Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU5167

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
02-11-2011
Datum publicatie
21-11-2011
Zaaknummer
191414
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Novacap is geslaagd in het bewijs van haar stelling - samengevat - dat zij met de diverse gedaagden koopovereenkomsten heeft gesloten m.b.v. verschillende gladiolenbollen zoals weergegeven in de koopbriefjes en dat een aantal van die overeenkomsten onvoorwaardelijk was.

Vorderingen toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 191414 / HA ZA 09-1879

Vonnis van 2 november 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOVACAP FORTISSIMO B.V.,

gevestigd te Lisse,

eiseres,

advocaat mr. M.H.J. Langerak te Utrecht,

tegen

[gedaagden]

advocaat mr. G.A.M. de Vries te Woudenberg,

7. J.M. RUIJSCH,

wonende te Veenendaal,

gedaagde,

advocaat mr. G.A.M. de Vries te Woudenberg.

Eiseres zal hierna Novacap Fortissimo B.V. genoemd worden. Gedaagden zullen tezam[gedaagde sub 2]gden] genoemd worden dan wel afzonderlijk [[gedaagde sub 2]sub 1] v.o.f., [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3], [gedaagde sub 4], [gedaagde sub 5], [gedaagde sub 6] en [gedaagde[gedaagde sub 6/7]

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 15 september 2010

- de akte overlegging nadere producties van Novacap Fortissimo B.V.

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 21 januari 2011

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 10 mei 2011

- de rolverwijzing van 26 mei 2011

- de conclusie na getuigenverhoor van Novacap Fortissimo B.V. van 22 juni 2011,

- de akte van depot van Novacap Fortissimo B.V. van 28 juni 2011

- de antwoordconclusie na getuigenverhoor van [[gedaagde sub 2]sub 1] v.o.f., [gedaagde sub 2] en [gedaag[gedaagde sub 3]

- de antwoordconclusie na getuigenverhoor van [gedaagde sub 4]

- de antwoordconclusie na getuigenverhoor van [gedaagde sub 5]

- de antwoordconclusie na getuigenverhoor van [gedaagde sub 6]

- de antwoordconclusie na getuigenverhoor van [gedaagde sub 7].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

Bewijsopdracht en bewijsmiddelen

2.1. In het tussenvonnis van 15 september 2010 (hierna te noemen het tussenvonnis) is Novacap Fortissimo B.V. opgedragen te bewijzen dat:

- zij in augustus 2003 onvoorwaardelijke koopovereenkomsten heeft gesloten met [gedaagde sub 1]., [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] met betrekking tot verschillende soorten gladiolenbollen zoals weergegeven in de koopbriefjes en dat

- zij in augustus 2003 koopovereenkomsten heeft gesloten met [gedaagde sub 5], [gedaagde sub 6] en [gedaagde sub 7] met betrekking tot verschillende soorten gladiolenbollen zoals weergegeven in koopbriefjes en dat

- [gedaagde sub 5], [gedaagde sub 6] en [gedaagde sub 7] het nadere aanbod om de gladiolenbollen te leveren aan het adres van [betrokkene] hebben aanvaard en dat levering van de bollen voor 1 februari 2004 aan het adres van [betrokkene] heeft plaatsgevonden.

2.2. Ter uitvoering van deze bewijsopdracht heeft Novacap Fortissimo B.V. verschillende bewijsstukken in het geding gebracht waaronder verschillende bewijzen van aangetekende verzending van brieven gericht aan [gedaagden] (producties 62 tot en met 66), een brief van [betrokkene] van 15 december 2003 en een faxbericht van [betrokkene] van 16 januari 2004 (productie 67), een transcriptie van geluidsopnamen van een telefoongesprek c.q. voicemailberichten (productie 68 tot en met 70), een arrest van het hof Arnhem van 4 september 2007 (productie 71) en diverse verkooplijsten met handgeschreven aantekeningen (productie 72).

Daarnaast heeft Novacap Fortissimo B.V. nog verschillende getuigen laten horen, te weten de heer [ ] [getuige 1] (hierna te noemen [getuige 1]), de heer [ ] [getuige 2] (hierna te noemen [getuige 2]) en de heer [ ] [getuige 3] (hierna te noemen [getuige 3]).

