Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU4323

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
15-11-2011
Zaaknummer
AWB 10/1518
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet openbaarheid bestuur. Tussenuitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 10/1518

proces-verbaal van de mondelinge tussenuitspraak ingevolge artikel 8:80b, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 31 augustus 2011

inzake

[naam] eiser,

wonende te [woonplaats],

tegen

het Dagelijks bestuur Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 10 maart 2010

2. Beslissing

De rechtbank:

heropent het onderzoek ter zitting en

stelt verweerder in de gelegenheid om binnen vier weken na de datum van verzending van deze tussenuitspraak:

- een nieuw besluit te nemen met betrekking tot de openbaarmaking van het verslag van het dagelijks bestuur van 9 juli 2009 voor zover het betreft pagina 1 vanaf het begin tot en met de zinsnede “Er zijn soorten van bewegingen waarneembaar:” en vanaf pagina 3 vanaf de zinsnede “… wordt een zeer valide draagvlak gecreëerd.” tot aan het eind van het document.

3. Gronden van de beslissing

Ingevolge artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

In geschil is de weigering het verslag van de vergadering van het dagelijks bestuur van 9 juli 2009 openbaar te maken. Verweerder baseert deze weigering op artikel 10, tweede lid, onder b, van de Wob.

Na met toepassing van artikel 8:29 van de Awb van het betreffende verslag te hebben kennisgenomen, overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat voor zover het verslag de vergunningverlening in het kader van de Wet ambulancezorg betreft het belang van de economische of financiële belangen van verweerder zich voordoet. Verweerder heeft zich daarbij in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat dit belang zwaarder dient te wegen dan het algemeen belang bij openbaarmaking. Zoals verweerder heeft opgemerkt kan het openbaar maken van deze informatie de belangen van verweerder bij toekomstige nieuwe vergunningverlening schaden.

Het voorgaande geldt echter niet voor de passages in het verslag op pagina 1 vanaf het begin tot en met de zinsnede “Er zijn soorten van bewegingen waarneembaar:” en vanaf pagina 3 vanaf de zinsnede “… wordt een zeer valide draagvlak gecreëerd.” tot aan het eind van het document. Deze passages handelen niet over de vergunningverlening zodat de uitzonderingsgrond van artikel 10, tweede lid, onder b, van de Wob zich hier niet voordoet.

De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet kan worden gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde motivering. De rechtbank acht het besluit daarom in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb.

De rechtbank ziet in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding verweerder op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb, in de gelegenheid te stellen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

De rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid een nieuw besluit te nemen met betrekking tot de openbaarmaking van het verslag van het dagelijks bestuur van 9 juli 2009 voor zover het betreft pagina 1 vanaf het begin tot en met de zinsnede “Er zijn soorten van bewegingen waarneembaar:” en vanaf pagina 3 vanaf de zinsnede “… wordt een zeer valide draagvlak gecreëerd.” tot aan het eind van het document.

De rechtbank zal de termijn waarbinnen verweerder in de gelegenheid wordt gesteld om het gebrek te herstellen bepalen op vier weken na de datum van verzending van deze tussenuitspraak.

Indien verweerder heeft medegedeeld geen gebruik te maken van de gelegenheid het gebrek in het bestreden besluit te herstellen of de termijn die daarvoor is bepaald ongebruikt is verstreken, zal de rechtbank met inachtneming van artikel 8:57, tweede lid, van de Awb, het onderzoek sluiten en einduitspraak doen zonder nadere zitting. In de overige in dit artikel genoemde gevallen kan de rechtbank bepalen dat een nadere zitting achterwege blijft.

In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Hoger beroep tegen deze tussenuitspraak kan alleen tegelijkertijd met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.

De tussenuitspraak is ter openbare zitting van 31 augustus 2011 gegeven door mr. J.A. van Schagen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Kjellevold - Hoegee, griffier.

Waarvan proces-verbaal,

De griffier, De rechter,

Afschrift verzonden op: 31 augustus 2011