Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BT2445

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-09-2011
Datum publicatie
23-09-2011
Zaaknummer
05/700610-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Arnhem heeft vandaag acht verdachten (variërend in de leeftijd van 19 tot 21) veroordeeld tot gevangenisstraffen voor een brute gewelddadige overval in een woning op een 60 jarige vrouw.

Aan de hoofdverdachten werd een gevangenisstraf van 4 jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk opgelegd. Twee verdachten, die niet in de woning zelf aanwezig waren, maar wel hulp boden en deelden in de buit, werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk en 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/700610-11

Datum zitting : 7 september 2011

Datum uitspraak : 21 september 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in PI Flevoland - HvB Almere Binnen, Caissonweg 2

Almere.

Raadsman : mr. M.G. Vos, advocaat te Utrecht.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 februari 2011 te Nijkerk,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de

[adres] heeft/hebben weggenomen:

een geldbedrag (tussen 20.000 en 25.000 euro) en/of een sleutelbos en/of een

blikje/bakje met (munt)geld, en/of een laptop en/of één of meer siera(a)d(en)

en/of

twee, althans één, horloge(s), en/of geld (in vreemde valuta) in elk geval

enig goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw A.D. [slachtoffer1] en/of de heer G. [slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde mevrouw [slachtoffer1],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s)

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

(op of aan de openbare weg en/of zichtbaar vanaf de openbare weg)

- bij genoemde woning heeft/hebben aangebeld en/of, waarbij hij, verdachte,

en/of één of meer van zijn, verdachtes, mededader(s), gekleed in kleding van

TNT Post, en aldus in een vals kostuum, zich heeft/hebben voorgedaan als

medewerker(s) van TNT Post en/of (daarbij) voornoemde mevrouw [slachtoffer1]

heeft/hebben gezegd/voorgehouden dat hij/zij een pakketje voor haar had(den)

en/of dat voornoemde mevrouw [slachtoffer1] voor de ontvangst van dat pakketje moest

tekenen,

- nadat voornoemde mevrouw [slachtoffer1] de voordeur had open gedaan, voornoemde

mevrouw [slachtoffer1] (met kracht) de woning in heeft/hebben geduwd, tengevolge

waarvan voornoemde mevrouw [slachtoffer1] op de grond is gevallen, en/of

- terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) (een) bivakmuts(en) en/of

handschoenen droegen en/of een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen

gelijkend voorwerp vast hield(en), die woning is/zijn binnen gedrongen en/of

voornoemde

[slachtoffer1] heeft/hebben vastgegrepen en/of vastgehouden en/of meermalen,

althans éénmaal, (met kracht) in en/of tegen en/of op het gezicht en/of tegen

en/of op het lichaam heeft/hebben geslagen en/of (vervolgens) een

(stoffen) prop in de mond heeft/hebben geduwd en/of over de grond door de

woning

heeft/hebben gesleurd en/of tegen het/de o(o)r(en) heeft/hebben

gedrukt/geduwd en/of de armen (op haar rug) heeft/hebben vastgebonden en/of de

benen heeft/hebben vastgebonden en/of nadat zij zei dat haar man het geld naar

de bank had gebracht en er geen geld in huis was, tegen voornoemde [slachtoffer1]

heeft/hebben gezegd dat ze haar niet geloofden en/of (daarbij) met een pook,

althans een langwerpig voorwerp, en/of een wapen, meermalen, althans

éénmaal, op de rug heeft/hebben geslagen en/of in de rug heeft/hebben

geprikt, (tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer1] vertelde waar het geld lag);

art 312 lid 2 ahf/onder 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf onder 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf onder 3 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

N.E.G. [medeverdachte1] en/of L.R. [medeverdachte2] en/of R. [medeverdachte3] en/of N.S. [medeverdachte4]

en/of [medeverdachte5] en/of [medeverdachte6] en/of één of meer andere(n),

op of omstreeks 10 februari 2011 te Nijkerk, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning aan de [adres] heeft/hebben weggenomen:

een geldbedrag (tussen 20.000 en 25.000 euro) en/of een sleutelbos en/of een

blikje/bakje met (munt)geld, en/of een laptop en/of één of meer siera(a)d(en)

en/of

twee, althans één, horloge(s), en/of geld (in vreemde valuta) in elk geval

enig goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw A.D. [slachtoffer1] en/of de heer G. [slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

die [medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] en/of die [medeverdachte3] en/of die [medeverdachte4] en/of

die [medeverdachte5] en/of die [medeverdachte6] en/of één of meer anderen,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde A.D. [slachtoffer1], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan henzelf en/of aan hun mededader(s)

