Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BU3563

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
02-11-2011
Datum publicatie
08-11-2011
Zaaknummer
200523
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij het tussenvonnis van 17 november 2010 heeft de rechtbank Allianz opgedragen te bewijzen dat Promid het zeil op zodanig onzorgvuldige wijze heeft aangebracht dat de schade daardoor is ontstaan. Allianz is in dat bewijs niet geslaagd. Vorderingen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 200523 / HA ZA 10-965

Vonnis van 2 november 2011

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap

ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de naamloze vennootschap

REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseressen,

advocaat mr. R.S. Ariëns te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROMID VASTGOED B.V.,

gevestigd te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld,

gedaagde,

advocaat mr. B.H.M. Karens te Ede.

Partijen zullen hierna Allianz en Promid worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 november 2010 (hierna: het tussenvonnis)

- de akte uitlating van Allianz met opgave getuigen en verhinderdata

- de brief van Allianz van 18 maart 2011 waarbij is overgelegd productie 12

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 4 april 2011

- de akte van Promid met opgave getuigen en verhinderdata

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 27 juni 2011

- de conclusie na enquête van Allianz

- de conclusie na enquête van Promid.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Bij het tussenvonnis heeft de rechtbank Allianz opgedragen te bewijzen dat Promid het zeil op zodanig onzorgvuldige wijze heeft aangebracht dat de schade daardoor is ontstaan.

2.2. Ter uitvoering van deze bewijsopdracht heeft Allianz twee getuigen doen horen, te weten:

- [getuige1], ten tijde van het voorval werkvoorbereider, werkcalculator en uitvoerder bij [werkgever]; sinds 1 december 2006 uit dienst bij [werkgever];

- [getuige2], ten tijde van het voorval en nog steeds in dienst als timmerman bij [werkgever].

2.3. Deze getuigen hebben onder meer het volgende verklaard.

[getuige1]:

[…] Toen ik ter plaatse ging kijken, zag ik dat het zeil was gespannen en met tengels was vastgeslagen in het dak. Wat overhing, was opgefrommeld in de goten. Toen ik daar kwam, waren er geen anderen op het dak geweest […].

Er werkte niemand anders tegelijkertijd met Promid. Dat mag ook niet, want het gaat om asbestsanering […]. Het is niet mogelijk dat er anderen op het dak zijn geweest tussen het beëindigen van het werk door Promid en het moment dat Promid nog een keer terugkwam om spullen op te halen. Er was niemand, iedereen was op vakantie […].

Het zeil is aangebracht door Promid. Ik weet niet door welke persoon. Het was een lange krullenbol. Ze waren geloof ik met twee of drie man […].

Het water kon niet goed weg, want het had dat weekend heel hard geregend. Het zeil lag opgefrommeld in de goot. Het water stijgt dan in de goot en loopt onder de dakpannen en de loodflap. Als je het zeil optilde, tilde je ook veel water op […].

Op vragen van mr. Karens:

Twee foto’s van productie 12 zijn meteen na het constateren van de schade door mij gemaakt. Dat zijn de rechter twee foto’s. Van de andere twee foto’s durf ik dat niet te zeggen. Je ziet op de foto’s hoe het zeil lag opgefrommeld. Toen ik de schade aantrof, stond de goot vol met water.

Er lag niets anders in de goot dan het zeil. Hier en daar misschien een steen om het zeil aan te drukken. En al lagen er planken in de goot, dan heeft Promid die neergelegd.

De medewerkers van Promid moesten het werk kortsluiten met hun werkvoorbereider. Mij wordt voorgehouden dat die medewerkers hulp hebben gehad van anderen bij het aanbrengen van het zeil. Daar is mij niets van bekend.

Ik ben voor het eerst naar de schade gaan kijken na het telefoontje van de Spaanse ambassade. De precieze datum weet ik niet.

[getuige2]:

[…] Toen Promid daar werkte, waren wij er niet, want het was toen bouwvak. Wij mochten er ook niet tegelijkertijd werken, want er werd asbest gesaneerd. Volgens mij hebben ze het dak eraf gehaald in de bouwvak, zodat wij er daarna weer aan konden gaan werken.