2.3. [getuige 1] heeft onder meer het volgende verklaard:

Ik ben commissionair. Ik bemiddel tussen twee partijen. Ik ken de partijen in deze procedure omdat ik in 2002/2003 of alleen in 2003 heb bemiddeld tussen deze partijen in de gladiolenbollen. Ik ken de gedaagde partijen niet allemaal in persoon. Ik ken in persoon alleen [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 7]. [gedaagde sub 5] ken ik alleen van naam. In 2002/2003 werkte ik samen met [getuige 3]. Wij deden samen de bemiddeling. Er zijn toen transacties tot stand gekomen tussen Novacap Fortissimo B.V. en [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 7]. (…)

U houdt mij een koopbriefje voor waarop koper staat vermeld ‘[gedaagde sub 4]” (productie 18 bij dagvaarding). [getuige 3] maakte die koopbriefjes, ik niet. Hij maakte die in de week van de gladiolenshow, soms op de dag van de koop, soms later. Hij maakte die koopbriefjes ook voor transacties die ik tot stand had gebracht. De kopers waren daar meestal niet bij. Wij hadden een kladje waarop stond wat we hadden verkocht. De kladjes waren duidelijk en bevatten volgens mij geen vergissingen. (…)

U houdt mij productie 72, pagina 3 en 4 voor. Ik herken dit wel. Dit is het handschrift van [getuige 3]. Zo hield hij het bij.

Ik schreef zelf op een blocnote. [getuige 3] nam het over. Hij maakte de koopbriefjes. (…)

U houdt mij productie 36 bij dagvaarding voor. Ik zie dat mijn naam daarbij staat. Het zal wel zo zijn dat we deze lijst hebben gemaakt. Alles was nieuw toen. Het is al lang geleden. De lijst komt mij wel bekend voor. Op deze lijst staat wat er is verkocht, voor welke prijs, in welk jaar en aan wie. (…)

U vraagt mij of kopers wel eens voorwaarden stelden aan de koop. Ik antwoord dat het in principe vaak een kwestie was van doorverkopen. Kopers kochten niet om zelf te planten. Zij kochten voor de handel. Zij kochten en verkochten. In mijn beleving waren dit twee losse transacties. (…)

Er wordt mij gevraagd hoe de koop door [gedaagde sub 4] is geschied. Als [gedaagde sub 4] aankocht, maakte ik een kladje in het bijzijn van [gedaagde sub 4]. Ik weet niet hoeveel kopen ik voor [gedaagde sub 4] heb gedaan. De soorten en prijzen kan ik mij ook niet meer herinneren. Daarvoor is het te lang geleden. Ik weet wel dat ik geen vrije hand had om transacties tot stand te brengen. Als het om geld gaat moet je met elkaar in contact treden.

De show waar ik eerder over verklaarde duurde zeven of acht dagen. Ik weet niet hoeveel transacties ik per dag deed. Misschien waren het er wel vijftig per dag. De transacties werden niet alleen aan het einde van de dag maar ook tussendoor uitgewerkt. Het uitwerken gebeurde een paar keer per dag. [getuige 3] maakte dan de koopbriefjes.

2.4. [getuige 2] heeft onder meer het volgende verklaard:

Ik heb een management B.V. (…) Deze management B.V. is directeur van Novacap Holding B.V. Novacap Holding B.V. is op haar beurt directeur van Novacap Fortissimo B.V. (…)

U houdt mij voor dat er koopbriefjes in het dossier zitten die gedateerd zijn op 11 augustus 2003, derhalve na de show in de ruimte van SBC te [woonplaats] van bollen van Novacap Fortissimo B.V. Ik merk op dat het kan zijn dat er later ook nog transacties tot stand zijn gekomen. De meeste transacties zijn echter gesloten tijdens de eerder genoemde show. De verkopen op die show gebeurden door Glado, oftewel de heren [getuige 3] en [getuige 1]. Verkopen was de taak van deze commissionairs. Ik was wel eens bij een verkoop aanwezig maar kan mij niet herinneren met wie de transacties zijn gesloten. Ik was wel dagelijks aanwezig op deze show in [woonplaats] en heb er ook wel bij gestaan als een transactie werd gesloten maar zoals gezegd is het te lang geleden om te herinneren met wie dat was. Ik weet nog wel dat [getuige 3] en [getuige 1] rondliepen met kladblokken met daarin lijsten zoals overgelegd als productie 72. Zij schreven daarin de transacties. (…)

De meeste transacties vonden plaats in de week waarin Novacap Fortissimo B.V. exposeerde maar in de week daarna kwamen transacties tot stand. Dit gebeurde op de manier zoals beschreven door [getuige 1] eerder in deze enquête. Potentiële kopers kwamen kijken en konden een portie kopen. [getuige 1] of [getuige 3] vermeldden het dan in het kladblok. Dezelfde dag werd dit uitgeprint in het computersysteem MXBULB. Vervolgens werden er twee briefjes uitgeprint, één voor de koper en één voor de verkoper. Als verkoper heb ik alle briefjes ontvangen.