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die

[medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] en/of die [medeverdachte3] en/of die [medeverdachte4] en/of die

[medeverdachte5] en/of die [medeverdachte6] en/of één of meer anderen,

(op of aan de openbare weg en/of zichtbaar vanaf de openbare weg)

- bij genoemde woning heeft/hebben aangebeld en/of, waarbij die [medeverdachte1] en/of

die [medeverdachte2] en/of die [medeverdachte3] en/of die [medeverdachte4] en/of die [medeverdachte5] en/of die [medeverdachte6] en/of één of meer anderen, gekleed in

kleding van TNT Post, en aldus in een vals kostuum, zich heeft/hebben

voorgedaan als

medewerker(s) van TNT Post en/of (daarbij) voornoemde mevrouw [slachtoffer1]

heeft/hebben gezegd/voorgehouden dat hij/zij een pakketje voor haar had(den)

en/of dat voornoemde mevrouw [slachtoffer1] voor de ontvangst van dat pakketje moest

tekenen en/of

- nadat voornoemde mevrouw [slachtoffer1] de voordeur had open gedaan, voornoemde

mevrouw [slachtoffer1] (met kracht) de woning in heeft/hebben geduwd, tengevolge

waarvan voornoemde mevrouw [slachtoffer1] op de grond is gevallen, en/of

- terwijl die [medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] en/of die [medeverdachte3] en/of die

[medeverdachte4] en/of die [medeverdachte5] en/of die [medeverdachte6] en/of één of meer

anderen, (een) bivakmuts(en) en/of handschoenen droegen en/of een (vuur)wapen,

althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp vast hield(en), die woning

is/zijn binnen gedrongen en/of voornoemde [slachtoffer1] heeft/hebben vastgegrepen

en/of vastgehouden en/of meermalen, althans éénmaal, (met kracht) in en/of

tegen en/of op het gezicht en/of tegen en/of op het lichaam heeft/hebben

geslagen en/of (vervolgens) een

(stoffen) prop in de mond heeft/hebben geduwd en/of over de grond door de

woning

heeft/hebben gesleurd en/of tegen het/de o(o)r(en) heeft/hebben

gedrukt/geduwd en/of de armen (op haar rug) heeft/hebben vastgebonden en/of de

benen heeft/hebben vastgebonden en/of nadat zij zei dat haar man het geld naar

de

bank had gebracht en er geen geld in huis was, tegen voornoemde [slachtoffer1]

heeft/hebben gezegd dat ze haar niet geloofden en/of (daarbij) met een pook,

althans een langwerpig voorwerp, en/of een wapen, meermalen, althans

éénmaal, op de rug heeft/hebben geslagen en/of in de rug heeft/hebben

geprikt, (tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer1] vertelde waar het geld lag)

welk feit hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 november 2010

tot en met 10 februari 2011 te Nijkerk en/of Amersfoort en/of Amsterdam

en/of Groningen, en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen,

opzettelijk heeft uitgelokt, door het verschaffen van gelegenheid en/of

middelen en/of inlichtingen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en zijn, verdachtes, mededader(s) (van

de uitlokking),

die [medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] en/of die [medeverdachte3] en/of die [medeverdachte4] en/of

die [medeverdachte5] en/of die [medeverdachte6] en/of één of meer anderen,

-verteld dat hij/zij wist(en) in welke woning veel geld (ongeveer twee ton)

zou liggen, en/of

-verteld dat die woning aan de Havenstraat te Nijkerk ligt, en/of

-gezegd dat hij/zij op zoek moest(en) gaan naar jongens die voornoemd geld in

voornoemde woning zouden 'halen', en/of

-verteld op welke dag/dagen de bewoonster (zijnde voornoemde mevrouw [slachtoffer1]) alleen in de woning zou zijn, omdat haar echtgenoot (voornoemde heer