Toen wij weer aan het werk gingen, stonden er geen spullen meer van Promid. Toen wij begonnen, was het gewoon een dak met pannen erop. Er zat asbest in dat eruit moest en daar is Promid toen voor ingeschakeld. Zij zouden zeil aanbrengen en voor afwatering zorgen. Daar is iets misgegaan. Met het zeil was het dak op zich goed afgedekt, maar aan één kant was het zeil in de goot gelegd en daardoor is het water eroverheen gelopen. Ik ben er zelf niet bij geweest, dus wie het gedaan heeft weet ik niet […].

Erik van de Kamp is er die maandag bij geweest […].

Ik weet niet of er ook al weer anderen op het dak waren geweest toen [getuige1] er ging kijken. Ik heb niet gezien hoe het zeil erbij lag op het moment dat [getuige1] het aantrof. Hij heeft het zo verlegd dat het water weer weg kon.

Op vragen van mr. Karens:

Ik heb niet zelf gezien dat het zeil opgefrommeld in de goot lag, alleen op foto’s.

Ik durf niet te zeggen of er ook nog planken in de goot lagen […].

2.4. In de contra-enquête heeft Promid eveneens twee getuigen doen horen, namelijk:

- [getuige3], ten tijde van het voorval deskundige toezichthouder asbestverwijderaar bij Promid; sinds 1 november 2009 uit dienst bij Promid;

- [getuige4], ten tijde van het voorval in dienst bij Promid als algemeen medewerker en sinds ongeveer 2008 uit dienst bij Promid.

2.5. Deze getuigen hebben onder meer het volgende verklaard.

[getuige3]:

[…] Wij hebben zeilen aangebracht op het dak. Ik heb dat gedaan met mijn toenmalige collega, [getuige4]. We hadden ook één jongen ingehuurd, ik geloof van een uitzendbureau, maar hoe hij heette weet ik niet meer. Je hebt een stuk zeil, dat klap je eerst helemaal uit en dan doe je het over de nok heen. Het wordt vastgezet met panlatten. Daarna gaat het over de kilgoot. Daarop gaan dakpannen. Wat je overhoudt, vouw je dubbel en dat gaat naar binnen in het pand. In de kilgoot ligt het zeil dan niet meer dan ongeveer 5 centimeter. Daarop worden dan rechtop dakpannen gezet zodat het vast blijft zitten. Het restant van het zeil wordt dan naar binnen geklapt. Dat gaat het pand dan in.

Toen wij het zeil bevestigden, waren er ook andere mensen aan het werk. Ik heb geen idee wie dat waren, maar zij waren beneden bezig met sloopwerkzaamheden. Zij mochten niet naar boven omdat wij met asbest bezig waren. Ik weet niet of ze naderhand, toen wij weg waren, naar boven zijn geweest.

U toont mij de foto’s die mr. Ariëns op 18 maart 2011 heeft toegezonden voor het eerste getuigenverhoor. Dit is absoluut niet zoals wij het zeil hebben aangebracht en achtergelaten. Dat weet ik heel zeker. Op de foto’s zit het zeil opgefrommeld in de kilgoot en zo hebben wij het niet gedaan. Wij hadden het naar binnen geklapt.

Op vragen van mr. Ariëns:

[…] Ik heb geen idee wie er na onze werkzaamheden nog op het werk is geweest. Wij hebben geen materialen achtergelaten.

[getuige4]:

[…] Ik weet nog dat er zeil is aangebracht op het dak. Dat hebben we met meerdere mensen gedaan. Ik heb daarbij geholpen. Behalve [getuige3] weet ik geen namen meer.

Het zeil wordt van boven eroverheen gegooid. Aan weerszijden staat iemand die het aanpakt. Dan vouw je het om aan de onderzijde en klap je het naar binnen. Bij de goot vouw je het naar binnen, omdat er anders water in loopt. Bij de goot maak je het vast met panlatten, die worden vastgespijkerd op het hout. Zo doen wij dat altijd. In de goot zelf wordt niet gespijkerd.

