Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BT8708

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
14-10-2011
Datum publicatie
20-10-2011
Zaaknummer
220122
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Straat- en contactverbod.

In dit kort geding kan het er voor worden gehouden dat de weergegeven berichtjes op internet afkomstig zijn van gedaagde.

Voor de blootstelling aan verdachtmakingen en ongewenste publiciteit omtrent privégegevens en de privésituatie van eiseres die volgt uit de weergegeven berichtjes op internet, kan in dit kort geding geen rechtvaardiging worden gevonden.

Daarbij zijn de berichtjes intimiderend en bedreigend. Aldus wordt door gedaagde ook inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van eiseres te meer nu hij daadwerkelijk bij haar aan de deur is geweest en haar ook opbelt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 220211 / KG ZA 11-457

Vonnis in kort geding van 14 oktober 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. N. Stolk te Rotterdam,

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiseres].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen hebben zich in het verleden negatief over elkaars persoon uitgelaten op het internet. Dat heeft geleid tot een kort gedingprocedure voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (zaak-/rolnummer: 321625 / KG ZA 08-1196). Ter zitting

in die procedure op 14 januari 2009 zijn partijen overeengekomen dat zij elkaar voortaan niet meer zullen benaderen langs welke weg ook en dat zij alles in het werk zullen stellen om binnen een maand na de zittingsdatum alle negatieve uitlatingen over elkaars persoon van het internet te halen. In verband daarmee was de verdere behandeling van dat kort geding pro forma aangehouden.

2.2. Uiteindelijk is [eiseres] bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis

van 24 maart 2009 in voormeld kort geding (onder meer) veroordeeld om de persoonsgegevens van [gedaagde] in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) van de website stopkindersex te (doen) verwijderen en verwijderd te houden.

2.3. [eiseres] is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen in de zin van art. 284 e.v. Faillissementswet (Fw).

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten,

I. [gedaagde] primair te verbieden zich in [woonplaats] te bevinden, dan wel subsidiair te verbieden zich in de gemeente [woonplaats] te bevinden in de omgeving van de woning van [eiseres], omgrensd door de [straten]

II. [gedaagde] te verbieden [eiseres] aan te spreken, hetzij direct, hetzij telefonisch, dan wel door middel van sms-berichten;

III. [gedaagde] te verbieden om berichten over [eiseres] te verspreiden via twitter, e-mail dan wel anderszins op internet te zetten.

3.2. [eiseres] stelt dat [gedaagde] haar lastig blijft vallen en zich niet houdt aan hetgeen partijen zijn overeengekomen in de eerdere kort gedingprocedure. Volgens [eiseres] belt [gedaagde] haar veelvuldig op met bedreigingen, uit [gedaagde] die bedreigingen ook op internet en is hij bij haar aan de deur geweest en in haar achtertuin, waar hij foto’s heeft gemaakt.

Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] die foto’s op internet geplaatst, evenals persoonlijke informatie over haar en haar echtgenoot Peter [eiseres]. [eiseres] vreest voor escalatie en stelt dat zij bijna niet meer naar buiten durft te gaan of de telefoon durft op te nemen.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang blijkt voldoende uit de stellingen van [eiseres].

4.2. Vervolgens wordt overwogen dat de straat- en contactverboden zoals gevorderd onder I en II in beginsel inbreuk maken op het in art. 12 lid 1 van het Internationaal

Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBP) erkende grondrecht van bewegingsvrijheid. Een dergelijke inbreuk op dat grondrecht van [gedaagde] is daarom alleen gerechtvaardigd als het noodzakelijk is ter bescherming van het uit art. 8 (Europese) Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) voortvloeiende grondrecht van [eiseres] op een ongestoord en niet geïntimideerd leven in haar woonplaats.

