Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BT2558

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
29-08-2011
Datum publicatie
26-09-2011
Zaaknummer
216626
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagden hebben als appartementseigenaren zonder toestemming van de VvE een dakterras gerealiseerd op het gemeenschappelijke dak van de appartementseigenaren. Dit handelen van gedaagden is in strijd met de splitsingsakte en dus onrechtmatig. Vordering tot afbraak van het dakterras wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 216626 / KG ZA 11-277

Vonnis in kort geding van 29 augustus 2011

in de zaak van

[eisers]

eisers,

advocaat mr. G.J.G. Olijslager te Nijmegen,

tegen

[gedaagden]

gedaagden,

advocaat mr. A.M.E. Driessen te [woonplaats].

Partijen zullen hierna de VvE en [eiser sub 2] en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de VvE en [eiser sub 2]

- de pleitnota van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]

- de aanhouding ten behoeve van schikkingsonderhandelingen

- de brieven van 12 augustus 2011 van de beide advocaten waarin verzocht wordt om vonnis te wijzen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij akte van splitsing van 6 september 2000 (hierna: de splitsingsakte) is overge¬gaan tot splitsing in appartementsrechten van: de souterrainwoning, twee bovenwoningen, een voormalige winkel met woning en onder- en bijgelegen grond en een halve gang, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres A] 52 en 54 en de [adres B] 38 en 38a, kadastraal bekend gemeente [woonplaats], sectie H nummer 229, groot drie are en vijfenveertig centiare.

2.2. Bij de splitsing van voormeld gebouw met ondergrond en erf (hierna: het appartementencomplex) zijn vijf appartementsrechten ontstaan, welke zijn genummerd met de appartementsindexcijfers 1, 2, 3, 4 en 5. Deze appartementsrechten zijn als volgt omschreven:

- index 1: het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bovenwoning op de eerste en tweede verdieping met kelder en entree met trapopgang en pad op de begane grond, staande en gelegen aan de [adres A] 52;

- index 2: het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de winkel- en bedrijfsruimte en benedenwoning met kelder en voor- en achtertuin en halve gang op de begane grond, staande en gelegen aan de [adres A] 54;

- index 3: het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de mandelige toegangstrap naar de kelders van de percelen [adres A] 52 en 54;

- index 4: het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bovenwoning op de eerste en tweede verdieping met kelder en entree en trapopgang met pad op de begane grond, staande en gelegen aan de [adres B] 38;

- index 5: het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de kelderruimte met entree en voorterrein op de begane grond, plaatselijke bekend [adres B] 38a.

2.3. [eiser sub 2] is eigenaar van de appartementsrechten met indices 2,4 en 5. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn eigenaar van het appartementsrecht met index 1. Het appartementsrecht met index 3 is mandelig eigendom van [eiser sub 2] en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2].

2.4. In de splitsingsakte is de VvE opgericht, waarvan [eiser sub 2] tot voorzitter is benoemd.

2.5. In de splitsingsakte is van toepassing verklaard het modelreglement bij splitsing

in appartementsrechten 1992 (hierna: het modelreglement 1992). Daarnaast zijn in de splitsings¬akte onder het kopje “Bijzonder Reglement” extra bepalingen opgenomen in aanvulling op c.q. in afwijking van de bepalingen van het modelreglement 1992, waaronder:

2. Artikel 2 leden 1 en 2.

De eigenaar van het appartementsrecht met index 1 is gerechtigd voor vijfenzeventig/ tweehonderdvijfentwintigste (75/225e) gedeelte, de eigenaar van het appartementsrecht met index 2 voor vijfenzeventig/tweehonderdvijfentwintigste (75/225e) gedeelte, de eigenaar van het appartementsrecht met index 3 voor het een/tweehonderdvijfentwintigste (1/225e) gedeelte, de eigenaar van het appartementsrecht met index 4 voor vijftig/tweehonderdvijfentwintigste (50/225e) gedeelte, de eigenaar van het appartementsrecht met index 5 voor het vierentwintig/tweehonderdvijfentwintigste (24/225e) gedeelte in de gemeenschap en de gemeenschappelijke baten.