Ik weet niet meer of ik na het afzeilen nog op het werk ben geweest. Ik kan me ook niet meer herinneren of er andere mensen aan het werk waren terwijl wij aan het afzeilen waren.

U toont mij de foto’s die mr. Ariëns op 18 maart 2011 heeft toegezonden voor het eerste getuigenverhoor. Ik ben aan deze kant van het dak nooit geweest, ik stond aan de andere kant. Je kon daar ook niet makkelijk komen, omdat je over het dak heen moest klimmen. De ramen komen mij niet bekend voor, omdat ik daar nooit geweest ben. Ik weet niet wie aan die kant van het dak het zeil heeft vastgemaakt.

Ik weet niet meer of wij na het afzeilen alle spullen hebben meegenomen of dat dat later is gebeurd.

Op vragen van mr. Karens:

Een zeil wordt nooit vastgezet in de goot door er stenen of dakpannen tegenaan te zetten. Dat weet ik zeker. Ik heb dat nooit gedaan.

Op vragen van mr. Ariëns:

[…] Aan de kant van het dak waar ik zelf stond is het afzeilen gebeurd op de manier die ik heb beschreven.

Als ik de foto’s bekijk, kan ik niet zeggen hoe het zeil aan die kant is vastgemaakt.

2.6. [getuige1] is de enige getuige die verklaart dat het onmogelijk is dat er anderen op het dak zijn geweest tussen het beëindigen van het werk door Promid (donderdag 17 augustus 2006) en het moment dat Promid nog een keer terugkwam om spullen op te halen (vrijdag 18 augustus 2006). Voor zover hij daarmee heeft bedoeld te zeggen – en voor zover Allianz stelt – dat het dus niet anders kan dan dat het Promid is geweest die het zeil opgefrommeld in de goot heeft gelegd, geldt ten eerste dat de schade pas op dinsdag 22 augustus 2006 is geconstateerd. Promid heeft de stelling van Allianz, dat het in die periode (bouwvak)vakantie was, gemotiveerd betwist, zodat de juistheid daarvan niet is komen vast te staan. De verklaring van [getuige1] sluit dan ook niet uit dat er tussen het moment waarop Promid haar werkzaamheden heeft beëindigd dan wel haar materialen heeft opgehaald en het moment waarop de schade is geconstateerd, derden op het dak zijn geweest die het zeil zodanig hebben neergelegd of verplaatst dat de schade daardoor is ontstaan. De verklaring van [getuige1] wordt ook niet ondersteund door de verklaring van de andere getuige aan de zijde van Allianz, [getuige2]. [getuige2] verklaart slechts dat hij er zelf niet bij is geweest en dus niet weet wie het zeil in de goot heeft gelegd. Bovendien staat de verklaring van [getuige1] lijnrecht tegenover de verklaring van [getuige3], getuige aan de zijde van Promid. [getuige3] betwist immers uitdrukkelijk dat Promid het zeil heeft aangebracht en achtergelaten zoals zichtbaar is op de foto’s die Allianz als productie 12 in het geding heeft gebracht, namelijk opgefrommeld in de kilgoot.

De verklaring van de getuige [getuige4] voegt niets toe omdat hij naar eigen zeggen niet aan de kant van het dak is geweest waar het zeil opgefrommeld in de goot lag, maar alleen aan de andere kant van het dak heeft gestaan.

De conclusie is dat niet is komen vast te staan dat Promid het zeil op zodanig onzorgvuldige wijze heeft aangebracht dat de schade daardoor is ontstaan. Allianz is dus niet in het bewijs geslaagd.

2.7. Zoals in het tussenvonnis onder 4.11 al was overwogen, betekent het voorgaande dat de vordering van Allianz moet worden afgewezen.

2.8. Allianz zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Promid worden begroot op:

- griffierecht € 385,00

- getuigenkosten 52,04

- salaris advocaat 1.582,00 (3,5 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 2.019,04

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. wijst de vorderingen af,

3.2. veroordeelt Allianz in de proceskosten, aan de zijde van Promid tot op heden begroot op € 2.019,04,

3.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Bokx-Boom en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2011.

Coll.: JC