Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BT8270

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-10-2011
Datum publicatie
17-10-2011
Zaaknummer
211383
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringszaak.

Uitleg dekkingsomschrijving.

Zaak naar de rol voor uitlating over bewijslevering (door beide partijen) en voorgenomen deskundigenbenoeming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 211383 / HA ZA 11-161

Vonnis van 12 oktober 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SILVER HILL INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Molenhoek,

eiseres,

advocaat mr. R.J.C. Teunissen te Boxmeer,

tegen

de naamloze vennootschap

N.V. SCHADEVERZEKERING-MAATSCHAPPIJ BOVEMIJ,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna Silver Hill en Bovemij genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 mei 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 24 augustus 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Silver Hill exploiteert een onderneming die zich heeft toegelegd op reparatie, onderhoud, restauratie, (schade)taxatie en verkoop van klassieke Rolls-Royces en Bentleys.

2.2. In dat verband heeft Silver Hill vier verzekeringsovereenkomsten met Bovemij gesloten, waaronder een overeenkomst waarop de polisvoorwaarden “Verzekering Cliëntenobjecten Garage- en Motorrijwielbedrijven” van toepassing zijn. Voor zover van belang, luiden deze polisvoorwaarden als volgt:

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

[…]

2. Cliëntenobjecten

a. motorrijtuigen, werktuigen, aanhangwagens, opleggers, kampeerwagens, caravans, boottrailers of gelijksoortige voertuigen, alsmede gemonteerde accessoires, die in eigendom toebehoren aan cliënten van de verzekeringnemer, gedurende de tijd dat deze in verband met de verzekerde hoedanigheid aan de verzekeringnemer zijn toevertrouwd;

b. de onder a. bedoelde objecten die zijn verkocht doch niet zijn geleverd dan wel opgeleverd, mits de verkoop kan worden aangetoond door een schriftelijke overeenkomst of een nota.

[…]

Artikel 4 Omschrijving van de dekking

[…]

2. Aansprakelijkheidsdekking

a. Verzekerd is de aansprakelijkheid voor schade aan cliëntenobjecten met inbegrip van de daaruit voor cliënten voortvloeiende schade veroorzaakt door enig handelen of nalaten bij de in het kader van de verzekerde hoedanigheid uitgevoerde werkzaamheden gedurende de tijd dat de cliëntenobjecten aan de verzekeringnemer zijn toevertrouwd.

[…]

Artikel 5 Uitsluitingen

Naast de uitsluitingen genoemd in de Algemene Verzekeringsvoorwaarden geeft de verzekering geen dekking voor:

[…]

3. de schade aan motorrijtuigen, werktuigen, aanhangwagens, opleggers, kampeerwagens, caravans, boottrailers of gelijksoortige voertuigen;

[…]

c. die zijn verkocht doch nog niet zijn geleverd dan wel opgeleverd, tenzij de schade het directe gevolg is van het afleveringsklaar maken van het object […].

[…]

Artikel 6 Regeling van de schade

1. Omvang van de schade

a. In geval van beschadiging van een cliëntenobject worden vergoed de reparatiekosten tot ten hoogste het verschil tussen de dagwaarde van het object onmiddellijk vóór het ontstaan van de schade en de waarde van de restanten. Zijn de reparatiekosten hoger dan het verschil, dan is er sprake van totaalverlies, in welk geval het verschil wordt vergoed.

De betreffende polis vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

Hoedanigheid: Autobedrijf

[…]

Verzekerd bedrag stalling: Nihil

Eigen risico: € 2340,-

2.3. Op 9 april 2009 heeft Silver Hill een Rolls-Royce Silver Spur, bouwjaar 1996 met chassisnummer [nummer], hierna: de Rolls-Royce, ingekocht voor een bedrag van

€ 21.000,00.

2.4. Bij de stukken bevindt zich een kopie van een voorgedrukt en met de hand ingevuld verkoopcontract van Silver Hill dat, voor zover van belang, vermeldt dat de Rolls-Royce is verkocht aan [ ]. [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) voor € 24.500,00. De daarop ingevulde datum is niet duidelijk leesbaar.

