Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR5811

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
25-08-2011
Zaaknummer
766881 - VV EXPL 11-20078
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Dringende reden voor ontslag op staande voet, bestaande uit overtreding ziekteverzuimregels en disfunctioneren. Korte duur dienstverband relevant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0698
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie [Arnhem]

zaakgegevens 766881 \ VV EXPL 11-20078 \ 343\sb

uitspraak van

vonnis in kort geding

in de zaak van

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

gemachtigde mr. T.P. Boer

toevoegingsnummer [nummer]

tegen

[werkgever]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

procederend in persoon

Partijen worden hierna [werknemer] en [werkgever] genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 augustus 2011 met producties

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 15 augustus 2011 mede inhoudende de pleitnotitie van van [werkgever].

2. De feiten

2.1. [werknemer] is op 15 april 2011 bij [werkgever] in dienst getreden op grond van een arbeidsovereenkomst voor de duur van 7 maanden. De arbeidsovereenkomst is tussentijds opzegbaar en bevat een proeftijdbeding. [werknemer] is in dienst getreden als kok. [werkgever] exploiteert een café en restaurant onder de naam [naam restaurant].

2.2. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat ziekmeldingen uiterlijk om 9 uur ’s ochtend plaatsvinden bij de werkgever.

2.3. [werknemer] heeft zich op 1 juni 2011 ziek gemeld bij een collega. Op 2 juni 2011 heeft [werknemer] zijn werkzaamheden hervat.

2.4. Op 15 juni 2011 heeft [werknemer] zich wederom ziek gemeld bij een collega.

2.5. Bij brief van 15 juni 2011 heeft [werkgever] [werknemer] op staande voet ontslagen. In deze brief staat onder meer:

Helaas moet ik je hierbij mededelen dat ik mij gedwongen zie, gezien de ontstane situatie van vandaag, je ontslag op staande voet te geven. Hierbij wil ik redenen voor dit ontslag aangeven:

- Sinds je start als kok bij Restaurant [naam restaurant] is er reeds discussie over je kwaliteiten als kok. Je hebt onvoldoende product- en apparatuurkennis om als zelfstandig werkend kok in een klein à la carte restaurant te werken. Dit heeft geresulteerd in diverse klachten van klanten over de door jou bereide maaltijden.

- Op een aantal dagen in de week werk je samen met je collega kok, die dan de leiding heeft en het beleid bepaald. Daar blijk je telkens weer zeer lastig te corrigeren. Je blijft je werkzaamheden op je eigen manier uitvoeren en gerechten op je eigen manier klaarmaken, ondanks dat keer op keer wordt aangegeven dat we dit op een andere manier dient te gebeuren.

- Na je aanname heb je aangegeven dat je alcoholist bent, maar niet meer drinkt. Dit zou volledig achter de rug zijn. Op … heb je je voor de eerste keer ziek gemeld. Je was na de melding de hele dag niet bereikbaar om te kunnen afstemmen t.a.v. de planning van de rest van de week. Vandaag heb je je voor de tweede keer bij een collega ziek gemeld. Toen deze aangaf dat je hiervoor met de baas contact moest opnemen, gaf je aan “hij bekijkt het maar”. Toen ik vervolgens met een collega naar jouw huis ben gereden, bleek je duidelijk onder invloed over straat te lopen.

Als klein restaurant ben ik op de meeste dagen afhankelijk van 1 zelfstandig werkende kok. Indien ik hier niet op kan vertrouwen komt de bedrijfsvoering van mijn bedrijf per direct in gevaar. Naar aanleiding van het incident van hedenmorgen heb ik geen vertrouwen meer in jouw functioneren als werknemer. (…)

2.6. Bij brief van 20 juni 2011 heeft [werknemer] de nietigheid van het ontslag ingeroepen.

3. De vordering en het verweer in conventie

3.1. [werknemer] vordert, samengevat, veroordeling van [werkgever]:

- tot het toegang geven van [werknemer] tot de werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag, en

- tot betaling van het loon vanaf 15 juni 2011 tot 15 augustus 2011, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente,

- in de kosten van deze procedure.

3.2. [werknemer] legt aan zijn vordering ten grondslag dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, omdat geen dringende reden bestond. Hij was ziek (griep) op 15 juni 2011 en [werkgever] heeft nagelaten de arbodienst in te schakelen om zijn arbeidsongeschiktheid vast te laten stellen. De overige gronden voor het ontslag op staande voet worden door [werknemer] bestreden.

3.3. [werkgever] voert verweer, waarop hierna zal worden ingegaan.

4. De vordering en het verweer in reconventie

4.1. [werkgever] vordert, samengevat, veroordeling van [werknemer] tot betaling van schadevergoeding van € 2.000,00, met veroordeling van [werknemer] in de kosten van deze procedure.

4.2. [werkgever] legt aan zijn vordering ten grondslag dat 15 juni 2011 de drukste dag van het jaar was en dat [werknemer] zich te laat heeft ziek gemeld. [werknemer] heeft zich volgens [werkgever] pas om 12 uur ziek gemeld en dat was het moment dat het restaurant open ging. [werkgever] stelt daardoor in grote problemen te zijn gekomen en schade te hebben geleden.

4.3. [werknemer] voert verweer, waarop hierna zal worden ingegaan.

5. De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

5.1. Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk.