4. Artikel 9.

lid 1 vervangen door:

Tot de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken worden onder meer gerekend, voor zover aanwezig:

a) de funderingen, de dragende muren en de kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk, de balkonconstructies, de gemetselde borstweringen, de daken (…)

lid 2 vervangen door:

Het is een eigenaar of gebruiker zonder toestemming van de vergadering, verleend bij besluit dat met algemene stemmen is genomen in een vergadering waarin alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, niet toegestaan veranderingen aan te brengen in de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken (…)

10. Artikel 30 lid 2.

Bij deze wordt opgericht een vereniging van eigenaars, als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder e van het Burgerlijk Wetboek, genaamd: Vereniging van Eigenaars [adres A] 52 en 54 en [adres B] 38 en 38a te [woonplaats], gevestigd te [woonplaats]. (…)

12. Artikel 34 lid 2.

Het maximum aantal stemmen in de vergadering bedraagt tweehonderd vijf en twintig.

De eigenaar van de appartementsrechten met indices 1 en 2 hebben ieder vijf en zeventig stemmen, die van het appartementsrecht met index 3 heeft een stem, die van het appartementsrecht met index 4 heeft vijftig stemmen en die van het appartementsrecht met index 5 heeft vier en twintig stemmen.

13. Artikel 38 leden 2 en 5 en Artikel 41 leden 4 en 5.

(…)

Tot voorzitter van de gemelde vereniging wordt voor de eerste maal bij deze de volmachtgever, de heer [eiser sub 2] benoemd.

2.6. Het modelreglement 1992 bevat, voor zover van belang, de volgende bepalingen:

artikel 1

In het reglement wordt verstaan onder:

(…)

i. “vergadering”: de vergadering van eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 tweede lid onder d van het Burgerlijk Wetboek;

(…)

artikel 13 lid 1

Iedere op-, aan- of onderbouw zonder toestemming van de vergadering is verboden.

artikel 14

De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen verandering in het gebouw aanbrengen, waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd worden. (…)

2.7. Bij brief van 21 april 2011 heeft [eiser sub 2] als voorzitter van de VvE [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] uitgenodigd voor een (opstart)ledenvergadering van de VvE op 16 mei 2011. In de brief is de voorlopige agenda van de vergadering opgenomen. Bij de brief is ook een volmacht¬formulier gevoegd. De brief vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

Naar aanleiding van uw brief d.d. 22 maart jl. merk ik allereerst op dat ik nooit toestemming heb verleend tot het aanleggen van een dakterras. (…)

Indien u niet bij de vergadering aanwezig kunt zijn, kunt u bijgaande volmacht invullen en meegeven aan een persoon die de vergadering namens u bezoekt. (…)

De voorlopige agenda luidt als volgt:

(…)

3. Activeren van de VvE en inschrijving Kamer van Koophandel

(…)

9. Verzoek tot realisering van een dakterras door en ten behoeve van [adres A] 52

(…)

In de vergadering zal op al de in de agenda genoemde punten worden gestemd.

Wat betreft uw dakterras ontvang ik graag van u bouwkundige tekeningen van uw plannen en eventuele berekeningen die gemaakt zijn. Ik heb u reeds duidelijk gemaakt dat ik bang ben voor geluidsoverlast en andere overlast zoals rommel en inbreuk op mijn privacy als gevolg van het dakterras. Bovendien vrees ik voor schade aan het dak zelf (lekkages en extra onderhoudskosten) als voor aansprakelijkheid (wat als bijvoorbeeld u of een gast van u door het dak zakt of van het dak valt). U schrijft over “het gedeelte dat onder onze verantwoordelijkheid valt”, maar ik wijs erop dat het dak van ons gezamenlijk is en ook onder onze gezamenlijke verantwoordelijkheid valt. (…)

2.8. Bij brief van 1 mei 2011 hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] [eiser sub 2] medegedeeld dat zij op de vergadering van eigenaars van 16 mei 2011 niet aanwezig zullen zijn en dat zij ook niet van plan zijn om op korte termijn met [eiser sub 2] een opstartvergadering bij te wonen. Tevens hebben zij in die brief aangegeven dat zij in de week van 16 mei 2011 beginnen met de bouw van het dakterras.

