Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU3867

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-10-2011
Datum publicatie
09-11-2011
Zaaknummer
759376 CV Expl. 11-5656
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering Vitens tot afsluiting levering water. De hoogte van de betalingsachterstand en de termijn, waarbinnen niet is betaald, rechtvaardigt een onderbreking in de levering niet. Hierbij is betrokken dat niet is gesteld of gebleken dat de betalingsachterstand verder oploopt. De vordering tot betaling van € 51,50 aan voorrijkosten wordt afgewezen omdat niet kan worden vastgesteld dat deze kosten zijn gemaakt. De vordering betreffende de afsluitkosten wordt afgewezen, omdat de gevorderde machtiging tot onderbreking (van de levering van water) waarmee deze kosten samenhangen is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/26

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 759376 \ CV EXPL 11-5656 \ 55/MK

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

de naamloze vennootschap Vitens N.V.

gevestigd te Utrecht

eisende partij

gemachtigde Groenewegen en Partners Amsterdam

tegen

[gedaagde partij]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna Vitens en [gedaagde partij] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 26 mei 2011

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek met producties.

2. De feiten

2.1. Tussen Vitens en [gedaagde partij] is een overeenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een levering van water met betrekking tot het adres [adres] verder te noemen het adres.

2.2. Op grond van deze overeenkomst heeft Vitens aan [gedaagde partij] water geleverd.

2.3. Tussen partijen is overeengekomen dat [gedaagde partij] maandelijks een voorschotnota diende te voldoen. Tevens is overeengekomen dat eenmaal per jaar en/of bij beëindiging van de overeenkomst tot levering het werkelijke verbruik wordt vastgesteld aan de hand van de meterstanden, waarna Vitens een eindafrekening aan [gedaagde partij] verstrekt. Bij deze eindafrekening worden de reeds in rekening gebrachte voorschotnota’s verrekend.

2.4. Met betrekking tot deze levering is een achterstand van € 47,95 ontstaan in de betaling van de voorschotnota’s van 15 augustus 2010 tot en met 15 december 2010.

3. De vordering, het verweer en de beoordeling

3.1 Vitens vordert:

1. veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van een bedrag van € 171,45, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 134,45 vanaf de dag der dagvaarding, zijnde 26 mei 2011 tot aan de dag der voldoening;

2. veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van een bedrag van € 51,50 aan voorrijkosten en een bedrag van € 164,50 aan afsluitkosten;

3. te bepalen, dat Vitens, bij niet voldoening door gedaagde binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis gerechtigd is de drinkwaterlevering aan [gedaagde partij] te onderbreken door het in beslag tot afgifte nemen van de aan Vitens in eigendom toebehorende meetinrichting (watermeter) of anderszins, door bijvoorbeeld het plaatsen van een kap over de meetinrichting (watermeter en centrale kraan), met machtiging tot binnentreden van het verbruiksadres van [gedaagde partij], te weten: [adres] dit met behulp van de sterke arm van justitie en politie, c.q. Vitens te machtigen conform artikel 491 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering beslag tot afgifte op de meetinrichting (watermeter), in de woning van [gedaagde partij] op het verbruiksadres als hiervoor vermeld, alsmede te bepalen dat Vitens niet tot heraansluiting zal behoeven over te gaan indien [gedaagde partij] aan Vitens niet alle door haar geleden schade heeft vergoed, waaronder de kosten van afsluiting en heraansluiting groot € 164,50, en voldaan heeft aan de door Vitens gestelde voorwaarden als bedoeld in artikel 9 lid 3 van de Algemene Voorwaarden Drinkwater;

4. veroordeling van [gedaagde partij] in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen een bedrag aan salaris en verschotten.

3.2 Vitens legt aan haar vorderingen ten grondslag de stelling dat tussen haar en [gedaagde partij] een overeenkomst met betrekking tot de levering van water tot stand is gekomen. Uit hoofde hiervan is [gedaagde partij] een bedrag van € 47,95 verschuldigd geworden aan voorschotten en € 86,50 aan overige diensten & administratiekosten. Ondanks herhaalde aanmaning van de zijde van Vitens zijn bedoelde facturen niet voldaan. Vitens heeft haar vordering noodgedwongen uit handen gegeven en in verband daarmee kosten gemaakt, waarvoor zij [gedaagde partij] eveneens aansprakelijk houdt.

3.3 Bij conclusie van antwoord heeft [gedaagde partij] de vordering betwist. Hij heeft aangevoerd dat hij op 25 mei 2011 een bedrag van € 46,27 heeft betaald.

3.4 Bij conclusie van repliek heeft Vitens gesteld dat de door [gedaagde partij] gedane betaling betrekking heeft op een andere meer recente achterstand.

3.5 [gedaagde partij] heeft niet meer op de conclusie van repliek gereageerd, hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld. Nu bij repliek het verweer van [gedaagde partij] voldoende is weersproken, wijst de kantonrechter de hoofdsom toe, met dien verstande dat de in de hoofdsom begrepen water-aanmaankosten, een totaalbedrag van € 86,50 worden afgewezen, nu deze worden geacht te zijn begrepen in het toe te wijzen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten.

3.6 De kantonrechter acht voldoende aannemelijk gemaakt dat Vitens buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht dan wel heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten ad € 37,00 is in overeenstemming met de gebruikelijke en redelijke tarieven en wordt daarom toegewezen.

3.7 De gevorderde rente zal als onbetwist worden toegewezen.

3.8 De gevorderde machtigingen, zoals vermeld in rechtsoverweging 3.1. onder 3, worden afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat de hoogte van de betalingsachterstand en de termijn, waarbinnen niet is betaald, een onderbreking in de levering niet rechtvaardigt. Hierbij is betrokken dat niet is gesteld of gebleken dat de betalingsachterstand verder oploopt.

3.9 De vordering tot betaling van € 51,50 aan voorrijkosten wordt afgewezen omdat niet kan worden vastgesteld dat deze kosten zijn gemaakt. Ook de vordering betreffende de afsluitkosten wordt afgewezen, omdat de gevorderde machtiging tot onderbreking waarmee deze kosten samenhangen is afgewezen.

3.10 [gedaagde partij] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen, met dien verstande dat het salaris van de gemachtigde zal worden gerelateerd aan het toegewezen bedrag.

4. De beslissing

De kantonrechter

4.1. veroordeelt [gedaagde partij] om aan Vitens te betalen een bedrag van € 83,27, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 46,27 vanaf 26 mei 2011 tot aan de dag der volledige betaling;

4.2. veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Vitens begroot op € 76,31 aan dagvaardingskosten, € 106,00 aan griffierecht en € 60,00 aan salaris voor de gemachtigde;

4.3. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

4.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.J. Engberts en in het openbaar uitgesproken op