Bij het verkoopcontract is als bijlage gevoegd een factuur aan [betrokkene] (notanummer [ ]) met betrekking tot de Rolls-Royce ad € 24.500,00 inclusief btw, gedateerd

30 juni 2009. Daarop is het woord “Voldaan” aangetekend.

2.5. Bij de stukken bevindt zich voorts een kopie van een voorgedrukte en met de hand ingevulde kwitantie waarop is vermeld dat van [betrokkene] een bedrag van € 24.500,00 is ontvangen op 30 juni 2009 onder vermelding van het nummer [ ].

2.6. In het dossier wordt melding gemaakt van een factuur van Silver Hill ten bedrage van € 3.890,90 inclusief btw voor reparatiewerkzaamheden aan de Rolls-Royce, gedateerd

8 juli 2009 en gericht aan [betrokkene].

2.7. Op 3 september 2009 heeft [betrokkene 2] als chauffeur van een bedrijfswagen van Silver Hill een aanrijding veroorzaakt met de (geparkeerde) Rolls-Royce, waardoor deze is beschadigd.

2.8. Nadat Silver Hill bij Bovemij deze schade had gemeld, heeft Extenso B.V. (hierna: Extenso) op verzoek van Bovemij de Rolls-Royce getaxeerd en de dagwaarde bepaald op

€ 40.000,00 en de restwaarde op € 5.000,00 (bij e-mail van 26 september 2009).

2.9. Op 1 december 2009 hebben de heer H. [betrokkene 2], directeur van Silver Hill (hierna: [betrokkene 2]), en [betrokkene] de volgende verklaring ondertekend:

Verkoop en levering Rolls-Royce Silver Spur 1996 op 30 juni 2009.

Op 30 juni 2009 heeft de firma Silver Hill International BV te molenhoek de Rolls-Royce verkocht en geleverd aan de heer [ ] [betrokkene].

Dit is gebeurt d.m.v. een contante betaling van € 24.500,00.

Het verkoopcontract is ter plekke ondertekend door beide partijen. De auto is compleet geleverd met de sleutels, autopapieren en factuur van de koop. Deze zijn ter plekke en op dat moment aan de heer [betrokkene] overgedragen.

De heer [betrokkene] heeft besloten om de auto voor diverse reparaties te laten staan bij de firma Silver Hill International BV.

De firma Silver Hill International heeft vervolgens al diverse reparaties aan de auto uitgevoerd en op 08 juli 2009 heeft de heer [betrokkene] hiervoor de faktuur betaald.

3. Het geschil

3.1. Silver Hill vordert – samengevat – om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat Bovemij gehouden is om dekking te verlenen voor de schade aan de Rolls-Royce alsmede Bovemij te veroordelen tot betaling van – na vermindering van eis ter comparitie – € 32.660,00, vermeerderd met de kosten van juridische bijstand en de kosten van dit geding.

3.2. Silver Hill legt aan haar vorderingen ten grondslag de tussen partijen gesloten verzekeringsovereenkomst waarop de polisvoorwaarden “Verzekering Cliëntenobjecten Garage- en Motorrijwielbedrijven” (hierna: de polisvoorwaarden) van toepassing zijn. Silver Hill stelt dat de schade aan de Rolls-Royce valt onder de dekkingsomschrijving van artikel 4, tweede lid, sub a, van de polisvoorwaarden en dat zij dientengevolge recht heeft op vergoeding van de door Extenso getaxeerde dagwaarde minus de restwaarde van de Rolls-Royce ad € 35.000,00, verminderd met het eigen risico ad € 2.340,00.

3.3. Bovemij voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Uitleg dekkingsomschrijving

4.1. Partijen verschillen allereerst van mening of de dekkingsomschrijving van artikel 4, tweede lid, sub a, van de polisvoorwaarden al dan niet is beperkt tot aansprakelijkheid voor schade die is ontstaan bij de uitvoering van (in het kader van de uitoefening van de verzekerde hoedanigheid verrichte) werkzaamheden aan de cliëntenobjecten zelf (als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de polisvoorwaarden).

