Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BT2607

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
07-09-2011
Datum publicatie
26-09-2011
Zaaknummer
205782
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN: BR 0137.

Benoeming deskundige; vraag of er sprake is van medisch onzorgvuldig handelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 205782 / HA ZA 10-1854

Vonnis van 7 september 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. J.L.M. Hoogbergen te Zutphen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRIVE KLINIEK KLEIN ROSENDAEL B.V.,

gevestigd te Rozendaal,

gedaagde,

advocaat mr. E.J. Wervelman te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Klein Rosendael genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 juni 2011

- de akte van [eiseres] en de akte van Klein Rosendael.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1 Bij tussenvonnis van 22 juni 2011 is de zaak naar de rol verwezen om partijen gelegenheid te geven om zich (gelijktijdig) uit te laten over het voornemen van de rechtbank een orthopedisch chirurg te benoemen, de persoon van de deskundige en de aan deze te stellen vragen. In het tussenvonnis is verder bepaald dat na de aldus gelijktijdig te nemen akte partijen de gelegenheid krijgen om, wederom gelijktijdig, een antwoordakte te nemen.

2.2 Partijen hebben op de rol van 20 juli 2011 een gelijkluidende akte genomen. Daaruit blijkt dat partijen naar aanleiding van het tussenvonnis overleg hebben gepleegd en dat zij beiden wensen dat dr. B.A. Swierstra, verbonden aan de Sint Maartenskliniek te Nijmegen, tot deskundige wordt benoemd. Partijen hebben geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de door de rechtbank in het tussenvonnis voorgestelde vraagstelling. Beide partijen hebben afgezien van het nemen van een antwoordakte.

2.3 De rechtbank zal als deskundige benoemen:

Dr. B.A. Swierstra, orthopedisch chirurg,

p/a Sint Maartenskliniek

Postbus 9011

6500 GM Nijmegen

Tel 024 365 99 11

Fax 024 365 96 98

2.4 Voornoemde deskundige heeft aangegeven in staat en bereid te zijn om de voorliggende vragen te beantwoorden en vrij te staan ten opzichte van de partijen. Aan de hand van de opgave van de deskundige wordt het voorschot op zijn loon en kosten, inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting, bepaald op € 2.000,00.

2.5 In het tussenvonnis is reeds beslist dat voornoemd bedrag door [eiseres] als voorschot ter griffie van de rechtbank dient te worden gedeponeerd.

2.6 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Geven de in het medisch dossier vastgelegde gegevens u voldoende feitelijke aanknopingspunten om een oordeel te kunnen vormen over de oorza(a)k(en) van de bij of na de operatie van 7 december 2006 bij [eiseres] ontstane wond?

2. Zo ja, waardoor is naar uw oordeel de wond bij [eiseres] veroorzaakt?

Wilt u aangeven in hoeverre de oorzaak van het ontstaan van de wond volgens u (mede) is toe te schrijven aan:

- een te strak, dan wel anderszins onjuist aangelegd drukverband;

- de (wijze van gebruik van de) toegepaste capsular shrinkagetechniek;

- een al dan niet anatomische bepaalde vasculaire oorzaak (doorbloedingsstoornis);

- een directe beschadiging ten gevolge van lokale druk van de rand van het bed of een operatiesteun o.i.d.;

Wilt u aangeven per factor in welke mate deze volgens u aan het ontstaan van de wond heeft bijgedragen?

3. Bestond er op enig moment in de periode na 7 december 2006 in verband met de door [eiseres] gemelde klachten en/of de ontwikkeling van de wond een indicatie voor nader onderzoek en/of behandeling anders of frequenter dan hetgeen feitelijk is uitgevoerd? Zo ja welk onderzoek en/of behandeling, en op welk moment en op welke medische gronden bestond die indicatie?

4. Is de behandeling van [eiseres] gedurende de operatie van 7 december 2006, en de daarop volgende nabehandeling tot en met 24 januari 2007, geweest zoals die - gezien de toenmalige opvattingen binnen uw beroepsgroep ten aanzien van de te hanteren professionele standaard bij deze behandeling en de door u gevonden oorza(a)k(en) (vraag 2) - behoorde te zijn?

5. Zo u tot de conclusie komt dat sprake is van medisch onzorgvuldig handelen, wilt u op grond van uw onderzoeksbevindingen en de overige beschikbare gegevens zo uitgebreid mogelijk en gemotiveerd aangeven:

a. wat zijn de huidige klachten en/of restverschijnselen van [eiseres]?

b. welke van de huidige klachten en/of restverschijnselen naar uw mening reeds voor 7 december 2006 bestonden of op enig moment ook zouden (zijn) ontstaan bij een adequate behandeling? Kunt u daarbij een indicatie geven op welke termijn en in welke mate dit dan het geval zou zijn (geweest)?

6a. Wilt u in de huidige situatie de mate van functiestoornis (impairment) op uw vakgebied uitdrukken in een percentage van de gehele mens, ongeacht het beroep en uitgaande van de toestand van betrokkene voor de operatie?

Wilt u hierbij uitgaan van de meest recente richtlijnen van de American Medical Association for Permanent Impairment (AMA), eventueel aangevuld met de richtlijnen op uw vakgebied? Wilt u zo nauwkeurig mogelijk omschrijven hoe het totale percentage is opgebouwd?

b. Hoe groot zou deze blijvende invaliditeit zijn geweest bij een adequate behandeling?

7. In hoeverre is er op uw vakgebied sprake van lichamelijke beperkingen in het algemeen als gevolg van het onzorgvuldig medisch handelen? Kunt u deze beperkingen zo nauwkeurig mogelijk omschrijven?

8. Is er thans sprake van een relatieve of definitieve eindtoestand? Zo nee, verwacht u nog een verbetering dan wel een verslechtering ten opzichte van het huidige toestandsbeeld en op welke termijn kan een eindtoestand wel verwacht worden? In hoeverre zal deze verandering het hierboven genoemde percentage functiestoornis dan wel de door u aangegeven beperkingen nog beïnvloeden?

9. Heeft u eventueel nog therapeutische suggesties en/of opmerkingen die anderszins voor de beoordeling van deze casus van belang kunnen zijn?

10. Acht u nader onderzoek door andere specialisme(n) nog geïndiceerd en zo ja, welke?

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

Dr. B.A. Swierstra, orthopedisch chirurg,

p/a Sint Maartenskliniek

Postbus 9011

6500 GM Nijmegen

Tel 024 365 99 11

Fax 024 365 96 98

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

bepaalt dat [eiseres] binnen twee weken na datum van dit vonnis (kopieën van) de overige processtukken aan de rechtbank Sector civiel, roladministratie, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem zal doen toekomen,

bepaalt dat [eiseres] binnen twee weken na datum van dit vonnis als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 2.000,00 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door dit bedrag over te maken op rekening nummer 56.99.90.548 ten name van MvJ arrondissement Arnhem onder vermelding van het rolnummer en de namen van partijen,

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen,

bepaalt dat de deskundige binnen twee weken nadat hij bericht heeft gekregen dat het voorschot is gedeponeerd met de partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is,

bepaalt dat indien een partij of de deskundige de aldus afgesproken datum voor het onderzoek wil wijzigen, die partij of de deskundige daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen,

bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot de hierbij benoemde rechter-commissaris mr. J.F. Beens,

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend conceptrapport zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 1 februari 2012, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,

verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop het definitieve rapport ter griffie is ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiseres] of voor bepaling datum vonnis,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide, mr. C.M.E. Lagarde en mr. J.F. Beens en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2011.