2.9. De advocaat van [eiser sub 2] heeft [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in een brief van 5 mei 2011 er op gewezen dat zij toestemming van de vergadering van eigenaars van de VvE nodig hebben voor het aanbrengen van het dakterras. Deze brief vermeldt onder andere:

Naar cliënt van u heeft vernomen bent u voornemens een dakterras te realiseren. De heer [eiser sub 2] heeft u terecht aangegeven dat hij geen toestemming aan uw plan wil c.q. kan verlenen. Dit, omdat uw voorstel in de Vergadering van Eigenaars van de VvE behandeld dient te worden zodat hierop een vergaderbesluit zal volgen. Bij brief van 21 april jl. heeft de heer [eiser sub 2], tevens voorzitter van de VvE, u uitgenodigd voor een eerste vergadering van de VvE op 16 mei a.s. Doel van deze vergadering is om onder andere de “slapende” VvE “wakker” te maken en allerlei zaken te bespreken c.q. te besluiten conform de aan u toegestuurde agenda. (…)

Namens de heer [eiser sub 2] verzoek en voor zover nodig sommeer ik u hiermee namens cliënt om de door u voorgestelde aanbouw c.q. opbouw van het dakterras niet aan te (laten) brengen voordat hiervoor in een vergadering van de VvE toestemming is verleend.

Indien u dat wel doet, levert dat een toerekenbare onrechtmatige daad op jegens zowel de VvE als cliënt. In dat geval heb ik vooralsdan de machtiging van de heer [eiser sub 2] om u beiden in een gerechtelijke (spoed)procedure te betrekken teneinde amotie/verwijdering van het dakterras te vorderen. (…)

Verder bericht ik u hiermee namens de heer [eiser sub 2] in zijn hoedanigheid van voorzitter van de VvE dat de geplande vergadering van 16 mei a.s. (…) doorgaat. De aanwezigheid van u allebei is niet noodzakelijk. Als u (beiden) hierbij niet aanwezig kunt zijn, dan kunt u een ander machtigen en hiervoor gebruikmaken van het bijgevoegde volmachtformulier. De aangevulde agenda van de vergadering treft u hierbij aan. (…)

De agenda, u toegestuurd op 21 april jl., is op één punt aangevuld.

De voorlopige c.q. aangepaste agenda luidt als volgt:

(…)

3. Kiezen voorzitter

4. Activeren van de VvE en inschrijving Kamer van Koophandel

(…)

10. Verzoek tot realisering van een dakterras door en ten behoeve van [adres A] 52

(…)

2.10. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] of een door hen gevolmachtigde zijn niet aanwezig geweest op de vergadering van eigenaars van de VvE van 16 mei 2011. In die vergadering is onder andere het onderwerp “dakterras” besproken en diverse besluiten genomen. De vergadering heeft besloten geen toestemming aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te verlenen voor het realiseren van een dakterras. In de op 26 mei 2011 aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] opgestuurde (concept)notulen van de vergadering van 16 mei 2011 is onder meer het volgende te lezen:

3. Kiezen voorzitter

De heer [eiser sub 2] stelt zichzelf verkiesbaar als voorzitter. De heer [eiser sub 2] wordt vervolgens unaniem als voorzitter gekozen.

4. Activeren van de VvE en inschrijving Kamer van Koophandel

De vergadering verzoekt de voorzitter om de VvE te activeren en voor inschrijving bij de Kamer van Koophandel zorg te dragen.

