Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BS7497

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
13-09-2011
Zaaknummer
199420
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Slokker heeft gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaart dat de kosten voor het opsporen en ruimen van de explosieven voor de locatie genoemd in de exploitatieovereenkomst, voor rekening en risico blijven van de gemeente.

De explosieven zijn weliswaar na de verkoop, maar voor de levering aangetroffen, en de partijen hebben de oplossing van het geschil over de kosten voor het opsporen en ruimen van die explosieven in onderling overleg uitgesteld tot na levering. Onder die omstandigheden komt aan de gemeente geen beroep toe op enige vrijwaringsbepaling. Ten tweede valt niet in te zien dat aanvaarding door Slokker van de percelen in de staat waarin deze zich ten tijde van levering bevonden een grondslag zou bieden voor aansprakelijkheid van Slokker voor de kosten van het opruimen van de explosieven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 199420 / HA ZA 10-784

Vonnis van 31 augustus 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLOKKER VASTGOED B.V.,

gevestigd te Huizen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. drs. B.F.J. Bollen te Tilburg,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE NIJMEGEN,

zetelend te Nijmegen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem

behandelend advocaat mr. T.T.A. Oudenhoven te Nijmegen

Partijen zullen hierna Slokker en de gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 juni 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 21 juli 2010

- de conclusie van antwoord in reconventie

- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende wijziging van eis

- de conclusie van dupliek in conventie

- de pleitaantekeningen van beide partijen.

1.2. Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 23 juni 2003 heeft Stravos, een zustervennootschap van Slokker, het perceel kadastraal bekend gemeente Hatert, sectie G, nummer 1287 gekocht van Scholen Plus C.V.. Het perceel is geleverd op 2 juli 2003.

2.2. Op 2 juli 2003 hebben Slokker en de gemeente een exploitatieovereenkomst gesloten. Uit die overeenkomst wordt geciteerd:

De Gemeente Nijmegen (...) hierna te noemen ‘de gemeente’

en

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Slokker Vastgoed B.V., (...) hierna te noemen de ONTWIKKELAAR,

Overwegende:

A. (...)

B. dat ingevolge de koopovereenkomst d.d. juni 2003 Scholen Plus C.V. het perceel, kadastraal bekend gemeente Hatert, sectie C, nummer 1287 alsmede haar rechten en verplichtingen uit de intentieovereenkomst d.d. 24 september 2002 heeft verkocht aan de Ontwikkelaar, van welke overeenkomst de gemeente een kopie heeft ontvangen.

(...)

Partijen zijn verder overeengekomen:

(...)

Het betreft hier de percelen kadastraal bekend:

gemeente Hatert, sectie G, nr. 1287, thans eigendom van SPCV

gemeente Hatert, sectie G, nrs. 1288 en 1285, eigendom van de gemeente Nijmegen

(...)

Het in exploitatie brengen van het hiervoor genoemde gebied vindt plaats op verzoek van de Ontwikkelaar ten behoeve van de realisering van eengezinskoopwoningen en appartementen, te weten:

- 38 koopappartementen

- 30 eengezinskoopwoningen

De medewerking zal door de gemeente worden verleend onder de volgende bijzondere bedingen:

(...)

Artikel 2 Grondtransacties

2.1 De gemeente draagt over, tegen een koopsom van € 1.250.000,- exclusief BTW, aan de Ontwikkelaar het perceel, kadastraal bekend gemeente Hatert, sectie G, nummer 1285 die benodigd zijn voor de woningbouw (...)

2.1.4 De gemeente zal voor haar rekening en risico het schoolgebouw op het over te dragen perceel slopen en ervoor zorg te dragen dat het perceel een bouwterrein is geworden in de zin van artikel 11 lid 4 Wet omzetbelasting 1968.

2.2 De gemeente draagt over, tegen een koopsom van € 454.000,- exclusief BTW (vermeerderd met de sloopkosten), aan de Ontwikkelaar het kadastrale perceel Hatert, sectie G, nummer 1288 dat benodigd is voor de woningbouw (...)