4.2. Volgens vaste jurisprudentie kan de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, niet worden beantwoord op grond van alleen maar een taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Tevens is van belang de uitleg die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.3. Nu gesteld noch gebleken is dat partijen over de tekst van de polisvoorwaarden voorafgaand of bij het sluiten van de overeenkomst gesproken hebben, zodat een gemeenschappelijke partijbedoeling niet achterhaald kan worden, dient een objectieve uitleg van deze bepaling gehanteerd te worden, zeker nu deze is opgenomen in standaard polisvoorwaarden. Het komt bij de uitleg van de polisvoorwaarden derhalve aan op de betekenis die redelijke personen aan de desbetreffende bepalingen zouden hebben toegekend. Dat de partijen andere, van de tekst en toelichting van de polisvoorwaarden afwijkende, wederzijds kenbare bedoelingen hadden, is niet gesteld.

4.4. Uit de letterlijke bewoordingen van artikel 4, tweede lid, sub a, van de polisvoorwaarden volgt weliswaar dat de dekking is beperkt tot aansprakelijkheid voor schade die is ontstaan ‘bij de in het kader van de verzekerde hoedanigheid uitgevoerde werkzaamheden’, maar de tekst vermeldt geenszins dat dit werkzaamheden moeten zijn aan het betreffende cliëntenobject zelf. De tekst biedt daarvoor ook geen enkel aanknopingspunt.

4.5. Ter comparitie heeft Silver Hill onbetwist gesteld dat de Rolls-Royce is beschadigd doordat [betrokkene 2] met de autoambulance van Silver Hill, na terugkeer van een rit waarbij een andere Rolls-Royce werd vervoerd, tegen de Rolls-Royce is aangereden op het terrein van Silver Hill. Hieruit volgt evident dat de schade is ontstaan bij de uitvoering van werkzaamheden die plaatsvonden in het kader van de verzekerde hoedanigheid, te weten de exploitatie van een autobedrijf, zoals blijkt uit het polisblad (2.2). De aansprakelijkheid voor deze schade valt dan ook onder de primaire dekkingsomschrijving, mits de Rolls-Royce kan worden aangemerkt als een cliëntenobject in de zin van artikel 1, tweede lid, van de polisvoorwaarden.

Cliëntenobject

4.6. Vooropgesteld wordt dat niet in geschil is dat de Rolls-Royce een motorrijtuig is als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de polisvoorwaarden. De eerste vraag die voorligt, is of de Rolls-Royce in eigendom toebehoort aan [betrokkene] (sub a), danwel of deze aan hem is verkocht maar nog niet geleverd en, zo ja, of in dat geval de verkoop door middel van een schriftelijke overeenkomst of nota kan worden aangetoond (sub b).

4.7. Silver Hill stelt dat zij met [betrokkene] op 30 juni 2009 een koopovereenkomst heeft gesloten met betrekking tot de Rolls-Royce en verwijst daarvoor niet alleen naar het verkoopcontract en de bijbehorende nota (2.4) maar tevens naar de kwitantie van een contante betaling van € 24.500,00 door [betrokkene] van diezelfde datum waarop het corresponderende notanummer is vermeld (2.5) alsmede naar de verklaring van [betrokkene 2] en [betrokkene] dat zij op die datum de betreffende koopovereenkomst hebben gesloten (2.9).

4.8. Bovemij heeft de totstandkoming van deze koopovereenkomst ter comparitie betwist, door de juistheid van de door Silver Hill gestelde gang van zaken en overgelegde stukken in twijfel te trekken. Bovemij stelt zich kort gezegd op het standpunt dat de zaak is geënsceneerd. Conform de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rust op Silver Hill de last om de koopovereenkomst te bewijzen, omdat het rechtsgevolg van een rechtsgeldige koopovereenkomst is dat de Rolls-Royce moet worden aangemerkt als een cliëntenobject, mits tevens is voldaan aan hetgeen onder rechtsoverweging 4.9 wordt overwogen. Immers, indien de koopovereenkomst vast komt te staan, staat tevens vast dat Silver Hill deze conform de polisvoorwaarden heeft aangetoond door middel van een schriftelijke koopovereenkomst, zodat alsdan is voldaan aan de voorwaarde als beschreven onder sub b in rechtsoverweging 4.6. In dit verband kan daarom in het midden blijven of de Rolls-Royce ook is geleverd aan [betrokkene] en in eigendom aan hem toebehoort (sub a in rechtsoverweging 4.6). Indien Silver Hill slaagt in het bewijs, geldt hetgeen hierna wordt overwogen. Indien Silver Hill daarentegen niet slaagt in het bewijs, staat daarmee vast dat de beschadiging van de Rolls-Royce niet onder de primaire dekkingsomschrijving valt, zodat de vorderingen zullen worden afgewezen.