(…)

10. Verzoek tot realisering van een dakterras door en ten behoeve van [adres A] 52

Formeel heeft de VvE geen verzoek tot realisatie van een dakterras door en ten behoeve van [adres A] 52 ontvangen. Wel heeft de VvE vernomen dat de eigenaars van [adres A] 52 van plan zijn een dakterras op het gemeenschappelijke dak van het appartementencomplex te (laten) realiseren. Op grond van de regels van de VvE hebben deze eigenaars hiervoor toestemming van de vergadering nodig. Tot op dit moment ontbreekt bij de VvE elke informatie c.q. nadere onderbouwing van het vermoedelijke dakterras-plan. Denk aan bouwtekening(en), constructieberekeningen, de (verleende) gemeentelijke vergunning(en) en documenten m.b.t. veiligheids- en verzekeringsaspecten.

De vergadering besluit nadrukkelijk om de eigenaars van het appartement [adres A] 52 geen toestemming voor (vermoedelijk) te realiseren dakterras te verlenen. Dit, omdat zulks zonder toestemming van de vergadering verboden is o.b.v. de regels van de VvE.

2.11. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben als productie 6 een schrijven van [eiser sub 2] overgelegd, dat volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de (negen) voorwaarden omvat die [eiser sub 2] verbindt aan de realisatie van het dakterras. Dit schrijven vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

n.a.v. ons gesprek afgelopen zondag 22 maart wil ik via deze weg mijn voorwaarden kenbaar maken om medewerking te geven om u dakterras te kunnen realiseren. Graag wil ik aan u wens meewerken, echter ik moet ook aan mijn veiligheid en gezondheid denken. Daarom ga ik onder volgende voorwaarde mee akkoord.

Let op: die is een opzet. Let even niet op grammatica en spelfouten. Graag u reactie.

1. (…)

9. (…)

Dit is een aanzet. Denk even overna en laat het weten hoe wij het zouden kunnen oplossen.

2.12. Door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is in de week van 16 mei 2011 een dakterras aangebracht op een gedeelte van het dak van het appartementencomplex van de VvE.

3. Het geschil

3.1. De VvE en [eiser sub 2] vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het op het gemeenschappelijke dak van de onroerende zaken aan de [adres A] 52 en 54 en [adres B] 38 en 38a te [woonplaats] geplaatste dakterras voor eigen rekening en risico te verwijderen en verwijderd te houden;

2. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gemeenschappelijke dak van de onroerende zaken aan de [adres A] 52 en 54 en [adres B] 38 en 38a te [woonplaats] voor eigen rekening en risico in de oorspronkelijke staat terug te brengen, waaronder begrepen de dakbedekking en de zich daaronder bevindende dakconstructie en eventueel beschadigd geraakte gemeenschappelijke muren;

3. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in gebreke blijven met voldoening aan het hiervoor onder 1 en/of 2 gevorderde met een maximum van € 50.000,00;

4. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 1.054,00;

5. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de nakosten te begroten op € 131,00 dan wel € 199,00 na betekening van dit vonnis, zulks onder de voorwaarde dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan.

3.2. De VvE en [eiser sub 2] leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] jegens hen onrechtmatig hebben gehandeld door zonder toestemming van de VvE in strijd met de splitsingsakte en het toepasselijke modelreglement 1992 een dakterras op het gemeenschap¬pelijke dak van het appartementencomplex te (laten) realiseren. Zij stellen een spoedeisend belang te hebben teneinde het voortbestaan van deze onrechtmatige toestand zo snel mogelijk te beëindigen.

3.3. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren verweer. Zij stellen dat zij niet onrechtmatig hebben gehandeld door het dakterras te realiseren, omdat zij voorafgaand aan de realisatie daarvan toestemming hebben gevraagd van [eiser sub 2], welke toestemming ook door [eiser sub 2] is verleend.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang van de VvE en [eiser sub 2] bij de vorderingen is gegeven omdat de vorderingen strekken tot beëindiging van een gestelde voortdurende onrechtmatige toestand.