[getuige 1] en [getuige 3] kregen een vaste prijs mee. Wij hadden een aanbodlijst waarop stond hoeveel porties er voor welk bedrag per portie werden verkocht. Vervolgens ontving ik rapportages van [getuige 3] en [getuige 1] waaruit bleek hoeveel er van de verschillende soorten werden verkocht. Ik wijs op productie 72, pagina 1 en 2. Dit is een lijst waarin [getuige 3] mij rapporteert wat de verkopen zijn van Novacap Fortissimo B.V. Ik kon dat terugzien in MXBULB. Ik controleerde dat ook dagelijks.

De partijen die de kopers hadden gekocht boden ze kennelijk weer aan. Dat was niet mijn zaak. Ik heb wel lijsten gezien zoals overgelegd als productie 36. Dit zijn aanbodlijsten. (…) De rassen werden aangeboden als eigenaar zijnde. Ik zie dat op de lijst ook Novacap Fortissimo B.V. staat vermeld als eigenaar. Bijvoorbeeld bij het ras Forta Rosa. Wij hadden nog onverkochte porties. Die stonden ook op die lijsten. (…)

Gevraagd wordt naar de periode december 2003/februari 2004. Volgens het contract moest er geleverd worden per 1 februari 2004. Daar ging iets aan vooraf. Begin december 2003 is SBC namelijk gefailleerd. Ik wist dat gedaagden mogelijk forse schade zouden lijden door dit faillissement omdat zij ook in de tulpen zaten. Ik wist ook dat zij geen eigen land hadden. Ik wilde de koopovereenkomsten netjes afhandelen en ik heb voorafgaande aan de verzending van de afleverbonnen met facturatie eerst gebeld met iedere gedaagde. Ik heb aangegeven dat [betrokkene] bereid was contractteelt te verzorgen en ik heb gevraagd waar we de bollen moesten afleveren. Ik heb al deze gesprekken vastgelegd. Pas hierna heb ik de brieven verstuurd die ook al in het dossier zitten. Ik heb die brieven aangetekend verzonden en getekend retour ontvangen. In deze brieven stond dat de bollen zouden worden afgeleverd bij [betrokkene].

2.5. [getuige 3] heeft onder meer het volgende verklaard:

Ik heb eerder schriftelijke verklaringen afgelegd die zijn overgelegd als producties 14, 24, 35 en 45 bij dagvaarding. Ik blijf bij die verklaringen. De inhoud daarvan klopt.

Ik heb deze verklaringen opgesteld in 2008 en ze hebben betrekking op transacties in 2003. Ik heb mijn verklaringen gebaseerd op mijn eigen documenten. Het gaat daarbij om afschriften van aankopen van bepaalde rassen. Ik weet soms tot in detail welke hoeveelheden voor welke bedragen zijn verkocht. De tijdstippen heb ik niet allemaal meer helder.

Alle transacties werden digitaal gemaakt via het systeem MXBULB. Ik heb dit gelijk verzonden naar verkoper en koper. Iedereen heeft daarvan afschriften.

U vraagt mij naar koopbriefjes. Die zijn door mijzelf opgesteld of door mijn collega [getuige 1]. Ik werkte met hem samen onder de naam ‘Glado’. Wij vormden één team. Alle transacties werden gemaakt op naam van Glado, door mij of door [getuige 1].

Die koopbriefjes werden gemaakt op basis van opdrachten van kopers. De kopers waren er niet altijd bij als de koopbriefjes werden opgesteld. Het kon ook zijn dat er telefonisch opdracht was gegeven of dat het ging om mondelinge afspraken tijdens shows. We hebben een paar keer bloemenshows gehouden. Daar zijn ook afspraken gemaakt. Ik heb dit genoteerd. Het ging daarbij om opdrachten die werden gegeven door de koper. Vlak daarna werd de transactie dan gemaakt. Met vlak daarna bedoel ik in elk geval binnen dezelfde dag. Ik maakte dan gebruik van de aantekeningen die ik had gemaakt. Ik doe dit al 25 jaar zo en het gaat nog steeds goed. (…)

Met betrekking tot partij [gedaagde sub 5] kan ik mij het volgende herinneren. Het gaat om Johan [gedaagde sub 5]. (…) Hij heeft voor € 22.500,- gekocht aan nieuwe gladiolenrassen. Dat staat in mijn aantekeningen. Ik heb een totaaluitdraai waaruit blijkt wat iedereen heeft gekocht. (…)

U houdt mij de producties 36 en 72 van de zijde van Novacap voor. Als ik eerst naar productie 72 kijk dan zie ik dat ik die zelf heb opgemaakt in Excel en dat er in mijn handschrift iets onder is geschreven. Op het moment dat ik porties kocht voor [gedaagde sub 5] of anderen, kreeg ik opdracht om die door te verkopen voor bepaalde prijzen. Daar maakte ik lijsten van. Het gaat om zo’n lijst. Meestal zette ik daar de naam van de aanbieder bij. Ik zie dat ook op de lijst die is overgelegd als productie 36. (…) Dit wordt aangeboden door J. [gedaagde sub 5]. Hij biedt twee porties aan. (…)

U vraagt mij van wie [gedaagde sub 5] die rassen heeft gekocht. In de lijst staan aanbiedingen van rassen die [gedaagde sub 5] aanbood en die hij zelf eerder had gekocht. Hij had ze gekocht van Novacap. Ik heb die verkoop bemiddeld. Ik heb daar ook aantekeningen van. Ik heb die vorige week opgedoken. Ze zijn heel gedetailleerd. De transactienummers staan daarbij. Van alle transacties heb ik afschriften bewaard.

