Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BT8216

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-10-2011
Datum publicatie
17-10-2011
Zaaknummer
192710
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Na deskundigenbericht over de financiële dienstverlening door gedaagde acht de rechtbank de vorderingen in conventie deels toewijsbaar en in reconventie geheel toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 192710 / HA ZA 09-2086

Vonnis van 12 oktober 2011

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

[eiser] V.O.F.,

gevestigd te [woonplaats],

en haar vennoten

2. [eiser],

wonende te [woonplaats],

3. [eiser],

wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. M. Moszkowicz jr te Maastricht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACCON AVM GROEP B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eisers in conventie] en Accon AVM genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 maart 2011

- het deskundigenbericht van 20 mei 2011

- de conclusie na deskundigenbericht van [eisers in conventie]

- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van Accon AVM.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

Inleidend

2.1. In het tussenvonnis van 8 september 2010 zijn de deskundige de volgende vragen voorgelegd.

1. Welke werkzaamheden heeft Accon AVM op grond van de beide overeenkomsten, bedoeld in de producties 1 en 2 bij antwoordconclusie in het incident van Accon AVM, voor [eisers in conventie] verricht?

2. Zijn daarbij verwijtbare fouten gemaakt door Accon AVM?

3. Indien vraag 2 bevestigend beantwoord wordt: heeft [eisers in conventie] daardoor schade geleden?

4. Indien vraag 3 bevestigend beantwoord wordt: wat is de totale omvang van deze schade?

5. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

2.2. De deskundige zet naar aanleiding van de eerste vraag uiteen dat de door Accon AVM te verlenen diensten het verzorgen van de salarisadministratie, administratieve dienstverlening, het samenstellen van de jaarrekening en verzorgen van de aangifte inkomstenbelasting omvatte. Hij geeft aan wat deze verschillende taken inhielden.

2.3. Bij de beantwoording van de vragen 2, 3 en 4 sluit de deskundige aan bij de verschillende claims van [eisers in conventie] (zie ook het vonnis van 16 juni 2010 onder 3.1):

- claim I: kosten [X] Administratie & Advies ad € 9.923,00

- claim II: ten onrechte betaalde facturen ad € 32.368,00

- claim III: ten onrechte betaald bedrag in de brief van Accon AVM d.d. 3 februari 2009, zijnde € 6.000,00

- claim IV: schade in de zaak ‘Vellios Delliou’ ad € 25.315,00

- claim V: voorlopige kosten administratieve adviseur ad € 17.850,00.

Algemeen over de bevindingen van de deskundige

2.4. [eisers in conventie] reageert op het deskundigenrapport met het weergeven van een reactie van haar boekhoudkundig adviseur die over een aantal zaken anders oordeelt dan de deskundige. De rechtbank passeert dit betoog. De bedoeling van de benoeming van een deskundige door de rechtbank is nu juist de verkrijging van antwoord van een niet partijgebonden deskundige op vragen die de procedure oplevert, als de standpunten van partijdeskundigen uiteen lopen. Dat het standpunt van de partijdeskundige anders is dan dat van de door de rechtbank benoemde deskundige, is dus te verwachten. Zolang niet gemotiveerd wordt gesteld dat de door de rechtbank benoemde deskundige in redelijkheid niet tot zijn oordeel heeft kunnen komen, staat dit verschil in standpunten dus niet in de weg aan het volgen van de door de rechtbank benoemde deskundige.

2.5. Voorts verzoekt [eisers in conventie] de rechtbank de deskundige te laten reageren op de door haar doorgegeven opmerkingen van haar adviseur. Daarvoor heeft [eisers in conventie] echter al de gelegenheid gehad nadat de conceptrapportage van 6 april 2011 aan partijen was toegezonden. Dat zij deze niet heeft benut, komt voor haar rekening.