4.3. Met betrekking tot de vordering onder III heeft te gelden dat die in beginsel een beperking inhoudt van het in art. 10 lid 1 EVRM neergelegde grondrecht op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (art. 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen onrechtmatig zijn in de zin van art. 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag welk recht – het recht op vrijheid van meningsuiting of het recht op bescherming van eer of goede naam – in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. Het belang van [gedaagde] is dat hij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van

[eiseres] is erin gelegen dat haar persoon niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en/of voor haar ongewenste publiciteit omtrent haar privégegevens en privésituatie. Welk van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval. Ten slotte spelen nog een rol de vraag of beweringen die worden gedaan op waarheid berusten en de manier waarop die beweringen worden gedaan.

4.4. Aan de hand van de hierboven vermelde toetsingskaders zullen de vorderingen van [eiseres] worden beoordeeld.

4.5. Ter onderbouwing van haar stellingen heeft [eiseres] een proces-verbaal

van 11 augustus 2011 van de aangifte van haar tegen [gedaagde] betreffende stalking, bedreiging en huisvredebreuk op 28 juli 2011 overgelegd, als ook een groot aantal berichtjes op diverse internetsites, waaronder www.[site].info. Op laatst genoemde site staat een aantal berichtjes afkomstig van ‘[voornaam1]’, zoals:

‘# 249 door [voornaam1] op 27 november 2010 – 22:47

Ik zal maandag 29-1-2010 eens vragen aan de bewindvoerder van [voornaam2] hoe het kan dat er schuldeisers zijn en dat [voornaam2] nog gewoon internet heeft en telefoon (…)

Voilgens de wet moet die genige die in de schuld saniring zit er alles aan doen om de schuld eisers tegemoet te komen. Telefoon en internet aansluiting kosten geld in wat ook weer aan de schuldeisers kan tegemoet gaan komen. Beetje vreemd dus (…)’

en:

‘#7 door [voornaam1] 25 juli 2011 – 18:05

Vers van de pers!

Nieuwe auto

van Peet? http://[site]

als ook:

‘#6 door [voornaam1] op 25 juli 2011 – 18:23

Vers van de Pers!

Peet heeft een nieuwe auto?

http: //[site]g’

en:

‘#5 door [voornaam1] op 25 juli 2011 – 18:52

Oeps het nieuwe mobiele huisje van Mevr?

http://[site]

Of zien we hier haar weekend boodschapjes? Of is dit de nieuwe auto van Peet?

Er worden wel vreemde dingen op internet gezet tegenwoordig!’

en verder:

‘3# door [voornaam1] 28 juli 2011 -16:59

Be eens eerlijk Mevr. Met je ‘waarschuwing’

Waarom deed je niet open toen ik bij je was (…)

Je durft me niet eens in real life te woord te staan en nu klagen?

Ik heb nog meer foto’s voor je van jou woon omgeving, inwaar onze samenleving je laat wonen met je onzin over mensen op inernet

Jammer dat je prive dedectieve niet mij zag! Gras happen? Haha kom je weer met je bedreigingen?

Doe je best Mevr. maar ik heb gezien dat je het lef niet eens had om te woord te staan dan dat je vandaag aankomt met je dreigementen op het internet! Is anders hé mevr. real life! Ik heb nog meer foto’s … ga lekker naar het OM dan laat ze maar zien in wat ik deed en doe …Vergeet niet te geven zoals voorheen wat jij eigenlijk tegen mij deed! (…)’

en:

‘#4 door [voornaam1] op 28 juli 2011 – 17:06

Nee nu ben jij volgen jou Mevr. het slachtoffer en nu zijn anderen maar schuldig aan? Zonder te vertellen wat jij Mevr. en aanhang allemaal hebben aangericht. Kom Mevr. geef het OM aan! Je durft je eigen deur niet open te doen als ik voor je deur sta! Maar nu een grote “bek” met ik zal maar dit en zal maar dat maar op het moment dat ik er was deed je niet eens je deur open lafbek!’

als ook:

‘#5 door [voornaam1] op 28 juli 2011 – 17:15

Voodat ik het vergeet, met de foto’s die ik gemaakt heb op het moment dat ik in [woonplaats] was, was om aan te duiden dat ik werkelijk aan je deur was Mevr.