Met betrekking tot [gedaagden sub 6 en 7] herinner ik mij dat ik hen een paar keer heb ontmoet op het SBC kantoor. (…) Voor zover ik mij herinner hadden zij een garagebedrijf. Ik heb van hen ook opdracht gekregen om nieuwe rassen aan te schaffen en met winst door te verkopen. (…) Verkoper was Novacap.

Ik heb ook porties doorverkocht voor [gedaagden sub 6 en 7]. Zij wilden de bollen gelijk doorverkopen met winst. Ze staan ook vermeld op de aanbodlijst waar we het net over hadden.

Er waren geen voorwaarden verbonden aan de koop. In principe was het de bedoeling om, zoals gezegd, door te verkopen met winst en niet om zelf te kweken. Maar het was niet zo dat ik de bollen eerst doorverkocht moest hebben voor ze werden gekocht. Zo heb ik nooit gewerkt. Anders had ik het zelf wel gekund.

Wat ik hier verklaar over [gedaagden sub 6 en 7] gold voor alle gedaagde partijen.

Met betrekking tot [gedaagde sub 4] herinner ik mij het volgende. (…) Hij kocht ook porties aan, op het veld en later in de showkas. Op dezelfde manier als ik hiervoor heb verklaard.

[gedaagde sub 4] kocht aan van Novacap. (…)

Met betrekking tot [gedaagde sub 2] herinner ik mij dat ik hem heb gezien in die periode. (…) [gedaagde sub 2] was de grootste koper van gladiolenbollen. Hij deed ook groot in tulpen. Uit mijn aantekeningen kan ik afleiden hoeveel hij heeft gekocht aan gladiolenbollen. (…)

Ik heb de eerste keer contact gehad met [gedaagde sub 2] op het veld in [woonplaats]. Later in de showkas zijn er transacties tot stand gekomen. In de showweek kwam hij dagelijks langs. Hij deed min of meer dagelijks aankopen. (…)

De aantekeningen waar ik mij in deze verklaringen op baseer zijn computeruitdraaien uit MXBULB. Daar staan handgeschreven aantekeningen bij. Ik heb die er toen in die periode bijgezet. Het gaat om de namen van de rassen.

Met betrekking tot [gedaagde sub 2] weet ik niet exact hoeveel aankooptransacties van gladiolenbollen hij heeft gedaan. Mij wordt voorgehouden dat dat er 22 zijn geweest. Met betrekking tot een aantal daarvan heb ik zelf contact gehad met [gedaagde sub 2]. De meeste heb ik doorgekregen van [getuige 1]. Ik was er dan wel vaak bij. Ik licht dat nader toe. Als we met drie mensen bij een vaas bloemen stonden, richtte hij zich tot mijn collega. Ik stond daar naast. Zo zijn die transacties gemaakt.

U vraagt mij of [gedaagde sub 2] ook telefonisch opdracht heeft gekregen. Dit is niet bij mij gebeurd, wel bij [getuige 1]. [gedaagde sub 2] had meer contact met mijn collega dan met mij. Samenvattend kan ik zeggen dat ik bij een aantal opdrachten van de 22 aanwezig was. Een aantal opdrachten was telefonisch, die zijn rechtstreeks aan [getuige 1] gericht.

Mijn collega [getuige 1] maakte ook koopbriefjes. De meeste keren maakte ik ze echter. [getuige 1] maakte ook koopbriefjes ten aanzien van [gedaagde sub 2]. Ik kan mij dat niet goed herinneren, maar dat neem ik aan want wij waren één team. Meestal werden die koopbriefjes dezelfde dag gemaakt. Het is echter ook wel eens voorgekomen dat er ’s avonds een show was waar ook [gedaagde sub 2] kwam. Dan kwam het voor dat de koopbriefjes de volgende ochtend werden gemaakt. (…)

Mij wordt voorgehouden dat [getuige 1] heeft verklaard dat hij geen koopbriefjes heeft gemaakt en dat alleen ik dat deed. Ik merk op dat dat zijn verklaring is.