5.2. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering in conventie.

5.3. Tijdens de mondelinge behandeling is voldoende aannemelijk geworden dat [werknemer] meermalen op zijn functioneren is aangesproken door [werkgever], de leidinggevende collega kok (de heer [werkgever] jr.) en de bedrijfsleidster (mevrouw [X]). Deze waren eveneens aanwezig op de mondelinge behandeling en hebben hierover informatie gegeven. De kritiek op het functioneren van [werknemer] ging om het bereiden van de maaltijden conform de aanwijzingen van de chef-kok, om eenvormigheid en constante kwaliteit te waarborgen en om de omgang met collega’s. [werknemer] volgde de aanwijzingen over de wijze waarop de maaltijden bereid moesten worden keer op keer niet op. Verder veroorzaakte [werknemer] met zijn houding en gedrag in de keuken spanningen met collega’s. Dit is op zichzelf niet bestreden door [werknemer]. [werknemer] voert echter aan dat de wijze waarop hij de maaltijden bereidde ook goed was en dat spanning in de keuken nu eenmaal onvermijdelijk is.

5.4. [werknemer] miskent daarmee de bevoegdheid van de werkgever om te bepalen op welke wijze de werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. Niet [werknemer], maar de werkgever bepaalt op welke wijze maaltijden bereid dienen te worden. Dat enige spanning onvermijdelijk is in de keuken van een restaurant wil de kantonrechter best geloven, maar door [werknemer] is onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de spanning in dit geval bovenmatig was en door zijn gedrag werd veroorzaakt. Uit hetgeen [werknemer] hierover op de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht, volgt wel dat hij ook thans niet wil inzien dat hij deze aanwijzingen van zijn werkgever heeft op te volgen.

5.5. Daarmee staat vast dat, voorshands geoordeeld, [werknemer] op verschillende punten in ernstige mate onvoldoende functioneerde.

5.6. Tijdens de mondelinge behandeling is eveneens aannemelijk geworden dat [werknemer] zich op 15 juni 2011 te laat heeft ziek gemeld. Vast staat dat ziekmeldingen voor 9 uur ’s ochtends plaats dienden te vinden op grond van de arbeidsovereenkomst. De ziekmelding op 1 juni 2011 had ook al niet bij [werkgever] maar bij een collega van [werknemer] plaatsgevonden. [werknemer] is er toen op gewezen dat hij zich bij [werkgever] ziek dient te melden en niet bij een willekeurige collega, met name in verband met de planning van de werkzaamheden en eventuele vervanging.

[werknemer] voert aan dat hij zich op 15 juni 2011 om een uur of 9, maar dat kan ook half tien zijn geweest, heeft ziek gemeld bij collega [Y] [werknemer] voert aan dat [werkgever] niet te bereiken was. [werkgever] stelt dat hij juist [werknemer] niet te pakken kon krijgen en dat de ziekmelding pas om 12 uur werd gedaan. Dit laatste is niet voldoende aannemelijk gemaakt. Wel staat vast dat [werknemer] zich pas na 9 uur heeft ziek gemeld. Ook staat vast dat 15 juni 2011 de drukste dag van het jaar was voor [werkgever] en dat de late ziekmelding door [werknemer] hem ernstig in de problemen heeft gebracht.

5.7. Op zichzelf is het niet naleven van ziekteverzuimregels onvoldoende grond om een dringende reden te vormen. Een en ander in samenhang beschouwd, het disfunctioneren en de late ziekmelding bij een collega, kan dit echter wel een dringende reden opleveren. De kantonrechter acht in dit geval bovendien relevant dat de arbeidsovereenkomst pas twee maanden duurde en dat de werkgever onbetwist heeft getracht het functioneren van [werknemer] te laten verbeteren en hem ook heeft getracht te begeleiden bij de aanpak van zijn alcoholisme.

Al met al is de kantonrechter dan ook voorshands van oordeel dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. De vorderingen van [werknemer] zullen worden afgewezen. [werknemer] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld.

5.8. Ten aanzien van de vordering in reconventie overweegt de kantonrechter dat voor toewijzing van een geldvordering bij wijze van voorlopige voorziening de kantonrechter niet alleen moet onderzoeken of de vordering van de eiser voldoende aannemelijk is maar ook — kort gezegd — of daarbij een spoedeisend belang bestaat, terwijl hij bij de afweging van de belangen van partijen mede het restitutierisico zal hebben te betrekken (vgl. HR 28 mei 2004, NJ 2004, 602). Door [werkgever] is niet gesteld dat sprake is van een spoedeisend belang, terwijl de vordering niet is onderbouwd. De kantonrechter zal deze vordering dan ook afwijzen, met veroordeling van [werkgever] in de proceskosten. Gelet op het feit dat [werknemer] de vordering in reconventie niet heeft besproken op de mondelinge behandeling, zullen deze kosten op nihil worden gesteld.

6. De beslissing

De kantonrechter

rechtdoende als voorzieningenrechter

in conventie

6.1. wijst de vorderingen af,

6.2. veroordeelt [werknemer] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [werkgever] tot op heden begroot op nihil,

in reconventie

6.3. wijst de vordering af,

6.4. veroordeelt [werkgever] in de proceskosten, aan de zijde van [werknemer] tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. S.H. Bokx-Boom en in het openbaar uitgesproken op