2.6. Accon AVM stelt in haar akte dat zij zich grotendeels kan vereniging met de bevindingen van de deskundige, maar dat diens rapport op een aantal punten niet geheel juist is. Ook hierbij geldt dat te verwachten valt dat het standpunt van de partij(deskundige) anders is dan dat van de door de rechtbank benoemde deskundige. Waar ook door Accon AVM niet gemotiveerd wordt gesteld dat de door de rechtbank benoemde deskundige in redelijkheid niet tot zijn oordeel heeft kunnen komen, staat dit verschil in standpunten niet in de weg aan het volgen van de door de rechtbank benoemde deskundige.

2.7. Voor zover Accon AVM zich verzet tegen de standpunten die [eisers in conventie] inneemt in haar conclusie na deskundigenbericht, behoeft haar standpunt geen bespreking gelet op het voorgaande (2.4, 2.5).

Claim I

2.8. De deskundige stelt terecht voorop dat een accountant zijn taak moet uitoefenen zoals gevergd kan worden van een redelijk handelende en redelijk bekwame accountant. Daarvan uitgaande concludeert hij dat zowel bij het verwerken van de omzet als bij de verwerking van de privéonttrekkingen Accon AVM zorgvuldiger had kunnen handelen dan zij heeft gedaan. Dan had zij in een eerder stadium kunnen constateren dat de verantwoorde omzet niet correct was en dat de privéonttrekkingen dubbel waren verantwoord op de kapitaalrekening. Doordat zowel de banktransacties naar de privérekeningen van de vennoten als de onderliggende facturen als lasten zijn verwerkt op de kapitaalrekeningen, zijn deze in de conceptjaarrekening 2007 te laag verantwoord. Er is enerzijds sprake van een verwijtbare fout en overigens, oordeelt de deskundige, van miscommunicatie, waarvan de oorzaak niet aanwijsbaar is.

2.9. De schade die [eisers in conventie] heeft geleden, vervolgt de deskundige, heeft betrekking op de te hoge aangiften inkomstenbelasting die zijn opgesteld. Die schade acht hij feitelijk hersteld via [X] Administratie & Advies. De kosten van haar herstelwerkzaamheden kunnen worden gezien als schade van [eisers in conventie]. Op basis van de door [X] Administratie & Advies gefactureerde bedragen (claim I) bepaalt de deskundige deze schade op € 3.000,00 à € 4.000,00.

2.10. De rechtbank zal de deskundige hier volgen in dier voege dat zij ex aequo et bono het gemiddelde van deze bedragen, € 3.500,00, als te vergoeden schade ziet en dienovereenkomstig zal beslissen.

Claims II en III

2.11. Ten aanzien van ten onrechte betaalde facturen en het bedrag genoemd in de brief van Accon AVM van 3 februari 2009 geeft de deskundige aan dat hij de door Accon AVM boven de begrote bedragen over 2005-2007 in rekening gebrachte kosten ‘aan de hoge kant’ acht. Op basis van zijn praktijkervaring komt de deskundige in plaats van het gefactureerde bedrag van € 42.207,00 – vóór correctie is hier € 43.252,00 gehanteerd – op een totaalbedrag tussen € 27.000,00 en € 33.000,00.

2.12. De rechtbank zal de deskundige hierin in zoverre volgen dat zij zijn conclusie overneemt voor zover deze inhoudt dat de gefactureerde bedragen hoger zijn dan [eisers in conventie] in redelijkheid behoefde te verwachten. Zonder nader overleg c.q. een nadere waarschuwing had Accon AVM het werk niet zozeer mogen laten uitdijen dat het tot de facturering voor € 42.207,00 leidde. In zoverre biedt de overeenkomst tussen partijen geen grondslag voor de facturering door Accon AVM en is het teveel betaalde onverschuldigd betaald. Omdat de deskundige een voorzichtig ervaringsoordeel geeft acht de rechtbank het redelijk ook de schade voorzichtig te begroten, namelijk op het door de deskundige genoemd minimum van € 9.200,00.