Mij wordt verder voorgehouden dat [getuige 1] heeft verklaard dat koopbriefjes werden gemaakt op basis van door hem opgestelde kladjes. Ik merk op dat dat wel eens gebeurde, maar meestal gebeurde dit op basis van mondelinge mededelingen. (…)

Met betrekking tot [gedaagde sub 4] weet ik niet uit mijn hoofd hoeveel transacties er zijn gedaan tijdens de show. Ik hoor dat dit gaat om 2. Ik heb die niet rechtstreeks gesloten. Dit is volgens mij via [getuige 1] gegaan. Ik kreeg wel opdracht om ze door te verkopen. [gedaagde sub 4] zei dat tegen mij. (…)

De gang van zaken die ik zojuist heb geschetst met betrekking tot de aankoop en doorverkoop met betrekking tot [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] geldt ook voor [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 6/7] Dit is hetzelfde verhaal. De aanpak was identiek. (…)

Mij wordt voorgehouden dat [getuige 1] heeft verklaard dat hij zelf aantekeningen op een blocnote schreef en dat aan mij gaf. Dat is wel een aantal keren voorgekomen.

U houdt mij voor productie 72 derde bladzijde. Ik zie hierop mijn handschrift staan. Het is een notitie die is gemaakt op een show in [woonplaats]. Ik zie daar bedragen en ik zie kopers. De kopers staan links. Verkoper was Novacap. Dit zijn gewoon aantekeningen. Daar liepen mijn collega en ik mee rond in de showkas. Op dit blad maakte ik een verzamellijst. Ik maakte alle notities. [getuige 1] had niet zo’n lijst. Hij had af en toe wel een blocnote bij zich. Zo af en toe kwam hij bij mij met een briefje waarop stond dat [gedaagde sub 2] had gekocht en dat er voor een bepaald bedrag moest worden doorverkocht.

Naar aanleiding van vragen van mr. Van Veen om verdere verduidelijking merk ik op dat het gaat om een verzamellijst voor mijzelf die was bedoeld om later een officiële lijst van te maken. Ik werkte dit uit in Excel. Het zou kunnen dat zij op basis van deze lijst koopbriefjes maakten. Dit zijn opdrachten die ik later heb uitgewerkt. Het is een notitielijst bedoeld om later uit te werken in een Excellijst. (…)

Met betrekking tot [gedaagden sub 6 en 7] kan ik mij herinneren dat ik transacties heb afgesloten. (…)

Als ik kijk naar de derde pagina van productie 72, zie ik dat [gedaagden sub 6 en 7] daar niet in staan. Ik merk daarbij op dat dit kladblokaantekeningen voor mij zelf was. Voor een bepaalde dag of meerdere dagen. [gedaagden sub 6 en 7] hebben waarschijnlijk later gekocht. Ze staan wel vermeld op de verzamellijst. (…)

2.6. [gedaagden] hebben afgezien van het horen van getuigen in contra-enquête.

Heeft Novacap Fortissimo B.V. in augustus 2003 onvoorwaardelijke koopovereenkomsten gesloten met [gedaagde sub 1]., [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] met betrekking tot verschillende soorten gladiolenbollen zoals weergegeven in de koopbriefjes en/of heeft Novacap Fortissimo B.V. in augustus 2003 koopovereenkomsten heeft gesloten met [gedaagde sub 5], [gedaagde sub 6] en [gedaagde sub 7] met betrekking tot verschillende soorten gladiolenbollen zoals weergegeven in koopbriefjes?

2.7. De eerste vraag die thans voorligt is of in augustus 2003 door Novacap Fortissimo B.V. koopovereenkomsten zijn gesloten met gedaagden met betrekking tot verschillende soorten gladiolenbollen zoals weergegeven in de koopbriefjes.

2.8. Bij de beantwoording van die vraag staat voorop dat aan de verklaring van [getuige 2] maar beperkte waarde toekomt. Het gaat immers om een partijverklaring die geen bewijs kan opleveren in het voordeel van Novacap Fortissimo B.V., tenzij zij strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs.

Dat is anders ten aanzien van de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 3]. Niet is gesteld en ook overigens is er geen reden om aan te nemen dat zij er belang bij hebben om een verklaring ten gunste van Novacap Fortissimo B.V. af te leggen.

2.9. Bij de beoordeling staat verder voorop dat de koopovereenkomsten met gedaagden mondeling tot stand kunnen zijn gekomen en dat voor het bewijs van de totstandkoming de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 3] in beginsel voldoende zijn. Aan de geloofwaardigheid van hun verklaringen staat niet in de weg dat vooral [getuige 3] voor zijn herinnering ten aanzien van details heeft geput uit de koopbriefjes, uit lijsten en uit eigen aantekeningen. Dit zou wellicht anders zijn als de verklaringen met betrekking tot die lijsten en eigen aantekeningen onjuist zouden zijn, maar dat is niet gebleken. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om de administratie van Novacap Fortissimo B.V. waar [getuige 3] zich op baseert -zoals gedaagden lijken te veronderstellen- maar om eigen lijsten en eigen aantekeningen.