[slachtoffer2]) van huis zou zijn en/of bij de (vrijwillige) brandweer zou werken en/of

andere bezigheden buitenshuis zou hebben, en/of

-een tekening gemaakt van de indeling van de zolder van voornoemde woning,

alwaar de kluis zich zou bevinden, en/of

-(daarbij) de code van voornoemde kluis gegeven, en/of

-voornoemde woning aangewezen door met hen naar die woning toe te rijden en/of

voor te verkennen, en/of

-TNT kleding geleverd en/of verstrekt en/of

-laten rijden naar het adres van voornoemde mevrouw [slachtoffer1] door het adres in

de TomTom in te voeren;

art 47 lid 1 onder 2 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

N.E.G. [medeverdachte1] en/of L.R. [medeverdachte2] en/of R. [medeverdachte3] en/of N.S. [medeverdachte4]

en/of [medeverdachte5] en/of [medeverdachte6] en/of één of meer andere(n),

op of omstreeks 10 februari 2011 te Nijkerk, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning aan de [adres] heeft/hebben weggenomen:

een geldbedrag (tussen 20.000 en 25.000 euro) en/of een sleutelbos en/of een

blikje/bakje met (munt)geld, en/of een laptop en/of één of meer siera(a)d(en)

en/of

twee, althans één, horloge(s), en/of geld (in vreemde valuta) in elk geval

enig goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw A.D. [slachtoffer1] en/of de heer G. [slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

die [medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] en/of die [medeverdachte3] en/of die [medeverdachte4] en/of

die [medeverdachte5] en/of die [medeverdachte6] en/of één of meer anderen,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde A.D. [slachtoffer1], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan henzelf en/of aan hun mededader(s)

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die

[medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] en/of die [medeverdachte3] en/of die [medeverdachte4] en/of die

[medeverdachte5] en/of die [medeverdachte6] en/of één of meer anderen,

(op of aan de openbare weg en/of zichtbaar vanaf de openbare weg)

- bij genoemde woning heeft/hebben aangebeld en/of, waarbij die [medeverdachte1] en/of

die [medeverdachte2] en/of die [medeverdachte3] en/of die [medeverdachte4] en/of die [medeverdachte5] en/of die [medeverdachte6] en/of één of meer anderen, gekleed in

kleding van TNT Post, en aldus in een vals kostuum, zich heeft/hebben

voorgedaan als

medewerker(s) van TNT Post en/of (daarbij) voornoemde mevrouw [slachtoffer1]

heeft/hebben gezegd/voorgehouden dat hij/zij een pakketje voor haar had(den)

en/of dat voornoemde mevrouw [slachtoffer1] voor de ontvangst van dat pakketje moest

tekenen en/of

- nadat voornoemde mevrouw [slachtoffer1] de voordeur had open gedaan, voornoemde

mevrouw [slachtoffer1] (met kracht) de woning in heeft/hebben geduwd, tengevolge

waarvan voornoemde mevrouw [slachtoffer1] op de grond is gevallen, en/of

- terwijl die [medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] en/of die [medeverdachte3] en/of die

[medeverdachte4] en/of die [medeverdachte5] en/of die [medeverdachte6] en/of één of meer

anderen, (een) bivakmuts(en) en/of handschoenen droegen en/of een (vuur)wapen,

althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp vast hield(en), die woning

is/zijn binnen gedrongen en/of voornoemde [slachtoffer1] heeft/hebben vastgegrepen

en/of vastgehouden en/of meermalen, althans éénmaal, (met kracht) in en/of

tegen en/of op het gezicht en/of tegen en/of op het lichaam heeft/hebben

geslagen en/of (vervolgens) een

(stoffen) prop in de mond heeft/hebben geduwd en/of over de grond door de

woning

heeft/hebben gesleurd en/of tegen het/de o(o)r(en) heeft/hebben

gedrukt/geduwd en/of de armen (op haar rug) heeft/hebben vastgebonden en/of de

benen heeft/hebben vastgebonden en/of nadat zij zei dat haar man het geld naar

de

bank had gebracht en er geen geld in huis was, tegen voornoemde [slachtoffer1]

heeft/hebben gezegd dat ze haar niet geloofden en/of (daarbij) met een pook,

althans een langwerpig voorwerp, en/of een wapen, meermalen, althans

éénmaal, op de rug heeft/hebben geslagen en/of in de rug heeft/hebben

geprikt, (tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer1] vertelde waar het geld lag)

tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte, in of omstreeks de periode