4.9. Voor het geval vast komt te staan dat Silver Hill en [betrokkene] op 30 juni 2009 een koopovereenkomst hebben gesloten met betrekking tot de Rolls-Royce, moet vervolgens de vraag worden beantwoord of de Rolls-Royce op 3 september 2009 aan Silver Hill was toevertrouwd in verband met de verzekerde hoedanigheid, te weten de exploitatie van een autobedrijf. Silver Hill stelt dat de Rolls-Royce aan haar was toevertrouwd voor de uitvoering van reparatiewerkzaamheden. Nu Bovemij de hele gang van zaken betwist, staat tussen de partijen niet vast dat [betrokkene] bij of na het sluiten van de koopovereenkomst aan Silver Hill opdracht heeft gegeven om reparatiewerkzaamheden uit te voeren. Zelfs als daar vanuit moet worden gegaan, laat dat de mogelijkheid onverlet dat op 3 september 2009 inmiddels sprake was van stalling, zoals Bovemij stelt, hetgeen niet kan worden aangemerkt als de uitoefening van een autobedrijf. Silver Hill heeft ter comparitie toegelicht dat de aan haar opgedragen reparatiewerkzaamheden op 3 september 2009 nog niet waren afgerond, hetgeen zou blijken uit het reparatiedossier. Ook hier geldt dat conform de hoofdregel van artikel 150 Rv op Silver Hill de last rust om te bewijzen dat zij met [betrokkene] een reparatieovereenkomst heeft gesloten en dat de opgedragen reparatiewerkzaamheden op 3 september 2009 nog niet waren afgerond, omdat het rechtsgevolg van een nog niet afgeronde reparatieopdracht is dat de Rolls-Royce op de datum van de beschadiging aan Silver Hill was toevertrouwd in verband met de verzekerde hoedanigheid en dus moet worden aangemerkt als een cliëntenobject in de zin van artikel 1, tweede lid, van de polisvoorwaarden. Indien Silver Hill slaagt in het bewijs, geldt hetgeen hierna wordt overwogen. Indien Silver Hill daarentegen niet slaagt in het bewijs, staat daarmee vast dat de beschadiging van de Rolls-Royce niet onder de primaire dekkingsomschrijving valt, zodat de vorderingen zullen worden afgewezen.

Uitsluitingsgrond

4.10. Bovemij stelt (desondanks) niet tot uitkering over te hoeven gaan en beroept zich daarbij op de uitsluitingsgrond van artikel 5, aanhef en onder 3, sub c, van de polisvoorwaarden, stellende dat Silver Hill de Rolls-Royce nimmer heeft geleverd aan [betrokkene]. Volgens Silver Hill heeft die levering plaatsgevonden op 30 juni 2009 door middel van de afgifte van de autosleutels en de autopapieren van de Rolls-Royce. Zij verwijst hiervoor naar de verklaring van [betrokkene 2] en [betrokkene] (2.9).

4.11. Voor levering in het onderhavige geval is vereist dat Silver Hill het bezit aan [betrokkene] heeft verschaft en dat Silver Hill en [betrokkene] op dat moment ook zijn overeengekomen om de zaak uit het vermogen van Silver Hill in dat van [betrokkene] te doen overgaan (artikel 3:90, eerste lid, BW). Uitgaande van de situatie dat Silver Hill slaagt in haar beide bewijsopdrachten, is de rechtbank van oordeel dat de feitelijke macht over de Rolls-Royce op zichzelf kon worden verschaft met de afgifte van de autosleutels en de autopapieren, waarin de bedoeling om de eigendom over te dragen besloten ligt. Dat de Rolls-Royce bij Silver Hill is achtergebleven, maakt dat niet anders omdat alsdan vaststaat dat Silver Hill aansluitend reparatiewerkzaamheden aan de Rolls-Royce heeft uitgevoerd in opdracht van [betrokkene]. Nu Bovemij de door Silver Hill gestelde gang van zaken betwist waaronder de levering, zal Bovemij in de gelegenheid worden gesteld om te bewijzen dat Silver Hill op 30 juni 2009 de autosleutels en de autopapieren níet aan [betrokkene] heeft overhandigd en dat de Rolls-Royce ook niet op een andere wijze is geleverd. Conform de hoofdregel van artikel 150 Rv rust immers op Bovemij de last om dat te bewijzen, omdat het rechtsgevolg van het uitblijven van levering is dat Bovemij de uitsluitingsgrond kan inroepen. Indien Bovemij slaagt in het bewijs, zullen de vorderingen worden afgewezen. Indien Bovemij daarin niet slaagt terwijl Silver Hill wel in haar beide bewijsopdrachten slaagt, geldt het volgende.