Eventuele vergissingen over bijvoorbeeld het beroep van één of meer gedaagden doen, mede gelet op het tijdsverloop tussen de shows en het getuigenverhoor en het geringe belang van kennis van het beroep voor de totstandkoming van koopovereenkomsten, niet af aan de geloofwaardigheid van die verklaringen.

[getuige 1] en [getuige 3] hebben verder ook een afdoende verklaring gegeven voor het feit dat de data op de koopbriefjes niet zonder meer te rijmen zijn met de data van de gladiolenshows. Die briefjes werden volgens hen namelijk soms ook na de show nog gemaakt.

2.10. De rechtbank is van oordeel dat uit de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 3], gelet op de reeds eerder genoemde koopbriefjes en de door [getuige 1] en [getuige 3] geschetste wijze van totstandkoming daarvan, alsmede gezien de nader overgelegde producties, met voldoende mate van waarschijnlijkheid kan worden afgeleid dat de koopbriefjes een schriftelijke weergave vormen van eerder gesloten mondelinge overeenkomsten.

2.11. Met betrekking tot [gedaagde sub 2] heeft [getuige 3] met zoveel woorden verklaard dat [gedaagde sub 2] de grootste koper was van gladiolenbollen. Die bollen heeft [gedaagde sub 2] gekocht van Novacap Fortissimo B.V. en van een andere leverancier. Van die transacties zijn koopbriefjes opgemaakt. Uit zijn eigen aantekeningen kan [getuige 3] afleiden hoeveel [gedaagde sub 2] heeft gekocht. Voorts heeft [getuige 3] verklaard te blijven bij zijn schriftelijke verklaring die is overgelegd als productie 14 dagvaarding. Daarin heeft hij al geschreven dat [gedaagde sub 2] in een periode van ongeveer een week 22 porties gladiolen heeft aangekocht bij [getuige 3] en [getuige 1]. Aan deze verklaring is gehecht een aanbodlijst waarin [gedaagde sub 2] als eigenaar staat vermeld van porties die hij eerder via [getuige 3] en [getuige 1] had aangekocht.

2.12. Op zich is juist dat [getuige 1] - anders dan [getuige 3] - niet heeft verklaard dat hij heeft bemiddeld bij de totstandkoming van koopovereenkomsten met [gedaagde sub 2], zoals [getuige 3] wel met zoveel woorden heeft gezegd, maar daar staat tegenover dat [getuige 1] niet heeft verklaard dat hij daar niet bij bemiddeld heeft. De mogelijkheid blijft bestaan dat hij zich deze koper en/of deze transacties niet meer herinnert.

Het feit dat [getuige 1] niet meer weet met wie hij allemaal koopovereenkomsten heeft gesloten staat er niet aan in de weg dat hij dit wel, zoals door [getuige 3] is verklaard (die zich dit nog wel kan herinneren), heeft gedaan.

2.13. Ten aanzien van [gedaagde sub 4] hebben zowel [getuige 1] als [getuige 3] verklaard dat er transacties tot stand zijn gekomen met Novacap Fortissimo B.V. Zij verklaren beiden vrij gedetailleerd over de aankopen door [gedaagde sub 4]. Deze verklaringen komen ook sterk met elkaar overeen hetgeen de geloofwaardigheid daarvan ten goede komt. [getuige 3] heeft verder verklaard dat de details van de aankopen op papier staan. Ook ten aanzien van [gedaagde sub 4] blijft [getuige 3] bij zijn eerdere schriftelijke verklaring die is overgelegd als productie 24 bij dagvaarding. Aan deze verklaring heeft [getuige 3] twee koopbriefjes betreffende transacties die destijds tot stand zijn gekomen gehecht alsmede een uitdraai uit MXBULB.

2.14. Ten aanzien van [gedaagde sub 5] heeft [getuige 3] ook in detail een verklaring afgelegd. Hij heeft aangegeven dat hij zich met betrekking tot [gedaagde sub 5] kan herinneren dat hij voor EUR 22.500,00 heeft gekocht aan nieuwe gladiolenrassen. [getuige 3] baseert zich hierbij ook weer op zijn aantekeningen en op een totaaluitdraai waaruit blijkt wat iedereen heeft gekocht. Verder knoopt hij aan bij de producties 36 en 72 en koppelt hij aan de hand daarvan [gedaagde sub 5] aan de aankopen van bepaalde rassen. Tenslotte heeft [getuige 3] ook ten aanzien van [gedaagde sub 5] eerder een schriftelijke verklaring afgelegd omtrent aankoop van bollen van Novacap Fortissimo B.V. (productie 35 bij dagvaarding) en heeft hij in het getuigenverhoor aangegeven dat hij bij die verklaring blijft. Aan deze verklaring heeft [getuige 3] nog een factuur gehecht. Hij heeft daaromtrent verklaard dat hij aan de hand daarvan heeft gecontroleerd of de juiste bestelling in rekening was gebracht. Hij heeft op deze factuur een akkoord gegeven omdat alles in orde was.