2.2.1 Het bovenstaande perceel zal worden overgedragen zodra de op het perceel aanwezige gymzaal niet meer in gebruik is, (...) de gemeente de juridische eigendom van dit perceel heeft verkregen, de opstallen door de gemeente zijn gesloopt en het perceel een bouwterrein is geworden in de zin van artikel 11 lid 4 Wet Omzetbelasting 1968. Alle kosten voor het bouwrijp maken van dit perceel (nr. 1288) zijn voor rekening van De Ontwikkelaar.

2.3 Op de overdracht van de percelen genoemd de artikelen 2.1 en 2.2 zijn de Algemene verkoopvoorwaarden Gemeente Nijmegen 1992 zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 13, en voor zover in deze overeenkomst daarvan niet is afgeweken.

2.4 De Ontwikkelaar draagt over aan de gemeente, tegen een bedrag van 1,= de perceelsgedeelten van het kadastrale perceel gemeente Hatert, sectie G, nummer 1287, die bestemd zijn als openbaar gebied, een en ander conform lm tekening nr. 111165.

2.6 De Ontwikkelaar zal voor de uitvoering van de werkzaamheden voor het thans bij de SPCV in eigendom zijnde perceel (Hatert, G, 1287) voor eigen rekening een bodemonderzoek laten uitvoeren en ter toetsing voorleggen aan de gemeente. Indien dit onderzoek aanleiding geeft tot sanering dan zal de Ontwikkelaar die voor eigen risico en rekening laten uitvoeren.

Artikel 3 Bouw- en woonrijp maken

3.1 Het bouw- en woonrijp maken van het in exploitatie te brengen terreingedeelte zal door Ontwikkelaar voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd, met uitzondering van de openbare verlichting, de sloopwerkzaamheden en de werkzaamheden nodig voor de status van het bouwterrein ex artikel 11 lid 4 Omzetbelasting 1968 (voor zover deze werkzaamheden zien op het perceel Hatert, G, 1285 en 1288). De openbare verlichting wordt in opdracht van de gemeente door Nuon doch voor rekening van Ontwikkelaar geplaatst, met dien verstande dat tussen Ontwikkelaar en Nuon ter zake prijsafspraken kunnen worden gemaakt. Indien geen sprake is van een nadere regeling tussen Ontwikkelaar en Nuon dienen de kosten die hiervoor op basis van een raming door Nuon in rekening worden gebracht voor de aanvang van de werkzaamheden te worden betaald. (...)

3.2 De Ontwikkelaar stemt ermee in dat door de gemeente archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd (...)

3.3.1 Indien de kosten voor archeologie hoger uitvallen dan geraamd in de exploitatieopzet dan komen deze meerkosten voor rekening van de Ontwikkelaar.

3.3 De inrichting van de openbare ruimte binnen het exploitatiegebied vindt plaats door en voor rekening van de Ontwikkelaar (...)

(...)

3.5 De Ontwikkelaar draagt voor haar rekening zorg voor het opstellen van de bestekken met tekeningen voor de aanleg van wegen, riolering, trottoirs, openbare parkeerplaatsen, plantsoenen, inclusief de nutsvoorzieningen. (...)

3.6 De Ontwikkelaar dient zorg te dragen voor de aanleg en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. (...)

(...)

3.8 De kosten van het opstellen en het uitvoeren van de werken conform de bestekken met tekeningen, alsmede de kosten van de gemeentelijke toetsing en de kosten van het op de uitvoering uit te oefenen gemeentelijk toezicht, komen ten laste van de Ontwikkelaar. (...)

(...)

Artikel 4 Exploitatiebijdrage

4.1 Ten behoeve van de realisering van het onderhavige project is Ontwikkelaar gehouden aan de gemeente een bijdrage in de kosten van het in exploitatie brengen van gronden te betalen. Deze bijdrage bedraagt:

1. Gemeentelijke plankosten € 172.300,=

2. Archeologisch onderzoek € 10.000,=

3. Toezicht € 37.500,=

4. Fonds Stadsuitbreiding € 19.050,=

5. Kosten planschade p.m.

€ 238.850,=

(...)