Schade

4.12. Silver Hill stelt dat de gedekte schade gelijk is aan de door Extenso getaxeerde dagwaarde van de Rolls-Royce minus de restwaarde. Nu Bovemij de ongemotiveerde taxatie van Extenso van de dagwaarde – onder verwijzing naar het grote verschil tussen de inkoop- en verkoopwaarde enerzijds (€ 21.000,00 respectievelijk € 24.500,00) en de getaxeerde dagwaarde anderzijds (€ 40.000,00) – gemotiveerd heeft betwist, acht de rechtbank het nodig een deskundigenbericht in te winnen om de dagwaarde vast te stellen. Uit artikel 6, eerste lid, onder a, van de polisvoorwaarden volgt dat voor de vaststelling van de gedekte schade tevens dient te worden vastgesteld wat de waarde van de restanten is alsmede de kosten van reparatie.

4.13. De rechtbank is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige en stelt daartoe voor de heer H. Teunissen, werkzaam bij CED Bergweg B.V. te Capelle aan de IJssel, het door partijen ter comparitie voorgestelde taxatiebureau. Naar het oordeel van de rechtbank moeten aan de deskundige in ieder geval de navolgende vragen worden voorgelegd:

1. Wat was de dagwaarde van de Rolls-Royce Silver Spur, bouwjaar 1996, chassisnummer [nummer], kilometerstand 94.133 vóór de beschadiging op

3 september 2009 ?

Kunt u dat motiveren ?

2. Wat was de waarde van de restanten van de Rolls-Royce ná de beschadiging op

3 september 2009 ?

Kunt u dat motiveren ?

3. Wat bedragen de reparatiekosten om de Rolls-Royce weer terug te brengen in de staat van vóór de beschadiging op 3 september 2009?

Kunt u dat motiveren?

4. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

4.14. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het aan de deskundige zelf wordt overgelaten om nadere gegevens en/of bescheiden bij partijen en/of Extenso op te vragen indien hij die nodig acht voor de beantwoording van de hem voorgelegde vragen.

Voordat een deskundigenbericht wordt ingewonnen, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de aan de deskundige voor te leggen vragen.

4.15. Nu slechts tot benoeming van een deskundige zal worden toegekomen in het geval dat Silver Hill slaagt in haar beide bewijsopdrachten en Bovemij faalt in haar bewijs, ziet de rechtbank aanleiding om alsdan af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige (€ 1.750,00 inclusief btw) in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot zal door Bovemij moeten worden gedeponeerd.

Verdere procesverloop

4.16. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, ligt het in de rede om eerst Silver Hill bewijs op te dragen en, alleen indien Silver Hill in beide bewijsopdrachten slaagt, pas daarna Bovemij, gevolgd door het deskundigenonderzoek in het geval dat Bovemij niet slaagt in haar bewijsopdracht. Nu het evenwel voor de hand ligt dat partijen dezelfde getuigen zullen doen horen, zullen de partijen in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over de wenselijkheid van gelijktijdige bewijsopdrachten. Daartoe zal de zaak naar de rol worden verwezen. Alsdan kunnen partijen tevens meedelen of, en zo ja, op welke wijze zij bewijs wensen te leveren. Ten behoeve van de voortgang van de procedure dienen partijen zich alsdan tevens uit te laten over de aan de deskundige voor te leggen vragen.

4.17. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 9 november 2011 voor het gelijktijdig nemen van een akte door beide partijen over hetgeen is vermeld onder rechtsoverweging 4.16, waarna de zaak op de rol van 21 december 2011 zal komen voor vonnis,

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op

12 oktober 2011.