van 01 november 2010 tot en met 10 februari 2011 te Nijkerk en/of Amersfoort

en/of Amsterdam en/of Groningen, en/of elders in Nederland, tezamen en in

vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, opzettelijk

gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en zijn, verdachtes, mededader(s) (van

de medeplichtigheid),

die [medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] en/of die [medeverdachte3] en/of die [medeverdachte4] en/of

die [medeverdachte5] en/of die [medeverdachte6] en/of één of meer anderen,

-verteld dat hij/zij wist(en) in welke woning veel geld (ongeveer twee ton)

zou liggen, en/of

-verteld dat die woning aan de Havenstraat te Nijkerk ligt, en/of

-gezegd dat hij/zij op zoek moest(en) gaan naar jongens die voornoemd geld in

voornoemde woning zouden 'halen', en/of

-verteld op welke dag/dagen de bewoonster (zijnde voornoemde mevrouw [slachtoffer1]) alleen in de woning zou zijn, omdat haar echtgenoot (voornoemde heer

[slachtoffer2]) van huis zou zijn en/of bij de (vrijwillige) brandweer zou werken en/of

andere bezigheden buitenshuis zou hebben, en/of

-een tekening gemaakt van de indeling van de zolder van voornoemde woning,

alwaar de kluis zich zou bevinden, en/of

-(daarbij) de code van voornoemde kluis gegeven, en/of

-voornoemde woning aangewezen door met hen naar die woning toe te rijden en/of

voor te verkennen, en/of

-TNT kleding geleverd en/of verstrekt, en/of

-laten rijden naar het adres van voornoemde mevrouw [slachtoffer1] door het adres in

de TomTom in te voeren;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 februari

2011 tot en met 5 april 2011 te Nijkerk en/of te Amersfoort en/of te

Amsterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) geld (een bedrag van ongeveer 1100 euro) en/of goederen heeft

verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of

zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

dat geld wist(en) dat het door misdrijf verkregen geld betrof;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 7 september 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.G. Vos, advocaat te Utrecht.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd: A.D. [slachtoffer1].

De officier van justitie heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Ten aanzien van feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 10 februari 2011 werd er rond het middaguur aangebeld bij de woning van mevrouw A.D. [slachtoffer1] aan de [adres] te Nijkerk. Er stond een man voor de deur, gekleed in kleding van de TNT Post en met een pakje in de handen, die zei dat hij een pakketje voor mevrouw had. Hij vroeg mevrouw [slachtoffer1] naar beneden te komen, zodat zij voor de ontvangst kon tekenen.

Toen mevrouw [slachtoffer1] de voordeur opende, drong een aantal personen (iemand met bivakmuts, een aantal (ook) met handschoenen en iemand met een vuurwapen) haar woning binnen, waarna zij met kracht de woning ingeduwd werd en op de grond viel. Mevrouw [slachtoffer1] werd vastgepakt en meerdere keren geslagen in het gezicht en op haar lichaam. Vervolgens werd zij van de hal naar de keuken gesleept, werden haar armen (op haar rug) en benen vastgebonden en werd er heel hard tegen haar rechteroor gedrukt.

Terwijl een aantal van de mannen op zoek ging naar geld en/of waardevolle spullen in de woning, bleef een van de mannen bij mevrouw [slachtoffer1]. Zij vertelde de man dat haar man het geld al naar de bank had gebracht en dat er geen geld in huis was. De mannen geloofden haar echter niet, waarop zij met een pook in haar rug werd geprikt. Omdat zij hiervan schrok vertelde ze de mannen toen toch waar het geld lag.

De mannen zijn uiteindelijk met het geld (een geldbedrag tussen de 20.000 en 25.000 euro), een sleutelbos, een blikje/bakje met (munt) geld, een laptop, sieraden, twee horloges en een aantal dollarbiljetten vertrokken.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem primair ten laste gelegde. Zij heeft primair aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft medegepleegd. Verdachte is alleen de tipgever geweest, maar heeft niet nauw en bewust samengewerkt met de andere verdachten.

Daarnaast heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat cliënt het (voorwaardelijk) opzet had op het geweld dat door de medeverdachten is toegepast. Het opzet was slechts gericht op de diefstal.

De beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat de oom en tante van zijn vriendin veel geld in huis hadden en dat hij eerst [medeverdachte6] en later ook [medeverdachte5] heeft benaderd met de vraag of zij geld wilden verdienen door bij het betreffende huis in te breken of dat zij jongens wisten die dat wilden doen. Verdachte wist dat er twee auto’s waren, een Alfa Romeo die gebruikt werd door de man en een blauwe auto van de vrouw. Als beide auto’s weg waren, was er niemand thuis. Verdachte heeft de informatie die hij over de woning en over oom en tante had doorgegeven aan [medeverdachte6]. Alle contacten met [medeverdachte5] liepen via [medeverdachte6].

[medeverdachte6] heeft van verdachte gehoord dat deze een huis in Nijkerk wist waar veel geld te halen zou zijn. Later heeft verdachte aan [medeverdachte6] gevraagd of hij iemand wist om in dat huis te komen. [medeverdachte6] heeft dat toen gevraagd aan [medeverdachte5]. Verdachte bleek zelf ook al contact met [medeverdachte5] hierover te hebben gehad. [medeverdachte6] verklaart dat ergens in januari voor het eerst is gesproken over het plegen van een overval.

[medeverdachte5] (hierna [medeverdachte5]) heeft verklaard dat hij door verdachte werd benaderd met de vraag of hij geld wilde verdienen. Na een tijdje gaf hij aan dat hij het wel wilde doen. Hij regelde een aantal andere jongens die hem wel wilden helpen en voordat ze het echt gingen doen, gingen ze nog een keer bij het huis kijken. Hij heeft hierover verklaard: ‘[naam] en ik zijn toen met [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) naar Nijkerk gereden en [verdachte] heeft ons laten zien waar het huis stond. Hij vertelde dat er op zolder een kluis stond. [verdachte] vertelde dat op de maandag de man van de vrouw niet thuis was. De vrouw was dan alleen thuis.[…] De man zit bij de vrijwillige brandweer. Wij konden wel een brandje stichten, zodat de man even weg zou gaan. We wisten nog niet hoe we het wilden doen, maar ik wilde niet inbreken.’

Verdachte heeft verklaard dat hij informatie over de woning en de bewoners heeft gegeven. Hij heeft die jongens het huis aangewezen en hij heeft een tekening gemaakt van de zolder. Hij zou zelf samen met [medeverdachte6] 30% van de buit krijgen.

Verder heeft hij verklaard dat hij twee dagen voor de overval wist dat ‘het’ ging gebeuren en dat hij tijdens de overval met [medeverdachte6] gebeld heeft. Hij was op het moment van de overval zelf bij zijn oma.

De oma van verdachte heeft over dit bezoek verklaard: ‘Op de dag van de overval belde [verdachte] mij op. [verdachte] is mijn kleinzoon. Hij vroeg of hij een kopje koffie mocht komen drinken. Ik zei dat het goed was. [verdachte] kwam rond 12 uur die dag bij mij aan. [verdachte] vertelde mij dat ze een overval aan het plegen waren op een woning in de Havenstraat in Nijkerk. Ongeveer een half uurtje daarna hoorden wij sirenes van ambulance of politie. [verdachte] raakte een beetje in paniek, hij is opgesprongen en naar het balkon gegaan. Hier heeft hij volgens mij iemand uit Amersfoort gebeld. […] Ik hoorde [verdachte] zeggen dat hij dacht dat het fout was gegaan, omdat hij sirenes hoorde. [verdachte] zei tegen die jongen dat als hij binnen 10 minuten niets van de jongens had gehoord dat hij ze moest bellen. […] ongeveer 20 minuten later kreeg [verdachte] telefoon. Ik hoorde de persoon aan de andere kant van de lijn zeggen dat het gelukt was. Dit was om ongeveer half twee of kwart voor twee die middag. [verdachte] is opgesprongen en weg gegaan.

Verdachte heeft verklaard dat hij 1 à 2 dagen later € 1.100,- kreeg uit de overval.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het bovenstaande wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met zijn medeverdachten, nadat hij eerst het idee van een diefstal had aangereikt. Voor, tijdens en na de overval bleef hij, via [medeverdachte6], constant in contact met een van de overvallers. Hij zat er bovenop. De verklaring van verdachte dat hij niet wist dat het om een overval zou gaan, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Uit de bovenstaande bewijsmiddelen blijkt immers dat medeverdachte [medeverdachte5], die de diefstal zou uitvoeren, nimmer heeft overwogen om in te breken, en voorts dat verdachte op het moment dat hij bij zijn oma kwam reeds wist dat het om een overval ging. Verdachte zelf heeft bovendien de informatie heeft gegeven hoe kon worden gezien dat alleen de vrouw thuis zou zijn.