Anders dan jij andere mensen opnaaide tegen mij (…)

Kom maar [voornaam2] met je zogenaamde ‘waarschuwing’wie zal er klaar staan voor jou onzin? Je ‘twittervriendjes’ die ook al geen schone lei hebben?

Ik lach hierom … En neem mijn verantwoordelijkheid in het geen wat ik doe en gedaan heb. Maar jij Mevr. bent al te laf om je deur open te doen als ik aanbel (…)’

en:

‘#5 door [voornaam1] op 5 september 2011 – 20:07

Voor de niets weters….

Mevr. heeft een aangifte gedaan tegen mij en een sommatie gegeven.

Vandaag werd ik gebeld door de politie in [woonplaats] voor die aangifte.

Ik zou op 28 juli foto’s hebben gemaakt van de woning van Mevr. Ik zou bij meerdere buren hebben aangebeld en zou in de tuin van Mevr. hebben gestaan. Ook zou ik op 4 aug. Een mail hebben gegeven en meerdere telefoontjes met de melding. ‘ik ga wel zitten maar je kop gaat eraf’

Nu een ieder die mij kent weet al dat ik zulke taal niet gebruik. En waarom dreigen later als ik al aan haar deur was? Ik had toen al op 28 juli een kogel kunnen geven (…)’

4.6. Voorts heeft [eiseres] een aantal berichten overgelegd die op haar website www.[site]com zijn geplaatst, afkomstig van ‘[voornaam1]’, waaronder:

‘2011/06/23 at 7:21

Dacht jij nu echt vodde dat ik het hierbij liet zitten ik geef aan hoe jij alles en iedereen voorliegt. [voornaam3] kan wel vragen of ik de naam wil geven wie het loonstrookje van je man gestuurd heeft.

Hij verdient niet veel hé lache dit is nog maar het begin van jou ondergang vodde.. oeps je stuurt alles door. Denk jij dat ik niet alles gegeven heb aan je bewindvoerder, die weet nu wel hoe jij bent, die heeft je ook door en ik zorg ervoor dat jij en Peet uit de wsnp gaan. Ook het Om heb ik informatie gegeven over jou die gaan je aanpakken!

Je gaat kapodt vodde en ik zorg daarvoor. Ik geef de RC alle info over jou.

Let op het spel is begonnen en ik weet wie er gaat winnen.’

en:

‘2011/06/28 at 18:54

Toe maar kletsen op skype nog wel en te belazerd om werk te zoeken. Je hart infarct is een gegeven leugen je hebt helemaal niets. Je hebt leugens gegeven aan [voornaam3] en aan de RC. Die heb ik al gemaild. Je gaart eraan vodde ik ga je kappot maken. Je krijgt als je uit de wsnp bent gewoon een deurwaarder aan je deur. Mij belazer je niet vodde en je gaat uit de wsnp daar zorg ik voor (…).’

en verder:

‘2011/08/04 at 22:06

dacht jij nu echt vodde dat ik het niet meende wat ik gezegt heb? Ik ben bij jou aan de deur geweest jammer genoeg waren de buren niet thuis ik had ze wel even iets laten zien van jou. Jij was ook te lag om open te doen met je namaak hartkwaal. Ik heb 8 keer aangifte gedaan tegen je je gaat kapot daar zorg ik voor. Je geeft leugens op het internet zg slachtoffers ovangen. Weet schuldsanering wel dat je een andere auto hebt werken moet je zodat je mij kan afbetalen zo niet maak ik je kapot maakt niks uit of ik ervoor moet gaan zitten, maar kapot ga je!!!’

als ook:

‘2011/08/13 at 19:42

Vodde doe stoer met je internet vriendjes. Je geeft de waarheid niet achterlijke idioot. Je zit in de schuldsanering je mag geen tv hebben ik betaal daarvoor. Boeten zul je boeten!!! (…)’.