2.15. Ten aanzien van vader [gedaagde sub 6] (ofwel [gedaagde sub 6]) en zoon [gedaagde sub 7] (ofwel [gedaagde sub 7].) hebben zowel [getuige 1] als [getuige 3] verklaard dat zij gladiolenbollen hebben gekocht van Novacap Fortissimo B.V. [getuige 3] heeft bovendien verklaard te blijven bij zijn eerdere schriftelijke verklaring (productie 45 bij dagvaarding) over de koop van gladiolenbollen door [gedaagden sub 6 en 7]. Aan deze verklaring heeft hij gehecht een uitdraai van aankopen door [gedaagden sub 6 en 7] uit MXBULB. MXBULB maakte volgens [getuige 3] de koopbriefjes automatisch aan als een transactie tot stand was gekomen.

2.16. Nu [gedaagden] zelf niet als getuigen zijn gehoord en meer in het bijzonder ook niet onder ede hebben verklaard dat zij in augustus 2003 geen koopovereenkomsten zoals weergegeven in de koopbriefjes hebben gesloten met Novacap Fortissimo B.V., is er te meer reden om Novacap Fortissimo B.V. geslaagd te achten in de bewijslevering op dit punt.

2.17. De tweede vraag die dan nog moet worden beantwoord is of de koopovereenkomsten met [gedaagde sub 1] v.o.f., [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] onvoorwaardelijk waren.

2.18. Zowel [getuige 1] als [getuige 3] hebben eensgezind verklaard dat aan de koop van gladiolenbollen door [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] geen voorwaarden verbonden waren. Volgens [getuige 1] waren koop en doorverkoop twee losse transacties en volgens [getuige 3] was het niet zo dat de hij de bollen eerst doorverkocht moest hebben voor ze werden gekocht. Dit volgt ook uit de verklaring van [getuige 2]. Er is ook op dit punt geen reden om aan de juistheid van de verklaringen te twijfelen. De rechtbank zal daar dan ook vanuit gaan.

2.19. Nu [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] zelf niet als getuigen zijn gehoord en meer in het bijzonder ook niet onder ede hebben verklaard dat zij geen onvoorwaardelijke overeenkomsten zoals weergegeven in de koopbriefjes hebben gesloten met Novacap Fortissimo B.V., is er te meer reden om Novacap Fortissimo B.V. geslaagd te achten in de bewijslevering op dit punt.

2.20. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat als vaststaand kan worden aangenomen dat Novacap Fortissimo B.V. in augustus 2003 onvoorwaardelijke koopovereenkomsten heeft gesloten met [gedaagde sub 1] v.o.f., [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] met betrekking tot verschillende soorten gladiolenbollen zoals weergegeven in de koopbriefjes en dat Novacap Fortissimo B.V. in augustus 2003 koopovereenkomsten heeft gesloten met [gedaagde sub 5], [gedaagde sub 6] en [gedaagde sub 7] met betrekking tot verschillende soorten gladiolenbollen zoals weergegeven in de koopbriefjes.

Hebben [gedaagde sub 5], [gedaagde sub 6] en [gedaagde sub 7] het nadere aanbod om de gladiolenbollen te leveren aan het adres van [betrokkene] aanvaard en heeft levering van de bollen voor 1 februari 2004 aan het adres van [betrokkene] plaatsgevonden?

2.21. Ten aanzien van het aanbod van Novacap Fortissimo B.V. om gladiolenbollen te leveren aan het adres van [betrokkene] heeft [getuige 2] een uitgebreide verklaring afgelegd. Zoals hiervoor reeds is overwogen kan deze verklaring alleen dienen ter aanvulling van ander bewijs. Dit bewijs kan onder meer worden gevonden in de transcriptie van het voicemailbericht gericht aan [gedaagde sub 5] (productie 70) en in de bewijzen van aangetekende verzending van brieven waarin ook een aanbod wordt gedaan om gladiolenbollen te leveren aan het adres van [betrokkene] en in de bijbehorende handtekening retourkaarten (producties 64 tot en met 66). Nu niet is gesteld dat [gedaagde sub 5] en [gedaagden sub 6 en 7] naar aanleiding van de ontvangst van deze brieven hebben gereageerd en hebben verzocht om levering aan een ander adres en zij bovendien geen van allen in staat waren om zelf de bollen te telen, heeft Novacap Fortissimo B.V. er gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat [gedaagde sub 5] en [gedaagden sub 6 en 7] het aanbod om de bollen te leveren aan het adres van [betrokkene] hebben aanvaard. Dat geldt te meer nu in de genoemde brieven expliciet staat vermeld dat bezwaren omtrent de levering schriftelijk kenbaar moeten worden gemaakt binnen drie werkdagen na dagtekening van die brieven. Niet is gesteld of gebleken dat er door [gedaagde sub 5] en/of [gedaagden sub 6 en 7] op die wijze en binnen die termijn bezwaar is gemaakt.