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 10 februari 2011 te Nijkerk,

tezamen en in vereniging met anderen

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de

[adres] heeft/hebben weggenomen:

een geldbedrag (tussen 20.000 en 25.000 euro) en een sleutelbos en een

blikje/bakje met (munt)geld, en een laptop en sieraaden

en

twee, horloges en geld (in vreemde valuta) toebehorende aan mevrouw A.D. [slachtoffer1] en/of de heer G. [slachtoffer2],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen voornoemde mevrouw [slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken,welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

(aan de openbare weg en zichtbaar vanaf de openbare weg)

- bij genoemde woning heeft/hebben aangebeld en waarbij één van zijn, verdachtes, mededaders gekleed in kleding van TNT Post, en aldus in een vals kostuum, zich heeft voorgedaan als medewerker van TNT Post en (daarbij) voornoemde mevrouw [slachtoffer1]

heeft gezegd/voorgehouden dat hij een pakketje voor haar had en dat voornoemde mevrouw [slachtoffer1] voor de ontvangst van dat pakketje moest tekenen,

- nadat voornoemde mevrouw [slachtoffer1] de voordeur had open gedaan, voornoemde

mevrouw [slachtoffer1] (met kracht) de woning in heeft/hebben geduwd, tengevolge

waarvan voornoemde mevrouw [slachtoffer1] op de grond is gevallen, en

- terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) (een) bivakmuts en/of handschoenen droegen en/of een (vuur)wapen, vast hield(en), die woning is/zijn binnen gedrongen en/of voornoemde [slachtoffer1] heeft/hebben vastgegrepen en vastgehouden en meermalen,

(met kracht) in en/of tegen en/of op het gezicht en tegen en/of op het lichaam heeft/hebben geslagen en over de grond door de woning heeft/hebben gesleurd en tegen het oor heeft/hebben gedrukt/geduwd en de armen (op haar rug) heeft/hebben vastgebonden en de

benen heeft/hebben vastgebonden en nadat zij zei dat haar man het geld naar de bank had gebracht en er geen geld in huis was, tegen voornoemde [slachtoffer1] heeft/hebben gezegd dat ze haar niet geloofden en (daarbij) met een pook, meermalen, in de rug heeft/hebben

geprikt, (tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer1] vertelde waar het geld lag);

Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat bij een bewezenverklaring van feit 1 primair, verdachte van het onder feit 2 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Heling van een goed verkregen door een misdrijf dat de heler zelf heeft gepleegd of heeft medegepleegd valt niet onder artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is het met de verdediging eens dat degene die voor diefstal van goederen is veroordeeld niet voor diezelfde goederen tegelijkertijd als heler kan worden bestempeld. Nu de rechtbank feit 1 (diefstal met geweld) bewezen acht, staat dit aan een veroordeling wegens heling in de weg. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het hem onder 2 tenlastegelegde feit.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1, primair:

‘diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een vals kostuum’

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren en 6 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt verdediging

De verdediging heeft de rechtbank gevraagd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en daaraan een voorwaardelijke gevangenisstraf toe te voegen met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd.

Verdachte is een first offender en had slechts een kleine rol in de overval.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke en financiële omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 25 mei 2011; en

• een voorlichtingsrapport Reclassering Nederland gedateerd 30 mei 2011, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een zeer ernstig feit, namelijk een brute gewelddadige overval in een woning op de 60 jarige tante van zijn toenmalige vriendin.

Hoewel verdachte heeft verklaard dat hij nooit heeft gewild dat er een overval plaatsvond, acht de rechtbank deze verklaring van verdachte ongeloofwaardig en houdt de rechtbank ook hem volledig verantwoordelijk voor het geweld. Verdachte heeft zich ook later niet gedistantieerd van het geweld. Immers heeft hij, ook nadat hij had gehoord hoe het slachtoffer was toegetakeld door zijn mededaders, zijn aandeel in de buit aanvaard en zonder scrupules uitgegeven.