4.2. Krachtens artikel 5:125 lid 2 BW zijn [eiser sub 2] en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] als eigenaar van een appartementsrecht in het appartementencomplex van de VvE van rechtswege lid van de VvE. In die hoedanigheid moeten zij samen in de vergadering van eigenaars van de VvE de zaken die de gemeenschap aangaan regelen. [eiser sub 2] heeft volgens de splitsingsakte in de vergadering van eigenaars 149 van de 225 stemmen tegenover 75 stemmen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], hetgeen tot gevolg heeft dat [eiser sub 2] in beginsel bij iedere beslissing aangaande de VvE de beslissende stem heeft. Indien één van de eigenaars de regels van de VvE niet naleeft, heeft de ander en de VvE recht en belang om daartegen op te treden.

4.3. Vast staat dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een dakterras hebben aangebracht op een gedeelte van het dak van het appartementencomplex van de VvE. De essentie van het onderhavige geschil is of [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] daarmee de regels van de VvE hebben overtreden en zodoende jegens [eiser sub 2] en de VvE onrechtmatig hebben gehandeld.

4.4. Uit de splitsingsakte (punt 4 van het bijzonder reglement waarin artikel 9 van

het modelreglement 1992 is vervangen) volgt dat toestemming van de vergadering van eigenaars van de VvE nodig is om veranderingen aan te brengen in de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken. Niet in geschil is dat het dak van het apparte¬mentencomplex van de VvE waarop het dakterras is aangebracht tot die gemeenschappelijke gedeelten of gemeenschappelijke zaken behoort.

4.5. Onweersproken is dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de VvE geen toestemming hebben gevraagd voor het plaatsen van een dakterras, hoewel zij daartoe wel voldoende in de gelegenheid zijn gesteld door de VvE en [eiser sub 2]. Dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] toestemming zouden hebben gevraagd aan [eiser sub 2], wat daar ook van zij, doet daar niet aan af.

4.6. Vervolgens is de vraag aan de orde of die toestemming ondanks dat hij niet is gevraagd en niettegenstaande het in de vergadering van eigenaars op 16 mei 2011 genomen uitdrukkelijk besluit om [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] geen toestemming te verlenen voor het realiseren van een dakterras, toch is verleend door de VvE. Daartoe stellen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dat [eiser sub 2] in het door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] als productie 6 overgelegde schrijven van [eiser sub 2], onder de daarin genoemde voorwaarden, vooraf toestemming heeft verleend voor het aanbrengen van het dakterras. Dit aanbod van [eiser sub 2] is door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] aanvaard door in te stemmen met de voorwaarden van [eiser sub 2], zodat de toestemming van [eiser sub 2] onvoorwaardelijk is geworden, aldus [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]. En voorts stellen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dat nu [eiser sub 2] en de VvE, gelet op de stemverhouding tussen de appartementseigenaren in de vergadering van eigenaars van de VvE, waarbij [eiser sub 2] bij iedere beslissing aangaande de VvE in beginsel de beslissende stem heeft, in feite dezelfde partijen zijn en zodoende kunnen worden vereenzelvigd, de toestem¬ming van [eiser sub 2] beschouwd kan worden als die van de VvE.

4.7. De onder 4.6 gestelde vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Dit schrijven van [eiser sub 2], waarin [eiser sub 2] een aantal voorwaarden omschrijft voor zijn medewerking aan een dakterras, kan gelet op de formuleringen ervan redelijkerwijs niet anders begrepen worden dan een aanzet tot overleg over de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gewenste realisatie van een dakterras. [eiser sub 2] heeft het over een “opzet” en wenst een reactie daarop van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]. Aan het eind van het schrijven noemt hij het een “aanzet” en vraagt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] erover na te denken. Nu dit stuk niet beschouwd kan worden als een aanbod van [eiser sub 2] aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dat voor aanvaarding vatbaar was, maar slechts een uitnodiging is voor een overleg over (de voorwaarden) van het dakterras, betekent het enkel accepteren van de in dat schrijven genoemde voorwaarden door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], nog daargelaten of dat voldoende vast staat, nog niet dat ook daadwerkelijk toestemming is verleend door [eiser sub 2] voor het realiseren van het dakterras door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]. Gelet op het ontbreken van de toestemming van [eiser sub 2], komt de voorzieningenrechter niet toe aan de beantwoording van de vraag of de toestem¬ming van [eiser sub 2], gelet op de gestelde vereenzelviging tussen [eiser sub 2] en de VvE, gezien moet worden als een toestemming van de VvE.