2.13. Ten aanzien van de door Accon AVM in rekening gebrachte advieskosten geeft de deskundige aan geen volledig inzicht in opdrachten – of het ontbreken daarvan – en advieswerkzaamheden te hebben gekregen, maar wel te hebben geconstateerd dat de gefactureerde werkzaamheden zijn uitgevoerd. Hij acht de rekeningen aan de hoge kant, maar niet méér of anders dan dat.

Claim IV

2.14. Wat betreft de schade in de zaak ‘Vellios Delliou’, € 25.315,00 volgens claim IV, is de deskundige van mening dat mogelijke schade niet voor vergoeding in aanmerking komt. Kern van zijn betoog is dat [eisers in conventie] de salarissen en de omvang van de salarissen vaststelde, terwijl dit niet onder de verantwoordelijkheid van Accon AVM viel. Laatstgenoemde heeft in dit verband haar werkzaamheden naar behoren verricht.

Claim V

2.15. De kosten van de administrateur van [eisers in conventie] die zijn gemaakt in de voorbereiding van de onderhavige procedure zijn volgens de deskundige op één lijn te stellen met de kosten van de procedure zelf. De rechtbank verstaat dit aldus dat zij volgens de deskundige te zien zijn als buitengerechtelijke incassokosten voor zover deze op de voorbereiding van de procedure betrekking hebben. De rechtbank acht dit standpunt juist en volgt de deskundige hierin.

Slotoverwegingen in conventie

2.16. Samengevat naar de hierboven onder 2.3 genoemde claims komt de deskundige tot schadebedragen ten aanzien van de claims I, II en III. Dat zijn de volgende.

- claim I: kosten [X] Administratie & Advies: € 3.000,00 à € 4.000,00

- claims II en III: ten onrechte betaalde (factuur)bedragen: € 9.200,00 à € 15.200,00.

2.17. De rechtbank volgt de deskundige hierin in zoverre dat zij ten aanzien van claim I € 3.500,00 (2.10) en ten aanzien van de claims II en III € 9.200,00 (2.12) toewijsbaar acht.

2.18. Dit betekent dat de vordering van [eisers in conventie] voor € 12.700,00 zal worden toegewezen en zal worden afgewezen voor het overige.

2.19. Omdat partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, zal de rechtbank de kosten compenseren met dien verstande dat ieder de eigen kosten van de procedure draagt. Daarbij zal zij echter de door [eisers in conventie] voorgeschoten deskundigenkosten bij helfte delen, zodat Accon AVM terzake aan [eisers in conventie] (0,5 x € 21.500,00 =) € 10.750,00 dient te voldoen.

2.20. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen omdat de vordering van [eisers in conventie] slechts voor een relatief gering deel voor toewijzing in aanmerking komt.

in reconventie

2.21. Zoals reeds in het vonnis van 16 juni 2010 is overwogen, is de reconventionele vordering in haar geheel, € 7.759,37, toewijsbaar.

2.22. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. Accon AVM heeft niet voldoende onderbouwd gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

2.23. [eisers in conventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Accon AVM worden begroot op € 447,00 (1,0 punt × factor 0,5 × tarief € 894,00) voor salaris van de advocaat.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. veroordeelt Accon AVM om aan [eisers in conventie] te betalen een bedrag van € 12.700,00 (twaalfduizendzevenhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag vanaf 29 mei 2009 tot de dag van volledige betaling,

3.2. veroordeelt Accon AVM tot vergoeding aan [eisers in conventie] van de helft van de deskundigenkosten, te weten € 10.750,00,

3.3. bepaalt dat iedere partij overigens de eigen kosten van deze procedure draagt,

3.4. verklaart dit vonnis in conventie onder 3.1 en 3.2 uitvoerbaar bij voorraad,

3.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.6. veroordeelt [eisers in conventie] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan Accon AVM te betalen een bedrag van € 7.759,37 (zevenduizendzevenhonderdnegenenvijftig euro en zevenendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag telkens vanaf de vervaldatum van de desbetreffende factuur tot de dag van volledige betaling,

3.7. veroordeelt [eisers in conventie] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van Accon AVM tot op heden begroot op € 447,00,

3.8. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2011.