28 februari 2012, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundigen,

3.10. verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop beide definitieve rapporten ter griffie zijn ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenberichten aan de zijde van [eiser],

3.11. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Smit, mr. A.E.B. ter Heide en mr. C.M.E. Lagarde en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2011.

Coll: AtH