2.3. Uit de Algemene verkoopvoorwaarden Gemeente Nijmegen 1992 wordt geciteerd:

Artikel 5 AANDUIDING EN TOESTAND VAN HET OBJECT; VRIJWARING

1 Het onroerend goed wordt overgedragen in de staat, waarin het zich bevindt op de datum waarop de akte van eigendomsoverdracht conform het bepaalde in artikel 4 lid 1 wordt c.q. zou moeten zijn gepasseerd, dan wel de datum van feitelijke ingebruikname indien deze is gelegen voor de datum waarop de akte van eigendomsoverdracht conform het bepaalde in artikel 4, lid 1 wordt c.q. zou moeten zijn gepasseerd. Overdracht vindt plaats met alle erfdienstbaarheden en verdere rechten en lasten daaraan verbonden, zonder enige andere vrijwaring dan omtrent de eigendom en de levering vrij van hypothecaire inschrijving en ten kantore van de Rijksdienst van het Kadaster en de Openbare Registers ingeschreven beslagen.

(...)

Artikel 8 BOUWPLICHT

1 Koper is verplicht het onroerend goed te bebouwen overeenkomstig het bepaalde in de koopovereenkomst.

(...)

2.4. Op 12 april 2005 is de gemeentelijke notitie ‘Bommen en Granaten’ vastgesteld.

2.5. Bij de sloop van de gymzaal (zie de overeenkomst van 2 juli 2003 onder 2.2) heeft de gemeente op 12 oktober 2005 een munitiekistje in de bodem aangetroffen. Naar aanleiding daarvan heeft de gemeente Saricon B.V. opdracht gegeven explosievenonderzoek te verrichten.

2.6. Bij brief van 10 maart 2006 heeft Slokker de gemeente onder meer bericht::

(...)

Zoals u bekend, is bij een door Saricon in opdracht van de gemeente Nijmegen uitgevoerd onderzoek op bovengenoemde percelen [nrs. 1285, 1287 en 1288, rechtbank] achtergebleven munitie uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen. Ten tijde van het sluiten van de exploitatieovereenkomst was dit, althans voor Slokker, niet bekend. De grond voldoet hiermee niet meer aan de exploitatieovereenkomst.

Zoals wij eerder bespraken, beraadt (...) de gemeente Nijmegen zich op dit moment over de vraag of zij het ruimen van de aangetroffen munitie, en ook de daarmee gemoeide kosten, op grond van haar publieke taak voor haar rekening zal nemen. Deze brief is dan ook niet meer dan een kennisgeving. Daarbij hecht Slokker er wel aan op te merken dat, voor het geval de gemeente Nijmegen de ruiming onverhoopt niet ter hand neemt op grond van haar publieke taak, dan wel de daarmee gemoeide kosten toch geheel of gedeeltelijk bij Slokker in rekening wenst te brengen, Slokker zich alle rechten als bedoeld in de artikelen 7:21 en 22 Burgerlijk Wetboek voorbehoudt.

2.7. Bij brief van 7 april 2006 heeft Slokker de gemeente onder meer bericht:

(...)

U vraagt om constructieve oplossing voor de geschetste problemen en om voortvarendheid in de planontwikkeling.

Voor de ruiming van de munitie heeft mevrouw [betrokkene1] [projectontwikkelaar bij de gemeente, rechtbank] ongeveer twee weken geleden in een telefonisch contact voorgesteld om als gemeente opdracht te geven en de kosten te parkeren totdat er duidelijkheid is. Daarmee koppelen wij dit meningsverschil los van de voortgang. Dat voorstel vinden wij een goed voorstel.

(...)