4.8. De voorzieningenrechter komt vooralsnog tot de conclusie dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zonder de vereiste toestemming van de VvE in strijd met de splitsingsakte en dus onrechtmatig het dakterras hebben gerealiseerd. Dat de VvE lange tijd niet actief is geweest en dat zowel [eiser sub 2] als [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voorheen de regels en de formaliteiten uit de splitsings¬akte en het modelreglement 1992 nooit strikt hebben nageleefd, doet daar niet aan af. Bovendien zijn [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] door [eiser sub 2] herhaaldelijk gewaarschuwd dat het aanleggen van een dakterras zonder toestemming van de VvE niet is toegestaan. Ook zijn zij gewezen op de consequenties van het eventueel zonder die toestemming aanleggen van een dakterras. Dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] desondanks toch zonder toestemming van de VvE het dakterras hebben gerealiseerd komt dan ook volledig voor hun eigen rekening en risico.

Dat [eiser sub 2] zijn bevoegd¬heden als voorzitter van de VvE zou misbruiken door de onderhavige procedure te starten mede in naam van de VvE hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] onvoldoende concreet onderbouwd gesteld, zodat de voorzieningenrechter aan dit verweer voorbij gaat. De voorzieningenrechter merkt nog op dat het zonder toestemming van de vergadering van eigenaars plaatsen van een dakterras ook strijd oplevert met het modelreglement 1992 (artikel 13 lid 1 en artikel 14) en dus ook om die reden onrechtmatig is.

4.9. Het voorgaande betekent dat de vorderingen van de VvE en [eiser sub 2] tot verwijdering van het door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] onrechtmatig aangebrachte dakterras en tot het terugbrengen van het dak in de oude staat, inclusief de gevorderde dwangsom, toewijsbaar zijn.

4.10. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. De VvE en [eiser sub 2] hebben niet voldoende onderbouwd gesteld dat zij deze kosten daad¬werkelijk hebben gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.11. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de VvE en [eiser sub 2] worden begroot op:

- dagvaarding € 90,81

- griffierecht € 568,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.474,81

4.12. De vordering tot veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de nakosten zal worden toegewezen als na te melden.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het op het gemeenschappelijke dak van de onroerende zaken aan de [adres A] 52 en 54 en [adres B] 38 en 38a te [woonplaats] geplaatste dakterras voor rekening en risico van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te verwijderen en verwijderd te houden,

5.2. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gemeenschappelijke dak van de onroerende zaken aan de [adres A] 52 en 54 en [adres B] 38 en 38a te [woonplaats] voor rekening en risico van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de oorspronkelijke staat terug te brengen, waaronder begrepen de dakbedekking en de zich daaronder bevindende dakconstructie en eventueel beschadigd geraakte gemeenschappelijke muren,

5.3. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan de VvE en [eiser sub 2] een dwangsom te betalen van

€ 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.1 en/of 5.2 uitgesproken veroordelingen voldoen, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.4. veroordeelt [gedaagde sub 1] in de proceskosten, aan de zijde van de VvE en [eiser sub 2] tot op heden begroot op € 1.474,81, alsmede tot vergoeding van de nakosten, indien [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan dit vonnis hebben voldaan, bepaald op

€ 131,00 voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,00, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Siragedik op 29 augustus 2011.