De overval heeft bij het slachtoffer verwondingen nagelaten. Niet alleen fysiek, maar ook psychisch ondervindt zij hiervan nog steeds de gevolgen. Het slachtoffer is in haar eigen woning geconfronteerd met gewelddadige indringers die enkel interesse hadden in geld en heeft letterlijk doodsangsten uitgestaan. Vier maanden na de overval durft zij nog steeds niet alleen te zijn in het donker en heeft zij schrikreacties als de bel gaat. De rechtbank houdt verdachte daarvoor medeverantwoordelijk.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd. Zij heeft in het voordeel van verdachte rekening gehouden met het feit dat hij niet eerder voor soortgelijke delicten is veroordeeld.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit een gevangenisstraf van lange duur rechtvaardigt. Nu verdachte echter nog niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, zal de rechtbank hem een kans geven door een deel van die gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat mocht inhouden het deelnemen aan een cognitieve vaardigheidstraining en een leefstijltraining.

6a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade. De benadeelde partij A.D. [slachtoffer1] vordert een bedrag van

€ 8.541,09, te vermeerderen met wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij A.D. [slachtoffer1] tot een bedrag van € 8.541.09 wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 77 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht voldoende bewezen dat A.D. [slachtoffer1] door hetgeen haar is aangedaan immateriële schade heeft geleden en dat zij uit dien hoofde terecht aanspraak maakt op vergoeding van die schade. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag als vergoeding voor de geleden immateriële schade juist is. Zij is echter van oordeel dat in ieder geval een bedrag van € 2.250,- aan schadevergoeding op zijn plaats is zodat zij dit bedrag zal toewijzen aan het slachtoffer.

De rechtbank zal de vordering van A.D. [slachtoffer1] tot een bedrag van € 1.179,89 aan materiële schade toewij¬zen, bestaande uit:

• € 136,34 verplicht eigen risico Menzis;

• € 365,00 behandelkosten psycholoog;

• € 37,24 medicijnkosten;

• € 221,80 vervanging sloten huis;

• € 65,00 afstandsbediening alarm;

• € 214,56 autosleutel fiat;

• € 39,95 Horloge, merk Oozoo; en

• € 100,00 kost en inwoning schoonzus.

De kosten van het Breitling horloge en het weggenomen maar niet door de verzekering vergoede geld zal de rechtbank afwijzen, nu die goederen (het Breitling horloge en het onder een mededader in beslag genomen geldbedrag ad € 5.082,00) in de zaken van medeverdachten zullen worden teruggegeven aan de benadeelde partij en de benadeelde deze schade dus niet meer heeft.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voorzover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

Schadevergoedingsmaatregel

Voor het toewijsbare deel van de vordering geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en dus verdachte de verplichting zal opleggen een bedrag, gelijk aan het door de rechtbank toe te wijzen schadebedrag, aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partij.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het overige tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders onder feit 1 primair is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 1 (één) jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

? Veroordeelde moet zich uiterlijk binnen vijf werkdagen volgend op zijn invrijheidsstelling melden bij de balie van Reclassering Nederland, De Meent 4 te 8224 BR Lelystad (telefoonnummer 0320-247976)

en zich na de eerste afspraak blijven melden op de afgesproken tijdstippen en locaties, zo frequent als en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

? Veroordeelde moet deelnemen aan de volgende gedragsinterventies:

• Cognitieve vaardigheidstraining+ (CoVa+ ); en de

• Leefstijltraining (kort)

? Veroordeelde dient zich voorts gedurende de proeftijd dient te gedragen naar de hiermee verband houdende aanwijzingen van de reclassering, voor zover en voor zolang dat door de reclassering noodzakelijk wordt geacht.

Geeft opdracht aan de (stichting) Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij A.D. [slachtoffer1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover een van zijn medeverdachten betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover A.D. [slachtoffer1] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan A.D. [slachtoffer1], te betalen € 3.429,89 (zegge drieduizendvierhonderdennegenentwintig euro en negenentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 februari 2011.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Wijst de vordering van de benadeelde voor het overige af.

Maatregel van schadevergoeding ad € 3.429,89, subsidiair 44 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer A.D. [slachtoffer1], te betalen € 3.429,89, (zegge drieduizendvierhonderden- negenentwintig euro en negenentachtig eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 44 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover de veroordeelde of een van zijn medeverdachten heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer A.D. [slachtoffer1], het daarmee corresponderende gedeelte van de civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeelde aan de benadeelde partij heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. M.A.E. Somsen, als voorzitter, H.P.M. Kester-Bik en H.G. Eskes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y. Rikken, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 september 2011.