2.8. Bij akte van 23 april 2007 heeft de gemeente de percelen met nummers 1285 en 1288 geleverd aan Stravos B.V., een zustervennootschap van Slokker.

2.9. Uit het proces-verbaal van oplevering van Saricon van 14 maart 2008 wordt geciteerd:

1.1 OMSCHRIJVING EN DOEL VAN DE OPDRACHT

De gemeente Nijmegen, heeft Saricon opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren, op de locatie Archipelstraat te Nijmegen, naar conventionele explosieven. Het doel van het uitgevoerde onderzoek is het veilig kunnen voortzetten van werkzaamheden, t.b.v. nieuwbouw, op door de opdrachtgever aangegeven locatie. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in dit rapport.

2.4 MUNITIEARTIKELEN

Tijdens het onderzoek werden onderstaande munitieartikelen en/of strategisch schroot aangetroffen;

[volgt een tabel met een opsomming van 65 typen munitie, waaronder allerlei soorten granaten, tot een totaal van 23.064 objecten, rechtbank]

2.5 EINDCONCLUSIE EN VRIJWARING

Het onderzoeksgebied aangegeven in de overzichtstekening 72033-104-PVO-01 volgens bijlage, is afgezocht tot een diepte van 5 meter –MV, om de in de toekomst geplande werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren. De aangetroffen significante objecten zijn allen geïdentificeerd en verwijderd. Resumerend kan gesteld worden dat er door ons, met de gebruikte zoek- en zeefmethodiek, verder geen significante objecten zijn gesignaleerd in, het door Saricon, onderzochte gebied. Derhalve wordt het onderzochte gebied, volgens tekening 72033-104-PVO-01 vrijgegeven in munitietechnische zin voor het uitvoeren van vervolgwerkzaamheden.

2.10. Bij brief van 18 april 2008 heeft de gemeente Slokker onder meer bericht:

Middels deze brief wil ik u op de hoogte brengen van de beëindiging en kosten voor de bodem saneringswerkzaamheden op het terrein liggende tussen de Groesbeekseweg/Heyendaalseweg en Archipelstraat. In onze brief d.d. 31-01-08 (...) zijn deze kosten (destijds nog een schatting) ook al aan u gemeld.

(...)

Het terrein is momenteel vrij van explosieven opgeleverd en de vervolgwerkzaamheden zijn opgestart.

(...)

In onze brief d.d. 6-05-06 (...) stellen wij ons op het standpunt dat de kosten voor de bodem-explosieven saneringswerkzaamheden voor uw rekening komen. De totale kosten van de bodem-explosieven saneringswerkzaamheden bedragen:

(...)

Totaal € 669.621,75

De door u in uw brief van 18-03-08 genoemde redenen en aangehaalde artikelen 21 en 22 van boek 7 van het Burgelijke Wetboek zijn volgens ons niet relevant, omdat:

in de ondertekende exploitatieovereenkomst van 2 juli 2003 is afgesproken (artikel 2.2.1) dat: “Alle kosten voor het bouwrijp maken van dit perceel zijn voor rekening van De Ontwikkelaar.” en (artikel 3.1) dat: “Het bouw- en woonrijp maken van het in exploitatie te brengen terreingedeelte zal door Ontwikkelaar voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd .. ”

Wij zullen daarom de totale kosten van de bodem-explosieven saneringswerkzaamheden aan u doorberekenen.

U ontvangt (...) hiervan een factuur welke wij u verzoeken aan ons per ommegaande te voldoen.

Bij deze brief is een factuur gevoegd gedateerd 28 april 2008, ten bedrage van € 669.621,75 te vermeerderen met BTW, derhalve in totaal € 796.849,88.

2.11. Saricon heeft op verzoek van de gemeente berekend dat 21,78% van het bedrag van € 669.621,75 betrekking heeft op de percelen die de gemeente heeft geleverd (dus met nummers 1285 en 1288), derhalve € 145.843,62. De rest, derhalve € 523.778,13, heeft betrekking op het perceel dat SPCV heeft geleverd (dus met nummer 1287).