In het overgelegde faxbericht van [betrokkene] van 16 januari 2004 en in de daaraan voorafgaande brief van 15 december 2003 (productie 67) kan tenslotte nog een bevestiging worden gevonden van de aanwezigheid van de bollen aan het adres van [betrokkene] in januari 2004.

2.22. Ook ten aanzien van dit deel van de bewijsopdracht heeft te gelden dat er geen getuigen in contra-enquête zijn gehoord die de verklaring van [getuige 2] hebben tegengesproken en/of onder ede hebben verklaard dat zij het voicemailbericht niet hebben gehoord dan wel de desbetreffende brieven niet in persoon hebben ontvangen. Hierbij wordt opgemerkt dat het bovendien voor rekening van [gedaagde sub 5] komt als hij aangetekende post niet open maakt en/ of zijn voice mail niet afluistert. Verder kan nog worden opgemerkt dat Ruijsch weliswaar ontkent dat hij enig bericht heeft ontvangen maar dat dit niet strookt met de overgelegde handtekening retourkaart.

Eén en ander leidt tot de conclusie dat Novacap Fortissimo B.V. ook op dit punt in de bewijslevering is geslaagd.

Conclusie

2.23. Alles afwegende, kan worden geconcludeerd dat Novacap Fortissimo B.V. is geslaagd in het haar opgedragen bewijs en dat de vorderingen zullen worden toegewezen, zoals reeds is overwogen in het tussenvonnis onder 4.10, 4.19 en 4.21.

2.24. Novacap Fortissimo B.V. heeft ook vergoeding gevorderd van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering zal worden afgewezen nu Novacap Fortissimo B.V. niet heeft gesteld dat de werkzaamheden die zij heeft verricht niet kunnen worden beschouwd als werkzaamheden ter voorbereiding van gedingstukken en/of ter instructie van de zaak. Uit de omschrijving van de werkzaamheden volgt veeleer het tegendeel.

2.25. [gedaagden] zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld alsmede in de nakosten. De kosten aan de zijde van Novacap Fortissimo B.V. worden begroot op:

- dagvaarding EUR 72,25

- overige explootkosten 0,00

- griffierecht 4.938,00

- getuigenkosten 182,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 10.320,00 (4,0 punten × tarief EUR 2.580,00)

Totaal EUR 15.512,25

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. veroordeelt [gedaagde sub 1] v.o.f., [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan Novacap Fortissimo B.V. te betalen een bedrag van EUR 207.130,00 (tweehonderdzevenduizendéénhonderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 6 februari 2004 tot de dag van volledige betaling,

3.2. veroordeelt [gedaagde sub 4] om aan Novacap Fortissimo B.V. te betalen een bedrag van EUR 21.520,00 (éénentwintigduizendvijfhonderdtwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 6 februari 2004 tot de dag van volledige betaling,

3.3. veroordeelt [gedaagde sub 5] om aan Novacap Fortissimo B.V. te betalen een bedrag van EUR 24.210,00 (vierentwintigduizendtweehonderdtien euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 6 februari 2004 tot de dag van volledige betaling,

3.4. veroordeelt [gedaagde sub 6] om aan Novacap Fortissimo B.V. te betalen een bedrag van EUR 40.350,00 (veertigduizenddriehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 6 februari 2004 tot de dag van volledige betaling,

3.5. veroordeelt [gedaagde sub 7] om aan Novacap Fortissimo B.V. te betalen een bedrag van EUR 61.870,00 (éénenzestigduizendachthonderdzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 6 februari 2004 tot de dag van volledige betaling,

3.6. veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van Novacap Fortissimo B.V. tot op heden begroot op EUR 15.512,25,

3.7. veroordeelt [gedaagden] in de nakosten, aan de zijde van Novacap Fortissimo B.V. bepaald op EUR 131,00 voor (na)salaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met EUR 68,00 voor (na)salaris advocaat en de daadwerkelijke betekeningskosten,

3.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar, mr. D.T. Boks en mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2011.