Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BT7493

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-10-2011
Datum publicatie
17-10-2011
Zaaknummer
05/900976-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden voor een poging om, onder bedreiging met een mes, geld van zijn opa te stelen. Verdachte was daartoe met een eerder gestolen reservesleutel de woning van zijn opa binnen gegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/900976-10

Datum zitting : 27 september 2011 en 3 oktober 2011

Datum uitspraak : 17 oktober 2011

Tegenspraak

Promis II

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

thans gedetineerd in PI Arnhem - De Berg, Arnhem Noord, Wilhelminastraat 16

Arnhem.

Raadsman : mr. C.D.A.J. Majoie, advocaat te Arnhem.

Officier van justitie : mr. T. Feuth.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 te Giesbeek, gemeente Zevenaar, gedurende

de voor de nachtrust bestemde tijd, te weten tussen 23.30 uur en 23.53 uur,

in een woning aan de Meentsestraat,

ter uitvoering van het voornemen om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg

te nemen geld en/of enig goed(eren) van verdachte en/of diens mededader(s)

gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan W.J.

[slachtoffer] (zijnde, zijn, verdachtes, opa), in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van een valse sleutel (te

weten een (reserve)sleutel van voornoemde [slachtoffer]),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan (een) andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- zijn gezicht heeft bedekt met kleding en/of een sjaal en/of een zonnebril

en/of

- de woning van die [slachtoffer] heeft betreden met een reservesleutel en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op die [slachtoffer] heeft

gericht, althans aan die [slachtoffer] heeft getoond en/of

- aan die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Overval, dit is een overval.

Naar de kamer jij.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 13 augustus 2010 te Giesbeek, gemeente Zevenaar, gedurende

de voor de nachtrust bestemde tijd, te weten tussen 23.30 uur en 23.53 uur, in

een woning aan de Meentsestraat,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld W.J.

[slachtoffer] (zijnde, zijn, verdachtes, opa), in elk geval een ander of anderen dan

verdachte en/of zijn mededader(s), te dwingen tot de afgifte van geld en/of

enig goed(eren) van verdachte en/of diens mededader(s) gading, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde heer [slachtoffer], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van een valse sleutel (te

weten een (reserve)sleutel van voornoemde [slachtoffer]),

met voormeld oogmerk

tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- zijn gezicht heeft bedekt met kleding en/of een sjaal en/of een zonnebril

en/of

- de woning van die [slachtoffer] heeft betreden met een reservesleutel en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op die [slachtoffer] heeft

gericht, althans aan die [slachtoffer] heeft getoond en/of

- aan die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Overval, dit is een overval.

Naar de kamer jij.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 3 oktober 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. C.D.A.J. Majoie, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde een meldingsgebod, een drugs- en alcoholverbod en meewerken aan urinecontroles.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 13 augustus 2010, omstreeks 23.30 uur, heeft verdachte zich de toegang tot de woning van zijn opa (verder: aangever), wonende aan de [adres] te Giesbeek, verschaft. Verdachte heeft hiervoor een reservesleutel gebruikt welke hij via zijn broertje [broer van verdachte] in zijn bezit heeft gekregen. Aangever hoorde gerommel aan de voordeur en is direct uit bed gegaan. Verdachte had een sjaal voor zijn gezicht en een groot mes in zijn hand. Verdachte is toen de woning uit gevlucht. Verdachte wilde geld wegnemen bij aangever.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betwist dat verdachte met het mes heeft gedreigd.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer] heeft verklaard: “Ik liep de hal in en zag dat daar een jongeman stond met een shawl voor zijn gezicht. Ik zag dat hij een groot mes in zijn hand had. (…) Hij wees met dit mes in mijn richting. Ik hoorde dat deze jongen riep: “Overval, dit is een overval! Naar de kamer jij!” Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het mes voor aangever zichtbaar zal zijn geweest omdat hij deze in zijn hand heeft gehad. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij tegen aangever heeft gezegd “Overval, dit is een overval! Naar de kamer jij!”, maar het kan zijn dat hij zich daarin vergist omdat hij die avond onder invloed was van drank en drugs.

De rechtbank acht gelet op deze verklaringen bewezen dat verdachte het mes in de richting van aangever heeft gehouden en dat hij daarbij heeft geroepen “Overval, dit is een overval! Naar de kamer jij!”. Er is geen reden aannemelijk waarom aangever op dit punt niet de waarheid zou hebben verklaard. De verklaring is afgelegd op 14 augustus rond 01.30 uur, een paar uur na de overval, zodat de gebeurtenissen hem toen nog vers voor de geest moeten hebben gestaan. Verdachte verkeerde onder invloed en kan zich daardoor niet alle details herinneren. De rechtbank gaat daarom uit van de verklaring van aangever.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 13 augustus 2010 te Giesbeek, gemeente Zevenaar, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te weten tussen 23.30 uur en 23.53 uur, in een woning aan de Meentsestraat,

ter uitvoering van het voornemen om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg

te nemen geld van verdachtes gading, toebehorende aan W.J. [slachtoffer] (zijnde, zijn, verdachtes, opa),

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel (te weten een reservesleutel van voornoemde [slachtoffer]), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen vergezellen en te doen volgen van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- zijn gezicht heeft bedekt met een sjaal

en

- de woning van die [slachtoffer] heeft betreden met een reservesleutel en

- een mes, op die [slachtoffer] heeft gericht en

- aan die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Overval, dit is een overval. Naar de kamer jij.", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Primair:

Diefstal, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde een meldingsgebod, een drugs- en alcoholverbod en meewerken aan urinecontroles.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank gevraagd een hoog voorwaardelijk strafdeel op te leggen en bij de bepaling van de strafmaat rekening te houden met de volgende omstandigheden: verdachte is licht verminderd toerekeningsvatbaar, gebruikt geen drugs meer en hij is bereid zich aan eventuele bijzondere voorwaarden te houden in het kader van een voorwaardelijk strafdeel. Voorts stelt de verdediging dat urinecontroles voor drugsgebruik voldoende zijn. Verdachte moet leren met mate te drinken.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke en financiële omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 1 september 2011,

- een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 20 juli 2011, betreffende verdachte, en

- een psychologisch onderzoek Pro Justitia, gedateerd 23 september 2011.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot een overval op zijn 79-jarige opa, met wie hij naar eigen zeggen een goede band had. Hij is in de nachtelijke uren, met een sjaal over zijn gezicht om zich onherkenbaar te maken, met behulp van een reservesleutel diens woning binnen gedrongen om geld te stelen. Hij heeft daarbij eerst zijn minderjarige broertje ingezet om die reservesleutel bij zijn opa te stelen. Toen zijn opa te voorschijn kwam en verdachte in de gang van zijn woning aantrof, heeft verdachte hem met een mes bedreigd en naar hem geroepen “Overval, dit is een overval. Naar de kamer jij!”.

De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij er niet voor terug is gedeinsd om, enkel vanwege het geld, zijn eigen opa, een 79 jarige, kwetsbare man, te overvallen en daarbij ook nog zijn jongere broertje te betrekken. Uit het feit dat verdachte tevoren de sleutel heeft laten stelen blijkt dat de beoogde diefstal goed was voorbereid.

Verdachte heeft met zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van zijn opa, voor wie de overval in zijn eigen huis door een onherkenbaar persoon met een mes een grote impact moet hebben gehad..

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd. Bij een voltooide overval op een woning kan een gevangenisstraf van rond de drie jaar als uitgangspunt worden genomen.

De rechtbank heeft in het voordeel van verdachte rekening gehouden met de omstandigheid dat aannemelijk is dat hij nooit de intentie heeft gehad om meer te doen met het mes dan te dreigen. Dit blijkt ook uit de omstandigheid dat verdachte direct het hazenpad gekozen toen bleek dat aangever niet van plan was naar de kamer te gaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de jonge leeftijd van verdachte en het gegeven dat hij sinds augustus 2010 op een aantal leefgebieden orde op zaken heeft gesteld.

Ten slotte houdt de rechtbank rekening met de conclusies van klinisch psycholoog Keming, die bij verdachte een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale kenmerken waarneemt, welke stoornis een zodanige rol bij het bewezen delict heeft gespeeld dat Keming licht verminderd toerekeningsvatbaar acht. Keming acht het belangrijk dat verdachte een empathietraining en preventieve verslavingsbegeleiding krijgt teneinde het recidivegevaar te beperken.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit een gevangenisstraf van lange duur rechtvaardigt.

Nu verdachte echter nog jong is en licht verminderd toerekeningsvatbaar is, zal de rechtbank hem een kans geven zijn leven verder op orde te brengen, door een deel van die gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering Tactus, gespecialiseerd in verslavingszorg, ook als dat mocht inhouden het volgen van een empathietraining bij Kairos en/of Jong Batelaar. Verdachte dient zich daarbij te onthouden van het gebruik van drugs en daartoe ook controles te ondergaan.

Het separaat opleggen van een alcoholverbod en alcohol controles wordt door reclassering niet geadviseerd en acht de rechtbank niet noodzakelijk.

De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden, zoals hierna genoemd.

De voornoemde omstandigheden leiden er toe dat de rechtbank komt tot een gevangenisstraf met een iets groter voorwaardelijk deel dan de officier van justitie is geëist.

6a. Beslag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de in beslag genomen sleutel dient te worden teruggeven aan de rechthebbende, W.J. [slachtoffer].

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven sleutel met label toebehoort aan rechthebbende W.J. [slachtoffer] en aan hem zal moeten worden teruggegeven.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 8 (acht) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

• dat veroordeelde zich uiterlijk vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij de balie van Tactus Reclassering, Dr. Stolteweg 58, 8025 AX Zwolle en zich na de eerste afspraak blijft melden op de afgesproken tijdstippen en locaties zo frequent als Reclassering Nederland dit nodig acht;

• dat veroordeelde een ambulante empathie training ondergaat bij de forensisch psychiatrische kliniek Kairos en/of Jong Batelaar of een soortgelijke instelling, ter beoordeling van de reclassering, indien en voor zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht; de veroordeelde zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van Kairos of een soortgelijke instelling zullen worden gegeven;

• dat veroordeelde geen harddrugs gebruikt en meewerkt aan de daartoe door of in opdracht van Tactus Reclassering te houden alcoholcontroles;

• dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de hiermee verband houdende (nadere) aanwijzingen en afspraken van Tactus reclassering en Reclassering Nederland voor zover en zolang dat door de reclassering noodzakelijk wordt geacht;

Geeft opdracht aan de (stichting) Reclassering Nederland en Tactus Reclassering om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten één sleutel met label, aan de rechthebbende.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen, als voorzitter,

mr. J.M.J.M. Doon, rechter,

mr. F.N.J. Jansen, rechter,

in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 oktober 2011.