2.12. Bij brief van 29 september 2008 heeft de gemeente Slokker bericht dat zij vasthoudt aan het standpunt dat de kosten van het opsporen en ruimen van de explosieven voor rekening komen van Slokker en aangekondigd haar vordering uit handen te zullen geven als de rekening op 31 oktober 2008 niet is betaald. Slokker heeft niet betaald. Om conservatoire maatregelen van de gemeente te voorkomen heeft Slokker op 3 december 2009 de ING bank een bankgarantie van € 850.000,- laten stellen.

3. Het geschil

in conventie en in reconventie

3.1. Slokker heeft in conventie gevorderd dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat de kosten voor het opsporen en ruimen van de explosieven voor de locatie genoemd in de exploitatieovereenkomst, in rekening gebracht met de factuur van 28 april 2008 met factuurnummer 315 / 100000000237, voor rekening en risico blijven van de gemeente; voorts, na vermeerdering van eis, dat de rechtbank de gemeente veroordeelt tot betaling van € 6.968,82 (exclusief BTW) ter zake de door Slokker gemaakte buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van de gemeente in de proceskosten.

3.2. Slokker heeft de vaststaande feiten aan haar vordering ten grondslag gelegd en het volgende betoogd. In de exploitatieovereenkomst en in de algemene voorwaarden is geen regeling getroffen over de kosten van opsporen en ruimen van explosieven. In artikel 2 van het Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999 is geregeld, verkort weergegeven, dat het gemeentebestuur beslist of explosieven worden opgespoord en opgeruimd en dat de kosten daarvan voor rekening zijn van de gemeente, met dien verstande dat voor een aantal soorten kosten van rijkswege in bepaalde gevallen een bijdrage kan worden toegekend. In de nota van toelichting op het besluit staat dat de gemeente de kosten van opsporing en ruiming na opsporing zelf dient te dragen, tenzij de gemeente op basis van een privaatrechtelijke rechtsverhouding de kosten aan een derde in rekening kan brengen. Een dergelijke grondslag is er volgens Slokker niet.

3.3. De gemeente heeft in reconventie gevorderd Slokker te veroordelen tot betaling van de door de gemeente gemaakte kosten ter zake van het opsporen en ruimen van de explosieven van de bij Slokker in eigendom zijnde percelen, ten bedrage van € 796.849,88 te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente met ingang van 28 mei 2008, althans en subsidiair met ingang van 31 oktober 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Slokker in de proceskosten inclusief nakosten.

3.4. Volgens de gemeente biedt de exploitatieovereenkomst een grondslag voor verhaal van de gevorderde kosten. De gemeente heeft daarbij gesteld dat zij Slokker ter zake van betaling van het gevorderde bedrag in gebreke heeft gesteld waarna Slokker in verzuim is komen te verkeren.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. De vorderingen in conventie en in reconventie zullen, gezien hun samenhang, samen worden beoordeeld.

4.2. Op grond van het Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999 (dan wel het Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006) heeft de gemeente de publiekrechtelijke taak te beslissen over het opsporen en ruimen van explosieven. Zij heeft in overleg met Slokker opdracht gegeven de explosieven op te sporen en te ruimen en zij heeft de kosten daarvan feitelijk gedragen. In deze procedure is de vraag aan de orde of deze kosten voor rekening van de gemeente moeten blijven of voor rekening van Slokker moeten komen. Aansprakelijkheid van Slokker voor deze kosten moet rusten op een civiele grondslag.