4.7. Hiertegenover heeft [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd weersproken dat hij zich op internet veelvuldig negatief uitlaat over [eiseres]. Zo heeft hij ter zitting verklaard dat hij onder de naam ‘[voornaam1]’ actief is op het internet en ook dat hij misschien wel wat van de weergegeven berichtjes heeft geschreven. Gelet op de gelijksoortige inhoud van de berichtjes is niet aannemelijk dat sommige wel en andere niet van [gedaagde] afkomstig zijn.

In dit kort geding kan het er daarom voor worden gehouden dat de weergegeven berichtjes allemaal afkomstig zijn van [gedaagde]. Verder kan geconstateerd worden dat [gedaagde] met enige regelmaat [eiseres] opbelt, nu [gedaagde] dat ter zitting heeft erkend. Zij het dat [gedaagde] betwist dat dit meermalen per dag is zoals [eiseres] stelt. Volgens [gedaagde] is dat zo’n zes keer per jaar. Ook kan vastgesteld worden dat [gedaagde] bij [eiseres] aan de deur is geweest en dat hij daar foto’s heeft gemaakt, nu [gedaagde] ter zitting heeft verklaard dat hij

op 25 juli 2011 bij [eiseres] aan de deur heeft gestaan en niet op 28 juli 2011 zoals vermeld staat in het proces-verbaal van 11 augustus 2011 van de aangifte die [eiseres] bij de politie heeft gedaan. [gedaagde] heeft verder verklaard dat hij bij [eiseres] thuis foto’s heeft gemaakt op 25 juli 2011.

4.8. [gedaagde] stelt dat hij in reactie handelt op negatieve berichten die [eiseres] over hem (op internet) verspreidt, maar hij heeft die stelling op geen enkele manier onderbouwd.

Voor de blootstelling aan verdachtmakingen en ongewenste publiciteit omtrent privégegevens en de privésituatie van [eiseres] die volgt uit de weergegeven berichtjes op internet, kan in dit kort geding dan ook geen rechtvaardiging worden gevonden.

Daarbij zijn de berichtjes intimiderend en bedreigend. Aldus wordt door [gedaagde] ook inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres], te meer nu hij daadwerkelijk bij haar aan de deur is geweest en haar ook opbelt.

4.9. De slotsom is dan ook dat de vorderingen zullen worden toegewezen, op de navolgende wijze. Daarbij zal het gebied waarvoor het verbod zal gelden voor [gedaagde] om zich daarin te bevinden dan wel op te houden, worden beperkt tot een gebied in de woonomgeving van [eiseres] als hierna vermeld. Voorts zullen de verboden in verband met de eisen van proportionaliteit voor de hierna te noemen duur worden opgelegd en zal ook de dwangsom worden beperkt als volgt.

4.10. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt [gedaagde] gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis zich te bevinden in [woonplaats] in het gebied dat gearceerd is aangegeven op de plattegrond die aan dit vonnis is gehecht, welk gebied wordt begrensd door de [straten], die wel tot het verboden gebied behoort,

5.2. verbiedt [gedaagde] gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis [eiseres] aan te spreken, hetzij direct, hetzij telefonisch, dan wel door middel van sms-berichten en om berichten over [eiseres] te verspreiden via twitter, e-mail, dan wel anderszins op internet te zetten,

5.3. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat hij één of meer van de onder 5.1 en 5.2 opgelegde verboden overtreedt, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,

5.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van

[eiseres] begroot op in totaal € 1.170,32, welk bedrag bestaat uit € 94,32 aan dagvaardingskosten, € 71,00 aan griffierecht en € 816,00 aan salaris voor de advocaat van [eiseres],

5.5. bepaalt dat [gedaagde] van het voornoemde totaalbedrag aan proceskosten aan de zijde van [eiseres] het door [eiseres] betaalde griffierecht van € 71,00 en het salaris van de advocaat van [eiseres] ten bedrage van € 816,00 moet betalen aan [eiseres] en dat [gedaagde] de explootkosten ad € 94,32 aan de griffier van de rechtbank te Arnhem moet betalen waarvoor een nota wordt gestuurd,

5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.J. Daggenvoorde op 14 oktober 2011.