4.3. De exploitatieovereenkomst van 2 juli 2003 biedt voor aansprakelijkheid van Slokker voor de kosten die de gemeente heeft gemaakt voor het opsporen en ruimen van de explosieven geen grondslag. Nu partijen over de aanwezigheid van explosieven in de grond niets specifiek hebben geregeld en zich tegenover elkaar daarover bij de totstandkoming van de exploitatieovereenkomst niet hebben uitgelaten en er ook overigens voor Slokker geen redenen bestonden bedacht te zijn op de aanwezigheid van explosieven in de grond, kan die overeenkomst – met inachtneming van het zogenaamde Haviltex-criterium – in redelijkheid niet zo worden uitgelegd dat Slokker het risico op zich heeft genomen van een kostenpost als de onderhavige. In de overeenkomst worden immers niet alleen de verplichtingen van de gemeente, maar ook die van Slokker afzonderlijk en uitdrukkelijk omschreven. Ook kan het begrip ‘bouw- en woonrijp maken’ zoals dat wordt gebruikt in artikel 3.1 van de exploitatieovereenkomst niet zo worden uitgelegd dat de in verband met de explosieven gemaakte kosten voor rekening van Slokker moeten komen. Allereerst blijkt uit de opzet van de exploitatieovereenkomst immers dat het begrip ‘bouw- en woonrijp maken’ in artikel 3.1 eng moet worden uitgelegd, nu verschillende werkzaamheden die onder dat begrip zouden kunnen worden geschaard afzonderlijk in de overeenkomst worden geregeld (artikel 3.2, archeologisch onderzoek; artikelen 2.6 en 5.2, onderzoek naar bodemverontreiniging). Daar komt, zoals gezegd, bij dat de partijen de aanwezigheid van explosieven in de percelen ten tijde van het sluiten van de exploitatieovereenkomst niet aan de orde hebben gesteld, noch in het algemeen, noch in verband met de afspraken over het bouw- en woonrijp maken. Om deze redenen mogen zij aan de afspraak dat Slokker de percelen voor eigen rekening en risico bouw- en woonrijp zou maken niet de zin toekennen dat ook uitzonderlijke kosten als de onderhavige voor rekening van Slokker zouden komen, ook niet als het begrip ‘bouw- en woonrijp maken’ volgens rechtspraak en literatuur het opsporen en ruimen van explosieven zou omvatten. Dat in het algemeen grond waarin explosieven aanwezig zijn niet bouw- en woonrijp is, spreekt vanzelf, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat in het onderhavige geval partijen afspraken hebben gemaakt over het opsporen en ruimen van de explosieven, die na sluiting van de overeenkomst zijn aangetroffen.

4.4. Uit de stellingen van de partijen en uit de inhoud van de exploitatieovereenkomst wordt afgeleid dat de partijen, toen zij afspraken maakten over de exploitatiekosten, het project zo veel mogelijk als een geheel hebben beschouwd en geen onderscheid hebben willen maken tussen de drie percelen (1285 en 1288, geleverd door de gemeente en 1287, geleverd door Scholen Plus CV). Dat onderscheid wordt daarom ook niet gemaakt met betrekking tot het geschil voor wiens rekening de kosten van het opsporen en ruimen van de explosieven moeten komen. Voor zover in de algemene voorwaarden bij de exploitatieovereenkomst van 2 juli 2003 het risico van de eigenschappen en hoedanigheden van de door de gemeente verkochte percelen (1285 en 1288) op Slokker is overgedragen, wordt daaraan bij de onderhavige beoordeling om die reden geen betekenis toegekend. Voor het geval daaraan wel betekenis zou moeten worden toegekend, wordt als volgt overwogen. Ten eerste zijn de explosieven weliswaar na de verkoop, maar voor de levering aangetroffen, en hebben de partijen de oplossing van het geschil over de kosten voor het opsporen en ruimen van die explosieven in onderling overleg uitgesteld tot na levering. Onder die omstandigheden komt aan de gemeente geen beroep toe op enige vrijwaringsbepaling. Ten tweede valt niet in te zien dat aanvaarding door Slokker van de percelen in de staat waarin deze zich ten tijde van levering bevonden een grondslag zou bieden voor aansprakelijkheid van Slokker voor de kosten van het opruimen van de explosieven.

4.5. Het kan in het midden blijven of de geleverde percelen aan de overeenkomst beantwoordden en ook of de gemeente heeft gegarandeerd dat de te bebouwen percelen voor bebouwing geschikt zijn. Ook als de percelen aan de overeenkomst beantwoordden en ook als geschiktheid niet was gegarandeerd, kunnen die omstandigheden immers niet leiden tot het oordeel dat Slokker aansprakelijk is voor de kosten van het opsporen en ruimen van de explosieven.

4.6. De gemeente heeft met een beroep op artikel 6:212 BW betoogd dat Slokker voordeel heeft behaald bij de levering van het perceel van Scholen Plus C.V. (1287) doordat zij de kosten voor het ruimen van de explosieven niet heeft voldaan en dat dit voordeel, dat ten koste van de gemeente is gegaan, niet door de wet noch door ‘enige andere omstandigheid’ wordt gerechtvaardigd (pleitnota onder 14 en 15). Zou deze grondslag voor aansprakelijkheid van Slokker worden aanvaard, dan zouden de kosten van het opsporen en ruimen van explosieven in ieder geval waarin de gemeente daarvoor zorg draagt voor rekening van de grondeigenaar kunnen worden gebracht. Ook de gemeente gaat terecht niet van die mogelijkheid uit. Zij heeft immers bij dagvaarding, onder verwijzing naar de Nota van Toelichting bij het Bijdragebesluit 1999, betoogd dat het de gemeente vrijstaat de kosten door te berekenen of anderszins niet voor eigen rekening te nemen door een contractuele voorziening te treffen (conclusie van antwoord in conventie onder 23 en 24). Daarom faalt het beroep op ongerechtvaardigde verrijking.

4.7. Een andere grondslag voor aansprakelijkheid voor de kosten van opsporing en ruiming van de explosieven van Slokker is gesteld noch gebleken. De conclusie is dat de in conventie gevorderde verklaring voor recht zal worden gegeven en dat de in reconventie gevorderde veroordeling tot betaling van de factuur van 28 april 2008 zal worden afgewezen. De verklaring voor recht wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat deze zich niet leent voor tenuitvoerlegging.

4.8. Slokker heeft met een beroep op artikel 6:96 lid 2 BW aanspraak gemaakt op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Zij heeft daartoe gesteld dat zij zich ‘door de handelwijze van de gemeente’ genoodzaakt heeft gezien een advocaat in te schakelen. Zij heeft zeven facturen van haar advocaat in het geding gebracht die optellen tot het gevorderde bedrag. Slokker heeft niet toegelicht op welke handelwijze van de gemeente zij precies doelt (het aanspraak maken op betaling als zodanig, het treffen van maatregelen ter incasso, het noodzaken tot het stellen van een bankgarantie) en waarin de onrechtmatigheid ervan is gelegen. Bij de facturen van de advocaat op vergoeding waarvan Slokker aanspraak maakt, ontbreken specificaties. Slokker heeft daarmee niet aan haar stelplicht voldaan. Daarom is voor een bewijsopdracht geen plaats en zal de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.

4.9. De gemeente wordt in conventie overwegend in het ongelijk gesteld. Zij wordt daarom veroordeeld in de proceskosten in conventie. Omdat zij ook in reconventie in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij ook in de proceskosten in reconventie veroordeeld. Deze zullen aan de zijde van Slokker worden begroot op nihil, omdat het geschil in conventie nagenoeg gelijk is aan dat in reconventie.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

verklaart voor recht dat de kosten voor het opsporen en ruimen van de explosieven op de locatie genoemd in de exploitatieovereenkomst, begrepen in de factuur van 28 april 2008 met factuurnummer 315 / 100000000237, voor rekening en risico blijven van de gemeente;

veroordeelt de gemeente in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van Slokker begroot op € 73,89 aan kosten van dagvaarding, € 314,- aan vast recht en € 12.900,- aan salaris voor de advocaat,

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt de gemeente in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van Slokker begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2011.

coll.: CLB